Wijs ook je nonkel eens op sluimerend racisme

Richt je niet alleen op de uitwassen van racisme bij clubjes die niet je vrienden zijn, schrijft Maartje Luif, want het ‘afvoerputje’ begint bij onszelf.

Vanochtend kreeg ik een Facebookverzoek van Michael, de jongen met wie ik dertig jaar geleden voor de eerste keer tongde. Ik had hem een paar jaar geleden al eens opgezocht op Facebook, hem ‘bevriend’ en hem meteen weer ‘ontvriend’ vanwege zijn rabiate migrantenhaat en zijn rechts-nationalistische geblaat. Maar kennelijk dacht hij dat mijn eenzijdige opzegging per ongeluk was en dus stond hij opnieuw bij de vriendschapsverzoeken.

Mijn eerste reactie was: nee zeg, niet weer dat racistische gedoe, maar toen dacht ik: wat als iedereen dat denkt? Wat als ik en mijn Facebookvriendjes in ons coconnetje blijven zitten? Wie spreekt dan die gasten aan die racistische praat verkopen op de Facebookpagina van de Vlaamse Verdedigings Liga na de dood van een vijftienjarige jongen uit Genk? Wie spreekt mijn Michael aan op zijn giftige denktrant? Wie probeert ze tot rede te brengen?

Aanpassen aan ‘onze’ waarden

‘Het afvoerputje’ worden sociale media en krantencommentaren vaak genoemd. Dat klinkt natuurlijk goed, een soort riool waar alleen het laagste van het laagste in terechtkomt en waar wij als propere pompbakvulling uiteraard niet bij horen. Wij zijn geen racist. Het afvoerputje: dat zijn de anderen.

Maar we mogen niet vergeten dat de grote brokken die we in het afvoerputje vinden – van die vieze brokken die je doen kokhalzen als je ze eruitvist – voortkomen uit de soep die we eerder zelf hebben bereid. Een soep waarin nationalisme, het afwijzen van andersdenkenden en het focussen op aanpassing aan ‘onze’ waarden en ‘onze’ samenleving tot een kookpunt is gebracht.

Natuurlijk kunnen we ons niet verantwoordelijk voelen voor alle schreeuwers en trollen op internet, maar we kunnen sluimerend racisme in en om het huis wel vaker ter discussie stellen en toegeven dat racisme niet alleen onder die ene tegel van de Vlaamse Verdedigings Liga te vinden is, maar ook op onze socialemediakanalen, op verjaardagsfeestjes en op ons werk. Het is gemakkelijk fulmineren tegen mensen die je niet kent omdat ze bij een schimmig nationalistisch clubje horen en dus godzijdank niet jouw vrienden zijn, maar we komen allemaal wel eens iemand tegen die het woord ‘neger’ of ‘zwartje’ nog steeds gebruikt, we kennen allemaal mensen die ondanks de afkeuring van het VN-Comité voor uitbanning van rassendiscriminatie het fenomeen Zwarte Piet geen enkel probleem vinden, of iemand die hamert op ‘onze’ waarden, ‘onze’ samenleving en daarmee eender welke ‘ander’ al bij voorbaat verdacht maakt.

De lieve vrede

Het afvoerputje begint bij onszelf, onze naasten en bekenden. Mensen met wie je, als je het belangrijk genoeg vindt, een gesprek kunt aangaan: je baas, je nonkel, mensen met wie je ooit tongde. Dat is niet gemakkelijk, want er zijn namelijk nogal wat obstakels bij het veranderen van mening. Zo doen onze hersenen er alles aan om onze eigen mening bevestigd te krijgen, ze sturen als het ware onze redeneertrant tot de feiten in onze richting wijzen. Daarnaast houdt ook de dwingende selectie van internetsoftware zoals het Facebook-algoritme ons veilig binnen de muren van onze eigen zeepbel. We krijgen meer te zien van zaken waar we enthousiast op reageren, en minder van de personen, media en organisaties waar we minder interactie mee hebben en zien onszelf zo steeds weer in het midden van de waarheid. En tot slot: we leggen een laten-we-het-wel-gezellig-houden-filter over onze contacten en beoefenen zo zelfcensuur ten behoeve van de lieve vrede.

Maar niettemin lijkt het de moeite waard om die kleine kans te benutten dat we een familielid, een vriend of een politicus bewust kunnen maken van het gevaar van uitsluiting. Wat is het alternatief? ‘Er is nog veel werk om tot een gedeeld burgerschap en een inclusieve samenleving te komen’, zei Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA). Maar hoe inclusief is het rechtse midden? Hoe gedeeld is het burgerschap in onze bubbel, ons coconnetje, met onze hyperfocus op nieuwkomers, moslims, immigranten en vluchtelingen, en onze mond vol van onze ‘eigen’ samenleving en onze ‘eigen tradities en waarden’? Komaan, nonkel Geert, neem nog een pint en laten we het eens hebben over wat dat is, gelijkheid. Komaan, Michael, tongen zit er niet meer in, maar een goed gesprek zie ik wel zitten. Komaan mensen, praat met elkaar!

Dit opiniestuk stond op donderdag 4 augustus 2016 in De Standaard.