Zet een hek om de natuur

Leg de bouwstop van Joke Schauvliege naast het huidige tempo waarin Vlaanderen vol geplamuurd wordt, en je beseft dat het om een geval van politieke spin gaat, schrijft MAARTJE LUIF.

Als Hollander dacht ik altijd dat België zo groen was. Ik verfoeide het platte Nederland met de industrieterreinen rond de snelweg, de natuurgebieden met overal afvalbakken en afrasteringen, de planologische controledwang en de neiging om tot op de meter te bepalen waar de natuur haar gang mag gaan. Natuur voelt minder als natuur als er een hek omheen staat.
Als ik in de Ardennen kwam, dacht ik: kijk, dít is pas natuur! Glooiende velden en uitgestrekte bossen waar je een hele dag kunt zwerven zonder een levende ziel tegen te komen. Geen hekjes, geen afvalbakken, geen stoepranden in het struweel. In gesprekken verwees ik graag en vaak naar België: zo zou het in Nederland ook moeten zijn! Niet zo aangeharkt en overgeorganiseerd, maar een beetje go with the flow.

Natuurlijk wist ik wel dat Nederland ook veel natuurschoon kent: de Waddeneilanden, Zeeland, de Hoge Veluwe, Waterland, de Drentse veengronden, de Utrechtse heuvelrug, het rivierengebied, het Groene Hart, de Friese meren. Maar het gevoel van ongerepte natuur is toch een stuk minder als je eerst je auto moet parkeren op een parking die elke dag wordt aangeveegd.

De tuin van Jean-Marie Pfaff

Tien jaar geleden verhuisde ik naar Vlaanderen en de eerste jaren bleef ik heerlijk in mijn Belgische ongereptenatuurdroom hangen. Natuurlijk, er stonden wat huizen in de bossen in Vlaanderen en dat is jammer als je een boswandeling maakt, maar ik kon het ook wel begrijpen: wie wil er niet in een bos wonen? En oké, het leek niet echt alsof er iemand een helder beleid voerde ten aanzien van het openbaar groen, maar was dat niet exact wat het Vlaamse platteland zo aantrekkelijk maakte? Dat je er geen tekentafel doorheen zag schemeren?

Maar naarmate de jaren vorderden, werd ik zachtjes doch dwingend uit mijn droom wakker geschud: Vlaanderen heeft weinig tot niets te maken met de Ardennen, er staan niet wat huizen in de bossen, maar in vrijwel alle bossen staan huizen. En er wordt niet weinig beleid gevoerd ten aanzien van openbaar groen, maar er wordt ronduit averechts beleid gevoerd. Denk aan het kafkaëske gedraai over de kapvergunning voor logistiek bedrijf Essers in Genk en de vaststelling dat bij de statistieken over de hoeveelheid bos in Vlaanderen de berm van de autostrade en de tuin van Jean-Marie Pfaff worden meegerekend door de Vlaamse overheid.

Gisteren passeerde er weer een voorlopig hoogtepunt: Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Joke Schauvliege (CD&V) liet weten dat er in 2050 een bouwstop zal komen. De meeste media lieten zich gewillig meevoeren op deze politieke ‘spin’ van Schauvliege: ‘Schauvliege wil betonstop’, ‘Vlaanderen moet er radicaal anders uit gaan zien’, ‘Vaarwel rommelig Vlaanderen’. Terwijl het eerlijker en logischer zou zijn om in de kop te schrijven dat er nog meer dan honderdduizend voetbalvelden aan beton bijkomen. Want op dit moment worden er elke dag 9 voetbalvelden bebouwd. Als er in dit tempo tot 2050 wordt door gebouwd dan is dat 33 jaar x 365 dagen = 12.045 dagen x 9 voetbalvelden. Dat zijn 108.405 voetbalvelden.
Geert Noels vertelde op Twitter dat je de concrete jungle ook letterlijk kunt nemen. Belgen consumeren per hoofd van de bevolking per jaar twee keer zoveel cement, namelijk 600 kilo, als de Nederlanders, die 300 kilo per capita verbruiken.

Nog steeds krijg ik de kriebels van de Nederlandse voorliefde voor bedachte natuur, maar ik realiseer me steeds beter dat respect voor groene ruimte juist gebaat is bij al die bedachtzaamheid en afbakening. Ik zal niet zeggen dat in Nederland door de beleidsmakers nooit een loopje met de werkelijkheid wordt genomen, maar als ze beweren dat Nederland voor tweederde uit groene ruimte bestaat dan kan ik dat met eigen ogen zien.

Sinds we ons bewust zijn van de bouwwaanzin spelen mijn man en ik onderweg in Vlaanderen altijd het spelletje: vind een mooi groen uitzicht zónder huis. Dat is op zich al een tijdverdrijf om somber van te worden. Maar door de aankondiging van Schauvliege vrees ik dat het spelletje in de toekomst nooit meer een winnaar zal kennen.

Dit opiniestuk verscheen op dinsdag 24 mei 2016 in De Standaard.