Waarom zou je een klootzak willen zijn?

Het gaat slecht met de politieke correctheid. Was het een mens, dan zat het fenomeen dezer dagen opgesloten in de donkere kerker van de Hardvochtigen, met schimmel op de muren en een zak over het hoofd. Terwijl het toch vooral een kwestie is van geen klootzak te zijn tegen mensen die toch al moeite hebben om een volwaardige plaats in de maatschappij te verwerven. Of zoals het in Van Dale wordt beschreven: ‘Politiek correct wordt gezegd over (taal)uitingen die in overeenstemming zijn met het politieke streven om historisch achtergestelde groepen (vrouwen, homo’s, minderheden) te emanciperen.’

De Hardvochtigen zullen de Van Dale beschuldigen van politieke correctheid. Want dat is het aardige van het in diskrediet brengen van politieke correctheid: je hebt verder geen argumenten meer nodig. Je kunt elke reden om rekening te houden met achtergestelde groepen, afdoen met hetzelfde argument: ja maar dat is politiek correct. Wetenschappers die aantonen dat het zinvol is om rekening te houden met achtergestelden? Dat zijn politiek correcte wetenschappers. Deskundigen die beweren dat evenwichtige beeldvorming essentieel is voor een veilige samenleving? Politiek correcte deskundigen. Politici die denken dat het goed is om historische achtergestelde groepen niet verder in de verdrukking te brengen door uitsluitingstaal? Politiek correcte politici. Mensen die het redelijk eenvoudige principe van rechtvaardigheid en evenwichtige beeldvorming nastreven, krijgen steeds weer een bijtend: doe toch niet zo rechtvaardig! Het is een escheriaanse fuik, je zwemt er altijd in.

De Nederlandse krant Algemeen Dagblad plaatste na de aanslagen in Barcelona in grote letters op de voorpagina: ‘Weer Marokkanen! Toeval?’ Een deel van de Nederlanders zette daar vraagtekens bij: een retorische vraag op de voorpagina? Zonder context? In een kwestie die zorgvuldigheid vereist? In de krant met het grootste bereik van het land? Bij een groep die toch al voortdurend wordt ontmenselijkt? De familie Hardvochtigheid riep weer eens: politiek correcte kritiek! Je mag ook niets meer zeggen! Vrijheid van meningsuiting!

Terwijl de subliminale boodschap van die voorpagina niet mis te verstaan was: het is geen toeval dat het Marokkanen zijn. ‘Dan moeten ze het artikel maar lezen’, zeiden de Hardvochtigen, ‘daar stond de context’. En dat klopt, het artikel beschreef hoe het gevoel van eenheid onder Marokkanen niet erg groot is, waardoor religieus shoppen sneller leidt tot radicalisme en – o ironie – dat Marokkanen zich meer dan andere groepen buitengesloten voelen. Al deze gegevens waren informatiever geweest dan het badinerende ‘Weer Marokkanen! Toeval?’ Van de meer dan 2 miljoen lezers die dagelijks AD online en op papier onder ogen krijgen, scant het merendeel de koppen zonder de stukken te lezen. Bij die mensen werkt zo’n kop subliminaal: altijd maar weer die Marokkanen!

Een week later verscheen er in de Volkskrant en De Morgen een uitgebreid artikel waarin hetzelfde onderwerp werd aangesneden: waarom waren bij recente jihadistische aanslagen relatief veel mannen van Marokkaanse komaf betrokken? Deze dagbladen kozen ervoor om het onderwerp niet zonder context op de voorpagina te promoten, om geen retorische spelletjes te spelen met ons brein en om het risico op negatieve stereotypering zo klein mogelijk te houden. Geen haan die ernaar kraaide, de redactie waarborgde het recht op bescherming tegen ophitsing én de vrijheid van meningsuiting. De auteur maakte min of meer dezelfde analyse als het AD, maar voegde ook nog toe dat Amerikaanse terrorismeonderzoekers hadden ontdekt dat de antimoslimretoriek in Belgische en Franse politiek en media leidt tot een grotere kans op radicalisering. Waarmee de AD-kop een droste-effect van jewelste oplevert, want door dit soort koppen wordt het natuurlijk steeds minder ‘toeval’.

In 1986 spraken journalistenverenigingen wereldwijd af dat ze niet alleen journalistieke principes als zorgvuldigheid, betrouwbaarheid en evenwichtigheid zouden hanteren, maar dat ze zich ook bewust zouden zijn van het gevaar van door media verspreide discriminatie, en dat ze al het mogelijke zouden doen om discriminatie te voorkomen. Dat was rijkelijk laat, want in 1948 werd in artikel 7 van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens niet alleen wettelijke gelijkheid opgenomen, maar ook het recht op ‘beschermd worden tegen achterstelling en ophitsing’. Pas 38 jaar later vonden journalisten het nodig om die verantwoordelijkheid met een collectieve handtekening te bezegelen. De door de Hardvochtigen zo bruusk in de kerker gesmeten politieke correctheid is dus niets anders dan een mensenrecht dat met een zak over het hoofd nog net kan piepen: waarom zou je eigenlijk een klootzak willen zijn?

Deze column verscheen op vrijdag 8 september 2017 in De Standaard.