De symfonie van brom, ruis, piep en tsjilp

We hebben een brom in huis. Al maanden. Wanneer de brom is begonnen weet ik niet en waar de brom vandaan komt ook niet, maar de brom is tegenwoordig bijna altijd hoorbaar. Er zit een cadans in de brom: een ratel en een schraap wisselen elkaar rustig af. Op het ritme van de brom beweeg ik door mijn dagen. Ratel-ratel-schraap-schraap.

Voordat de brom er was, was er al een ruis. Die ruis is periodiek. Soms is de ruis er wel, soms ook niet. De ruis blaast een hogere toon dan de brom. Samen vormen ze de basis van een symfonie. ’s Nachts is de ruis meestal stil, terwijl de brom dan gestaag verder bromt.

Er is ook nog een piep, maar die piept alleen als er auto’s vanaf de rechterkant voorbij komen, dus de piep is te overzien.

In mijn hoofd gebeurt al erg veel, daar heb ik geen gehoordecor bij nodig. Integendeel. Het liefste zou ik een auditieve clean-desk-policy doorvoeren, waarop het nulpunt ‘stil’ is. Echt stil. Volkomen stil. Maar ik herinner me ondanks dertien verhuizingen geen enkele thuisbasis waar stil ook echt stil was.

Toen ik net op mezelf woonde had ik geruime tijd een tsjilp. De tsjilp was er niet altijd, maar wel elke dag even. Na weken speuren naar een kwijnend vogeltje tussen de spouwmuren, en twijfelen of het getsjilp niet tussen mijn oren zat, bleek het de thermoskan die dagelijks sputterend stoom afblies.

Iets later woonde ik in een appartement dat op een dag werd ingenomen door een heel hoge piep, zo’n geluid waarvan je je afvraagt of het er wel is, maar dat er echt altijd blijkt te zijn. Maandenlang belde ik aan bij buren in de hoop een front te vormen tegen de piep, ik vroeg mijn bezoek of het de piep ook hoorde en ik probeerde werk en studie gedaan te krijgen ondanks die snerpende toon die dag en nacht door merg en been trok.

Omdat slechts een enkeling de piep ook hoorde, duurde de strijd lang en was de zoektocht eenzaam. Ik controleerde koelkasten en afzuiginstallaties in de omliggende appartementen, ik struinde door de buurt in de hoop door de bakstenen heen een auditief spoor te vinden, en ’s avonds in bed lag ik te twijfelen aan mijn brein. Want wát als de piep in mij zat?

Na elf maanden zoeken bleek de piep te komen van een vergeten pomp onder de betonnen vloer van de garage op het gelijkvloers. Met een drilboor werd de piep blootgelegd en hij werd stopgezet. Maar hoewel de rust weldadig was, hield ik nog maanden last van een fantoompiep.

En nu is er dus de symfonie van brom en ruis, met een subtiele piep als er verkeer van rechts komt. Ik heb nog steeds een diep verlangen om hamer en aambeeld af te stoffen in de hoop dat er een weldadige stilte neerdaalt over mijn leven, maar ik weet dat de kans gering is dat dat gebeurt.

Beter is het om mijn stukjes te schrijven in het ritme van de brom. Dus mocht u in mijn teksten de cadans van ratel-ratel-schraap-schraap herkennen: dat kan kloppen, ik heb me overgegeven. Die auditieve clean-desk-policy is een illusie. Er zal altijd wat rommel op de stilte liggen.

Deze column las ik op woensdag 29 maart 2017 voor als Middagjournaal in het radioprogramma Nieuwe Feiten op Radio 1.