Gekke Henkie en de paar­den­ra­ce­po­li­tiek

Voor de ver­kie­zin­gen spreken lijst­trek­kers over breek­pun­ten en ver­kie­zings­be­lof­ten, maar niet over de com­pro­mis­sen die ze nadien zullen sluiten. Maartje Luif roept op tot lef en rede.

Het is vaste prik: eerst trekken Neder­land­se politici als een ware fanfare door de straten om rond te toeteren hoe ver­wer­pe­lijk de plannen van collega’s zijn, en daags na de ver­kie­zin­gen zitten ze met gevouwen handen naar elkaar te glim­la­chen, zich onderwijl het hoofd brekend over hoe ze in hemels­naam met elkaar kunnen samen­wer­ken zonder dat het woord ‘kie­zers­be­drog’ valt. De stem­ge­rech­tig­de kijkt intussen naar een beroerd toneel­stuk waarin de badguy zich ontpopt als diplomaat en denkt: ja maar, wacht even, ik ben toch gekke Henkie niet?

Want als de ver­hou­din­gen tussen links en rechts in Nederland al sinds de jaren 70 ongeveer gelijk zijn – rechts iets meer dan de helft van de zetels, links iets minder – en er altijd coalities worden gevormd die grote com­pro­mis­be­reid­heid vergen, waarom spreken de lijst­trek­kers dan voor de ver­kie­zin­gen zelden over die com­pro­mis­sen? Waarom gaat het wel over breek­pun­ten en ver­kie­zings­be­lof­ten, maar niet over de knieval die nodig is om de andere kant van het spectrum te bereiken?

In de jour­na­lis­tiek is er een mooie term voor: horse race jour­na­lism, ren­b­aan­jour­na­lis­tiek. Het is het woord voor ver­kie­zings­ver­slag­ge­ving die focust op de partij die wint, in plaats van te berichten over het beoogde eind­re­sul­taat: een adequate ver­te­gen­woor­di­ging van alle kiezers en een regeer­ak­koord dat de ideeën van een coalitie van meerdere partijen, zo goed en zo kwaad als het gaat, verenigt. Het woord ‘paar­den­ra­ce­jour­na­lis­tiek’ wijst de jour­na­lis­tiek aan als schuldige van die ver­sim­pe­ling, en dat is niet onterecht, maar de politiek heeft ook boter op haar hoofd. Nadat zijn partij driekwart van de zetels in rook had zien opgaan, zei PvdA-lijsttrekker Lodewijk Asscher dat de kloof tussen burger en politiek wordt gevoed ‘doordat jour­na­lis­ten doen alsof het niet normaal is dat je gaat samen­wer­ken, en doordat politici niet bereid zijn uit te leggen dat je com­pro­mis­sen moet sluiten’. Dat klinkt redelijk, maar intussen bleef hij zelf tijdens de campagne volhouden dat de mil­jar­den­be­zui­ni­gin­gen op zorg en sociale zekerheid goed waren voor het land, terwijl hij gewoon had moeten zeggen dat com­pro­mis­sen sluiten met de VVD niet altijd even leuk is.

VVD-leider Mark Rutte maakte het afgelopen zomer nog bonter, toen hij de campagne aftrapte met heuse excuses voor de ver­kie­zings­be­lof­ten die hij had gebroken. Er was aan de hypo­theek­ren­te­af­trek gemorreld, er was tóch geld naar Grie­ken­land gegaan en die duizend euro, die hij elke werkende had beloofd, was er ook nooit gekomen. ‘Ik begrijp dat mensen daar boos over zijn’, zei hij deemoedig. Het was natuur­lijk eerlijker geweest als hij had gezegd: ‘Luister, de PvdA en de VVD zijn niet uit hetzelfde hout gesneden, dus we moeten water bij de wijn doen. Daar spijt van hebben zou bespot­te­lijk zijn’.

Mede door dat dreigende gezichts­ver­lies is het niet ondenk­baar dat de Neder­lan­ders een gooi doen naar het wereld­re­cord ‘kabinet formeren’, dat nu nog in Belgische handen is. Er wordt immers alweer beweerd dat de grote winnaar op links, GroenLinks-leider Jesse Klaver, niet zou moeten aan­schui­ven in een kabinet met de VVD, omdat hem dan hetzelfde lot beschoren zou zijn als de PvdA. De kiezer zou hem afstraf­fen voor het feit dat hij com­pro­mis­sen moet sluiten, waarmee we de derde schuldige in dit verhaal hebben: zolang de kiezer liever op de renbaan zit in plaats van te luisteren naar een genu­an­ceerd verhaal van geven en nemen, zal de politiek hem voor gekke Henkie houden. En hij zal niet kunnen ontkennen dat daarin een kern van waarheid zit.

Dit opi­nie­stuk verscheen op zaterdag 18 maart 2017 in De Standaard.

Eén reactie

  1. ‘k hou van landen met ons politiek stelsel waar partijen moeten coalities vormen, omdat het me een garantie tot gema­tigd­heid geeft en meer sta­bi­li­teit (je zal niet extraam van beleid A naar beleid B gaan). Maar de keerzijde van de medaille zijn moeilijke trage beleids­vor­ming, com­pro­mis­sen en gebroken ver­kie­zings­be­lof­ten.

    Waarom zijn politici daar niet eerlijk over? Omdat je met nuance blijkbaar geen stemmen kan winnen.

    In mijn opleiding economie kwam op een gegeven moment spel­the­o­rie aan bod (ik denk dat het daar was) en over stra­te­gi­sche keuzes die je moet maken. Als in een straat 2 bakkers zich gaan vestigen en je gaat ervan uit dat de klant altijd naar de dich­st­bij­zijn­de bakker gaan, dan gaan ze zich allebei op het uiteinde van de straat vestigen. Zo krijgen ze mooi elk de helft van hun straat als klant en con­cu­re­ren ze niet met elkaar. Zo gaat politieke campagne ook: men zoekt niet de gematigde burger met nuance in het midden op.…ze zoeken de extremen op. Ook al weten ze maar al te goed dat ze uit­ein­de­lijk in het midden moeten uitkomen met een compromis.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.