Waarom ik niet ga stemmen voor het referendum

In principe maak ik altijd gebruik van mijn stemrecht. Ik ben niet heel dol op de democratie die we nu hebben, maar zolang er geen beloftevolle revolutie gaande is, ben ik liever een speler aan de tafel dan een wachter aan de zijlijn. Dus mijn eerste principe is: altijd stemmen.

Toch ga ik niet stemmen voor het raadgevend referendum over de wet tot goedkeuring van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne op 6 april 2016.

Om te beginnen ben ik in grote lijnen voor een representatieve democratie en tegen een directe democratie. Er zijn wel wat kleine nuances aan te brengen, maar globaal gezien vind ik het idioot dat mensen mij zouden vragen of er een snelweg verbreed, een wet ondertekend of een belasting verlaagd moet worden, terwijl ik per definitie niet voldoende geïnformeerd ben om zo’n vraag te beantwoorden – en dat geldt voor de overgrote meerderheid van de mensen aan wie zo’n referendumvraag gesteld wordt. In een vertegenwoordigende democratie wijs je een groepje mensen aan dat zich namens jou in van alles en nog wat zal verdiepen. Dat lijkt me het slimmere systeem.

Door de jaren heen heb ik een zwalkstrategie gevoerd als het aankwam op referenda: soms stemde ik niet, want ik was immers tegen referenda, soms stemde ik wel, omdat ik de uitkomst zo belangrijk vond en de vraag zo behapbaar dat gewicht in de schaal leggen me beter leek dan een passief statement maken, bijvoorbeeld toen ze van me wilden weten of Amsterdam autoluw moest worden. En ooit stemde ik eens uit baldadigheid, namelijk toen ze me vroegen of de Vrije Geer, een weilandje in West waar ik nog nooit van had gehoord, moest blijven of verdwijnen. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen niet op te komen voor een weilandje.

Of ik ooit echt een gedisciplineerde referendumstemweigeraar word, weet ik niet, maar nu het raadgevend referendum over de wet tot goedkeuring van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne voor de deur staat, is het wel gemakkelijk om principieel te zijn. Er zijn meerdere redenen waarom ik deze keer zeker weet dat ik hoe dan ook niet wil stemmen.

1. Ik ben tegen referenda.
2. Ik ben nog meer tegen willekeurige referenda.
3. Ik heb een hartgrondige hekel aan de denkfouten van GeenStijl en hun achterban.
4. Ik gun de organisatoren geen succes.

De vraag of de EU wel of niet dat Associatieverdrag met Oekraïne moet sluiten, kan en wil ik niet beantwoorden. Dat ga ik dus ook niet doen. En een blanco stem is ook niet aan de orde, want dan speel je het spelletje toch weer mee, bovendien draagt een blanco stem bij aan het succes van de organisatoren. Die kunnen dan zeggen: kijk eens hoeveel mensen er zijn gaan stemmen.

Goed, dat is duidelijk. Niet stemmen.

Maar als Nederlander in het buitenland kan ik dan nog twee dingen doen: passief niet-stemmen of actief niet-stemmen. Nederlanders binnen Nederland hoeven zich niet te registreren, die zijn sowieso ‘kiezer’ als ze boven de achttien zijn en ingeschreven staan in een gemeente. Zij krijgen automatisch een stembiljet toegestuurd op het adres waarop ze staan ingeschreven.

Voor Nederlanders in het buitenland geldt dat niet. Die moeten zich voor elke verkiezing registreren. Als ik me niet registreer krijg ik geen stemformulier en kan ik niet stemmen. Als ik me wel registreer, ontvang ik bijtijds een stembiljet dat ik per post moet opsturen naar de gemeente Den Haag, het kiesdistrict dat de verkiezingen voor Nederlanders in het buitenland afhandelt.

Omdat ik de organisatoren geen succes gun is het belangrijk dat ik invloed uitoefen op de rekensom die uiteindelijk bepaalt of het referendum een succes wordt. In die rekensom zal het aantal uitgebrachte stemmen afgewogen worden tegen het aantal kiesgerechtigden. Als ik wil bijdragen aan een schamele opkomst, zal ik het aantal kiesgerechtigden omhoog moeten brengen, en voor zover ik weet hoor ik niet bij die groep zolang me niet registreer, en dús zal ik me moeten registeren. Als ik het stembiljet vervolgens ontvang zal ik het met liefde bij het oud papier leggen.

NB Mocht je je afvragen waarom ik hier nu al over begin: Nederlanders in het buitenland moeten in februari al beslissen of ze zich willen registreren, dus ik moest erover nadenken.