Stukjes in het wild

Schrijf­les

Hoe ik erheen wandel, licht gespannen, ruikend onder mijn oksel, ademend in mijn hand. Een peper­munt­je. Ik merk de zon op, maar de warmte komt niet binnen. Ik dwing mezelf: ontspan, relax, voel de warmte, de zon. Ik repeteer het gesprek. In gedachten. Wat wil ik zeggen? Hoe wil ik het zeggen? Hoe zal het aankomen? Te hard? Te zacht? Zinvol? Teleur­stel­lend? Zal ik het ooit weten?

En de terugweg. Stui­te­rend. De zon komt binnen. Eindelijk. Het stroomt. Opluch­ting. Vol­doe­ning. Ik zie de vogels, de gekke bosjes langs de weg, de rekwi­sie­ten op de ven­ster­bank van het huis om de hoek. Ik hoor mezelf praten, in gedachten, hoe ik het zei, de ogen van de ontvanger. Kwam het aan? Was het goed? Ik weet het niet. Maar de tijd verstreek, dat is de over­win­ning.

Ik leef me in: hoe voelt ze zich? Met genade gefileerd, en toch gena­de­loos onder de loep genomen? Met respect behandeld, en toch de ene knauw na de andere? Precies wat ze wil, en toch alles wat ze vreesde? Uit­ge­kleed door mijn oordeel, getooid met mijn enthou­si­as­me?

Het vergt veel. Een op een. Iemands gedachten op papier. En dat ik daar dan op schiet, want dat is mijn werk. Maar het is mooi. Omdat we kwetsbaar zijn. Niet alleen zij, maar ook ik. Altijd.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.