Stukjes in het wild

De aller­slecht­ste strategie is een blij­ver­tje

Soms voel ik me onvol­was­sen als de pest. Dat gebeurt bij­voor­beeld als ik een elek­tri­ci­teits­pro­bleem heb. Stroom afzetten, kroon­steen­tjes open schroeven, draadjes geschei­den houden, kleuren checken, tot zover kan ik er nog wel iets mee, maar als de basics niet toe­rei­kend zijn, voel ik me kin­der­lijk afhan­ke­lijk van de mensen die wel de moeite hebben genomen zich te verdiepen in elek­tri­ci­teit. Écht volwassen mensen dus.

Het lichtpunt in de mid­den­ka­mer piept al sinds we hier woonden. We hadden allerlei deductie‐oefeningetjes gedaan: andere lamp, zelfde lichtpunt, zelfde lamp, ander lichtpunt, maar het resultaat was niet zo simpel dat we gewoon een nieuwe lamp moesten kopen en dus par­keer­den we het probleem in het hoekje met problemen die te moeilijk zijn om op te lossen.

Het parkeren van het probleem was nog lastig, want het was donker in de mid­den­ka­mer en ik werk daar. Zodra het té donker werd en ik toch maar even het licht aandeed, begon het lichtpunt te piepen. Niet heel hard, en ook niet heel aanwezig, maar wel áltijd, en net indrin­gend genoeg om niet te kunnen onthoren. Het probleem parkeren, was dus een illusie, want het was altijd óf donker, of er was een piep. Terwijl, het hele idee van een probleem parkeren, is dat je er even geen last van hebt.

Dus deed ik het licht meestal uit, of ik deed het alleen aan als ik in een ijzeren gemoeds­toe­stand verkeerde. Of ik deed het wel aan, maar dan begon ik erover te klagen (‘Hoor je die piep? Hoe zou dat toch komen? We moeten er echt iets aan doen! Ik word gek van die piep!’) En intussen werd het probleem niet opgelost. We han­teer­den echt de aller­slecht­ste strategie die je maar kunt bedenken.

Een paar weken geleden had ik behoefte aan wat licht. Het was een donkere ochtend en ik wilde prikkels aan mijn ogen, óók als dat ten koste van de stilte zou gaan. Dus deed ik de lamp aan. Maar nee hoor. Niks. Donker. De lamp was stuk.

Er viel direct een opluch­ting over me: zelfs als ik de piep zou willen, dan zou ik hem niet meer krijgen. Prima! Maar intussen bleef het dus wel donker, terwijl mijn ogen indrukken nodig hadden, dingen die tot wak­ker­heid zouden leiden, licht­bron­nen. De lamp is een ledlamp waarvan de onder­de­len niet ver­vang­baar zijn, dus als de onder­de­len stuk zijn, is de lamp stuk. Maar de lamp is pas een jaar of vier oud en in mijn beleving is het ding in dat geval nog niet toe aan de schroot­hoop. Maar daar dacht de lamp zelf kennelijk anders over. Hoe dan ook: het was donker, de lamp was stuk en ons probleem was iets nijpender geworden dan het al was.

Een dag later werd er meer duidelijk. Ik was de deur uit geweest en Wannes had in mijn afwe­zig­heid weer een logikwis volbracht: de lamp was niet stuk, want hij deed het nog wel in een ander lichtpunt, maar verder was er nog niets veranderd: er was geen licht. Een resultaat dat ons zonder enige twijfel opnieuw zou nopen tot het parkeren van het probleem in een donker hoekje.

Ik sloot als tus­sen­op­los­sing wat andere lampen aan en probeerde het probleem te vergeten. Het was shit, zo zonder groot licht, maar ik was gewend geraakt aan een piep, en dit zou ook wel weer wennen. Mijn ratjetoe aan inval­lam­pen konden mij net wakker genoeg krijgen om mijn werk te doen.

Tot ik afgelopen week bij het och­tend­glo­ren de ver­war­ming open­draai­de en uit auto­ma­tis­me ook het lichtpunt in de mid­den­ka­mer nog eens aandeed: de lamp ging branden! EN ER WAS GEEN PIEP MEER!

Uiteraard durfde ik het niet te geloven, want niks is wat het lijkt en het lichtpunt is behekst, dus ik trap daar heus niet in. Maar nu, een week later, heb ik nog steeds een lamp zonder piep. Licht in stilte. Wat een genot.

Het gevolg is wel dat de slechtste strategie aller tijden zijn beste tijd ver­moe­de­lijk nog niet heeft gehad.

3 reacties

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.