/ augustus 23, 2016/ Stukjes in het wild/ 10 comments

Toen ik aan de zomer begon was ik moe, nu de zomer langzaam uitdooft ben ik nog steeds moe. Of nee, moeier. Moeier dan ervoor, moeier dan zou moeten.

Sinds april werkte ik aan een taal­ad­vies­pro­ject voor jongeren dat in oktober af moet zijn voor de Taalunie, ik schreef allerlei stukken op verzoek van De Standaard, ik ben een manu­script aan het afronden met een schrijf­coach­leer­ling en ik begon aan drie nieuwe schrijf­pro­ces­sen met nieuwe leer­lin­gen. Daarnaast werd mijn moeder 70 en maakte ik voor haar een nogal tijd­ro­vend cadeau, ik ver­plaatste alle meubels in mijn woonkamer, ruimde de kelder zo grondig op dat de kat er niet meer in durft, en als klap op de vuurpijl geef ik eind deze week een iets te groot feestje, omdat ik dit jaar tien jaar in België woon en – vandaag! – drie jaar getrouwd ben. Tel daarbij op de duizenden han­de­lin­gen die we ver­richt­ten om de gevolgen van de beroving te nor­ma­li­se­ren en je kunt je misschien voor­stel­len hoe moe ik ben. En dan te bedenken dat het het eerste jaar in jaren was dat ik nog eens een zomer­va­kan­tie had ingepland.

In normale tijden zou ik nu happend naar adem aan de de opper­vlak­te hangen, maar dankzij de beroving zijn dit geen normale tijden. Het voelt aan­ma­ti­gend om er een diagnose op te plakken, maar ik geloof dat ik deze zomer PTS‐klachten te pakken had. Ik schaam me kapot om het zo te noemen, want hee, wat hebben we nu eigenlijk mee­ge­maakt? Maar stof­wis­se­lings­tech­nisch kan ik op geen andere manier verklaren hoe ik er in de maanden juni en juli aan toe was. In die acht uur dat we erover deden om vaste grond onder de voeten te krijgen, heeft de angst­hor­moon­pomp zo open gestaan dat ik nu, elf weken later, nog steeds de restjes uit mijn bloedbaan aan het bezemen ben.

In juni sliep ik slecht, kon ik nog geen kran­ten­ar­ti­kel uitlezen en was ik in niets anders geïn­te­res­seerd dan mijn taak­span­ning: laat mij maar iets doen, iets lang­du­rigs, iets dat nooit stopt, zodat ik de knik­ker­baan van gedachten niet af hoefde.

Mijn verhaal opschrij­ven hielp goed, hoewel het ook con­fron­te­rend was om elke keer te zien hoe hyper ik de dagen ervoor schreef. Bij deel 20 was ik in een heel andere toestand dan bij deel 1, waardoor de eerste hoofd­stuk­ken zorgden voor hart­klop­pin­gen als ik ze teruglas.

Onze tweede poging tot vakantie strandde op een dag met 28 mil­li­me­ter regen, maar dankzij mijn onvol­pre­zen ouders was er poging 3. Zij hadden midden juli voor een week een prachtig huis gehuurd in Frankrijk waar we met zijn zevenen naartoe gingen. Nu vind ik met andere mensen op vakantie gaan nau­we­lijks ont­span­nen, hoe lief die anderen mij ook zijn, maar niettemin was die week wel precies wat Wannes en ik nodig hadden: lezen, mooi weer, lekker eten en weinig tot niets hoeven.

Het internet zorgde de afgelopen maanden voor ambi­va­len­tie: enerzijds hebben tien­tal­len mensen ons een hart onder de riem gestoken, ander­zijds waren dit de maanden waarin ik trollen en bullies beter leerde kennen dan me lief was. De trollen omdat ik in de Standaard schreef over feminisme, de N-VA en racisme en dan kruipen die als vanzelf uit hun holen, bullies omdat mijn relaas over de beroving op mijn weblog op Twitter door de film­ma­kers Martin Koolhoven en Willem Bosch publie­ke­lijk werd afgedaan als gênant, pathe­tisch en decadent en hun grote vol­gers­scha­re daar gretig op inhaakte.

