Stukjes in het wild

Hoe onze vakantie onbe­staan­de werd (5)

Lees eerst deel 1, 23 en 4.

Een sigaret. Als je nooit verslaafd bent geweest, zul je denken dat we wel iets anders aan ons hoofd hadden dan een sigaret, maar als je dat wel bent geweest dan weet je: dit was een moment voor een sigaret. Marcos was weg en wij stonden in de felle zon te trillen op onze benen. In de auto lagen nog zes siga­ret­ten, alle andere pakjes en mijn elek­tro­ni­sche sigaret waren gestolen. We hadden er elk nog drie, keken elkaar een fractie van een seconde aan en staken er een op. We wisten niet hoe lang we nog met die twee andere siga­ret­ten moesten doen, maar over dit moment was geen twijfel mogelijk: dit was een moment voor een sigaret.

We voelden ons  onge­mak­ke­lijk, wisten niet of we in de auto moesten gaan zitten of ernaast moesten gaan staan, of we misschien de ‘echte’ politie moesten zien te bellen of een ander slim plan moesten bedenken. Voor een con­trol­freak zoals ik was het een uitermate onver­kwik­ke­lijk moment.

We over­leg­den, staand naast de auto. Wat nu? Wachten? Op de politie? Maar komt die wel? En waarom ging Marcos dan weg vóórdat de politie kwam? Terwijl we over­leg­den checkten we steeds opnieuw of de autodeur die we niet in het zicht hadden wel op slot was. We moeten iemand aan­spre­ken, zei ik. Misschien moeten we Neder­lan­ders of Belgen zoeken. Iemand die ons kan helpen om de politie nog een keer te bellen. Voor de zekerheid. We keken om ons heen: een paar auto’s, een paar vracht­wa­gens. Geen mensen. We dwaalden over de par­keer­plaats en zagen alleen maar Spaanse num­mer­bor­den. Tijdens de zes dagen vakantie die we al achter de rug hadden, waren we in Frankrijk steeds op uit de kluiten gewassen hyper‐internationale tank­sta­ti­ons beland, maar hier, op ons eerste tank­sta­ti­on in Spanje, was alles ineens in‐ en in‐Catalaans.

We liepen terug naar de auto. De zon was veel te heet en om en om sput­ter­den we nog eens hoe belabberd onze voor­uit­zich­ten waren. Het voelde raar om te gaan zitten wachten, maar we waren allebei helemaal blanco. Want als de politie niet zou komen, wat dan? De onwel­wil­len­de win­kel­me­vrouw en de Spaanse num­mer­bor­den waren de enige opties, en op die gedachte blok­keer­den we allebei volkomen.

De minuten ver­stre­ken, we wilden nog een sigaret, maar namen er geen, en langzaam trok het gierende gevoel vanbinnen aan. Het leek op ver­liefd­heid, maar dan zonder de hoop. De politie liet lang op zich wachten. Te lang. Marcos begon weer door mijn hoofd te spelen. Wat als hij inderdaad een hand­lan­ger was? Dan waren ze nu al van de peaje, en dan zou ik mijn o zo mooie tas nooit meer terugzien. Dan waren we alles defi­ni­tief kwijt, dan wisten we niet waar we vanavond moesten slapen en dan moesten we opnieuw iemand in ver­trou­wen nemen die voor ons de politie kon bellen.

Na nog eens minu­ten­lang in de zin­de­ren­de hitte naar de oprit staren, verscheen het autootje van de politie. Achteraf gezien voelde ik me op dat ogenblik over­dre­ven opgelucht. Iets in mij dacht dat het nu snel zou gaan, dat ze ‘n een of ander protocol hadden voor toeristen in een situatie als de onze, en dat alles duidelijk zou worden als we ons vanaf nu zouden laten meevoeren op hun wet­ma­tig­he­den.

Er stapten vier agenten uit het kleine politie‐autootje, wat ik een bemoe­di­gen­de hoe­veel­heid vond, maar slechts een van hen sprak een heel klein beetje Frans en een nog kleiner beetje Engels met een vettig Catalaans accent. Even flitste er door mijn hoofd dat de agenten ook in het complot zaten, want wat was een betere manier van tijd rekken dan een eindeloze spraak­ver­war­ring? Maar ik besloot me nu maar even over te geven aan de situatie. We legden uit wat er was gebeurd in een men­gel­moes van Spaans, Frans en Engels. Ze vroegen hoe de man eruit zag, hoe de tassen eruit­za­gen, hoe zijn auto eruitzag, het num­mer­bord, het merk, de kleur. We vertelden wat we zelf hadden gezien en wat Marcos had gezien. Wie is Marcos? vroegen ze. Ik gaf ze het briefje met het num­mer­bord en het tele­foon­num­mer en ik probeerde uit te leggen dat ik geen idee had of Marcos te ver­trou­wen was, maar dat ze hem misschien konden bellen. De agenten keken veelal glazig als ik iets zei en de agent die een klein beetje Frans en een nog kleiner beetje Engels kon, kreeg rode vlekken in zijn nek.

Zouden jullie de daders herkennen als jullie ze zagen? vroeg de agent met de rode vlekken in zijn nek. We knikten, die ene die ons had afgeleid zouden we zeker herkennen. Willen jullie dan even met ons meekomen? We willen jullie iemand laten zien. Even raakte ik in paniek. Weg bij de auto? Bij het enige dat we nog bezitten? En waar gaan we dan heen? Maar ver­vol­gens overviel me opnieuw een over­dre­ven gevoel van opluch­ting. Marcos was gewoon betrouw­baar geweest, ze hadden het num­mer­bord al direct na het tele­foon­tje geseind. En in de tijd die wij hadden besteed aan wachten op de politie was de hele regio in rep en roer geweest. Bij het betaal­sta­ti­on van de tolweg waren deze gasten tegen­ge­hou­den in een Nissan QashQai met het num­mer­bord dat Marcos had opgegeven en de politie ging ons nu ergens naartoe brengen waar wij hem zouden iden­ti­fi­ce­ren. Ver­vol­gens zouden ze onze tassen mét inhoud terug­vin­den, waarna ze ons zouden terug­bren­gen naar onze eigen auto. Vanavond zouden Wannes en ik met een gerust hart, en eind goed al goed, in de auto op weg zijn naar de rest van de vakantie.

Sorry dat het zo lang duurt. Als chro­ni­sche piekeraar heb ik er behoefte aan elk feitje een keer op te schrijven om de plaat die in mijn hoofd in een kras is blijven hangen tot zwijgen te brengen. Mocht het je storen: wacht een paar weken, kom dan terug en lees alles in één keer.
Hoe dan ook: wordt vervolgd.

2 reacties

  • Josefine Sweerman

    Hoewel de situatie ver­schrik­ke­lijk moet zijn geweest, is de manier waarop je het opschrijft een boek waardig. Misschien later, als de spanning, de angst over alles wat jullie mee­maak­ten een beetje is weggeëbd, kun je het uitwerken tot een spannende novelle?

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.