Stukjes in het wild

Het echte leven

1.

Het is mooi buiten, maar ik had zoveel werk dat ik er de afgelopen weken weinig kwam. Wannes en ik doen ver­plich­te wan­de­lin­ge­tjes om te voorkomen dat we de hele dag zitten te zitten, maar als ik echt veel werk, word ik monomaan en vergeet ik al die dingen die zo heilzaam voor me zijn. Het is jammer dat monomaan werken zo lekker is, zo ver­sla­vend. Suizend surfen op je alertheid tot je merkt dat het uit­ein­de­lijk nergens goed voor is. Het voelt als dis­ci­pli­ne, maar het is een gijzeling door je taak­span­ning, je weet wel, die boog die doet alsof hij een boog is, maar die slechts de lucht in wil; als een koe­pel­ten­tje dat je in je eentje opzet. Het was een van de dingen die ik leerde de afgelopen maanden: dat monomaan werken lekker lijkt, maar dat niet is.

2.

Er was ruzie gisteren op Twitter. Daar bemoeide ik me niet mee, hoewel mijn handen jeukten, want je kunt mij niet sneller uit de tent lokken dan een onzuiver debat te voeren, maar aan ruziën op internet doe ik niet meer. Dat lijkt overigens gemak­ke­lij­ker dan het is. Het afgelopen jaar moest ik vooral de ruzies met schijn­baar aardige mensen zien te ontwijken en dat is toch een beetje alsof iemand met een pion rechtdoor slaat tijdens het schaken. Ik ben een vurig ambas­sa­deur van spel­dis­ci­pli­ne, we moeten weten wat we aan elkaar hebben. Diagonaal slaan kan ik hebben, kom maar op, maar als je rechtdoor slaat, wil ik je een tik verkopen. Fuck you.

3.

Men doet wel eens alsof het internet niet het echte leven is, maar dat is natuur­lijk onzin. Het is het echte leven, alleen dan anders. Sen­sa­tie­tje hier, iets waarvoor ik me afsluit daar, oog­rol­ge­beur­te­nis zus en blijm­a­ken­de kwestie zo: seen it, been there, got the t‐shirt, en inmiddels weet ik dat ik niet alles eraan leuk vind, net als in het echte leven, maar veel ook wel. Op Facebook was mijn reactie op een bericht de enige van honderden reacties die een hartje kreeg. Ik juichte een beetje van binnen, terwijl dat natuur­lijk bela­che­lijk was, want eigenlijk kunnen die hartjes me niks schelen, dat heb ik wel geleerd in al die keren dat ik als enige géén hartje kreeg. Maar als het dan eens gunstig uitvalt, is mijn brein weerloos en wordt er een muntje gestort in een van de gok­ma­chi­nes in de grijze massa, die ver­vol­gens bonkend en ratelend de jackpot uit­be­taalt. Ik was een fractie van een seconde het baasje, daarna voelde ik me vies. Maar ook daaraan ben ik inmiddels wel gewend. Geluk is in veel gevallen een stuk minder chic dan het lijkt.

4.

Buiten was het mooi, en hoewel ik er bijna niet kwam, voel ik immens veel verschil met twee jaar geleden, toen ik nog moest beginnen met de cursus Natuur­gids. In de lente van 2017 kende ik 80 procent van wat ik zag, hoorde en rook niet, nu is het andersom. De lente is duizend keer zo mooi als je weet waar je op moet letten.

5.

Mensen zeggen wel eens dat Twitter het riool is, maar bij Twitter is het net als bij de natuur in de vroege lente: alles is bruin en dor, zoals de winter het heeft ach­ter­ge­la­ten, maar als je niet kijkt naar wat dood is gegaan, blijkt er ook veel te leven. En daar kun je dan weer eventjes op teren.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.