Lijn 9

beeld: Jan Oos­ter­huis CC BY-SA 3.0

Als kleuter kwam ik eens een meisje tegen dat nog nooit in een tram had gezeten. Ik dacht dat ze een grapje maakte, want voor mij was de tram na de fiets het tweede ver­voer­mid­del in mijn bestaan. Mijn ouders hebben nooit een auto gehad, dus lijn 9 ontsloot voor ons de wereld. Het was de enige tram die dichtbij stopte en het was doorgaans de route naar afwis­se­ling en vrije tijd. Aan lijn 9 waren nau­we­lijks ver­plich­tin­gen verbonden, die lagen voor­na­me­lijk op andere assen.

Lijn 9 was de tram naar de rond­vaart­boot, naar Artis, naar het Tro­pen­mu­se­um, het was de tram naar films in Tusch­in­ski, of in de Cineac, naar de veel te grote reus in het Amster­dams His­to­risch Museum, naar de Bijenkorf, V&D en het Water­loop­lein. Het was de tram naar op vakantie met de trein, naar vrije tijd, naar anders. Het was de tram van de rust naar de drukte, van de huizen naar de winkels, van het dorp naar de wereld.

Lijn 9 was de tram waarin ik leerde glippen (zwart­rij­den), maar waarin ik dat ook weer afleerde toen een con­tro­leur me eens dreigend toesiste dat een valse naam opgeven strafbaar was. Het was de tram die ik nam naar leuke jongens, memo­ra­be­le gebeur­te­nis­sen en onver­stan­di­ge beslis­sin­gen, een plaats waar ik huilde, lachte en bang was voor wat zou komen. De tram bracht me naar mijn eerst gekochte huis en haalde me daar weer weg toen ik voorgoed vertrok. De bestem­min­gen waren eindeloos.

Maar lijn 9 was vooral het belletje dat ik hoorde als ik in bed lag. Het belletje dat de bestuur­der liet rinkelen bij het over­ste­ken van het kruispunt met de Kamer­lingh Onneslaan en de Hogeweg. Als ik het belletje nog hoorde voor ik in slaap viel dan wist ik dat het nog geen half een ‘s nachts was, en als het rinkelde bij het ontwaken, dan was het in elk geval na half zes. Als we knik­ker­den en we hoorden heel hard gloenk! dan wisten we: een noodstop, en dan holden we naar de hoek om te kijken bij het ongeluk.

Lijn 9 was het belletje dat ik nog hoorde toen ik al geë­mi­greerd was. Dan zat ik meer dan twee­hon­derd kilometer verderop tv te kijken en dan hoorde ik het gerinkel op de Plantage Mid­den­laan, omdat Pauw en Witteman en Buitenhof werden opgenomen langs de route. Het stelde me gerust, te weten dat het er allemaal nog was. Dat ik weg kon gaan, maar dat mijn her­in­ne­rin­gen op de een of andere manier op zijn plaats bleven.

Op tv was het belletje van lijn 9 al enige tijd niet meer te horen, maar ik wist dat het er nog was. Vanaf volgende week verdwijnt Lijn 9 na 115 jaar helemaal. Aan­staan­de zaterdag neem ik de tram voor de laatste keer. Als ik daarna wegrijd naar België, zal achter me het spoor van mijn her­in­ne­rin­gen langzaam uitgewist worden.

5 reacties

  1. Lijn 9, de tram naar mijn oma, mijn tante, mijn eerste eigen zolder in Oost. Ik wist niet dat ie ging ver­dwij­nen, maar dat is het lot van de Amster­dam­mer die pro­vin­ci­aal gaat.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.