Columns

Met veel plezier schrijf (en schreef) ik columns voor allerlei fijne opdrachtgevers, waaronder Radio 1, VPRO en De Standaard.

De Eenzame Planeet van Onmin: Officiële Papieren

Voor VPRO’s Café De Liefde schrijft Zezunja een reisgids in tien delen over het eeuwenoude vestingstadje Onmin en schetst het mistige dal waar de liefde op de helling staat. Ze duidt de cultuur, de taal en de mensen in het universum van ruzie, rotzakken en jij-bakken.


Als ik moest kiezen, zou ik zeggen: Harmonie is een betere reisbestemming dan Onmin. Maar bij de poort van Harmonie staat een waarschuwingsbord voor vicieuze cirkels en er staan norse wachters die controleren of je de juiste papieren hebt. Alleen de allerbeste spitsroedenlopers mogen erin.

‘Liefje?’ ‘Ja?’
‘Waarom wil jij eigenlijk niet trouwen?’
‘Omdat ik al twee keer getrouwd ben geweest, ik geloof niet meer dat het iets toevoegt.’
‘Maar met je vorige vrouwen wilde je wel trouwen.’
‘Ja, omdat zij dat wilden.’
‘Maar waarom wil je dat met mij dan niet?’
‘Ik zie niet in waarom we dat zouden doen.’
‘Je houdt van mij toch net zoveel als van hun?’
‘Ja, meer nog.’
‘Dan is het toch raar dat dat uit het rijtje ‘echtgenoten’ niet blijkt?’
‘Maar wil jíj trouwen dan?’
‘Nee, niet per se.’
‘Nou dan. Dan is het toch goed zo.’
‘Maar ik vind het raar dat je met mij al die dingen niet doet: trouwen, kinderen krijgen, gemeenschap van goederen, dat soort dingen. Niemand zal denken: goh, van haar heeft hij echt gehouden.’
‘Maar ik ben gesteriliseerd!’
‘Juist! Daaróm. De status van ‘moeder van je kinderen’, kan ik al niet meer krijgen.’
‘Vertel je me nu dat je wilt trouwen?’
(*)‘Ik weet het niet. Het zit me niet lekker dat ik altijd een soort onbeduidende vriendinnetjesstatus zal hebben.’
‘Maar ik wil best met je trouwen hoor, alleen van mij hoeft het niet.’
‘Wil je voor de derde keer trouwen?’
‘Met jou wel. Wil je met me trouwen dan?’
‘Is dit een aanzoek?’
‘Mwah, zoiets.’
‘Maar zo hoort een aanzoek helemaal niet te zijn.’
‘Uhm…’
‘Daar ga ik geen ‘ja’ op zeggen hoor, zo’n aanzoek.’
‘O okee, zal ik het dan nog maar eens over doen?’
‘Nu? ‘Nee! Dat is helemaal niet romantisch! Dan is het zo tussen de soep en de aardappelen door.’
‘Maar hoe moet het dan?’
‘Ja, dat weet ik niet, maar niet zo dat ik het gevoel krijg dat ik je er heb ingeluld.’
‘Maar dat heb je toch?’
‘Nee, want je zei zelf dat je wel wilde trouwen.’
‘Jawel, maar van mij hoeft het niet. Dat heb ik ook gezegd.’
‘Ja, zo is zo’n aanzoek natuurlijk helemaal niets waard.’
‘Maar je zei zelf net nog dat je niet per se hoefde te trouwen.’
‘Ja, maar dan blijf ik eeuwig die ene vriendin met wie hij nooit wilde trouwen.’
(Beste lezer, ga vanaf hier terug naar het sterretje in de tekst en lees vanaf daar verder. Herhaal deze procedure tot u het zat bent…)

De Eenzame Planeet van Onmin: Eten & Drinken

Voor VPRO’s Café De Liefde schetst Zezunja een reisgids in tien delen over het eeuwenoude vestingstadje Onmin en schetst het mistige dal waar de liefde op de helling staat. Ze duidt de cultuur, de taal en de mensen in het universum van ruzie, rotzakken en jij-bakken.


‘EN NU LOOPT HIJ WEG!!! Terwijl hij volgens mij donders goed beseft wat hij mij AANDOET!! Waarom loopt die klootzak altijd gelijk weg?! Om mij te straffen? Om zichzelf een goed gevoel te geven? Het gevoel dat hij een hele peer is? Ik snap niet waarom hij roept dat hij van mij houdt. Terwijl hij er vervolgens alles aan doet om mij weg te jagen. Ik haat hem soms ECHT!!!’

