Columns

Met veel plezier schrijf (en schreef) ik columns voor allerlei fijne opdrachtgevers, waaronder Radio 1, VPRO en De Standaard.

De omgeving en Onmin: echt ver van huis

‘Ze belde mij, ze dacht dat haar vriendin vreemdging.’
‘Ai.’
‘Ja. En nu vreet ze zich op. Ze slaapt niet meer, is helemaal depressief en de sfeer daar in huis is om te snijden.’
‘Heeft ze het al eens aan haar gevraagd?’
‘Ja, maar haar vriendin ontkent.’
‘O.’
‘En ze gelooft ’t niet.’
‘Hm.’
‘Dus vroeg ze of ik haar vriendin wilde schaduwen.’
‘Haha! Neee!’
‘Jawel, dat vroeg ze.’
‘En ga je dat doen?’
‘Uh… nou… ja… ik denk het wel.’
‘Haha! Neee!’
‘Jawel.’
‘Maar wat ga je dan doen?’
‘Ik ga met een lange regenjas en een hoed sigaretjes roken in een donker hoekje.’
‘Dat meen je niet?!’
‘Jawel.’
‘En dan?’
‘Als ik zie dat ze met iemand ergens naartoe gaat, dan fiets ik erachteraan.’
‘Haha! Echt?!’
‘Ja, zo ga ik het doen.’
‘Tsjonge, het lijkt wel een film.’

En zo geschiedde. Hij vermomde zich als private detective, croste een paar rondjes door Amsterdam en leverde zijn lesbische vriendinnetje het bewijsmateriaal waardoor haar partner bekende.

Het akelige aan dit verhaal is dat het nooit goed kon aflopen. In dit geval zorgde het overspel voor de breuk, maar het schaduwen van je levenspartner is zo’n daad van wantrouwen dat de relatie ook zonder overspel al op sterven na dood is.

Dit hoofdstuk van de reisgids van Onmin heet: De Omgeving. En daarin past slechts een waarschuwing: Blijf Er Verre Van. De Omgeving zorgt voor Onmin. Schoonmoeders, overspel, al dan niet misplaatste jaloezie. En zodra je de omgeving echt dichtbij laat komen, zal die de Eenzame Planeet van Onmin annexeren.
En dan ben je pas echt ver van huis.


Dit was het laatste ‘gewone’ hoofdstukje uit de Eenzame Planeet van Onmin. Volgende week verwerk ik alle taalsuggesties die de lezers van VPRO’s Café De Liefde en zezunja.nl hebben aangedragen tot een waardige afsluiter van de reeks.
Alle hoofdstukken in de Eenzame Planeet van Onmin
1. overnachtingen
2. bezienswaardigheden
3. eten & drinken
4. officiële papieren
5. wisselkoers
6. historie
7. taal (volgt nog)
8. zeden en gewoonten
9. kinderplezier
10. omgeving

Iemand moet het kind op de spits drijven

De Eenzame Planeet van Onmin: Zeden en gewoonten

De routebeschrijving naar Onmin luidt: men neme een kind, óf als gespreksonderwerp óf in het eggie, en men kijke elkaar eens diep in de bewalde ogen. Vervolgens wacht u een paar minuutjes en voilá, daar aan de horizon doemt Onmin op. Het soort kind bepaalt of u de landelijke route neemt of er over de snelweg naartoe scheurt.

Mogelijke kinderen:
De nog-niet-bestaande kinderen

Het kind dat de een wel wil, maar de ander niet
Dit kind leidt regelrecht naar Onmin. Het kind wordt een drukmiddel, een afknapper, een luis in de pels van de toekomst, een voortdurend gespreksonderwerp, en een clusterbom onder de lieve vrede. Een snellere weg naar Onmin is er niet.

Het kind dat gewenst is, maar steeds maar niet wil ontstaan
Dit kind brengt u langs weidse vergezichten, waarin u samen met uw partner droomt over wandelwagens en babykamers. Maar u zult onderweg steeds vaker ziekenhuizen moeten bezoeken, en aan het einde van deze route gaat de weg loodrecht naar beneden, waar in het dal Onmin op uw wacht. In dat dal moet u zich melden bij Meneer Machteloosheid en Mevrouw Zinloos Verwijt.

Het kind dat beide partners willen, maar niet op hetzelfde moment
Dit kind leidt op vele manieren naar de buitenwijken van Onmin. Om in het centrum te komen moet iemand het kind op de spits drijven door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Maar als je van me houdt, accepteer je het dat ik met de pil ben gestopt.’ Doorgaans leidt die weg direct naar Onmin.

