Columns

Met veel plezier schrijf (en schreef) ik columns voor allerlei fijne opdrachtgevers, waaronder Radio 1, VPRO en De Standaard.

De Andere Zoen

Dit stukje verscheen als column op VPRO’s Café De Liefde.

Ik kan iets wat bijna niemand kan: rechtdoor zoenen. Omdat mijn neus in zijn geheel bestaat uit kraakbeen, kan ik ‘m indrukken als een plastic bekertje met een kreukelzone. Ik hoef dus nooit een kwartslag te draaien alvorens iemand binnen te doen, ik ga gewoon immer gerade aus. En daarmee ben ik de trotse bezitter van De Andere Zoen. Zoen met mij en je krijgt een unieke zoenervaring van elkaar recht in de ogen kijken. Een bokser is er niets bij.

Andere Zoenen zijn er in overvloed. Je hebt snorren, baarden, dikke lippen, beugels, extreem kleine mensen, extreem grote mensen en piercings. Er zijn spleetjes tussen de tanden, gouden tanden en het fietsenrek. En je hebt mensen met tics, mensen met een atletische tong en mensen met een grote bek. Maar álle Andere Zoenen hebben één ding gemeen: ze maken korte metten met routineus roeren.

De Andere Zoen staat bol van avontuur: je moet oplossingen zoeken (in geval van zoenen met een dwerg ), je kunt mooie plaatjes schieten (wanneer je rechtdoor zoent met iemand zonder neusbotje), je moet het tempo kunnen bijhouden (bij atletische zoeners) en je hebt een mooi verhaal voor thuis (bij alle Andere Zoenen).

Maar je hebt twee soorten Andere Zoenen. Het ene soort is verwijtbaar: dat zijn de mensen die je dwingen tot de choreografie van een avondvullende voorstelling. Het andere soort is onverwijtbaar, omdat je iemand nou eenmaal niet kunt verwijten dat-ie langer is dan 1 meter 96.

You gotta move, zingt Gino Vanelli in een tv-reclame, maar bij zoenen is dat mijns inziens van ondergeschikt belang. Sterker: erg veel gewriemel en gewroet is hinderlijk. Denk aan de jonge tienerzoen. Wat een gedoe: draaien, likken, stoten en nog eens draaien. Nee, dan wint Huub van der Lubbe het met gemak van Gino, want ‘als je met me vrijt dan ben ik liever lui dan moe’.

Waarmee we de verwijtbare Andere Zoen hebben gehad. Dan de onverwijtbare Andere Zoen. Dat zijn de zoenen die exotisch zijn omdat de sparringpartner in kwestie een afwijkende anatomie in de aanbieding heeft. Die Andere Zoenen zijn bijna altijd leuk – als je van avontuur houdt.

De leukste Andere Zoen kreeg ik van een Surinamer met megadikke lippen. Zijn lippen waren per stuk twee vingers breed. Let op: met één van zijn lippen kun je het perfecte biertje tappen. De zoen was als een luchtkasteel op een braderie waar je – poing – poing – in kunt springen.

Ook leuk was de zoen met de bodybuilder die mij – no sweat – op één arm omhoog hield terwijl we zoenden. Je moet niet per se op eigen benen willen staan, soms is het heel plezierig om op een presenteerblaadje geconsumeerd te worden.

En de Andere Zoen met de man met de kaakfractuur was eveneens uitermate boeiend. Als je mond niet verder open kan dan een spleetje, krijg je al gauw te maken met het zoenequivalent van lispelen. Hartstikke leuk.

Maar minder was De Andere Zoen van de jongen die gedurende de actie ineens zei: ‘Ik heb een abces.’ Ik weet nooit goed wat ik me bij een abces moet voorstellen, maar herinner me dat ik alle zeilen heb bijgezet om die zoen daar te laten eindigen. En wel meteen

Want Anders is hartstikke leuk. Tot er een abces in het spel is. Dan is leuk anders.

Zoenintimiteit

‘Nee, zoenen doe ik niet, dat vind ik te intiem ‘, zei de onenightstand, terwijl hij een condoom pakte om eens flink van bil te gaan.

Interessant, vond ik. Iemand die zoenen met een vreemde intiemer vindt dan poedelnaakt rampetampen. De mondholte als heilige plaats en de vagina als openbare ruimte. Ik moest erover nadenken.

En dat deed ik.

Had hij gelijk?
Wel als hij een prostituee was. Een tongzoen krijg je niet voor honderd euri verkocht en dan is het heilige stempel ‘te intiem’ een goed excuus om eronderuit te komen. Maar aangezien ik gratis en voor niets met hem dat condoom te gelde mocht maken, acht ik de kans dat ik met een prostituee te maken had niet groot.

