Discriminatie is een systeemfout

Hier ten huize Luif ging de vlag uit toen ik de intro las van het opiniestuk ‘Vijf jaar undercover op de arbeidsmarkt’ (DS 21 maart) . Mystery calls mogen van onderzoeker Stijn Baert uit de koelkast om zo werkgevers die het niet zo nauw nemen met grondrechten en ethiek een grotere pakkans te geven. Onderzoekers die pleiten voor een systematische aanpak van discriminatie: dat zien wij hier graag!

Maar al bij de tweede kolom moest ik even pauzeren om de vlag uit de houder te halen, en tegen het einde van het artikel snoot ik bedroefd mijn neus in de wimpel. Te vroeg gejuicht. Deze wetenschapper pookte het vuurtje van de systeemrechtvaardiging weer eens flink op.

Zo schrijft hij dat vrijwilligerswerk op het cv, net als een hoog opleidingsniveau en een flink aantal jaren werkervaring, de ‘ideale manier is om discriminatie te ontlopen’. Lees ik dat goed? Te ontlópen? Alsof discriminatiebestrijding vooral een kwestie is van er een beetje omheen lopen, en achterstelling iets dat je kunt ontwijken door zelf maar wat beter je best te doen. Ook gaat hij volkomen voorbij aan de rol die discriminatie speelt bij het verwerven van de inhoud van dat cv. Bovendien heeft Baert het over vrouwen die minder gericht zijn op promotiekansen, alsof vrouwen geboren worden met een soort algemeen gebrek aan ambitie. Terwijl vrouwen zonder ambitie ook vaak het gevolg zijn van systeemrechtvaardiging.

Een veelzeggend onderzoek op dat vlak kwam van een wetenschapper die vrouwen en mannen een essay liet schrijven, waarna ze zichzelf met een geldbedrag mochten belonen voor het verhaal. De kwaliteit van de teksten bleek gelijk, maar de vrouwen betaalden zichzelf ongeveer een vijfde minder voor het artikel. In Baerts redenering hadden deze vrouwen niet de ambitie om meer te verdienen, terwijl het voor de hand ligt dat er sprake is van een cultuur waarin vrouwen zichzelf en hun werkzaamheden minder waard vinden.

De benadering van Baert sluit helaas volkomen aan bij het meritocratisch georiënteerde wereldbeeld van de centrumrechtse Vlaamse regering, waarin verliezers van het systeem dat toch grotendeels aan zichzelf te danken hebben en waarin het systematische beeld van grote groepen die worden achtergesteld wordt weggewimpeld met ‘niet alle verhuurders discrimineren’ en ‘Pamper­beleid moedigt allochtonen aan om in hun zetel te blijven zitten’.

Om dat wereldbeeld te kunnen keren, moet je willen inzien dat het systeem niet eerlijk is, dat groepen die jarenlang achtergesteld zijn niet allemaal per individu minder ambitie of cv-building tonen, maar dat ze door stereotypering, angst en verkeerde veronderstellingen minder kansen krijgen. En dat je niet altijd krijgt wat je verdient, maar vaak ook wat het systeem je gunt.

Het lijkt erop dat Baert dat patroon niet ontkent, want hij schrijft dat zijn bevinding dat ouderen, allochtonen en mensen die langdurig werkloos zijn moeilijker aan een jobgesprek komen, weinig verrassend is. Toch suggereert hij dat je je met een stevig cv en meer ambitie aan het systeem kunt ontworstelen, en zo discriminatie kunt ontlopen. Sterker, hij vindt dat je groepen ‘die er meer voor gaan’ niet mag bestraffen via quota of ‘andere vormen van positieve discriminatie’.

Zou hij niet beseffen dat die achterstelling juist het gevolg is van positieve discriminatie? Dat het de mannen, de mensen zonder buitenlands accent, mét een Vlaamse achternaam en zonder zichtbare handicap zijn, die al jarenlang positief worden gediscrimineerd? Dat alles wat we doen om dat recht te trekken een bijstelling is die het systeem hard nodig heeft?

Die geforceerde correctie is nodig, omdat de overheid al jarenlang geen ­hoge ogen gooit als het gaat om discriminatiebestrijding, omdat gelijkheid een grondrecht is en omdat elke vorm van ‘je hebt het aan jezelf te danken’ het systeemprobleem ontkent.
En tot slot: voor het zelfrespect van de verliezers. Want erger dan gewoon verliezen, is volkomen onverdiend verliezen en er dan ook nog de schuld van krijgen.

Deze column verscheen op vrijdag 24 maart 2017 in De Standaard.