We hebben de kikkers vermoord

We hebben de kikkers vermoord, mijn man en ik. Tenminste, we houden het voor mogelijk dat we de kikkers hebben vermoord. Ze zijn in elk geval dood, en we mogen niet uitsluiten dat wij ze met al onze goede bedoelingen over de kling hebben gejaagd. We ontdekten het een paar weken geleden. Zes kikkers lagen op hun rug op de bodem van de ingegraven mortelbak die dienst doet als minivijver. Roerloos, met hun witte buiken omhoog, hun pootjes strak gespannen, alsof ze net de sprong van hun leven hadden gemaakt. Als je wel eens een bord kikkerbilletjes hebt gezien, weet je welke houding ik bedoel.

Eerst twijfelden we nog. Waren ze wel dood? Ik had eens gelezen dat je kikkers in winterslaap nooit uit de vijver moet vissen, omdat je daarmee het risico loopt dat ze sterven door het luchtdrukverschil. Maar was dit niet een heel merkwaardige winterslaap? Zo op hun rug? Met hun witte buik goed zichtbaar voor hongerige reigers?

Omdat we nogal stadse types zijn, googelen we ons meestal door de verzorging van ons natuurschoon. Onze zoekgeschiedenis is een aaneenschakeling van ‘ridderspoor zaaien wanneer?’ en ‘egel gebroken poot, wat nu?’ Maar die zoekmachine-ijver is waarschijnlijk het grote probleem. Zo nu en dan combineren we namelijk betrouwbare informatie met adviezen van mensen die maar wat uit hun nek lullen. En dan loop je dus het risico dat je je kikkers vermoordt.

Want over kikkers, winters en ijs doen veel verhalen de ronde. Inmiddels weet ik: je moet het ijs openlaten, maar als het toch dichtvriest, mag je het niet openbréken. En dat is wat wij een winter lang deden. Elke ochtend braken we het ijs. De trillingen en de luchtdrukverschillen die je zo veroorzaakt, zijn niet goed voor kikkers, en ik las zelfs ergens iets gruwelijks over knappende kwaakblazen. Sorry voor dat beeld.

Ook na de ontdekking van het kikkerkerkhof op de bodem wendden we ons tot het orakel van Silicon Valley met de vraag: zijn onze kikkers dood of liggen ze gewoon heel raar te slapen? Na wat klikken kwamen we tot de conclusie dat Google het ook niet wist. Er leken geen duidelijke regels voor de houding van een kikker als hij slaapt.

Zoals vaker als we de waarheid niet kunnen verkroppen, besloten we het probleem zichzelf te laten oplossen. Als ze nog in leven waren, zouden ze op een dag met hun witte kikkerbuiken en hun kwaakblazen fluitend in het gras naast de vijver zitten. Dat leek ons een prima vooruitzicht. Dus liepen we wekenlang met een ruime boog om de vijver heen, zonder goed te weten op welk teken we wachtten voor we weer zouden checken of de bodem nog bezaaid lag met dood vlees.

Gisteren, na een paar weken doen alsof de kikkers niet dood waren, kon ik er niet meer tegen, die poel des verderfs in het midden van de tuin. Omdat mijn man een sterkere maag heeft dan ik, rustte ik hem uit met pollepels en spaghettigraaiers en vanuit de verte keek ik toe. Daar lag hij, op zijn knieën, kikkers scheppend aan de oever van de mortelbak. Het duurde eindeloos en achteraf wilde hij niet vertellen hoe het was geweest, wat me geen goed teken leek.
Máár, zei hij, … er zit wel een watersalamander in de vijver.

Opgetogen namen we plaats achter de laptop, en we googelden: hoe houd je in hemelsnaam een watersalamander in leven?

Deze column las ik op maandag 27 maart 2017 voor als Middagjournaal in het radioprogramma Nieuwe Feiten op Radio 1.