Na 96 uur debat­te­ren

Eén ding had ik me voor­ge­no­men toen ik het Zwarte Pieten‐stuk schreef: het gaat niet om mijn gelijk, het gaat überhaupt niet om mij, het gaat om het bewust­zijn dat er uit­slui­tings­me­cha­nis­men zitten in ‘klei­nig­he­den’ als Zwarte Piet en dat een beetje omzich­tig­heid in col­lec­tie­ve uitingen dús op zijn plaats is.

Dat uit­gangs­punt – het gaat niet om mijn gelijk – had tot gevolg dat ik álle gesprek­ken aan moest gaan, het ging mij er immers niet om dat de ver­schil­len­de groepen op een eilandje hun mid­del­vin­ger naar elkaar zouden opsteken, maar dat er in de samen­le­ving een vleugje bewust­zijn door­dringt van de problemen die ste­reo­tie­pe beeld­vor­ming oplevert. Dat doe je niet door te zeggen: ja doei, rot maar op met je andere mening, maar door zo open mogelijk het gesprek met elkaar aan te gaan. Er waren vier problemen bij dat open gesprek:

De Neder­lan­ders

Er zijn veel Neder­lan­ders onder mijn volgers die over het algemeen een veel beter, breder, langer en door­wroch­ter debat achter de rug hebben. Voor hen was mijn stuk een herhaling van zetten en ik denk zelfs dat ze de indruk kregen dat ik ter eigener eer en glorie nog eens een paar zetten terugging. Simpelweg omdat Neder­lan­ders niet beseffen dat in Vlaan­de­ren het debat over beeld­vor­ming nog nau­we­lijks is begonnen.

De Vlamingen

Vlamingen zijn doorgaans geen debaters, in tegen­stel­ling tot de Amster­dam­se en Utrechtse kringen waarin ik de eerste dertig jaar van mijn leven door­bracht. Dat heeft tot gevolg dat er misschien wel veel mensen zijn die mijn mening delen, maar die laten zich vaak niet horen omdat ze niet betrokken willen raken bij de discussie. En als ze zich wel mengen, doen ze dat sneller achter de schermen, in de mail of in een pri­vé­be­richt. In Vlaan­de­ren heb ik veel sneller het idee dat ik er alleen voor sta.

De retoriek

Een open gesprek met mensen die reto­ri­sche val­strik­ken opzetten, is lastig. Proberen je punt te maken temidden van de ad hominems, glijdende schalen en manke ver­ge­lij­kin­gen is frus­tre­rend, voor je het weet ga je zelf mee in de schof­fe­rin­gen. Beleefd blijven tegen mensen die geen enkele moeite doen om beleefd tegen jou te blijven is een ware even­wichts­oe­fe­ning. Twee keer heb ik de afgelopen dagen sarcasme met sarcasme beant­woord en twee keer had ik direct daarna al spijt.

De hoe­veel­heid

De reacties kwamen op talloze platforms binnen: twitter, twitter‐dm, facebook, facebook‐pm, mail, real life, de facebook­pa­gi­na van De Standaard, de website van De Standaard en mijn eigen website. Omdat ik besloten had elk gesprek even serieus te nemen, moest ik een selectie maken. Ik kon immers niet honderden serieuze gesprek­ken tegelijk voeren. Daarom heb ik twee dis­cus­sie­plek­ken ach­ter­we­ge gelaten: de facebook­pa­gi­na van De Standaard en de website van De Standaard. Op álle andere plekken heb ik waar mogelijk gere­a­geerd met uit­ge­brei­de en genu­an­ceer­de ant­woor­den.

Inmiddels begint de stroom reacties op te drogen. Toen ik van­och­tend wakker werd – dag 5 – lagen er nog maar vier berichten te wachten.

Mijn indruk na vier dagen heel intensief dis­cus­si­ë­ren is als volgt: onder mijn volgers en de lezers van De Standaard is het aantal mensen dat er ongeveer zo over denkt als ik iets hoger dan het Vlaamse en Neder­land­se gemid­del­de, gok ik. Maar de mede­stan­ders hielden zich veel stiller, waardoor mijn artikel zeker 90 procent negatieve of licht‐negatieve reacties opleverde. Een over­zicht­je:

De starren

Je hebt de starre debaters die heel erg bezig zijn met traditie en ‘onze’ cultuur, of met ‘dan moeten die min­der­he­den maar niet zo over­ge­voe­lig doen’ of met uit­schel­den, vic­tim­bla­men, kleineren, dis­cri­mi­ne­ren (‘ga terug naar je eigen land!’) en omdraaien (‘wij worden gedis­cri­mi­neerd!’). Dat waren niet erg vrucht­ba­re gesprek­ken, maar zelfs die cor­res­pon­den­ties draaiden uit­ein­de­lijk wel uit op een rustig uit­wis­se­len van argu­men­ten.

