Stukjes in het wild

Hoe onze vakantie onbe­staan­de werd (18)

Lees eerst deel 1, 2345678910111213141516 en 17.

Pri­o­ri­tei­ten, het klinkt zo lekker over­zich­te­lijk, maar wat waren onze pri­o­ri­tei­ten eigenlijk toen we die maan­dag­avond doodmoe maar hyper‐alert thuis­kwa­men in een land waar je buiten kan­toor­uren vrijwel nooit iets gedaan krijgt, en zeker niet als de Rode Duivels een EK‐wedstrijd tegen Italië spelen? Checken of onze bank­re­ke­nin­gen geplun­derd waren, een nieuwe telefoon kopen of iets anders belang­rijks regelen was allemaal geen optie. Maar wat dan? Zolang er nog iets te vluchten of te vechten viel, hadden we veel aan die voort­du­ren­de overdosis angst­hor­mo­nen, maar zodra we een voet over de drempel van ons eigen huis zetten, diende de over­le­vings­cock­tail die al dagen door ons bloed stroomde geen nut meer, inte­gen­deel.

We wilden ons verhaal aan iemand vertellen, maar we hadden geen telefoons meer, we wilden slapen, maar waren te hyper, we wilden eten, maar hadden geen honger, we wilden niet thuis zijn, maar ook niet elders, we wilden iets doen, maar wisten niet wat. Het eerste kwartier liepen we als tijgers in een die­ren­tuin rondjes door het huis, op zoek naar een acti­vi­teit die houvast kon bieden. Tever­geefs.

Uit­ein­de­lijk schreef ik met de MacBook een bericht op Facebook dat ik steeds opnieuw moest herzien omdat ik er keer op keer fouten in maakte, en ik schreef een bericht op Twitter waarin ik eveneens fouten maakte. Toen er reacties bin­nen­kwa­men, bleek ik zo ondui­de­lijk geweest dat ver­schil­len­de mensen dachten dat we nog in Catalonië zaten, en anderen vreesden dat we met bruut geweld beroofd waren. Ik had spijt van mijn warrige bericht­ge­ving, maar werd ook opgetild door de over­wel­di­gen­de liefheid van mensen die snapten hoe kut het was dat onze vakantie onbe­staan­de was geworden, mensen die aanboden ons geld te lenen, of een telefoon te geven, mensen die een crowd­fun­ding­ac­tie op wilden zetten, mensen die ons hun woning aanboden als alter­na­tief vakan­tie­huis, en tal van lieve tweeps en peeps die ons een luis­te­rend oor boden.

Hoewel de steun van al die mensen een boost gaf – en ook weer een nieuwe adre­na­li­ne­stoot – waren we niet in staat er adequaat op te reageren. Sociale media waren iets uit een parallel universum. Con­ver­se­ren met twintig mensen tegelijk, niet te veel tikfouten maken, helder en coherent blijven, rationeel: allemaal dingen waar ik mezelf na drie dagen actie‐actie‐actie niet toe in staat achtte. Dus ik reageerde zo goed en zo kwaad als het ging, bedankte, schreef dat we ons te onge­mak­ke­lijk zouden voelen als we giften zouden accep­te­ren, en sloot Twitter en Facebook weer af.