In mijn hoofd kon ik het allemaal vrij gemak­ke­lijk rela­ti­ve­ren, zoals ik ook de beroving zelf rationeel al vrij snel tot redelijke pro­por­ties had terug­ge­bracht, maar omdat mijn hart en hor­moon­huis­hou­ding voor zichzelf waren begonnen, vormde het digitale boegeroep toch een obstakel in het herstel.

Ooit dacht ik dat ik stress­be­sten­dig was, omdat ik kok was geweest en zonder schelden tussen de 50 en 100 couverts uitgaf, maar nu ik 42 ben, weet ik dat stressstoor­nis­jes mijn achil­les­hiel zijn. De oorzaak (en het gevolg) van die gevoe­lig­heid voor stress is dat ik niet mild ben voor mezelf en dat is precies het haakje waaraan die bullies bleven hangen, want mezelf pathe­tisch noemen daar ben ik toevallig heel goed in.

Inmiddels heeft mijn gezond verstand het gewonnen van de pesters en vind ik het vooral verbazend dat mensen met enig aanzien zich geroepen voelen iemand van een wil­le­keu­rig weblog te kakken te zetten. Dat heeft misschien iets te maken met de actie die – lieve lieve – Aafke Romeijn voor ons opzette. Die haalde een bedrag met drie nullen op met een crowd­fun­dings­ac­tie omdat ze zelf ooit veel ver­trou­wen had terug­ge­kre­gen toen mensen voor haar geld ophaalden na een beroving. Dat soort acties kun je natuur­lijk vrij gemak­ke­lijk afdoen met ‘er zijn ergere dingen in de wereld, dus waar zeiken die mensen over?’

Die actie boezemde mij en Wannes dan ook angst in. We hadden het moeilijk met hoe we op de beroving rea­geer­den, waren allebei te rationeel om het normaal te vinden dat we niet sliepen, waren allebei teleur­ge­steld dat we zoiets niet gewoon even incas­seer­den, waren allebei te gevoelig om het aan te kunnen als niemand iets zou willen storten, dan zou het een popu­la­ri­teits­poll zijn, een peiling naar onze gunfactor, maar we waren ook allebei bang dat we ons heel onge­mak­ke­lijk zouden voelen als het een groot succes werd. Dus hielden we ons afzijdig, wat trouwens ook heel onbeleefd leek. Achteraf gezien heeft Aafke gelijk gehad, het succes van haar actie werkte zalvend. Het ver­zacht­te het gezeik van de stoer­doe­ners, hoewel het de vraag is of de pesters niet juist getrig­gerd werden door die actie.

We hebben al eens uit­ge­breid bedankt, maar toch wil ik het hier nogmaals doen. Niet alleen het geld, maar ook de enthou­si­as­te reacties van de lezers van mijn relaas hebben veel gewicht in de schaal gelegd toen we ons evenwicht zochten. Ik schreef het al eerder: als schrijf­coach raad ik niemand aan om onder invloed van een adre­na­li­ne­cock­tail een verhaal te schrijven, het doet je stijl geen goed, maar jullie hadden daar hoe­ge­naamd geen problemen mee, en dat was heel plezierig.

De beroving is inmiddels nog steeds niet afge­wik­keld. Na drie aangiftes in drie ver­schil­len­de landen en allerlei geregel met banken, providers en con­su­la­ten, hebben we deze week de nieuwe bril van Wannes opgehaald. Nu rest ons alleen nog het ver­ze­ke­rings­ge­doe. We dachten dat we geen reis­ver­ze­ke­ring hadden – omdat we zo weinig op reis gaan waren we dat stomweg vergeten – maar we bleken dankzij onze familiale ver­ze­ke­ring verzekerd te zijn voor diefstal op reis. Edoch, er zijn geen sporen van geweld of inbraak en dan krijg je niks. De ver­ze­ke­rings­me­vrouw erkende dat de polis op dat punt oneerlijk is: de meeste reis­dief­stal­len gaan niet gepaard met geweld, dus de meeste mensen hebben niks aan die ver­ze­ke­ring. Maar ja, zij kon er ook niet meer van maken. Het lijkt erop dat ik via mijn vaders reis­ver­ze­ke­ring ook verzekerd was, maar het zal nog even duren voor we weten of die ver­ze­ke­ring zich niet ook Houdini‐gewijs aan zijn ver­ant­woor­de­lijk­heid onttrekt.

