Hoe onze vakantie onbestaande werd (3)

Lees eerst deel 1 en 2.

Het stormde dat eerste ogenblik meteen al in ons hoofd. Wannes en ik stonden te trillen en herhaalden van fuck en shit en ik had moeite mijn tranen in te houden. Want hoewel ik nog niet kon overzien welke wending de vakantie nu precies had genomen, ik wist wel: dit wordt een gigantisch probleem.

Een man in een zwart glimmende bestelauto wenkte ons, waarmee zich direct een van de grootste mindfucks waar we sindsdien aan lijden aandiende: wat te doen met behulpzame mensen? Er waren nog geen drie minuten verstreken sinds het was gebeurd en ik besefte nog nauwelijks wat er precies gaande was, maar we hadden wel allebei heel sterk het gevoel: we mogen niemand meer vertrouwen. Niemand.

Ik stond in tweestrijd. Zal ik naar die man die me wenkt toegaan? Of moet ik hem negeren? Is hij deel van het complot? Of is hij echt behulpzaam? In de storm in mijn hoofd was een ding overduidelijk: alles wat deze situatie ten goede zou kunnen veranderen, zou afhangen van anderen, van mensen die ik hoe dan ook niet zou vertrouwen na wat er net gebeurd was. Dus ik vroeg me koortsachtig af wat ik nog te verliezen had. De auto. Ik blafte naar Wannes van doe de auto op slot, raampjes dicht en bewaak de sleutel met je leven, want ik heb geen sleutel meer, en liep naar de glimmende auto. De man boog over zijn stuur en begon eerst in het Catalaans en toen in het Spaans te ratelen. Ik checkte of hij nog andere talen sprak, maar nee, alleen Spaans. Hij had het zien gebeuren, zei hij, ze waren met zijn tweeën. Waarop ik alle grammaticaregels aan de kant schoof om mijn ontzetting tegen hem te uiten. We zijn todos todos todos kwijt. Mijn onderlip trilde. No tengo nada, niente. De man keek me vanuit zijn auto medelijdend aan, waardoor ik toch weer alert werd: wat voert hij in zijn schild? Hij zei dat hij om zou rijden en mee zou komen naar het winkeltje om de politie te bellen. Hij had een nummerbord gezien. Wannes reed ook om naar het winkeltje en ik liep naar binnen. Intussen bedacht ik welk risico ik liep door het contact met de man in de glimmende auto. Zouden ze nog meer willen stelen? Hadden we nog een andere zwakke plek?

In mijn beroerdste Spaans vroeg ik aan de mevrouw van het winkeltje, aan wie ik nog geen tien minuten daarvoor mijn laatste glimlach had geschonken, of ze alsjeblieft alsjeblieft de policia wilde bellen, want un hombre en nosotros bolsos en todos en niente en ik beefde als een riet. Ze leek het niet te begrijpen, maar de man van de glimmende auto vertaalde. Of ze de politie kon bellen, want deze twee mensen waren net beroofd. Maar nee, daar had ze echt geen tijd voor, en kijk toch eens, al die klanten, nee, dat kon echt niet. Misschien later.

Ik keek verbijsterd naar de man van de glimmende auto. Hij wenkte mij opnieuw, zei dat hij de politie zou bellen en belde in zijn auto iemand met wie hij in het Catalaans begon te praten. Het gesprek duurde zo lang dat ik eindeloos de tijd had om me af te vragen welke listige truc deze man met ons aan het uithalen was. Ik hield een schuin oog op onze auto, maar daar zag ik niks verdachts. Waarschijnlijker was het dat zijn vrienden ons hadden beroofd en dat hij nu deed alsof hij behulpzaam was, zodat zijn kameraden met de buit van de tolweg af konden komen. Dan was het dus de vraag of hij nu de politie aan het bellen was, of dat hij gewoon een toneelstukje opvoerde. Ik spreek geen Catalaans, maar waar het op Spaans lijkt begrijp ik er nog wel het een en ander van, en al bij al leek hij toch wel echt de politie aan de lijn te hebben.
English, zei hij en hij gaf de telefoon aan mij. Hello? Een stem aan de andere kant van de lijn vroeg wat er was gebeurd en of we nog benzine hadden. Ja, zei ik, een volle tank. In dat geval moesten we veertien kilometer verderop naar het politiebureau komen, dan konden ze onze aangifte opnemen. Maar we staan op de tolweg en we hebben geen geld meer, zei ik. Het werd stil aan de andere kant. Then we come to you. Stay there, we will be there in twenty minutes.

Ik gaf de telefoon terug aan de man met de glimmende auto en de medelijdende blik en keek nog eens goed naar hem. Hoe moest ik hem inschatten? Speelde hij onder een hoedje met de winkelmevrouw die wat toegestopt kreeg als ze maar steevast zou weigeren de politie te bellen? En gingen wij dan nu zitten wachten op de politie zonder dat iemand de politie daadwerkelijk had ingelicht? Waarmee we die gasten alleen maar meer tijd gaven om van de tolweg te komen? En als ik hem niet vertrouwde, wat waren dan nog de andere opties?

Wordt vervolgd.