Aan het handschrift kan ik zien dat ik niet alleen kwaad ben, maar ook dronken. Zo dronken dat ik niet onderdoe voor de eerste de beste huisarts. Het is een wonder dat ik het nog kan lezen en het is de vraag waarom ik het in mijn dagboek schreef. Om mezelf gelijk te geven? In de hoop dat hij, het lijdend voorwerp, het las? Dan had ik misschien wat duidelijker moeten schrijven. Of was het gewoon therapeutisch? Om mijn woede kwijt te raken?

Als dronken vrouw ben ik onnavolgbaar. Ik heb een vurige dronk, die wanneer de sterren gunstig staan, leidt tot geanimeerde gesprekken, uitwisseling van diepe zielenroerselen en de hoogstnoodzakelijke big smile. Maar o wee als er sprake is van een slecht gesternte. Dan ga ik discussiëren tot ik erbij neerval. Dan bestel ik nog een cognac, en nog een en nog een. En dan heeft hij het gedaan. Alles. Hij. De Grote Schuldige Die Zich Wat Meer In Mij Moet Verplaatsen. Of Hij die gewoon ongelijk heeft, tot hij mij gelijk geeft.

Drank in Onmin: je moet ertegen kunnen. En er zit een gemeen kantje aan, want drank verandert gedurende een relatie danig van gedaante. In het begin, als Onmin nog Bemin is, dan helpt het je de relatie op poten te zetten. Misschien had je nooit met hem gezoend zonder die halve fles wijn, en misschien hadden jullie nooit zoveel over jezelf verteld als er niet een paar glaasjes aan te pas waren gekomen. Maar dan maakt de roze wolk plaats voor de blinde waas van de kwade dronk of het dagelijkse glas te veel (‘Zou je dat nou wel doen?’). En dan is er geen redden meer aan.

Na de Wittebroodsweken zou er eigenlijk op elke fles drank moeten staan: ‘Warning: contains flammable liquid’. Want dan blijkt bier ineens veel voedingsstoffen te bevatten die rechtstreeks opgenomen worden in het de Vurige Verbitterde Hart. Waar het aan het begin van de relatie fijn is dat een mens wat opener wordt van een beetje alcoholica, kan tegen de tijd dat een relatie rijp is voor onontkoombare averij, dat ene glas het verschil maken tussen een redelijk gesprek en een hoop stampij.

Ik besprenkel mezelf zo nu en dan. Niet vaak, maar altijd met de vuistregel: één ei is geen ei en dat geldt ook voor glaasjes cognac. En daarmee is mijn vriend gedwongen eens in de zoveel tijd de hemel af te turen. Hand boven zijn hoofd, wenkbrauwen gefronst, iets murmelend als ‘hoe staan de sterren vandaag in het Eenzame Universum van Zezunja?’ En dan houdt hij zijn hart vast.

De Eenzame Planeet van Onmin: Bezienswaardigheden

Voor VPRO’s Café De Liefde schrijft Zezunja een reisgids in tien delen over het eeuwenoude vestingstadje Onmin en schetst het mistige dal waar de liefde op de helling staat. Ze duidt de cultuur, de taal en de mensen in het universum van ruzie, rotzakken en jij-bakken.


‘Ik ben dit zo zát hè!’
‘Ssst, niet hier!’
‘Het is verdomme áltijd hetzelfde!’
‘Stil nou! Ze kunnen ons horen!’
‘Laat ze het maar horen, je hebt het er zelf naar gemaakt.’
‘Als je nu niet stiller praat, ga ik weg, naar huis. Dan bekijk je het maar.’
‘Doe maar.’
‘Ik schaam me dood!’

Smeuïge buitenruzies zijn ware publiekstrekkers. Begrijp me niet verkeerd, het moet natuurlijk niet té erg worden, straatgeweld is beyond grappig, maar een fijne tragedie met een vleugje sarcasme is de ultieme attractie voor het hele gezin. En dan na afloop samen de toedracht verzinnen (én de thuissituatie én de karakters van de hoofdrolspelers, hun motieven, de uiterste houdbaarheidsdatum van de relatie, und so weiter). Bezienswaardigheden in Onmin: een onvergetelijk dagje uit voor ramptoeristen.