De al wel bestaande kinderen

Het kind dat u dag en nacht uit uw slaap houdt
Dit kind is de toeristenbus van Onmin. U kunt met behulp van dit kind overal op- en afstappen. Bij kleine bezienswaardigheden als partner snurkt/partner lacht op het verkeerde moment/partner ziet niet dat u moe bent. Of bij grote publiekstrekkers als partner is niet perfect/relatie is niet perfect/leven is niet perfect. Met dit kind kunt alles van Onmin op uw gemak bekijken.

Het kind dat een eenduidige opvoeding vereist

Dit kind, het kind dat als je niet oppast een ettertje of een krengetje wordt, kan papa en mama tegen elkaar uitspelen, kan conflicten veroorzaken over opvoedmethoden en schuldigen. Dit kind gidst u als een ware Chucky richting Onmin.

Het kind uit een vorige relatie
Dit kind leidt niet rechtstreeks naar Onmin, maar voor pelgrims kan deze route heel geschikt zijn. De paden op de lanen in en kijken hoe lang de stieflieven het volhouden, hoe lang het kind het volhoudt, kijken of de ex infiltreert in het nieuwe gezin en kijken of je Onmin bereikt of dat je net op tijd tot bezinning komt.

Er zijn natuurlijk nog andere wegen die naar Rome leiden, en dus andere kinderen die naar Onmin leiden. Denk aan ‘Het kind dat er wel is, maar dat door geen van beiden gewenst is’ of ‘Het kind als obsessie’, of ‘Het kind dat ingezet wordt als relatielapmiddel’, maar dat zijn kinderen waar niet zo gemakkelijk aan te komen valt. Met bovenstaande kinderen moet het lukken om de paspoortcontrole in de Staat van Onmin te bereiken.


Zezunja schrijft voor VPRO’s Café De Liefde een reisgids in tien delen over het eeuwenoude vestingstadje Onmin en schetst het mistige dal waar de liefde op de helling staat. Ze duidt de cultuur, de taal en de mensen in het universum van ruzie, rotzakken en jij-bakken.
Alle hoofdstukken in de Eenzame Planeet van Onmin
1. overnachtingen
2. bezienswaardigheden
3. eten & drinken
4. officiële papieren
5. wisselkoers

6. historie
7. taal (volgt nog)
8. zeden en gewoonten
9. kinderplezier
10. omgeving

Het tandpastadopje is maar een hobbeltje van 1 x 1 cm

De Eenzame Planeet van Onmin: Zeden en gewoonten

Het is te gemakkelijk om nu over tandpastadopjes te beginnen, maar op de Eenzame Planeet van Onmin staan tandpastadopjes nu eenmaal model voor alles waarop een mens zijn frustratie kan projecteren.

In het klassieke verhaal spiegelen de tandpastadopjes het gevoel van onvrede het beste, bovendien zijn tandpastadopjes grijpbaar en je hebt ze snel weer onder controle. Je kunt je man misschien moeilijk vertellen dat het leven klote is en dat je hem daar het liefste voor verantwoordelijk zou willen stellen, maar je kunt wel roepen ‘Je hebt het tandpastadopje wéér niet op de tube gedaan, nu is a. de tandpasta uitgedroogd, zit b. de wasbak vol met vieze witte kringen, is c. het dopje kwijt en d. mijn humeur verpest.

Bij mij thuis is de beste reflector het doekje waarmee je de wc schoonmaakt, (‘Heb je het doekje waarmee je de wc hebt schoongemaakt op het aanrecht gelegd?! Getver, nu zittten er allemaal pleebacteriën op het aanrecht) of de wijze waarop de wc-rol is opgehangen (‘Het papier moet aan de muurkant’, ‘Nietes!’, Welles!’). Over het tandpastadopje hebben wij hoegenaamd geen mening, al was het maar omdat we tubes hebben met onscheidbare dopjes.

Maar soms stel ik me voor dat in onze relatiecommunicatie geen tandpastadopjes en pleerollen voorkomen, dat we onze woede en frustratie zonder tussenkomst van reflectieprullaria zouden moeten uiten. Dat we ons niet druk maken over de wijze waarop iemand het stuk kaas heeft opgeborgen, maar dat we altijd gelijk vertellen waar het echt over gaat.