Inmiddels hadden de Belgen van de Italianen verloren en iedereen die moest weten dat we thuis waren had een mailtje ontvangen, dus het zou logisch geweest zijn ons bed op te zoeken. Maar slapen? In die hoe­da­nig­heid? Op dat moment? Nee. Ik wilde iets doen. Actie. Han­de­lin­gen. Oplos­sin­gen. Daad­kracht. Maar wat dan? Wat kon ik doen? Omdat ik net twee dagen op de pas­sa­giers­stoel had door­ge­bracht, was de film van de beroving al vaker opnieuw afge­speeld dan goed voor me was, en ook nu we thuis waren hield de stroom van beelden niet meer op. Dat leek me een goede pri­o­ri­teit: de film die me teisterde vangen en onder­bren­gen in de kooi van een tekst. Dus maakte ik een document aan dat ik terugvind op de computer onder de naam Verhaal beroving. Het is een ratel­re­laas van zes kantjes, boordevol en‐toen‐en‐toen‐en‐toen, en zonder enige vorm van rela­ti­ve­ring. Maar het werkte, ik had het gevoel dat ik iets nuttigs deed en achteraf kan ik zeggen dat dat ook zo was. Ik schreef van elf tot twee, sloeg het document op, ging in bed liggen en viel geheel onver­wacht in een diepe slaap. Op mijn computer vind ik een nieuw bestand van half negen de volgende ochtend. Verhaal beroving gesti­leerd, heet het. Dus kennelijk heb ik maar heel kort geslapen en ben ik de volgende dag gelijk weer achter het toet­sen­bord gaan zitten. Dat het tweede verhaal gesti­leerd zou zijn, is een leugen. Het is een spervuur van beelden, feiten, dialogen, Spaanse zinnen, Franse vragen en Engelse ant­woor­den, Maar het hielp me de herhaling te stuiten door de beelden te slijten aan het toet­sen­bord. Nog een dag later schreef ik het eerste deel van deze serie.

Het schrijven was the­ra­peu­tisch, en dat zie ik terug in alle delen van dit verhaal. Ik veeg mijn voeten aan de meeste richt­lij­nen die ik als schrijf­coach uit­vaar­dig: voorkom te veel herhaling, wees spaarzaam met over­bo­di­ge passieve zinnen, wees zorg­vul­dig met lees­te­kens, check hoe je moeilijke woorden schrijft, en ga zo maar door. Met als gevolg dat hoe beter het met mij gaat, hoe meer mijn handen jeuken om het verhaal aan een stevige eind­re­dac­tie te onder­wer­pen. Maar dan: jullie stoorden je er hoe­ge­naamd niet aan. Al bij al zijn er tegen de twee­dui­zend mensen die alle delen hebben gelezen en de tien­tal­len reacties die ik de afgelopen weken ontving naar aan­lei­ding van het verhaal brachten me in ver­le­gen­heid. Ik, die geen gele­gen­heid onbenut zal laten om mezelf te down­play­en, werd innig geprezen om iets dat vele malen beter had gekund. Met als gevolg dat ik midden in mijn adre­na­li­ne­ka­ter ook nog eens moest leren omgaan met com­pli­ment­jes voor iets dat voelde als een dronken foto op Facebook.

Wat me naadloos brengt bij een waar­schu­wing ten aanzien van het vervolg van dit verhaal: vergeef me de frag­men­ta­ri­sche manier waarop ik de rest van Hoe onze vakantie onbe­staan­de werd zal schrijven. Jullie komen hier voor de cliff­han­gers en ik heb eigenlijk alleen nog warrige brokjes in de aan­bie­ding. Morgen is het een maand geleden dat we thuis­kwa­men en als ik probeer terug te kijken op die maand zie ik alleen een tilt‐shiftfoto van beduusd­heid, alertheid en gela­ten­heid. Waar ik tijdens en na de beroving elke seconde regi­streer­de, zijn de afgelopen vier weken vooral een soep van gedoe waarin ik wat rond­dob­ber­de in een poging de finan­ci­ë­le, bureau­cra­ti­sche en emo­ti­o­ne­le schade zo goed mogelijk af te wikkelen. Daarom is het onmo­ge­lijk het vervolg van de recon­struc­tie net zo nauwgezet op te schrijven. Ik hoop dat jullie het me niet euvel zullen duiden. Wat nog volgt is: het feest der bureau­cra­tie, de mislukte poging tot her­nieuw­de vakantie, de hart­ver­war­men­de actie van Aafke Romeijn, de lis­tig­heid der ver­ze­ke­rings­maat­schap­pij­en, hoe om te gaan met slapeloze nachten en waarom je altijd moet trouwen met de perfecte trau­ma­ge­noot (Wannes!).

Kortom: wordt vervolgd.

Eén reactie

  • Sofie

    Ik blijf alvast gretig meelezen, ook zonder cliff­han­gers. Je bent echt te streng voor jezelf. Ik vond je verhaal spannend en mee­sle­pend en heb me nergens gestoord aan de dingen die je opsomt.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.