Dankzij de actie van Aafke kan het feestje van zaterdag doorgaan en hebben we de afgelopen maanden in elk geval de bureau­cra­ti­sche mal­le­mo­len kunnen betalen zonder onszelf op water en brood te hoeven zetten en dat maakt deze zomer een stuk dra­ge­lij­ker dan wanneer we er gees­te­lijk bovenop hadden moeten komen in de schaduw van een gigan­tisch finan­ci­eel probleem.

Tot slot: ik zal proberen weer wat meer te schrijven. Mijn stof­wis­se­ling kan de bullies en trollen weer aan, en ik vond het heel fees­te­lijk die duizenden mensen op mijn blog de afgelopen maanden. Ik ben nog steeds niet 100 procent de oude, met de con­cen­tra­tie van een Jack Russell en acute hart­rit­me­stoor­nis als er maar een kopje omvalt, maar ik heb geen tijd en geld om langer rust te nemen. Het mag duidelijk zijn dat deel 21 van Hoe onze vakantie onbe­staan­de werd niet meer zal komen. Ik weet niet of er nog vragen zijn en of ik nog losse eindjes heb laten liggen, maar mocht dat zo zijn: het reac­tie­veld is geduldig.

En om de Zangeres Zonder Naam te citeren: Bedankt lieve mensen!

Lees hier deel 1, 2345678910111213141516171819 en 20 van Hoe onze vakantie onbe­staan­de werd.

Share this Post

10 Comments

  1. Weet je Maartje, je schrij­ve­rij geeft me al een tijd veel plezier en zorgt regel­ma­tig voor ont­roe­ring en mooie inzichten. De oproep van Aafke was, ondanks de nare aan­lei­ding, een fijne moge­lijk­heid om eens iets terug te doen. Ik zie het niet als lief­da­dig­heid maar als een faire ver­goe­ding voor je schrijven. Een heel fees­te­lijk feest gewenst, proficiat!

  2. Ik heb enorm met jullie mee­ge­leefd. Veel liefs!

  3. Anoniem: zo spannend, zo anoniem! En ik moet wel een beetje lachen om je ‘faire ver­goe­ding’. Dank voor de lieve woorden.

    En Esther: veel liefs terug!

  4. ik hoop dat jullie stressstoor­nis gauw beter wordt… ik moet zeggen dat ik me ont­zet­tend voy­eu­ris­tisch voelde tijdens het lezen van je relaas – juist omdat je op alle emoties inzoomde.
    sterkte met alles.

  5. Ja, waar­schijn­lijk is dat wat de bullies irri­teer­de, dat ik – hoewel er veel zelfhaat en zelfspot in zit – niks kleiner heb gemaakt dan het was. Zij zullen denken dat ik het groter maakte dan het was. Dat is hun goed recht. Beetje sneu alleen dat je daar dan een groot publiek bij wil halen.

  6. Eerlijk gezegd lijkt het allemaal nogal tegen over­werkt­heid aan te schuren, als ik je verha(a)l(en) lees. Met als klap op de vuurpijl dan de bero­vings­va­kan­tie. Nét een paar kilo te zwaar om ook nog eens op je schouders te dragen.
    Voor wat ik je ont­zet­te­loos gun – struc­tu­re­le rust en adem­ruim­te – ‚zul je voor zover ik kan inschat­ten als zelf­stan­di­ge weinig tijd hebben. Tel daarbij op je aan­zien­lij­ke arbeids­ethos en je hebt een klassiek vicieuze cirkel.