‘Lief, ik had mij het leven heel anders voorgesteld. Ik wilde een relatie met iemand die mij op sleeptouw zou nemen, ik wilde een mooie carrière, ik wilde beroemd worden. En kijk waar ik nu zit. Op een armetierige wc, met de pleerol verkeerd om, en een relatie waarin we beiden uitgeput raken van frustratie over alles wat het net niet is.’

Nee, dan liever wat ge-emmer over een bakje tonijn dat onafgedekt in de koelkast staat (‘Nu smaakt zelfs de witlof naar tonijn!’). Want meestal valt het met dat kloteleven na een nachtje slapen wel weer mee, maar probeer dan nog maar eens te zeggen dat je misschien toch wel blij bent met de ander. Nee, dan het tandpastadopje. Dat is maar een hobbeltje van 1 x 1 cm. Eentje waar je gemakkelijk overheen stapt.


Zezunja schrijft voor VPRO’s Cafe De Liefde een reisgids in tien delen over het eeuwenoude vestingstadje Onmin en schetst het mistige dal waar de liefde op de helling staat. Ze duidt de cultuur, de taal en de mensen in het universum van ruzie, rotzakken en jij-bakken.
Alle hoofdstukken in de Eenzame Planeet van Onmin kunt u op VPRO’s Cafe De Liefde vinden.
1. overnachtingen
2. bezienswaardigheden
3. eten & drinken
4. officiële papieren
5. wisselkoers
6. historie
7. taal (volgt nog)
8. zeden en gewoonten
9. kinderplezier
10. omgeving

Gevraagd: relatieruzietaal

Een oproep aan al mijn lezers: kent u woorden en zinnen die in een relatie óf tot ruzie leiden óf in ruzies gebruikt worden? Gooi uw bijdrage sjeblief in de reacties (mag anoniem!)!

Voor de aflevering Taal in de Onmin-serie wilde ik deze week de taal van precaire situaties behandelen, maar aangezien ik een schat aan lollige dan wel schrijnende zinnen en woorden vermoed bij mijn lezers, zet ik de Taal-aflevering van De Eenzame Planeet van Onmin even on hold.

Een voorbeeld van het soort zinnetjes dat ik bedoel:
Ruzieveroorzakende zinnetjes als:
‘Vind je mij dik?’
‘Wil je liever met je vrienden op vakantie dan?’
‘Waar denk je aan?’

Heatofthemomentzinnetjes:
‘Dan ga je toch weg als het je niet bevalt!’
‘Je moet niet zo tegen me schreeuwen’

’t Zijn cliché’s, ik beken, maar voor mijn taalstukje heb ik ook – of misschien juist – cliché’s nodig. Dus kom maar op! Maar als u orginelere edoch evenzeer universele relatietaalkwesties weet: eveneens graag! Bedankt! En tot ziens!

Zezunja

De Eenzame Planeet van Onmin: Historie

Voor VPRO’s Café De Liefde schrijft Zezunja een reisgids in tien delen over het eeuwenoude vestingstadje Onmin en schetst het mistige dal waar de liefde op de helling staat. Ze duidt de cultuur, de taal en de mensen in het universum van ruzie, rotzakken en jij-bakken.


Dit stukje gaat over exen vs. het nieuwe lief. Of over hoe de geschiedenis leidt tot het ontstaan van de Eenzame Planeet van Onmin, zoals de geschiedenis leidt tot het ontstaan van alles, maar dat is een ander verhaal.

De geschiedenis in de vorm van exen vs. het nieuwe lief is een drassig moeras van stevige momenten van eerlijkheid (‘Hee, ik heb al een leven gehad voor jou’) en plassen van zompige geschiedvervalsing (‘Ik heb van haar nooit zoveel gehouden’). Je nieuwe lief hoeft immers niet te weten dat je je ex al eens toefluisterde dat ze de moeder van je kinderen zou worden, maar tegelijkertijd kun je natuurlijk niet verdoezelen dat je al eens een adres met een ander deelde. Kortom: het is laveren, uitpakken en inbinden, en op de juiste momenten hetzij realistisch, hetzij verbloemend uit de hoek komen.

Ik heb persoonlijk niet zo’n moeite met exen. Mijn liefdespalmares is van dien aard dat ik een ander niet kan verwijten dat-ie een ook verleden heeft. Daarbij ben ik ijzersterk in bevestiging zoeken (‘Ah, doe mij nog eens een complimentje?’) Kort gezegd: ik ben goedkoop. Zeg mij dat ik je allerliefste ben en ik geloof je. Tot zover geen last van exen dus.

