Schaamte is oneerlijk verdeeld

Toen mijn oma op haar zes­en­ze­ven­tig­ste ineens de ster­spe­ler werd van de Niet‐Rokers Brid­ge­ver­e­ni­ging moest ze een nachtje van huis om een toernooi in een andere provincie te spelen. Ik was erbij toen ze aan mijn opa wilde uitleggen hoe hij in haar afwe­zig­heid koffie en thee moest zetten en een ei moest koken. Mijn opa werd bloed­ner­veus en dat was logisch: een fornuis aansteken, het juiste kookgerei kiezen, hij had het allemaal nog nooit gedaan. Na een halfuur gaf mijn oma het op en leerde ze hem alleen nog hoe hij het kof­fie­ap­pa­raat moest bedienen. Ze besloot dat de thee en dat ei maar moesten wachten tot ze weer terug was en liet hem achter met anderhalf brood, zodat hij niet zou ver­hon­ge­ren.
Mijn opa was niet dom, maar hij was geboren in 1907 en behoorde dus tot de generatie die geloofde dat mannen onge­schikt zijn voor huis­hou­de­lijk werk.
Anno 2017 denk ik niet dat er in mijn nabije omgeving nog mannen zijn die geen ei kunnen koken, maar hul­pe­loos­heid door ouder­wet­se ste­reo­ty­pen is helaas geen verleden tijd. Denk aan de emo­ti­o­ne­le taak­ver­de­ling in huis: in veel gezinnen zijn vrouwen de ini­ti­a­tief­ne­mers van gesprek­ken over emoties en hoewel het idee dat ook mannen emoties mogen hebben veel breder gedragen wordt dan honderd jaar geleden, is de paniek die mijn opa voelde bij het aansteken van het fornuis en het kiezen van het juiste kookgerei nog steeds alom­te­gen­woor­dig wanneer mannen emo­ti­o­ne­le taken moeten ver­rich­ten. Vergelijk het fornuis aansteken met een gesprek beginnen over gevoelens en het juiste kookgerei kiezen met vragen of problemen for­mu­le­ren.
De voor­spel­ba­re reactie is: maar vrouwen zijn gewoon beter in het uiten van hun gevoelens! Dat klopt. Net zoals het klopt dat mijn oma beter een ei kon koken dan mijn opa. Maar we zullen niet langer beweren dat vrouwen een bio­lo­gisch voordeel hebben als ze een ei koken, en de opvatting dat er een aan­ge­bo­ren verschil in emo­ti­o­ne­le intel­li­gen­tie zou zijn, wankelt al jaren op haar grond­ves­ten. De hersenen van jongens en meisjes ver­schil­len bij­voor­beeld op het gebied van empathie in eerste aanleg niet sig­ni­fi­cant, dus beide geslach­ten beginnen gemiddeld genomen met hetzelfde gereed­schap. Wel worden vrouwen na verloop van tijd beter in het op tafel leggen van emoties van zichzelf en anderen, maar dat heeft veel te maken met oefening. Meisjes leren eerder om te praten over hun gevoelens en na te denken over schaamte en andere obstakels die het praten belem­me­ren. Bij jongens nemen we sneller genoegen met ‘Ach, hij kan dat niet zo goed’, omdat die eigen­schap netjes aansluit bij ons voor­oor­deel.
Zaterdag las ik dat 56 procent van de man­ne­lij­ke slacht­of­fers van part­ner­ge­weld niet durft te praten over wat er is gebeurd (DS 30 september), tegenover 34 procent van de vrou­we­lij­ke slacht­of­fers. Terwijl praten juist de meest gehoorde aan­be­ve­ling is bij trau­ma­ti­sche gebeur­te­nis­sen of andere gees­te­lij­ke nood. ­Tele‐Onthaal gebruikt het zelfs als baseline: praten is de eerste stap. Ook bij cijfers over zelf­do­ding wordt het veel grotere aandeel van mannen toe­ge­schre­ven aan hun onver­mo­gen om over emoties te praten.
Ik moest aan mijn opa denken, en hoe hij het zich kon ver­oor­lo­ven het ei te laten wachten, omdat er ook brood was. Maar wat als je emo­ti­o­neel lijdt? Kun je het je dan ver­oor­lo­ven het rol­pa­troon te handhaven, omdat je zenuw­ach­tig wordt wanneer je het door­breekt?
De emo­ti­o­ne­le taak­ver­de­ling tussen mannen en vrouwen zit uitermate scheef en onze pri­o­ri­teit zou moeten zijn: recht­trek­ken. Mannen zouden net als vrouwen moeten leren praten over hun gevoelens, over dingen waarvoor ze zich schamen. En de belang­rijk­ste manier om dat te doen is het juiste voorbeeld geven. Want je kunt je kinderen wel leren dat ze over hun gevoelens moeten praten, maar als ze thuis zien dat hun moeder degene is die alle emo­ti­o­ne­le gesprek­ken aanknoopt, zal dat patroon stand­hou­den en zullen mannen met hun ziel onder de arm blijven lopen. Dus voor uw eigen bestwil stel ik u de vraag: hoe is bij u thuis de emo­ti­o­ne­le taak­ver­de­ling?

Deze column verscheen op vrijdag 6 oktober 2017 in De Standaard.

2 reacties

  1. peter paul

    Mooi betoog, Maartje. En uitermate plezierig dit onderwerp in een tijds­ge­wricht waarin elke Ner­der­land­se collega van jou zich stort op #metoo. Natuur­lijk gene­ra­li­seer je (maar dat moet in een column, of is in ieder geval niet verboden) en natuur­lijk preek je voor een andere parochie dan de mijne, maar toch… Na het lezen schoot mij de opmerking van de Ame­ri­kaan­se docent/cabaretier Tom Lehrer te binnen over com­mu­ni­ca­tie. Hij heeft het over het fenomeen dat gespreks­groep­jes zijn gestart om mensen te leren com­mu­ni­ce­ren en zegt dan: ‘If you can’t com­mu­ni­ca­te, the least you can do is shut up’.

  2. Anneleen

    Dag Maartje,

    Her­ken­baar: bij mijn ouders is het mijn moeder die de emo­ti­o­ne­le gesprek­ken aanknoopt, en met mijn man ben ik het ook meestal. Dat is dan ook vaak één van mijn erger­nis­sen: dat er iets scheelt maar hij niet wilt zeggen wat, en dan komt het voor mij over alsof zijn humeur als een zwaard van Damocles over mijn hoofd/humeur hangt. Onder­tus­sen heeft hij begrepen dat hij óók als eerste iets mag (moet) aan­kaar­ten, en we maken al grappen over zijn “werk­punt­je”. Twee intro­ver­ten samen, de ene al wat mondiger dan de andere, en ik die een strijd voor gen­der­ge­lijk­heid voer :-)

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.