Wat is intiem?
1 in het diepste, binnenste gelegen, 2 persoonlijk, zeer vertrouwelijk, zegt Van Dale.
Hier is een goede verstaander geboden, want a. magma is geen intiem goedje, b. over ziel of lichaam wordt niet gerept, c. dus qua ‘diep’ en ‘binnenste’ kunnen we nog nog alle kanten uit, d. persoonlijk lijkt het woord ‘persoonlijk’ me nogal multi-interpretabel – om niet te zeggen: nogal persoonlijk, en e.: vertrouwelijk heeft een FBI-connotatie. Dat schiet niet op.

Wat vind ik intiem?
De tandarts, de gynaecoloog, de huisarts die een gezwel te lijf gaat, druppels op de bril van een openbaar toilet, met geldschieters of boekhouders praten over de handelsbalans, scheten laten in bijzijn van anderen, aan mental coaches vertellen waar het misging. En jawel: zoenen én seks.

Wat zou er volgens mij in Van Dale moeten staan?
1 een groot woord voor dingen waar je je eigenlijk een beetje voor schaamt 2 iets dat je je alleen laat welgevallen als er iets te winnen valt.
Want er zijn leuke en minder leuke intieme dingen.
De intieme dingen die minder leuk zijn, schenk ik aan iedereen van wie ik er iets voor terugkrijg (een gezond lijf, een mooi gebit, een helder inzicht of een minder volle blaas). En de dingen die ik wel leuk vind, schenk ik aan iedereen van wie ik er eveneens iets voor terugkrijg (een goede vrijpartij, een mooie toekomst of een lustig avondje). Kortom: hoewel intimiteit nogal onduidbaar is, kunnen we vaststellen dat voor niets de zon opkomt en ik intieme dingen vooral deel als er iets te halen valt (een mooie man, een beter leven).

Is zoenen intiemer dan seks?
Voor mij niet. Bij seks is de kans op schaamte groter wegens meer bloot, meer smaken, meer geuren en meer mogelijkheden. Bovendien begint mijn orgasme op een plek waar je met een tongzoen niet bijkomt. Er valt bij seks meer te verliezen, maar ook zoveel meer te winnen.

Dus hij heeft ongelijk? Is seks intiemer?
Dat zeg ik niet. Het kan zijn dat mijn definitie ook voor hem geldt en dat hij zich als in betekenis 1 dankzij een onwelriekende adem of andere onvolkomenheden doodschaamt voor zijn zoenen. Dat de magere winst niet opweegt tegen de gegarandeerde deconfiture.

Anderzijds kan het ook zijn dat hij zo’n klein pietje heeft dat hij met zijn tong een stuk dieper komt dan met zijn piemel. Mannen met een kleine lul zijn volgens de Van Dale gedoemd op andere wijze tot het diepste, het binnenste te komen. En dan is zoenen dus mooi wel veel intiemer.

Deze column verscheen op de website van het VPRO-programma Café De Liefde.

VPRO’s Café de Liefde – Zezoenja

Wat? Kleine stukjes over zoenen
Wie? Voor de gelegenheid hebben we Zezoenja ingeschakeld.
Waar? www.cafedeliefde.nl
Wanneer? Elke week.
Waarom? De VPRO is okee en over zoenen kan ik eindeloos mijmeren.

Hier hoort de header van Cafe De Liefde van de VPRO te staan.

De Vluchtige Zoen

door Zezoenja

Er was er eentje waarbij de schaamte overheerste. Die kwam ik tegen op straat. Ik was lazarus. Hij deed me denken aan de zanger van The Shorts. Dat maakte de schaamte niet minder. We kenden elkaar vijf minuten. We zoenden. Daarna liep ik verder met blosjes op mijn wangen. Ik schaamde me om de passie die ik voelde voor een jongen van wie ik de naam niet eens wist.

En er was nog een ander geval. Door hem hou ik hier dit passionele pleidooi voor De Vluchtige Zoen. Het was een Pool met een hoge hoed in Marseille, die me op een terrasje kwam vergezellen vlak voordat de trein vertrok. We praatten met handen en voeten en hij miste een tand. Maar hij was charmant en hij had iets magisch. We kenden elkaar net zestig minuten toen mijn trein fluitend wegreed. Er volgde een hartstochtelijk afscheid met een lange zoen, veel ik-mis-jes en wapperende zakdoeken uit het treinraam. Ik had geen adres of telefoonnummer, maar wel een gevoel van groot gemis. Het was de oerversie van de vluchtige zoen.