Het aardige van de relatieruzie als schouwspel, is dat er voor de hoofdrolspelers geen ontkomen aan is. Op het eerste gezicht lijkt er een ontsnappingsmogelijkheid, want je hebt namelijk twéé opties: óf je bent degene die in geval van ruzie schaamteloos door het restaurant-met-pianomuziek brult, óf je bent degene die met gebogen hoofd op pedagogische fluistertoon de ander tot bedaren brengt. Als je beiden de tweede mogelijkheid kiest, is er niets aan de hand, zo met twee volwassenen onder elkaar.

Maar dat is verraderlijk, want zelfs als je voor de fluisterversie kiest, zal je mimiek verraden dat er een schouwspel gaande is. Probeer zonder toneelschool je ongenoegen te verbijten en je hebt gegarandeerd het gesprek een tafel verderop op gang geholpen. ‘Niet meteen kijken hoor, maar die twee achter je hebben ruzie. Ze hebben al een half uur niets tegen elkaar gezegd en ze kijken elk chagrijnig een andere kant op.’

En zo is de buitenruzie gedoemd in de houdgreep van het publiek te belanden. Het obstakel kan niet uit de weg worden geruimd, omdat het publiek toekijkt. Maar het publiek blijft toekijken, zolang de kwestie niet uit de weg is geruimd. Dus of je nou brult of sust, het resultaat is hetzelfde: je bent het slachtoffer van aapjes kijken.

We vergapen ons aan leedvermaak met alleen maar slechte karakters. Het publiek, dat stilstaat, stilvalt, meesmult een meesmuilt laat zich van zijn ranzigste SBS-kant zien. Ramptoerisme per strekkende meter, daar zijn we als de kippen bij. De hoofdrol voor De Bruller (heusch niet altijd dramaqueen) die een klein beheersingsprobleempje op te lossen heeft (zo gilde ik ooit ‘vuile klootzak’ uit een hotelraam, terwijl de vuile klootzak in kwestie zich op een vol terras begaf). En als tegenspeler hebben we dan nog De Susser, die zo tussen Bruller en Publiek heel nobel lijkt, maar natuurlijk net zo vaak de aanstichter, de tarter, de oorzaak van het spektakel was.

Kortom: wie van ranzige reality-tv houdt, komt naar Bezienswaardigheden in Onmin, waar mensen Met Een Klein Beheersingsprobleempje een voorzet geven en mensen met een Tergend Karakter het schouwspel nog wat uitrekken. Acts van Brullers en Sussers zijn heel geschikt voor Smullers van het betere Relatiedrama. Kaartjes op de eerste rij zijn meestal binnen een mum van tijd uitverkocht, dus wees er snel bij!

De Eenzame Planeet van Onmin: Overnachtingen

Voor VPRO’s Café De Liefde schrijft Zezunja een reisgids in tien delen over het eeuwenoude vestingstadje Onmin en schetst het mistige dal waar de liefde op de helling staat. Ze duidt de cultuur, de taal en de mensen in het universum van ruzie, rotzakken en jij-bakken.


‘We moeten het eerst uitpraten, anders kan ik niet slapen.’
‘Maak niet zo’n scène, we praten er morgen wel over.’
‘Maar dan kan ik niet slapen.’
‘Ik ben doodop, ik moet er morgen vroeg uit.’
‘Maar… boehoe… dan lig ik de hele nacht wakker!’
‘Sjezus, zit niet zo te zeiken!’
Overnachtingen in Onmin zijn duister. Woorden vallen harder in het donker en tranen smaken zouter in het maanlicht. Zonder contactlenzen is het leven onzeker, om van de liefde nog maar niet te spreken.

Toch zijn er talloze redenen waarom juist de nacht zich zo goed leent voor een ferme ruzie: de dag laat sporen achter, drank en stress verenigen zich op de valreep in De Grote Emotie – tanden gepoetst, water tegen de kater, je geliefde naast je, de dag achter je en klaar voor de grote droom.

Maar dan: jij zat nog met iets, hij deed te onverschillig, jij zeurde te lang en er speelde nog van alles door je hoofd. Tja, en dan is het gebeurd voor je er erg in hebt, zeker met dat ene glaasje te veel: enter de Eenzame Planeet van Onmin.

