Ach­ter­vol­ging

Foto: Andrew Prickett

De avond viel over de par­keer­plaats toen ik met het win­kel­kar­re­tje naar de overkapte kar­re­tjes­ver­za­mel­plek liep. Er kwam een auto aan die mij in mijn flank zou raken als ik niet zou inhouden of doorlopen, dus zette ik het op een hollen. Ram­mel­de­ram­mel. Met gestrekte armen stormde ik de kar­re­tjes­ver­za­mel­tun­nel in. Omdat ik te veel films heb gezien, stelde ik me in een flits voor dat de auto achter me aan zou komen, het tunneltje in, met plankgas tussen de hekjes onder het boogdakje om mij te ver­plet­te­ren. Ik ver­kramp­te en versnelde, rechtte mijn armen nog wat meer en sloeg net niet over de kop toen mijn karretje niet rinkelend ín het achterste karretje verdween, maar er – kedeng! – tegen knalde. Het bleek de kar­re­tjes­ver­za­mel­plek van een andere winkel. Non­cha­lant fluitend draaide ik de zwenk­wiel­tjes om en glim­lach­te naar Wannes die in de auto op me wachtte. Intussen vroeg ik me af of ik ooit uitgelegd zou krijgen hoe vreselijk spannend deze paar seconden waren geweest.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.