Ik heb tijden van hevige zoensletterij gekend, maar omdat dat zo intens verdorven klinkt, hou ik het liever op liefde voor de vluchtige zoen. De vluchtige zoen is voorbehouden aan mensen die je niet kent. De vluchtige zoen doet je altijd een beetje denken aan het woord zoensletterij en daarmee is het de verboden vrucht onder de zoenen.

Veel mensen zullen nooit in hun leven beginnen aan enige vorm van vluchtig zoenen. Bacteriën, moraal, relatietrouw: er zijn tal van redenen denkbaar waarom de vluchtige zoen aan sommigen van ons voorbij gaat. Maar hoewel ze het zullen ontkennen, hebben veel aan smetvrees lijdende moraalridders bakken vol ervaring. Schoolfeestjes, studentenleven, vakantievriendjes, het leven zit vol vluchtige zoenen. Ontkennen is zinloos.

Het fijne van de vluchtige zoen is dat alle hormonen die je maar kunt bedenken een deuntje meefluiten. Het is een bizarre mengeling van angst (is deze man die ik pas een half uur ken misschien een gestoorde gek die me de rest van mijn leven gaat stalken?), geilheid (vreemde lippen, vreemde geuren, vreemde smaken, alles vreemd) en schaamte (damn, wat ben ik gemakkelijk te versieren). Die cocktail van lichaamseigen drugs maakt de vluchtige zoen tot een geestverruimend middel van heb-ik-jou-daar.

Mijn pleidooi mag duidelijk zijn. Rest mij enkel nog te waarschuwen voor Lloret de Mar-achtige praktijken. De cocktail werkt namelijk niet zonder een angsthormoon. En elke avond negen vreemde mannen aflebberen is het terrein van de onverschrokkenen. Of om het in een paradox te zeggen: de vluchtige zoen moet wel exclusief blijven.

Meedoen aan de zoenestafette? Schrijf een stukje over ‘de vluchtige zoen’ en laat in de reacties weten dat je meedoet. Volgende week: de prille zoen.

Dit stukje verscheen op 23 mei 2008 op VPRO’s Café De Liefde.

Ga naar Café De Liefde

Het Eiland Neus schrijft stukjes. Serieuze stukjes, mooie stukjes en grappige stukjes. Voor elk gewenst stukje kunt u contact opnemen via de te huur-pagina.

De Prille Zoen

Dit stukje verscheen als column op VPRO’s Café De Liefde.

De eerste keer dat ik een tong proefde was die van mijn moeder. Dat klinkt misschien heel incorrect, maar het was heel onschuldig. Mijn moeder stak haar tong uit en hoppakee, ik als bloeddorstige peuter beet er zachtjes in.

Ik schrok ervan, de smaak van andermans speeksel was nieuw voor me en aanrakingen op intieme plaatsen waren doorgaans eenrichtingsverkeer. Ik bedoel: mijn moeder veegde mijn billen af, maar zelf raakte ik andere mensen alleen ‘van buiten’ aan.

Vanaf dat moment wist ik hoe een vreemde tong smaakt. Zacht, glad (aan de onderkant), ruw (aan de bovenkant), een beetje zoetig en weird. Heel weird. En omdat seksuele gevoelens als peuter nog weinig te maken hebben met vochtige plaatsen, was de ervaring vooral een reden tot vergelijken: mijn eigen tong was lekkerder dan mijn moeders tong – maar een Raket was nog lekkerder. En zoals dat gaat in de peuterpraktijk: ‘minder lekker’ heeft geen prioriteit. De tong had voorgoed afgedaan.

Gelukkig keerde het tij toen tongzoenen een daad van volwassenheid werd. Ik was een jaar of twaalf en op borsten moest ik wachten. Maar ik kon mijn volwassenheid wel een boost geven als ik zo snel mogelijk de eervolle uitspraak ‘ik heb al eens gezoend’ kon doen. En jammer maar helaas: bij die strategie is de smaak van een tong van geen belang.

De pubertongzoen zit tussen de oren. En alleen om díe reden beginnen we eraan. Als het om de tong zelf zou gaan, zou een twaalfjarige die nog geen koffie en olijven lust er – no way! – aan beginnen. Twaalfjarigen zijn nog erg van het ulg-dalussiknie. En een tong komt zeker in aanmerking voor die kwalificatie.

Nee, zonder die status van een ticket-tot-volwassenheid zou de tongzoen gedoemd zijn tot een bezigheid voor liefhebbers van champignons en haring. De stevige structuur met gladde, pezige stukjes en veel slijm zou voorbehouden blijven aan mensen die zonder knipperen oesters en lady’s fingers verorberen. Tongzoenen zou zonder die psychische factor nooit behoren tot fase 1 van hoe-zit-het-andere-geslacht-in-elkaar-en-wat-kan-ik-daarmee.

