Zondag 13 december 2015 – Paddenkoffertjes

Bij de koffie lees ik over het klimaatakkoord dat in Parijs is gesloten en als soundtrack bij dat nieuws hoor ik de meeuwen krijsen, de zwanen paren en de kraaien jagen. De natuur woont achter mijn huis.

Ik begrijp uit de analyses dat het ondanks de afspraken de komende jaren 2,7 graden warmer wordt en ik hou mijn hart vast, want ik maak me nu al zorgen om de paddenkolonie in de tuin die door de zachte winter dreigt te ontwaken uit haar winterslaap en zo het risico loopt binnenkort dood te vriezen. Zullen er bij een temperatuurstijging van 2,7 graden nog padden in de tuin zitten? Of pakken die hun paddenkoffertjes om in het noorden tussen de bladeren te gaan liggen?

Bij een volgende koffie vraagt Wannes, mijn man: ‘Dat akkoord hè, wat moeten we daar nu van vinden?’ We somberen wat en komen tot de conclusie dat we de dynamiek van de internationale afspraken en grootvervuilers nauwelijks kunnen bevatten, laat staan beïnvloeden. Het enige wat ons te doen staat, is geloven dat alle kleine beetjes helpen en onze pijlen richten op onszelf en onze omgeving.

Direct na de koffie, als we het motto Zondag Poetsdag ten uitvoer brengen, richt ik een pijl op mijzelf. Die toiletpot, die ik altijd te lijf ga met een wegwerpdoekje omdat het idee van een pisdweiltje in de wasmachine me zo tegenstaat, kan ik natuurlijk wél met een herbruikbaar vod doen. Als ik vervolgens het hele huis poets op een ecologische voetafdruk van grofweg twee teiltjes water en een dopje allesreiniger voel ik me een hele pief. Toegegeven, ik voel me algauw een hele pief. Als schrijver hoef ik slechts kleine wijzigingen aan te brengen in mijn gedrag om me een hele pief te voelen. Ik zit op mijn stoel en beperk de ribbekes à volonté en het dieselrijden al jaren tot mijn personages.

Maar als we na het schoonmaken een welverdiend derde kopje koffie drinken, zie ik de zinloosheid van wat ik aan het doen ben. Om het huis te kuisen heb ik vandaag twee armzalige teiltjes water gebruikt, maar in de tijd dat ik aan de keukentafel al babbelend de wereld verbeterde en mijzelf op de borst sloeg over mijn beperkte waterverbruik, dronken Wannes en ik zes kopjes koffie. Naar verluidt kost het 1050 liter water om die te produceren. Daar had ik ook een jaar lang mijn huis mee kunnen schoonmaken. Ik neem nog een slok koffie, de meeuwen krijsen en door het raam zie ik dat op het terras de bruine vlek die ik voor een blaadje hield langzaam verandert in een pad, met in zijn poot een piepklein paddenkoffertje.

Deze column verscheen op maandag 14 december 2015 op Canvas.be.