Juist, we moeten maar wat meer ons best doen

Als je de topvrouwen in De Standaard bezig hoort over gelijke kansen, lijkt het er toch op neer te komen dat wie niet aan die top geraakt, het vooral aan zichzelf te danken heeft, vindt Maartje Luif.

Wie? Schrijfster en columniste.
Wat? Het discours van de topvrouwen in deze krant lijkt het glazen plafond te reduceren tot motivatie en lef. Dat is toch wat kort door de bocht.

Laat ik vooropstellen dat ik iedereen die gelijkheid tussen mannen en vrouwen een warm hart toedraagt, een podium over dat onderwerp gun. Tot zover was ik dus dik tevreden met het artikel ‘Topvrouwen over gelijke kansen’ (DS 13 mei). Maar de vraag is of deze wegbereiders met hun uitspraken de goede zaak een dienst bewezen. Juist bij een onderwerp als ‘modern feminisme’ steken de klassieke drogredenen dikwijls de kop op en het zijn vooral die vastgeroeste denkfouten die ervoor verantwoordelijk zijn dat ondanks overtuigend cijfermateriaal de urgentie van een moderne strijd voor gelijkheid vaak wordt onderschat.

Je zou kunnen zeggen dat ik selectief citeer door slechts één quote per persoon uit het artikel met de topvrouwen voor te schotelen, maar je kunt ook zeggen dat ik me nog heb ingehouden. In elk interview, behalve dat van Françoise Chombar, de ceo van Melexis, trof ik meerdere citaten waaruit bleek dat zorgvuldigheid en denkhygiëne op het gebied van maatschappelijk verankerd seksisme ook bij de weldenkenden vaak ontbreekt.

Caroline Pauwels, rector van de VUB: ‘Als je kinderen krijgt, wordt het wel moeilijker. Dat geldt ook voor mannen. Maar vrouwen denken sneller dat ze de combinatie niet aankunnen, zodat ze niet solliciteren voor bepaalde jobs.’
Dus de redenering is: vrouwen dénken dat ze het niet aankunnen? Uit het Belgisch Tijdsbestedingsonderzoek van de VUB uit 2015 blijkt dat de verdeling van het werk tussen mannen en vrouwen nog altijd het traditionele rollenpatroon volgt: mannen besteden ruim 6 uur per week meer aan betaald werk, vrouwen 8 uur meer aan huishoudelijk werk en 1,5 uur meer aan kinderzorg, bovendien hebben mannen bijna 6 uur meer vrije tijd. Maar in deze redenering ligt het dus vooral aan de vrouwen. Die moeten niet zo zeuren over die combinatie van werk en zorg, maar gewoon wat positiever denken. Toe maar! Hou maar 23 bordjes in de lucht! Je kunt het!

Issabelle Mazzara, hoofd FOD Binnenlandse Zaken: ‘Er wordt veel gepraat over het glazen plafond, maar verandering komt het snelst als je er zelf aan deelneemt.’
Hier moest ik mijn lach inhouden: we moeten niet lullen over vrouwen die niet mogen deelnemen, ze moeten gewoon deelnemen. We kunnen wel praten over mensen in dictaturen, maar laat ze eerst eens een fatsoenlijke democratie invoeren. En waarom zouden we stilstaan bij discriminatie van mensen met een buitenlandse achternaam op de arbeidsmarkt? Misschien moeten die mensen gewoon eens aan het werk gaan. Tijd voor de lachband.

Sonja De Becker, voorzitter Boerenbond: ‘Volgens mij zijn er vandaag geen bedrijven in de groep van de Boerenbond die vrouwen minder kansen geven dan mannen. Dat vrouwen wel degelijk kansen krijgen, daarvan ben ik een bewijs.’
Dit is er een van het kaliber: mijn vader heeft zijn hele leven gerookt en hij is er 98 mee geworden. Een middelvinger naar de statistieken omdat er ook uitzonderingen zijn. En als je haar opmerking ‘noch tijdens mijn studie, noch in mijn beroepsleven ben ik benadeeld omdat ik een vrouw ben, maar ik heb me ook altijd gesmeten, en me volledig in dossiers vastgebeten’ in ogenschouw neemt, dan kun je je niet aan het idee onttrekken dat het dus eigenlijk ‘eigen schuld dikke bult’ is, die achterstand. Hadden die vrouwen zich maar wat meer moeten smijten.

Gwendolyn Rutten, voorzitter Open VLD: ‘De moederschapsrust is veel langer dan medisch noodzakelijk is. Daardoor riskeren we dat het een gewoonte wordt dat vrouwen thuisblijven voor de kinderen. Ik vind dat de overheid die zorgperiode neutraal moet maken: het verlof na een bevalling mag niet toegespitst zijn op de vrouw alleen.’
Rutten vindt dus dat de moederschapsrust veel te lang is en het verlof na de bevalling niet toegespitst mag zijn op de vrouw alleen. Maar het is niet het moederschapsverlof dat te lang is, het vaderschapsverlof is te kort. Als wij, voorstanders van gelijkheid, nu eens het referentiekader kantelen in plaats van het steeds maar weer te bevestigen.

Michèle Sioen, ceo en voorzitter VBO: ‘Ik ben tegen quota. Er zijn nu eenmaal te weinig vrouwelijke bestuurders met voldoende ervaring.’
Ik ben dol op een goede cirkelredenering op zijn tijd. Dit is een mooie: er zijn te weinig vrouwen in het bedrijfsleven, maar een quotum is geen oplossing want er zijn te weinig vrouwen (al enige tijd) in het bedrijfsleven. Met uw welnemen ga ik er even bij liggen.

Michèle Coninsx, president Eurojust: ‘Ik ben ervan overtuigd dat gedrevenheid en passie iemand brengen tot de functie die ik bekleed. Ik ben geraakt waar ik nu ben door in te gaan op opportuniteiten als ze zich voordeden en dan resultaten te boeken. Het heeft weinig zin om erover te blijven discussiëren, het is nu een kwestie van doen.’
Eigenlijk zou ik hier kunnen schrijven: zie het commentaar bij Sonja De Becker van de Boerenbond, maar laat ik eindigen met een droombeeld.
Wat zou het heerlijk zijn als het hele probleem van vrouwelijke achterstand in die slappe karaktertjes van al die vrouwen zou zitten. Dat elke individuele vrouw zich zou kunnen onttrekken aan die grotere kans op onderbetaling, armoede en selectieachterstand als ze maar wat beter haar best zou doen en gewoon deel zou nemen. En dat we met ‘niet zeuren maar poetsen’ het glazen plafond zo schoon kunnen krijgen dat het niet alleen lijkt alsof het er niet is, maar dat het er ook gewoon echt niet is.

Dit opiniestuk verscheen op zaterdag 14 mei 2016 in De Standaard.