Maar dan: exen kunnen ook last hebben van het nieuwe lief. Van mij dus. En dan wordt het ugly. Want ik kan dan wel schouderophalend het amoureuze verleden van vriendje gaan zitten accepteren, als dat amoureuze verleden mij niet accepteert dan vliegen de bakstenen alsnog door de ruiten.

Gelukkig zijn de bakstenen bij mij nooit daadwerkelijk door de ruiten gevlogen, maar projectielen in de vorm van hatemail heb ik in mijn leven al regelmatig zien binnenzeilen. Het begon op de lagere school. In de zesde klas kreeg ik via via een briefje toegestopt van de ex van mijn verkering. Er stond op dat ik hem moest laten gaan – of iets anders poëtisch. Na school wachtte ze me op en met drie vriendinnen achtervolgde ze me naar huis. Ze brulden nog eens dat ik het uit moest maken en ik holde bevend naar mijn kamertje. Haar daden werkten averechts. Ik volhardde en kreeg van hem mijn eerste zoen.

Tot zover de kleine Zezunja die zich doodsbenauwd probeerde niet van de wijs te laten brengen. Maar kleine Zezunja’s worden groot en die hopen dat de exen van de vriendjes ook groot worden. En daar schortte het nogal aan: de afgelopen tien jaar ontving ik een doormidden gescheurde trouwfoto van een ex en mijn vriend met daarop ‘Bedankt voor het verruïneren van mijn huwelijk’. Iets later bij een ander vriendje een ellenlange hatemail met een hoog ik-snap-niet-dat-jij-nog-in-de-spiegel-kunt-kijken-gehalte, en weer later nog dosis smeekbedes en scheldkannonades van weer een andere ex.

Dus bij deze een oproep aan alle exen van mijn vriendjes-ooit: grow up en laat mij lekker schouderophalen.

De Eenzame Planeet van Onmin: Wisselkoers

Voor VPRO’s Café De Liefde schrijft Zezunja een reisgids in tien delen over het eeuwenoude vestingstadje Onmin en schetst het mistige dal waar de liefde op de helling staat. Ze duidt de cultuur, de taal en de mensen in het universum van ruzie, rotzakken en jij-bakken.


‘Maar jij deed dit…’
‘Ja, maar dat was omdat jij dat deed!’
‘Maar dan hoef je toch niet zó te reageren!’
‘Maar mijn reactie volgde op jouw reactie.’
‘O ja, nu heb ík het gedaan?’
‘Ja!’
‘Terwijl jij begon met chagrijnig zijn.’
‘Maar dat was omdat jij…
Jaha, nu weet ik het wel. Ík heb het allemaal gedaan.’
‘Maar jij zei hetzelfde tegen mij!’
‘Dat was omdat jij dat óók deed.’

De wisselkoers in Onmin kent iedereen uit zijn kinderjaren: de jij-bak. Voor meer informatie over de jij-bak kunt u terecht bij Ceasar. In de tussentijd ga ik even verder met de stelling dat de jij-bak voortkomt uit de jaren dat het nog zin had om gauw een andere verantwoordelijke aan te wijzen, omdat de toorn van ouders en opvoeders met een ferm ‘Maar hij begon…’ in gunstige zin kon worden bijgestuurd. De tijd dat je nog niet wist dat schuld er niet toe doet en dat vingerwijzen geen efficiënte probleemoplosser is

Vergeef me, maar jij-bakken is leuk voor kinderen, wij volwassenen zouden beter moeten weten. Schuld afschuiven leidt niet tot een leuker leven, oplossingen komen niet sneller aanwaaien als je je wijsvinger traint en boetedoening is een effectievere zelfreiniger dan pak ‘m beet de nieuwe Oil Of Olaz Regenesis-crème.

En toch ontglipt het me af en toe. ‘Ja, maar jij…’ en hop, dan sta ik toch weer als een klein kind te jij-bakken, zonder dat het me aantoonbaar verder helpt, zonder dat de ander daardoor uit zichzelf schuldbewust gaat zitten doen en zonder dat er iemand is die mijn volwassen partner dan dus maar een draai om de oren verkoopt (O, dus JIJ was het? Pets!) En dan voel ik me best stupide.

