Duisterder

We kregen bericht van een van de verzekeringen die mogelijk de schade van de beroving zou dekken en jawel, ‘coulancehalve’ zullen ze de helft van de geleden schade vergoeden. Ik kan hier heel lang uitweiden over hoe onlogisch het is om je maar voor de helft aansprakelijk te voelen, of hoe jammer het is dat we dus toch nog veel schade uit eigen zak moeten betalen, maar ik kan ook vertellen hoe groot de opluchting is – klaar nu, dóór –  en hoe leuk het is aan Wannes’ gezicht te zien dat hij het als een cadeautje beschouwt. Want door de hardvochtige houding van veel verzekeraars krijg je vaak het gevoel dat je een ongelooflijke mazzelaar bent die vooral niet moet vergeten zijn handjes dicht te knijpen.

Het bericht over de coulance van de verzekering kwam op de dag dat Trump werd verkozen. We gingen naar de winkel om troosteten in te slaan en ik maakte een pan erwtensoep die in niets deed vermoeden dat Wannes en ik maar met zijn tweeën zijn. Op de helft van mijn eerste kom soep hoorde ik heel hard ‘knerps’. Ergens achterin mijn mond was een stuk van mijn kunstgebit afgebroken. De dag kon dus tóch nog duisterder.

Ik belde naar de verzekering en na veel vijven en zessen was de conclusie: ook dit keer zou ik maar de helft terugkrijgen, omdat ik sinds ik een kunstgebit heb niet elk jaar voor controle naar de tandarts ben gegaan én omdat ik nog maar 42 ben. Dus omdat ik veel te jong niet op het idee ben gekomen de tandarts volkomen onzinnig lastig te vallen met een brandschoon en perfect compleet gebit, heb ik nu geen recht op de normale terugbetaling. Kortom het geld van de ene verzekering kan gelijk naar het gat dat de andere verzekering slaat. De dag kon dus tóch nog duisterder.