Dus ook ik, die de tong al jaren in de ban had, liet mij als beginnend seksueel wezen toch weer verleiden tot het sabbelen op andermans tong op de bushalte. Met als enige doel: de volgende dag in de tram om me heen kijken en me afvragen. ‘Wie van deze mensen heeft al eens gezoend?’ Om vervolgens met een glimlach van oor tot oor te bedenken: ik wel!
En me dan heel volwassen te voelen.

De Vluchtige zoen – Zezoenja

Dit stukje verscheen als column op VPRO’s Café De Liefde.

Er was er eentje waarbij de schaamte overheerste. Die kwam ik tegen op straat. Ik was lazarus. Hij deed me denken aan de zanger van The Shorts. Dat maakte de schaamte niet minder. We kenden elkaar vijf minuten. We zoenden. Daarna liep ik verder met blosjes op mijn wangen. Ik schaamde me om de passie die ik voelde voor een jongen van wie ik de naam niet eens wist.

En er was nog een ander geval. Door hem hou ik hier dit passionele pleidooi voor De Vluchtige Zoen. Het was een Pool met een hoge hoed in Marseille, die me op een terrasje kwam vergezellen vlak voordat de trein vertrok. We praatten met handen en voeten en hij miste een tand. Maar hij was charmant en hij had iets magisch. We kenden elkaar net zestig minuten toen mijn trein fluitend wegreed. Er volgde een hartstochtelijk afscheid met een lange zoen, veel ik-mis-jes en wapperende zakdoeken uit het treinraam. Ik had geen adres of telefoonnummer, maar wel een gevoel van groot gemis. Het was de oerversie van de vluchtige zoen.

Ik heb tijden van hevige zoensletterij gekend, maar omdat dat zo intens verdorven klinkt, hou ik het liever op liefde voor de vluchtige zoen. De vluchtige zoen is voorbehouden aan mensen die je niet kent. De vluchtige zoen doet je altijd een beetje denken aan het woord zoensletterij en daarmee is het de verboden vrucht onder de zoenen.

Veel mensen zullen nooit in hun leven beginnen aan enige vorm van vluchtig zoenen. Bacteriën, moraal, relatietrouw: er zijn tal van redenen denkbaar waarom de vluchtige zoen aan sommigen van ons voorbij gaat. Maar hoewel ze het zullen ontkennen, hebben veel aan smetvrees lijdende moraalridders bakken vol ervaring. Schoolfeestjes, studentenleven, vakantievriendjes, het leven zit vol vluchtige zoenen. Ontkennen is zinloos.

Het fijne van de vluchtige zoen is dat alle hormonen die je maar kunt bedenken een deuntje meefluiten. Het is een bizarre mengeling van angst (is deze man die ik pas een half uur ken misschien een gestoorde gek die me de rest van mijn leven gaat stalken?), geilheid (vreemde lippen, vreemde geuren, vreemde smaken, alles vreemd) en schaamte (damn, wat ben ik gemakkelijk te versieren). Die cocktail van lichaamseigen drugs maakt de vluchtige zoen tot een geestverruimend middel van heb-ik-jou-daar.

Mijn pleidooi mag duidelijk zijn. Rest mij enkel nog te waarschuwen voor Lloret de Mar-achtige praktijken. De cocktail werkt namelijk niet zonder een angsthormoon. En elke avond negen vreemde mannen aflebberen is het terrein van de onverschrokkenen. Of om het in een paradox te zeggen: de vluchtige zoen moet wel exclusief blijven.

Het Zoentaboe- Zezoenja

Dit stukje verscheen als column op VPRO’s Café De Liefde.

Dan zat ik met mijn kleine knietjes opgevouwen in mijn nachtjapon en dan begon Bobby Ewing met Pamela te zoenen. Zo’n hapzoen – mond open, een kwart slag draaien en hop: op elkaar. Ik stel me voor dat vissen zo zoenen. Meestal was dat het moment dat ik wegkeek, schaamrood op de kaken: ze zoenen!

Het zoentaboe is complexe materie. Enerzijds is zoenen de softdrugs onder de seksuele handelingen. In een film voor alle leeftijden komt soms warempel wat gelebber voor en mijn ouders stuurden me niet naar bed als er in Dallas een kus langskwam.

Maar tegelijkertijd is het iets waarover we de lippen op elkaar houden. Mijn moeder kwam me op mijn twaalfde alles vertellen over condooms en vieze mannen, maar hoe je je moet gedragen in geval van stevig tongzoenen bleef een blinde vlek. En ook op school kwam het niet aan bod. Sterker: ik geloof dat zoenen op school niet bestond. We begonnen bij biologie gelijk aan de voortplanting.

