Scha­duw­ja­gen

Sinds vorig jaar ziet onze kat schaduwen. Vroeger sloeg ze er geen acht op, zoals alle katten die ik ooit had. Schaduwen waren soms heel even inte­res­sant, maar alleen als we er een spel van maakten, een jacht­ac­ti­vi­teit, en slechts als er sprake was van een uiterst zwarte afge­te­ken­de schaduw die vinnig over de muur of de vloer bewoog.
Tegen­woor­dig heeft Choco álle schaduwen ontdekt, ook de schaduw van mijn hoofd voor de iPad, ook de flik­ke­rin­gen op tv en ook de zwakke grijze wazen die jij en ik over het hoofd zouden zien.

Het is ver­moei­end. Onze stuifpoes stuift al erg veel door het simpele bewegen van tastbare dingen, zoals mensen, meubels of deuren, en nu ze bijna vijftien is, begint ze dus ook de stuiven van lichtval, of het gebrek daaraan. Het heeft iets grappigs: je zit haar op te vrijen, achter haar oor, onder haar kin, ze is blij, tevreden, vol overgave en dan hop! Dan is ze weg. Want er bewoog iets achter jou. Haar fas­ci­na­tie voor schaduwen is groter dan haar behoefte aan affectie en dat vind ik opmer­ke­lijk. Nimmer had ik een poes die liever achter vage schimmen aanging dan stevig gelief­koosd te worden.

Dus vroeg ik mij af: ziet jullie poes schaduwen? En dan bedoel ik niet de donkere equi­va­len­ten van het laser­lamp­je, maar bij­voor­beeld de flauwe schaduw van je hand als je voor het raam staat.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.