    Die ken ik maar al te goed. Bij mij was er een kapotte nier en drie maanden nood­ge­dwon­gen stilstaan voor nodig om eindelijk goede stappen te zetten. Voorwaar geen kat­ten­pies.

    Jouw lijf geeft nu ook duidelijk aan dat er stop­lich­ten op oranje staan. Daarom wens ik je toe dat je of kunt remmen, of dat het licht op tijd groen wordt.

  7. Over­werkt­heid is helaas meer regel dan uit­zon­de­ring in mijn leven. De problemen zijn in die zin struc­tu­re­ler en deels hor­mo­na­ler dan simpelweg mijn leven anders inrichten. Ik heb aan alle kanten van het spectrum gezeten: tijdelijk arbeids­on­ge­schikt, in vaste dienst met veel werk­ze­ker­heid, in vaste dienst met weinig werk­ze­ker­heid, freelance met veel werk­ze­ker­heid, freelance met weinig werk­ze­ker­heid, rijk, arm, veel vrije tijd, weinig vrije tijd. Het zit dieper dan dat, als we het hebben over alle stres­s­klach­ten. Hoe ik reageerde op de adre­na­li­ne deze zomer was beyond mijn struc­tu­re­le probleem. In die zin is het inge­wik­keld. En omdat ik momenteel nogal arm ben, is het ook nau­we­lijks een ‘maakbare’ kwestie. Ik moet gewoon door. Niettemin: bedankt!

  8. Ik heb hier ooit, nog voor ik onder deze naam reageerde, gezegd hoe jij mijn vrou­we­lij­ke heldin was. En dat meende ik. Met je dreads. Met je verhalen over Amsterdam én over België. Met de manier jezelf telkens weer onder de loep te leggen, authen­tiek te zijn. Met stoer liften, met stoer in kraak­pan­den leven (helemaal zelf ingevuld maar zou me niet ver­won­de­ren als het waar is) én toch de liefde van je leven tegen­ge­ko­men, naar België gekomen en van het schrijven te leven. Ik vond en vind jou stoer, mooi, authen­tiek (ik zeg dat niet toevallig twee keer), femi­nis­tisch en ik lees hier altijd met plezier. Ik vind het enorm jammer voor je als ‘onver­werkt­heid meer regel dan uit­zon­de­ring is in je leven’ – en tegelijk realiseer ik me: grow up, jij Kleine Atlas, had je dat tussen de lijnen niet allang kunnen begrijpen? Ik wens je… wat, eigenlijk? Het beste? Mooie jaren. Mooiere tijden. PTSD is vaag, als ‘diagnose’, en de eerste keer dat ik het voor mezelf heel vaag dacht – totaal onge­wens­te zwan­ger­schap, gruwelijk: in 9 maanden weer evenveel ver­an­de­ren als in de puberteit – dacht (en denk) ik ook: wat? Ik? wat met echte mensen?

    Het vreemde, vind ik, is dat niemand anders dan jijzelf die ant­woor­den kan geven. Ik heb ze nog altijd niet, maar het feit dat het bezig blijft houden, probeer ik respect en tijd te geven, want ik denk echt dat het anders nog veel langer zal duren voor je echt (ik toch) jezelf kan worden.

    Liefs.

  9. Wat een geweldig lief bericht. En tegelijk ook altijd weer bevreem­dend als anderen kracht lijken te zien, waar ik vooral zwakte ervaar. Leerzaam ook. Ver­moe­de­lijk heb ik je hoogst­per­soon­lijk maar onbedoeld op het verkeerde been gezet. Zie ook:
    http://maartjeluif.com/2013/vrijdag-20-september
    En: dat van dat liften klopt, maar van die kraak­pan­den niet, daarvoor hecht ik net iets te veel aan comfort, controle en privacy. Maar heel logisch dat je eraan dacht, want de omgeving waarin ik verkeerde was zeer verweven met de kraaksce­ne.
    Hoe dan ook: heel erg bedankt voor je berichtje!

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>