Het perfecte beroep

Het is deze maand zes jaar geleden dat ik begon als online schrijfcoach nadat ik in veertien jaar ‘gewoon’ lesgeven zoveel mensen had gezien dat ik niets liever wilde dan even helemaal geen mensen meer zien. Ik verzon een nieuw beroep, tuigde een website op en stortte me op schriftelijke schrijfcursussen voor eenzaten met schrijfambities.

Het was een beetje zoeken, mijn nieuwe beroep. Want hoe moest ik dat doen, per e-mail een schrijfcursus geven? Hoe kon ik zorgen dat het niet te arbeidsintensief werd, met al dat leeswerk? Hoe moest ik voorkomen dat mijn woorden op papier mensen kwetsten, zoals soms gebeurde? Hoe kon ik vermijden dat degene aan de andere kant van de e-mail me verkeerd begreep? Of dat de schrijver in kwestie iets anders zou verwachten dan ik kon bieden? Hoe kon ik genoeg verdienen zonder dat het voor de hulpvrager een te dure hobby zou worden? Hoe kon ik administratieve rompslomp voorkomen? En welke verzoeken zou ik wel of niet aannemen? Kon ik alles begeleiden?

Na verloop van tijd vielen de dingen op zijn plaats. Zo beloofde ik een tijd lang gratis diagnoses, waarmee mensen soms zo geholpen waren dat ik ze nooit meer terugzag. Inmiddels geef ik alleen uitgebreide diagnoses aan mensen van wie ik het sterke vermoeden heb dat ze zullen blijven hangen. En in het begin durfde ik geen romanmanuscripten te begeleiden, maar op een dag besefte ik dat steeds meer fictieschrijvers mij echt graag als coach wilden. Dus begon ik ook daarmee, waardoor ik inmiddels het grootste deel van mijn schrijfcoachtijd vul met die tak van sport. Vier romans kwamen af, waarvan er al drie de weg naar een uitgever vonden.

Sommige mensen hebben een hekel aan het woord coach, ik eigenlijk ook. En toch noem ik mezelf schrijfcoach, omdat dat is wat ik doe. Ik coach veel meer dan dat ik lesgeef. Ik ben een Montessori-kind, gemarineerd in een badje van ‘Leer mij het zelf te doen’. Ik leer mensen omgaan met zichzelf als gevaarlijkste antagonist. Ik help ze om tijd vrij te maken, ik help ze om zelfvertrouwen te krijgen of discipline op te brengen. Ik help ze om te bedenken wat ze willen schrijven en voor wie, en ik help ze om universele schrijfregels zodanig onder de knie te krijgen dat ze die vervolgens naar believen overboord kunnen gooien. Sommige mensen zijn al zes jaar bij me, sommigen komen steeds weer terug. Anderen help ik drie weken kort maar krachtig, om vervolgens nooit meer iets van ze te horen.

Een van de fijnste kanten aan het beroep is dat ik het maar deeltijds doe, de rest van de tijd gebruik ik om zelf te schrijven, wat voor mij minstens zo belangrijk is. En toch heb ik het gevoel dat ik al die romans van mijn ‘pupillen’, al die columns, al die verhalen voor kranten, tijdschriften, en al die blogs en kortverhalen zelf heb geschreven, terwijl ik niet uren en uren heb hoeven pielen om het goed te krijgen. Ik dacht intensief mee over producten voor allerlei grote media en voor evenzoveel kleine niches, ik peinsde over detectives, over romantische verhalen, handboeken, en nog veel meer genres die vaak geweldig zijn om in de steigers te zetten, maar die in mijn eigen schrijfcarrière vermoedelijk niet snel prioriteit zullen krijgen. Het gevoel een soort co-auteur te zijn hoort erbij als schrijfdocent, maar omdat de contacten als persoonlijke coach zoveel intiemer zijn dan wanneer je in groep lesgeeft, is mijn betrokkenheid de laatste jaren veel groter.

Ik plaats geen linkjes en ik noem geen namen, want ik mag dan wel soms een grote bijdrage hebben geleverd en ik ben ook plaatsvervangend trots, maar het voelt als het afpakken van de shine van anderen en ik kan me voorstellen dat sommige auteurs niet gezien willen worden als iemand die een schrijfcoach nodig heeft.

Ook vandaag staat er weer een schrijfcoachingdag op de planning. De vorige keer schreef ik aan de auteur: ‘Vergeet niet dat het moeilijk is om een al te laconieke hoofdpersoon stress te laten beleven’ en ‘ik kan me voorstellen dat je ertegen op zou zien om het nog eens op zoiets technisch als tijd of perspectief te herschrijven, maar ik kan me ook voorstellen dat je er meer lol in krijgt door zelf dichter op je verhaal te zitten.’ Vandaag ga ik kijken wat mijn woorden hebben gedaan, of wat ze hebben nagelaten. Ik ga hardop denken met de belofte dat het vrijwel altijd helpt, dat het al zes jaar lang ergens toe leidt en dat het iets is dat ik – zolang ik ogen en handen heb – kan blijven doen. En dat laatste vind ik zo geruststellend dat ik vaststel dat ik het perfecte beroep voor mezelf heb gecreëerd.

(NB Ik had al eens geen bruikbare ogen en geen bruikbare handen. Dus die geruststellendheid is betrekkelijk, maar een kniesoor die daarop let.)

• Lilith gaat 40 dagen bloggen en for old times sake doe ik mee. Veertig stukjes in het wild, dit is dag 5.

19 februari 2018 | Geen reacties

«

»

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 Reacties

© 2020 Maartje Luif & KLEO, met dank aan Wannes Daemen • Leveringsvoorwaarden

Stuur een mailtje

Wil je meer informatie of heb je vragen? Mail mij!

Wordt verstuurd

Login met je gegevens

Je gegevens vergeten?