De olie‐op‐het‐vuur‐verwijters

Je hebt de mensen die het in grote lijnen met me eens zijn, maar die door de hyper­bo­len in mijn stuk getrig­gerd raken en vinden dat ik door mijn onge­nu­an­ceer­de houding olie op het vuur gooi. Die gesprek­ken liepen vaak met een sisser af omdat ik na mijn 850 woorden in De Standaard de ruimte nam om in heel veel extra woorden mijn hyper­bo­len toe te lichten.

De pick‐your‐battle‐aanhangers

Die olie‐op‐het‐vuur‐verwijters over­lap­pen deels met de prag­ma­ti­sche pick‐your‐battle‐aanhangers: zij die vinden dat er belang­rij­ke­re problemen omtrent racisme zijn en er daarom geen bezwaar in zien kleinere problemen te baga­tel­li­se­ren. Het mag duidelijk zijn dat ik dat wel pro­ble­ma­tisch vind.

De bac­klas­hers

Onder hen bevinden zich de mensen die van mening zijn dat types als ik de oorzaak zijn van de aan­trek­kings­kracht van Trump, Dewinter en Wilders. Zij vinden dat we geen detail­kri­tiek moeten leveren, omdat de popu­lis­ten­lief­heb­bers zich dan ‘om niks’ genood­zaakt zien hun vuil­bek­ken­de politici in het zadel te helpen. In die kringen vind je ook de mensen felle anti‐racisten beschul­di­gen van het aan­wak­ke­ren van racisme. Al deze mensen wijzen naar een paradox die ik niet zal ontkennen, maar waarvan ik niet denk dat de oplossing ligt in de problemen van steeds dezelfde mensen baga­tel­li­se­ren.

De ont­ken­ners van identity‐politics

Tot slot heb je de felle ont­ken­ners van ‘identity politics’ die vinden dat mijn hele insteek een ver­gif­tigd debat oplevert en die gruwelen van het discours van white privilege en white fragility dat ik in mijn artikel aansneed. Het moeilijke aan deze gesprek­ken was dat we uit­ein­de­lijk vaak wel hetzelfde doel nastreven (struc­tu­re­le uit­slui­ting een halt toeroepen) maar zij ver­af­schu­wen mijn analyse en ik snap niet waarom zij dit soort gepri­vi­le­gi­eerd­heid geen plaats geven in een onge­lijk­heids­de­bat.

Of ik mensen heb weten te over­tui­gen van het belang van aandacht voor ste­reo­tie­pe beeld­vor­ming kan ik niet goed nagaan. Ik weet wel dat het debat in Nederland elk jaar een heel kleine ver­schui­ving oplevert, richting meer bewust­zijn en meer begrip voor de negatieve gevolgen van ste­reo­ty­pe­ring (vergelijk 2013 met 2014 en 2015). Natuur­lijk hoop ik dat de dialoog waar ik zojuist vier dagen aan besteed heb ook in Vlaan­de­ren iets der­ge­lijks teweeg­brengt.

Twee dingen heeft mijn stuk zeker opge­le­verd:

Steun

Steun aan mensen die niet of weinig gehoord worden. Elke keer dat ik stig­ma­ti­se­ring en ste­reo­ty­pe­ring aansnijd in mijn opi­nie­stuk­ken krijg ik brieven van mensen die blij zijn dat ik aan hun kant sta, of die opgelucht zijn dat ik hun gedachten heb verwoord zoals ze het zelf niet durven of kunnen. Opvallend vaak staat er iets als: ik probeer vaak aan vrienden uit te leggen waarom ik me gedis­cri­mi­neerd voel, nu kan ik ze jouw stuk laten lezen. Dat lijkt me pure winst.

Dialoog

Een ding hoorde ik de afgelopen dagen erg vaak: ‘Ik heb zelden zo’n genu­an­ceer­de discussie gezien over dit onderwerp.’ En hoewel ik me goed kan voor­stel­len dat het geduld van de gedis­cri­mi­neer­den al tijden op is, denk ik dat het toch altijd daar om draait: dialoog, nuances, begrip, tijd. En hoeveel ik ook over me heen heb gekregen de afgelopen dagen, als er een opgelucht ‘wat is het gesprek hier open!’ klinkt, ben ik toch blij met hoe het is gegaan.

2 reacties

  1. Sanne Roemen

    Ik vind het zo ont­zet­tend knap van je dat je er helemaal open in bleef staan en dat je het gesprek zo vaak zo goed wist om te buigen naar een dialoog. Dikke vette diepe buiging voor jou lady! Super­be­lang­rijk om het zo te doen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.