Gesuis

Wij horen hier veel suizen. Verschillende wegen, de bomen die ruisen, de treinen in de verte, machines in huizen. Maar het mooiste suizen de vijvervogels. Niet de duiven, die flappen van flap-flap-flap, en ze zweven even, en ook niet de kleine vogeltjes, die dartelen en duiken. Maar de ganzen en de meeuwen. De droge weerstand van tientallen vleugels, het logge gewicht van een gans in de wind. De meeuwen die monotoon zoemen met duizenden lijfjes en een enkele schreeuw van wacht op mij. Er zijn dagen dat ik nog dieper de natuur in zou willen, maar tijdens dat gesuis, dat alle trillingen platdrukt, wil ik het liefste bij de vijvers blijven.