En waar het overdag al een hele heisa kan zijn om dat éne plekje te vinden waar je overeenstemming kunt bereiken, ’s nachts is de grote boeman van ik-begrijp-niks-van-jou-en ik-flip-daarvan nog veel prominenter aanwezig. Dan is het een kwestie van kiezen tussen enerzijds het schemerpad van isolatie gevolgd door een dikke snurk en anderzijds de donkere wolken van verdomme-dit-gaan-we-tot-het-bot-uitvechten. Niet zelden volgt dan de voetbalwedstrijd van FC Dramaqueen tegen VV Laat me met rust.

Vooral de dramaqueens doen het goed ’s nachts. Ze lopen te hoop tegen de toegedraaide rug. Ze drammen. Ze willen dat alles wordt uitgepraat – en wel nú – zelfs als er niets uit te praten valt, zoals maandstonden.

Mannen doen het doorgaans minder goed na twaalven. De meesten willen er nog een nachtje over slapen. Morgen, is hun gevleugelde uitspraak, mañana. En als er iets is dat een dramaqueen tergt, dan is het wel uitstel.

En dus gaat zij kauwen. Rug tegen rug. Dwingen en dringen en dan heel hard proberen de wrok te bewaren. Hopen dat ze morgen nog weet wat ze hem kwalijk nam. De volgende dag het kutgevoel plaatsen en kijken of ze hem met terugwerkende kracht kan straffen. Haar zin krijgen bij daglicht, omdat dat in het duister niet lukte.

En hij weet dat. Dus kiest hij eieren voor zijn geld, onderwijl stevig het onderspit delvend. Hij offert zijn schaarse uurtjes nachtrust op aan een robbertje vrouwtjepaaien. Noodgedwongen. Hij moet wel. Want een dramaqueen in het duister is een soort voetballende Duitser: aan het eind wint ze áltijd.

Alle hoofdstukken in de Eenzame Planeet van Onmin
1. overnachtingen
2. bezienswaardigheden
3. eten & drinken
4. officiële papieren
5. wisselkoers
6. historie
7. taal
8. zeden en gewoonten
9. kinderplezier
10. omgeving

De Uitmaakzoen

Dit stukje verscheen als column op VPRO’s Café De Liefde.

Schets: We zitten aan een tafel in Rosa’s Cantina en laten het ons goed smaken. Het besluit is zojuist gevallen: we zetten er een punt achter. We hebben het geprobeerd, het is niet gelukt. We zijn verleden tijd.

Na het eten zet ik hem af in zijn straatje aan het Vondelpark. We zwijgen even, zoenen lang en aan het einde van het liedje ga ik nog even mee naar binnen. We zijn verloren.

We zeiden nee, we deden ja, de story of my life. Meer dan eens bracht de uitmaakzoen mij op andere gedachten. Niet de uitmaakseks of de lange gesprekken aan tafel, maar de zoen die het einde van alles moest bezegelen. Die maakte het verschil.

Vaak met een fiets in de hand, een sleutel, zojuist teruggekregen, brandend in m’n zak, en de blik gericht op een wazige toekomst van oneindig verdriet. De uitmaakzoen is het toppunt van drama. Geen afscheidsbrief, geen groet, geen verhuizing kan tippen aan de emotie die je overstroomt als je je geliefde voor het laatst op de mond zoent. ‘Dit was het dan’ in duizend zenuwbanen gegraveerd.

Maar de uitmaakzoen is gevaarlijk, want voor je het weet zit je in een vicieuze cirkel van concluderen dat je het moet uitmaken – een uitmaakzoen uitdelen – boemklatsvuurwerk meemaken – in duizend zenuwbanen gegraveerd – toch weer mee naar binnen gaan – besluiten dat een uitmaakzoen alleen niet voldoende is om de relatie te redden – concluderen dat je het dus alsnog moet uitmaken – een uitmaakzoen uitdelen – boemklatsvuurwerk meemaken – in duizend zenuwbanen gegraveerd – enzovoort – enzoverder.

Kortom: de uitmaakzoen is een te-vermijden-zoen. Maar dat lukt mij dus zelden. Oké, oké, met weekendminnaars-voor-een-paar-maanden is dat regelmatig gelukt. Dan was een zwaai in de deuropening soms heel gepast – alsof ik even iets had opgehaald bij een vriend, met als miniem verschil dat ik het in dit geval zojuist had uitgemaakt.

