Rottige roadmovie

Er is een beruchte film die velen van ons al meer dan eens gezien hebben. Namelijk, de film die je ziet als je auto tijdens het rijden een raar geluid maakt. Je hoort geschraap of je ziet het wijzertje van de snel­heids­me­ter langzaam zakken en je schrikt je te pletter. Je zoekt een veilig heenkomen en nog voor je de handrem hebt aan­ge­trok­ken, is er een film begonnen waarin de dag volkomen in de soep loopt.

Gisteren zag ik die film weer eens. We reden op een rondpunt net over de grens met Nederland, mijn man zat achter het stuur, ik was co‐piloot. Ineens steeg er een luid geraas op uit de auto. De film begint gelukkig nooit voordat je je veilig waant, maar de weg was rustig, we waanden ons veilig, dus de film begon direct. Ik zag op groot scherm hoe we uren bezig zouden zijn om met zondagse bus‐ en trein­tij­den van een dorp in Nederland naar Leuven te komen, ik zag hoe ik mijn knieën tegen elkaar drukte omdat ik naar de wc moest en hoe ik mijn werk nooit zou afkrijgen als ik niet snel thuis zou zijn. Onderin het scherm tikte een teller het saldo van mijn bank­re­ke­ning af naar nul. Aan het einde van de film verscheen er een grijn­zen­de garagist in beeld en hoorde ik mijn man de handrem aan­trek­ken. Zijn blik verraadde dat bij hem de film nog bezig was. Bij de afti­te­ling begon hij te jere­mi­ë­ren en ik deed mee.

We stapten uit, inspec­teer­den de uitlaat en de wielen, zagen niks en gingen weer in de auto zitten. Zuchtend pakte mijn man het kaartje van Wegenhulp Bui­ten­land en hij tikte het tele­foon­num­mer in.
De film trok opnieuw aan me voorbij en mijn maag begon te rammelen. Alles in mij was in verzet. ‘Wacht!’ zei ik, vlak voor hij ver­bin­ding zocht. Want dat is het effect van zo’n beel­den­stroom, je denkt: wacht eens even! Dit is niet de bedoeling!
‘Rij nog eens naar achteren.’ Ik zei het alsof ik exact wist wat ik wilde bereiken. Mijn man startte de auto: we hoorden geen geschraap. Dat was mooi. Toen hij naar achteren reed, klonk er wel geschraap, en naar voren ook.

‘Het zit niet in de motor,’ zei ik. ‘Laten we toch nog eens kijken bij de wielen.’ We stapten uit, keken, voelden en fronsten, tot mijn man ineens onbe­daar­lijk begon te lachen. Hij wees op de num­mer­plaat die aan de voorkant nog maar met één schroef aan de auto hing en met een punt over de weg schraapte.
Ik lachte mee, maar zonder over­tui­ging. Die rottige roadmovie die ik net had gezien, zat in de weg. Het zou fair geweest zijn als de film achteruit zou spoelen en al mijn ‘o nee!-gevoelens’ weer zou opslorpen, net zolang tot ik mij weer volledig senang zou voelen. Maar zo werkte het helaas niet. De rest van de dag stond mijn adre­na­li­ne­peil op standje ‘er iets vre‐se‐lijk misgegaan’.

Ze zeggen weleens dat in de laatste seconden voor je doodgaat het leven als een film aan je voorbij trekt. En hoewel deze film in de toekomst speelde, stel ik me die finale film ongeveer zo voor: een beel­den­bom­bar­de­ment met het onver­bid­de­lij­ke gevoel dat er iets vreselijk is misgegaan. En dat het enige dat ik dan kan uit­bren­gen, is: ‘Wacht! Rij nog eens naar achteren!’
In de vurige hoop dat het ook dan slechts de punt van de num­mer­plaat is die over de weg schraapt.

Dit Mid­dag­jour­naal las ik op donderdag 14 september voor in het programma Nieuwe Feiten op Radio 1. 

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.