De impuls­aan­koop van een nieuwe iden­ti­teit

Gis­ter­och­tend ontving ik een mail. ‘Beste Maartje, Hartelijk dank voor je inschrij­ving voor de Dagcursus Natuur­gids die start in september 2017.’ Ik schrok even. Natuur­gids? Ik? Maar toen wist ik het weer. Dit weekend stuitte ik tijdens een rond­hang­ses­sie op Facebook op een inten­sie­ve cursus natuur­gids. Na vijf minuten in dubio maakte ik het inschrijf­geld over. Daarna was de wer­ke­lijk­heid weer tus­sen­bei­de gekomen en vergat ik mijn nieuwe toekomst. Totdat ik de mail ontving.

Ik … Natuur­gids …
Ik weet niet hoe het u vergaat, maar als ik in mijn leven iets doe dat me een nieuwe titel oplevert, dan duurt het enige tijd voordat de ruimte tussen mij en de nieuwe titel volledig is opgelost. Zo ging dat toen ik ‘kok’ werd, later bij de titel ‘jour­na­list’. en nog weer later toen ik me ‘schrijver’ ging noemen. Er was altijd het gevoel dat het over iemand anders ging als die termen gebruikt werden.

Dat geldt ook voor de titel ‘natuur­gids’. De luis­te­raars die mijn Mid­dag­jour­naal van gisteren over de dode kikkers hebben gehoord, zullen begrijpen: er zit op zijn zachtst gezegd wat ruimte tussen mij en de titel ‘natuur­gids’.

Toe­ge­ge­ven, ik heb niet alles tegen. Ik heb een grote tuin, met kikkers, eekhoorns en uilen, en mijn ouders stopten mijn peu­ter­arm­pjes al in t‐shirtjes van natuur­be­scher­mers. Bovendien had ik geruime tijd de zorg over een cavia met darm­kan­ker. Maar ik groeide op in Amsterdam waar ik verder alleen met natuur in aanraking kwam als ik mijn knikkers tussen de tegels vandaan peuterde en zo, per ongeluk, een pissebed ver­mor­zel­de. In het kielzog van mijn ouders leerde ik veel over de natuur en ik eindigde de mid­del­ba­re school met prima cijfers voor biologie, maar in het dagelijks leven was natuur niet meer dan wat duiven die een nest bouwden op mijn balkon.

Ik … Natuur­gids …
Terwijl ik de mail nog eens lees en doorklik naar het les­pro­gram­ma, realiseer ik me dat elke nieuwe weg die je inslaat vooral een afre­ke­ning is met de voor­oor­de­len die je had. Want ik zie mijzelf niet als natuur­vor­ser; de paden op, de lanen in. Met mijn afrits­broek en mijn camou­fla­ge­klak. Maar ik zie mezelf wél de rest van mijn leven van wanten weten. Dat ik een veelheid aan vlinders en vogels herken, dat ik snap waarom het ene plantje ergens wel groeit en het andere niet. En dat ik dat dan ook nog eens goed weet te vertellen.

Ik kan het iedereen aanraden: de impuls­aan­koop van een nieuwe iden­ti­teit. Want als ik hier langer over had nagedacht dan had ik me waar­schijn­lijk laten leiden door de kari­ka­tuur van de man met de camou­fla­ge­klak. Nu zette ik mezelf voor een voldongen feit, en wat blijkt: ik kijk enorm uit naar het deter­mi­neer­trom­mel­tje, de loep, en het studeren op sna­vel­vor­men en bodem­soor­ten.

Ik zou willen zeggen: geef jezelf ook die kans. Doe deze week iets wat je nu nog niet ziet aankomen. Koop een weef­ge­touw of een cla­ve­cim­bel, word ral­ly­rij­der of wijn­bou­wer. Kantel het beeld van jezelf en maak korte metten met alles wat je nooit voor mogelijk hield.

Deze column las ik op dinsdag 28 maart 2017 voor als Mid­dag­jour­naal in het radio­pro­gram­ma Nieuwe Feiten op Radio 1.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.