Maar bij de lange relaties – en dat is toch meer mijn ding – is er geen beginnen aan. Die eindigen altijd in een uitmaakzoen. Daar staat de man met wie je maanden, nee jaren, je dagelijks leven en je lippen deelde en dan zou je met een high five jezelf en hem tot een einde moeten slaan? Of wat? Een knipoog, van o wat zijn we verstandig en onaangedaan?

Misschien moet het zo, maar mij lukt het niet. In zulk soort situaties ben ik zeer onverstandig en zeer aangedaan. En dan verlang ik met heel mijn hart naar een uitmaakzoen – in duizend zenuwbanen gegraveerd. Niet als bevestiging van ‘dit was het dan’, maar stiekem, in al mijn kleinheid, als sprankeltje hoop dat ik toch nog even mee naar binnen mag. Om het dagelijks leven en onze lippen nog héél even te delen.

Ik ben niet goed in afscheid nemen, dat blijkt. De uitmaakzoen is voor mij dus zéker een te-vermijden-zoen. Heden ten dage doe ik dat door het simpelweg niet uit te maken. En dat kan ik iedereen aanraden.

Dit was het laatste stukje in de serie Zoenen met Zezoenja. Vanaf volgende week: Zezunja in Onmin.
Tot dan!

De Andere Zoen

Dit stukje verscheen als column op VPRO’s Café De Liefde.

Ik kan iets wat bijna niemand kan: rechtdoor zoenen. Omdat mijn neus in zijn geheel bestaat uit kraakbeen, kan ik ‘m indrukken als een plastic bekertje met een kreukelzone. Ik hoef dus nooit een kwartslag te draaien alvorens iemand binnen te doen, ik ga gewoon immer gerade aus. En daarmee ben ik de trotse bezitter van De Andere Zoen. Zoen met mij en je krijgt een unieke zoenervaring van elkaar recht in de ogen kijken. Een bokser is er niets bij.

Andere Zoenen zijn er in overvloed. Je hebt snorren, baarden, dikke lippen, beugels, extreem kleine mensen, extreem grote mensen en piercings. Er zijn spleetjes tussen de tanden, gouden tanden en het fietsenrek. En je hebt mensen met tics, mensen met een atletische tong en mensen met een grote bek. Maar álle Andere Zoenen hebben één ding gemeen: ze maken korte metten met routineus roeren.

De Andere Zoen staat bol van avontuur: je moet oplossingen zoeken (in geval van zoenen met een dwerg ), je kunt mooie plaatjes schieten (wanneer je rechtdoor zoent met iemand zonder neusbotje), je moet het tempo kunnen bijhouden (bij atletische zoeners) en je hebt een mooi verhaal voor thuis (bij alle Andere Zoenen).

Maar je hebt twee soorten Andere Zoenen. Het ene soort is verwijtbaar: dat zijn de mensen die je dwingen tot de choreografie van een avondvullende voorstelling. Het andere soort is onverwijtbaar, omdat je iemand nou eenmaal niet kunt verwijten dat-ie langer is dan 1 meter 96.

You gotta move, zingt Gino Vanelli in een tv-reclame, maar bij zoenen is dat mijns inziens van ondergeschikt belang. Sterker: erg veel gewriemel en gewroet is hinderlijk. Denk aan de jonge tienerzoen. Wat een gedoe: draaien, likken, stoten en nog eens draaien. Nee, dan wint Huub van der Lubbe het met gemak van Gino, want ‘als je met me vrijt dan ben ik liever lui dan moe’.

Waarmee we de verwijtbare Andere Zoen hebben gehad. Dan de onverwijtbare Andere Zoen. Dat zijn de zoenen die exotisch zijn omdat de sparringpartner in kwestie een afwijkende anatomie in de aanbieding heeft. Die Andere Zoenen zijn bijna altijd leuk – als je van avontuur houdt.

De leukste Andere Zoen kreeg ik van een Surinamer met megadikke lippen. Zijn lippen waren per stuk twee vingers breed. Let op: met één van zijn lippen kun je het perfecte biertje tappen. De zoen was als een luchtkasteel op een braderie waar je – poing – poing – in kunt springen.

Ook leuk was de zoen met de bodybuilder die mij – no sweat – op één arm omhoog hield terwijl we zoenden. Je moet niet per se op eigen benen willen staan, soms is het heel plezierig om op een presenteerblaadje geconsumeerd te worden.