Waar je bij seks algauw therapeutisch moet praten – aangeven wat je wilt, het gaat niet vanzelf, je partner kan niet raden wat je lekker vindt – zou dat bij zoenen potsierlijk worden. Ten eerste is het lastig om te praten tijdens het zoenen. Als iemand ergens onder de lakens tussen je benen ligt, kun je nog naar beneden roepen dat het langzamer of sneller moet, maar met een mond op je mond gaat dat een stuk moeilijker. En achteraf napraten…
‘Lief?’
‘Ja?’
‘We moeten eens praten.’
‘Ja?’
‘Ja, over onze zoenen.’
‘Uh…’
‘Ik vind dat we het vaker/minder vaak/langzamer/harder/zachter/ruwer moeten doen.’ (streep door wat niet van toepassing is)
‘Uh…’

Neuh…

De meeste mensen zullen liever aan hun ouders vertellen dat ze blowen dan dat ze heroïne spuiten, maar bij zoenen en seks is het net andersom. We praten met anderen liever over het echte werk. De dappere dodo in ons lijkt voortdurend bezig met kijk-mij-ns-een-taboe-doorbreken, maar de zoen blijft onbesproken.

En zo krijgen pubers van nu, die uit videoclips leren hoe ze moeten breezahsletten, projectjes over de liefde en seks en hoe je daarmee omgaat. Maar niemand die mijn moeder vertelde hoe het precies zat met Clark Gable die met zestig kilo Vivian Leigh in zijn armen nóg kon zoenen. En niemand die mij diets maakte dat wat Bobby en Pamela doen, voorbehouden is aan vissen en dat mond open, een kwart slag draaien en hop: op elkaar, echt een beláchelijke manier van zoenen is.

De Vrouwenzoen

Dit stukje verscheen als column op VPRO’s Café De Liefde.

Gisteren vroeg ik mijn logés wat voor een kussen ze wensten. Vier mensen, vier wensen. Eentje vroeg om een donzig kussen, twee wilden een heel dun kussen en de vierde had er het liefst een die je zelf kunt bijdeuken als een zandzak.

Je kunt een kussen vergelijken met een kus. De een houdt van zoenen waarin je wegzakt, de ander houdt van een gebalde kus met een actieve houding. Het zou me zelfs niet verbazen als de mensen die donzige kussens bestellen, dezelfde zijn als zij die zeemzoet zoenen. En dat zij die het ’s nachts zonder kussen kunnen stellen, ook degenen zijn die de actieve sportschoolzoen hanteren.

Ik ben van de lazy-laidback-zoen-posse. En jawel, bij mij zie je dat terug in het hoofdkussen. Mijn kussen is van het Cosby Show-kaliber: dik en donzig, zodat alleen je neus er nog bovenuit steekt. En dat is waarom ik van de vrouwenzoen hou.

De gemiddelde vrouwenzoen is niet zomaar een mals kussen. Het is een kussen waar Cliff en Clair u tegen zouden zeggen. Een kussen dat ik op campingvakanties meezeul, omdat dat het enige is dat ik nodig heb om lekker te slapen: mijn eigen, goedgemarketeerde televisiekussen. Doe mij zo’n kussen en ik ben tevreden.

En zo stelt een vrouwenzoen mij ook zelden teleur. Wegens relationele en seksuele voorkeur voor mannen moet ik zeggen dat ik de vrouwenzoen regelmatig een paar jaar ontbeer, maar als ik er een krijg, is het alsof ik in een heel goed hotel slaap. Met een bed van twee bij drie en zes donzige kussen om in te duiken.

De vrouwenzoen is ongevaarlijk, onbehaard en subtiel als Het Zwanenmeer. Mannenzoenen mogen er ook wezen, maar als ik het in statistiekjes moet uitdrukken, is het percentage vrouwenzoenen dat qua donsgehalte de spijker op de kop slaat, hoger dan het mannenpercentage. Bij de heren overvalt mij vaker het slapen-zonder-kussen-gevoel.

Mijn hang naar de extreme zachtheid van Robijn wint het overigens niet van mijn verlangen naar een voortvarende aanpak, de geur van Nivea for Men en een tong die doet denken aan het sterke geslacht. Zo nu en dan passeert er een moment waarop ik mij mag laven aan de lippen van een vrouw, maar geen cel in mijn lijf die het wenst te stellen zonder de lieve zoenen van de man die ‘s ochtends mijn kussen opklopt.