U heeft altijd gelijk

Het maakt niets uit wat ik hier ga schrijven, u heeft namelijk al een mening. U gelooft wat u gelooft, daar kan geen lieve moeder iets aan veranderen. Dat kunt u verder niet helpen, we lijden er allemaal aan. Er zijn weinig fenomenen in de psychologie zo onbetwist als de confirmation bias: de onbewuste hang naar het Grote Gelijk. Het schijnt zelfs zo te zijn dat we – ongeacht de feiten – alleen dát willen geloven wat onze positie in de groep niet schaadt, vermoedelijk omdat we er evolutionair geen belang bij hadden om door zoiets onzinnigs als ‘de feiten’ verstoten te worden. Door de bedrading van ons brein zien we de bewijzen eenvoudigweg niet als we daarmee onze plaats in de groep riskeren. Het is trouwens nog erger, want u denkt al sinds het begin van deze column te weten wat ik wil zeggen. Het maakt dus niets uit of ik hier zinnige dingen schrijf, de kans dat u na de titel en – vooruit – de eerste zin nog erg veel meekreeg is gering.
U vindt dus niet alleen wat u toch al vond, u beperkt zich ook nog eens tot de eerste indruk én u vindt vooral dezelfde dingen als de mensen die belangrijk voor u zijn, zelfs wanneer de feiten het tegendeel bewijzen, want feiten kun je niet eten, ze zullen niet voor je zorgen en je kunt er ook geen kinderen mee maken. Tot zover het nut van feiten.
U bent vooringenomen als de pest en ik ben uiteraard geen haar beter. Als ik research doe voor deze column, dan zoek ik bewust en onbewust de juiste informatie bij mijn al bestaande wereldbeeld, ik draai u en mezelf een rad voor ogen door de zweem van rationaliteit die ik over mijn argumenten leg. En zelfs al leid ik het kluizenaarsbestaan van een kinderloze schrijver, waardoor ik me vanzelf grotendeels onttrek aan de directe interactie met een groep, ik ben tegen wil en dank toch bedraad als was ik een oermens met een levensverwachting van 35 jaar en een grote behoefte aan iemand die ’s nachts het vuur brandende houdt.
Daar komt bij dat, zelfs als je de voorkeur voor bevestiging in de gaten hebt, dat nog niet wil zeggen dat je je brein om de tuin kunt leiden. Je bent immers voor eeuwig gevangen in de grijze massa die de evolutie voor je heeft klaargelegd.
In dat licht is de kans groot dat veel links georiënteerde mensen het geregeld eens zijn met wat ik zoal op deze plek beweer, terwijl rechtse mensen elke twee weken bij de titel en de eerste zin afhaken of geërgerd verder lezen om hardnekkig te blijven vinden dat ik ongelijk heb.
Het is om moedeloos van te worden, zeker wanneer je bedenkt dat de stellingenoorlog die dat oplevert onvermijdelijk leidt tot een competitie in het Grote Gelijk. Vandaag over een week is het een jaar geleden dat die neiging tot armpje drukken resulteerde in de Brexit, drie jaar geleden leverde die winner takes all-mentaliteit ons een centrumrechtse Vlaamse en een centrumrechtse federale regering op en de roep om referenda (Europa! Circulatieplan!) wordt steeds luider, terwijl dat bij uitstek wedstrijdjes zijn waarbij een grote groep bevooroordeelde mensen een andere grote groep bevooroordeelde mensen rauwelings afscheurt van zijn wereldbeeld en toekomstdroom.
De vraag is waarom we, als de bewijzen voor onze voorkeur voor bevestiging zo overweldigend zijn, niet per definitie streven naar compromissen die recht doen aan onze genetische loopgravenoorlog.
Toen ik een jaar of achttien was schreef ik in mijn dagboek: ‘Bewust zijn is het halve werk.’ Bij nader inzien is dat flauwekul, want dankzij mijn groepsgestuurde behaagzucht is het hooguit een fractie van het werk. Maar het is wél het enige dat ons te doen staat: bij alle informatie die we tot ons nemen of zelf verspreiden, bedenken dat we allemaal arme stakkers zijn in de houdgreep van ons kuddebrein. Geen enkel debat, geen enkel medium, geen enkel politiek besluit is vrij van de onverzoenlijkheid van onze hersens. Dat te weten zou ons nederig moeten stemmen. We kunnen doorpolariseren tot we een ons wegen, daar is ons zenuwstelsel immers uitermate geschikt voor, maar we kunnen beter direct op zoek gaan naar het compromis, want we hebben toch allemaal gelijk.

Deze column verscheen op vrijdag 16 juni 2017 in De Standaard.