Waarom Choco niet door het luikje gaat (2)

Een jaar geleden schreef ik Waarom Choco niet door het luikje wil en sindsdien vraagt men mij regel­ma­tig: is ze er al doorheen geweest? Een antwoord in drie delen.

1. Ja

Ja, ze is er al doorheen geweest. Het duurde even voor we het door­had­den, want het luikje zit in de kelder, dus we betrapten haar nooit op heterdaad en steeds als ze ergens was, was het de vraag hoe ze daar was gekomen. Dan volgde een eindeloze recon­struc­tie: heb jij haar bui­ten­ge­la­ten? Ja? Hoe laat? En heb je haar daarna nog bin­nen­ge­la­ten? Enzovoort et cetera. Toen de slot­con­clu­sie steeds vaker was: ze is binnen terwijl niemand haar heeft bin­nen­ge­la­ten, durfden we de Mexican wave aan te zwengelen: hoera! Choco is door het luikje! Na vier maanden tover­spreu­ken en gemar­chan­deer, koos de adre­na­li­ne­poes eieren voor haar geld.

Het ging niet van harte. Ze sprong altijd eerst op de ven­ster­bank naast de keu­ken­deur om te kijken of er echt niemand was die ze kon raken op een zwakke plek met haar bezwe­ren­de gepiep – voor wie het gepiep van Choco niet kent: cuteness. Als wij onze rug recht hielden maar zichtbaar waren, bleef het gepiep aanhouden totdat we haar a. bin­nen­lie­ten, b. de kamer uit gingen of c. het gordijn dicht­de­den. In eerste instantie waren we gedis­ci­pli­neerd. We door­ston­den het gepiep of we maakten onszelf onzicht­baar. Maar het gevoel gekke Henkie niet te zijn nam toe en naarmate de tijd vorderde, was ik het beu om haar tot in de eeu­wig­heid te laten piepen, of om het rol­gor­dijn te moeten neerlaten, of om de kamer de verlaten, of om … Het gevolg was dat we een zwalk­be­leid han­teer­den, variërend van nou, oké, kom dan maar tot nee, je weet heus wel waar het luikje is. Bovendien wisten we inmiddels wél zeker dat ze zo nu en dan door het luikje bin­nen­kwam, maar we hadden eigenlijk geen idee of ze ook wel eens door het luikje naar buiten ging.

2. Het werd zomer

De zomer naderde en voor het eerst in drie jaar waren we van plan nog eens voor langere tijd op vakantie te gaan. Omdat een rooster van een paar ver­schil­len­de oppassers op afstand – wat we altijd deden toen Mike nog leefde, zie punt 5 – geen optie meer is sinds Choco de vorige keer twee weken lang onder ons bed is blijven zitten, kozen we ervoor iemand te zoeken die in ons huis wilde bivak­ke­ren om de moeilijk te hanteren poes houvast te geven. We wisten dat het niet zalig­ma­kend zou zijn, want Choco raakt van elke kuch uit evenwicht, dus iemand met een vreemde stem, vreemde geuren, vreemde gewoonten en een vreemd bioritme zou ze hoe dan ook als een niet te bevatten inbreuk op haar leven en haar huis ervaren, maar we hoopten dat als ze maar elke dag op ongeveer de normale tijd­stip­pen eten zou krijgen, ze toch een beetje minder verknipt uit de vakantie zou komen dan met eender welke andere oplossing.

Zodoende ver­trok­ken we begin juni met een gerust hart richting Zuid-Frankrijk. Die drie weken werden onver­hoopt ruim één week, en toen we thuis­kwa­men, lag er een briefje van de poe­zen­op­pas. Dat ze het fijn had gehad, dat ze hoopte dat wij gauw over onze shit heen waren, dat we een leuk huis hadden met fijne spul­le­tjes en een leuke tuin, maar dat we wel behept waren met een asociale kat. Navraag leerde dat de poe­zen­op­pas acht dagen lang vooral om de hoek ver­dwij­nen­de staarten had gezien. Niettemin had Choco elke dag stiekem gegeten, ze was kern­ge­zond, en hoewel de week van angst uit haar ogen gulpte – er was een vreemde vrouw in mijn huis! – had ze ons vrij snel vergeven.

