Stukjes in het wild

Geen kat­ach­ti­ge

Gang door, langs de dansvloer, trap op, zaal in, trap af, andere gang, andere zaal, omdraaien, terug, en dat steeds opnieuw. Ik kijk op mijn telefoon. 22:30. Negen uur reizen, meer dan honderd euro aan reis‐ en ver­blijf­kos­ten en dan na twee uur weggaan? Kan dat? Ik denk aan al die keren dat ik op feestjes, concerten en eve­ne­men­ten door het gedruis cirkelde op zoek naar een nog leuker feest, concert of evenement. Paradiso, Roxy, Dansen bij Jansen, Melkweg, de AB, het Depot. Een leven lang langs hallen, wc’s en gar­de­ro­bes naar boven‐ of bene­den­za­len in de illusie dat om de volgende hoek de avond wél is zoals ik me had voor­ge­steld. Huis­feest­jes: voorkamer, ach­ter­ka­mer, gang, keuken, tuin of balkon. Of Lowlands: van de Alpha naar de X‐Ray, naar de India, naar de Charlie. Steevast op weg naar het gevoel waar ik op hoop, de gesprek­ken die ik droom en de mensen die exact passen in de illusies die ik over de gebeur­te­nis koester.
22:35. Welke kant loop ik op? De gang in en dan de trap op? En zo ja, welke trap? En zo nee, eerst naar het ach­ter­zaal­tje? Of de dansvloer over? En waarom dan? Wat denk ik aan te treffen?
Ooit tekende ik in Artis een panter die in de uren dat ik toekeek ongeveer twee­hon­derd keer langs het hek heen en weer liep in de schijn­ba­re hoop dat er onderweg iets zou ver­an­de­ren. Ik had daar drie dagen buikpijn van. Maar ik ben geen kat­ach­ti­ge, er is geen hek en even verderop is de bushalte.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.