Stupide omdat ik de theorie ken, maar nog steeds niet in staat ben om de theorie om te zetten naar die vermaledijde praktijk. Stupide omdat ik juist voor mijn partner graag de flinkste, de slimste, de mooiste en de grootste wil zijn. Stupide omdat ik op zo’n moment juist de domste, de kleinste en de miezerigste ben. En stupide omdat er zelden iemand zal zeggen: ‘O, was ík het. Zeg dat dan meteen! Dan zijn we eruit. Sorry.’

Het nadeel van een goede jeugd is dat je onbewust denkt dat je op dezelfde voet verder kunt gaan. Maar afpakken en jij-bakken dien je af te leren. Net als jokken en regenwormen doormidden snijden. Terwijl, en daar gaat deze serie over, van jokken tot jij-bakken: je weledelgeliefde krijgt al die peuterpret op zijn bordje. En hoewel we het niveau van een driejarige lang niet altijd halen, we weten wel: dat is niet eerlijk.

De Eenzame Planeet van Onmin: Officiële Papieren

Voor VPRO’s Café De Liefde schrijft Zezunja een reisgids in tien delen over het eeuwenoude vestingstadje Onmin en schetst het mistige dal waar de liefde op de helling staat. Ze duidt de cultuur, de taal en de mensen in het universum van ruzie, rotzakken en jij-bakken.


Als ik moest kiezen, zou ik zeggen: Harmonie is een betere reisbestemming dan Onmin. Maar bij de poort van Harmonie staat een waarschuwingsbord voor vicieuze cirkels en er staan norse wachters die controleren of je de juiste papieren hebt. Alleen de allerbeste spitsroedenlopers mogen erin.

‘Liefje?’ ‘Ja?’
‘Waarom wil jij eigenlijk niet trouwen?’
‘Omdat ik al twee keer getrouwd ben geweest, ik geloof niet meer dat het iets toevoegt.’
‘Maar met je vorige vrouwen wilde je wel trouwen.’
‘Ja, omdat zij dat wilden.’
‘Maar waarom wil je dat met mij dan niet?’
‘Ik zie niet in waarom we dat zouden doen.’
‘Je houdt van mij toch net zoveel als van hun?’
‘Ja, meer nog.’
‘Dan is het toch raar dat dat uit het rijtje ‘echtgenoten’ niet blijkt?’
‘Maar wil jíj trouwen dan?’
‘Nee, niet per se.’
‘Nou dan. Dan is het toch goed zo.’
‘Maar ik vind het raar dat je met mij al die dingen niet doet: trouwen, kinderen krijgen, gemeenschap van goederen, dat soort dingen. Niemand zal denken: goh, van haar heeft hij echt gehouden.’
‘Maar ik ben gesteriliseerd!’
‘Juist! Daaróm. De status van ‘moeder van je kinderen’, kan ik al niet meer krijgen.’
‘Vertel je me nu dat je wilt trouwen?’
(*)‘Ik weet het niet. Het zit me niet lekker dat ik altijd een soort onbeduidende vriendinnetjesstatus zal hebben.’
‘Maar ik wil best met je trouwen hoor, alleen van mij hoeft het niet.’
‘Wil je voor de derde keer trouwen?’
‘Met jou wel. Wil je met me trouwen dan?’
‘Is dit een aanzoek?’
‘Mwah, zoiets.’
‘Maar zo hoort een aanzoek helemaal niet te zijn.’
‘Uhm…’
‘Daar ga ik geen ‘ja’ op zeggen hoor, zo’n aanzoek.’
‘O okee, zal ik het dan nog maar eens over doen?’
‘Nu? ‘Nee! Dat is helemaal niet romantisch! Dan is het zo tussen de soep en de aardappelen door.’
‘Maar hoe moet het dan?’
‘Ja, dat weet ik niet, maar niet zo dat ik het gevoel krijg dat ik je er heb ingeluld.’
‘Maar dat heb je toch?’
‘Nee, want je zei zelf dat je wel wilde trouwen.’
‘Jawel, maar van mij hoeft het niet. Dat heb ik ook gezegd.’
‘Ja, zo is zo’n aanzoek natuurlijk helemaal niets waard.’
‘Maar je zei zelf net nog dat je niet per se hoefde te trouwen.’
‘Ja, maar dan blijf ik eeuwig die ene vriendin met wie hij nooit wilde trouwen.’
(Beste lezer, ga vanaf hier terug naar het sterretje in de tekst en lees vanaf daar verder. Herhaal deze procedure tot u het zat bent…)