Over één ding was ik opgetogen die eerste week dat we terug waren: toen Wannes en ik met onze tassen bin­nen­kwa­men, hadden we ook een staart om de hoek zien ver­dwij­nen, precies zoals de poe­zen­op­pas beschreef. Die staart verdween om de hoek van de kel­der­deur en toen ik mijn eerste stappen in de kamer zette en door de tuindeur naar buiten keek, zag ik Choco onder het terras van de buurman kruipen. Kortom: Choco ging nu ook door het luikje naar buiten. Pure winst! Want hoewel het jammer is dat we een asociale poes hebben – ze had in het luikje immers een bond­ge­noot gevonden tégen de poe­zen­op­pas – ben ik het punt van huilen om gemorste melk al enige tijd voorbij. Deze kat dwingt je nu eenmaal tot het tellen der zege­nin­gen en dit was er een. Eind goed al goed!

Onze tweede poging tot vakantie duurde onver­hoopt maar drie dagen en drie dagen alleen is Choco wel gewend door onze week­end­jes in Amsterdam. Omdat die drie dagen een week hadden moeten zijn, en omdat die trip nogal onver­wacht was, hadden we een oppasser op afstand inge­scha­keld die haar kwam voeren. En ook deze keer wisten we dat ze zou flippen omdat we haar ijzeren ritme zo rau­we­lings overhoop gooiden, maar we gingen ervan uit dat ze ons ook dit keer snel zou vergeven. Toen we thuis­kwa­men, vonden we één plasje onder mijn bureau, maar verder had ze gegeten, was ze gezond, en omdat het slechts drie dagen waren geweest, was het akke­fiet­je spoedig bijgelegd. Het was zomer en in de weken die volgden, stonden de deuren en ramen vaak open, dus de Kwestie Luikje raakte wat op de ach­ter­grond en zo ver­trok­ken we – ons van geen kwaad bewust – op vakan­tie­po­ging 3.

(lees verder onder de foto)

choco_luikje_2

3. Nee

Toen we na een week bin­nen­kwa­men rook het op zijn zachtst gezegd onfris. We speurden naar de bron en stuitten algauw op een rond matje van een meter doorsnede onder mijn bureau dat bezaaid was met drollen en loodzwaar bleek van de kattenpis. Het voordeel: ze had zich beperkt tot die ene cirkel, dus het was opgelost met het matje in een zak doen en de zak dicht­kno­pen. Het nadeel: als Choco bij mooi weer binnen zeikt en dat niet in de kattenbak doet, dan wil ze kennelijk niet meer door het luikje, dan is er dus shit going on in haar hoofd, en dan ligt er gega­ran­deerd weer een project in het voor­uit­zicht.

Het een déjà vu noemen zou een under­sta­te­ment zijn, ze wil immers niet alleen niet meer door het luikje, ze heeft ook de kattenbak uit haar leven verbannen. Die fuck-up hadden we alweer een tijdje niet gehad. Zolang het zomer was en de deur met enige regelmaat openstond was dat te doen, maar nu het kouder wordt en ik uiteraard weiger ten behoeve van mijn geschifte poes te ver­kleu­men, is er sprake van con­flic­te­ren­de belangen waarbij wij per definitie aan het kortste eind trekken, want madame gaat niet zelf de magic circle van drollen en pis in een vuil­nis­zak doen en asse­poes­ge­wijs de vloer boenen.

Er staat bin­nen­kort een drien­achten­trip op het programma, de kattenbak is sinds juni niet gebruikt en tijdens de dagen dat we weg zijn, zal ze op geen andere manier naar buiten kunnen dan langs het luikje. We hebben punt 10 uit Waarom Choco niet door het luikje gaat (1) alweer meer dan eens over­tre­den, dus het enige wat ons rest is bang afwachten en instem­mend knikken bij die belegen grap van ‘een hond heeft een baas en een kat heeft personeel’.

Om antwoord te geven op de vraag of Choco na anderhalf jaar al door het luikje gaat: heb je even?

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.