Columns

De street­cre­di­bi­li­ty van een koekblik

Ik woon langs een drukke weg, in de buurt van een nog drukkere weg, op een paar kilometer afstand van een kla­ver­blad aan drukke wegen. Als er kaartjes van fijn­stof­con­cen­tra­tie in de krant ver­schij­nen is mijn omgeving altijd vrolijk uit­ge­licht. Verder woon ik in een stad met een pro­mi­nen­te plaats in de file­mel­din­gen, en als ik thuis uit het raam kijk, zie ik een gedenk­steen voor een jongen die het leven liet tegen een boom.
Ik wil maar zeggen: de auto is gevaar­lijk. Des te opmer­ke­lij­ker dat de auto voor veel mensen een sta­tus­sym­bool is. Ik bedoel: waarom zou je willen pochen met iets dat je op zoveel manieren de adem kan benemen?

Het doet me denken aan siga­ret­ten, waarbij juist de aspecten die het product een sta­tus­sym­bool maken, worden beperkt door de overheid. Zo zijn in veel Europese landen de waar­schu­win­gen groter dan de huisstijl, en in Frankrijk is die huisstijl zelfs helemaal afge­schaft. Als je daar een pakje Marlboro, Camel en Lucky Strike naast elkaar legt, zie je geen enkel verschil, behalve als je je leesbril opzet en de kleine let­ter­tjes­leest. De driehoek, het rode cirkeltje en de dro­me­da­ris zijn vervangen door effen zwart. Het idee erachter is dat jongeren minder snel zullen beginnen met roken als de stoerheid niet langer van de pakjes afspat.
Als ik naar mezelf kijk, kan dat kloppen. Ik ver­za­mel­de toen ik een jaar of twaalf was elk merk dat ik cool vond. Ik stapelde lege cola­blik­jes netjes op elkaar, spaarde chique deo­do­rant­mer­ken en begon algauw ook pakjes siga­ret­ten uit te stallen, liefst met gouden randjes of een arty vorm­ge­ving. Niet veel later ging ik roken. Álles om mijn street­cre­di­bi­li­ty maar te verhogen.

Terug naar de auto: want wát als we dat sta­tus­ver­ho­gen­de aspect van de auto op dezelfde manier zouden aanpakken? Om zo te zorgen dat onze keuze voor een auto alleen nog maar gaat over func­ti­o­na­li­teit, vei­lig­heid en mili­eu­vrien­de­lijk­heid en niet over ‘kijk mij eens een dubbele uitlaat hebben’? Dat zou betekenen dat alle auto’s er zo onge­zel­lig mogelijk uit moeten zien, zonder vorm­ge­ving, zonder eigenheid en zonder coole features.
Misschien moeten we geen ver­keers­on­ge­luk­ken op de bui­ten­kant afdrukken, want dat zou te veel afleiden, maar een kaartje met de fijn­stof­con­cen­tra­tie, of een afbre­ken­de ijsschots. De auto’s moeten veilig en schoon zijn, en de naam mag alleen nog klein en in een neutraal let­ter­ty­pe op de bui­ten­kant staan.
En natuur­lijk moet er een ver­wij­zing naar een fiet­sen­win­kel of een trein­tij­den­ta­bel op de zijkant, om zo de auto­ver­slaaf­den van hun gewoonte af te helpen.
En vooruit dan maar, die treinen en fietsen tooien we met spoilers en glimmende wiel­dop­pen, voor al die arme stoefers die zich onge­twij­feld ontheemd zullen voelen in hun zwarte, func­ti­o­ne­le koekblik.

Dit Mid­dag­jour­naal las ik op woensdag 13 september voor in het programma Nieuwe Feiten op Radio 1. 

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.