En de Andere Zoen met de man met de kaakfractuur was eveneens uitermate boeiend. Als je mond niet verder open kan dan een spleetje, krijg je al gauw te maken met het zoenequivalent van lispelen. Hartstikke leuk.

Maar minder was De Andere Zoen van de jongen die gedurende de actie ineens zei: ‘Ik heb een abces.’ Ik weet nooit goed wat ik me bij een abces moet voorstellen, maar herinner me dat ik alle zeilen heb bijgezet om die zoen daar te laten eindigen. En wel meteen

Want Anders is hartstikke leuk. Tot er een abces in het spel is. Dan is leuk anders.

Zoenintimiteit

‘Nee, zoenen doe ik niet, dat vind ik te intiem ‘, zei de onenightstand, terwijl hij een condoom pakte om eens flink van bil te gaan.

Interessant, vond ik. Iemand die zoenen met een vreemde intiemer vindt dan poedelnaakt rampetampen. De mondholte als heilige plaats en de vagina als openbare ruimte. Ik moest erover nadenken.

En dat deed ik.

Had hij gelijk?
Wel als hij een prostituee was. Een tongzoen krijg je niet voor honderd euri verkocht en dan is het heilige stempel ‘te intiem’ een goed excuus om eronderuit te komen. Maar aangezien ik gratis en voor niets met hem dat condoom te gelde mocht maken, acht ik de kans dat ik met een prostituee te maken had niet groot.

Wat is intiem?
1 in het diepste, binnenste gelegen, 2 persoonlijk, zeer vertrouwelijk, zegt Van Dale.
Hier is een goede verstaander geboden, want a. magma is geen intiem goedje, b. over ziel of lichaam wordt niet gerept, c. dus qua ‘diep’ en ‘binnenste’ kunnen we nog nog alle kanten uit, d. persoonlijk lijkt het woord ‘persoonlijk’ me nogal multi-interpretabel – om niet te zeggen: nogal persoonlijk, en e.: vertrouwelijk heeft een FBI-connotatie. Dat schiet niet op.

Wat vind ik intiem?
De tandarts, de gynaecoloog, de huisarts die een gezwel te lijf gaat, druppels op de bril van een openbaar toilet, met geldschieters of boekhouders praten over de handelsbalans, scheten laten in bijzijn van anderen, aan mental coaches vertellen waar het misging. En jawel: zoenen én seks.

Wat zou er volgens mij in Van Dale moeten staan?
1 een groot woord voor dingen waar je je eigenlijk een beetje voor schaamt 2 iets dat je je alleen laat welgevallen als er iets te winnen valt.
Want er zijn leuke en minder leuke intieme dingen.
De intieme dingen die minder leuk zijn, schenk ik aan iedereen van wie ik er iets voor terugkrijg (een gezond lijf, een mooi gebit, een helder inzicht of een minder volle blaas). En de dingen die ik wel leuk vind, schenk ik aan iedereen van wie ik er eveneens iets voor terugkrijg (een goede vrijpartij, een mooie toekomst of een lustig avondje). Kortom: hoewel intimiteit nogal onduidbaar is, kunnen we vaststellen dat voor niets de zon opkomt en ik intieme dingen vooral deel als er iets te halen valt (een mooie man, een beter leven).

Is zoenen intiemer dan seks?
Voor mij niet. Bij seks is de kans op schaamte groter wegens meer bloot, meer smaken, meer geuren en meer mogelijkheden. Bovendien begint mijn orgasme op een plek waar je met een tongzoen niet bijkomt. Er valt bij seks meer te verliezen, maar ook zoveel meer te winnen.

Dus hij heeft ongelijk? Is seks intiemer?
Dat zeg ik niet. Het kan zijn dat mijn definitie ook voor hem geldt en dat hij zich als in betekenis 1 dankzij een onwelriekende adem of andere onvolkomenheden doodschaamt voor zijn zoenen. Dat de magere winst niet opweegt tegen de gegarandeerde deconfiture.

Anderzijds kan het ook zijn dat hij zo’n klein pietje heeft dat hij met zijn tong een stuk dieper komt dan met zijn piemel. Mannen met een kleine lul zijn volgens de Van Dale gedoemd op andere wijze tot het diepste, het binnenste te komen. En dan is zoenen dus mooi wel veel intiemer.

Deze column verscheen op de website van het VPRO-programma Café De Liefde.