Columns

Met veel plezier schrijf (en schreef) ik columns voor allerlei fijne opdrachtgevers, waaronder Radio 1, VPRO en De Standaard.

De Vluchtige zoen – Zezoenja

Dit stukje verscheen als column op VPRO’s Café De Liefde.

Er was er eentje waarbij de schaamte overheerste. Die kwam ik tegen op straat. Ik was lazarus. Hij deed me denken aan de zanger van The Shorts. Dat maakte de schaamte niet minder. We kenden elkaar vijf minuten. We zoenden. Daarna liep ik verder met blosjes op mijn wangen. Ik schaamde me om de passie die ik voelde voor een jongen van wie ik de naam niet eens wist.

En er was nog een ander geval. Door hem hou ik hier dit passionele pleidooi voor De Vluchtige Zoen. Het was een Pool met een hoge hoed in Marseille, die me op een terrasje kwam vergezellen vlak voordat de trein vertrok. We praatten met handen en voeten en hij miste een tand. Maar hij was charmant en hij had iets magisch. We kenden elkaar net zestig minuten toen mijn trein fluitend wegreed. Er volgde een hartstochtelijk afscheid met een lange zoen, veel ik-mis-jes en wapperende zakdoeken uit het treinraam. Ik had geen adres of telefoonnummer, maar wel een gevoel van groot gemis. Het was de oerversie van de vluchtige zoen.

Ik heb tijden van hevige zoensletterij gekend, maar omdat dat zo intens verdorven klinkt, hou ik het liever op liefde voor de vluchtige zoen. De vluchtige zoen is voorbehouden aan mensen die je niet kent. De vluchtige zoen doet je altijd een beetje denken aan het woord zoensletterij en daarmee is het de verboden vrucht onder de zoenen.

Veel mensen zullen nooit in hun leven beginnen aan enige vorm van vluchtig zoenen. Bacteriën, moraal, relatietrouw: er zijn tal van redenen denkbaar waarom de vluchtige zoen aan sommigen van ons voorbij gaat. Maar hoewel ze het zullen ontkennen, hebben veel aan smetvrees lijdende moraalridders bakken vol ervaring. Schoolfeestjes, studentenleven, vakantievriendjes, het leven zit vol vluchtige zoenen. Ontkennen is zinloos.

Het fijne van de vluchtige zoen is dat alle hormonen die je maar kunt bedenken een deuntje meefluiten. Het is een bizarre mengeling van angst (is deze man die ik pas een half uur ken misschien een gestoorde gek die me de rest van mijn leven gaat stalken?), geilheid (vreemde lippen, vreemde geuren, vreemde smaken, alles vreemd) en schaamte (damn, wat ben ik gemakkelijk te versieren). Die cocktail van lichaamseigen drugs maakt de vluchtige zoen tot een geestverruimend middel van heb-ik-jou-daar.

Mijn pleidooi mag duidelijk zijn. Rest mij enkel nog te waarschuwen voor Lloret de Mar-achtige praktijken. De cocktail werkt namelijk niet zonder een angsthormoon. En elke avond negen vreemde mannen aflebberen is het terrein van de onverschrokkenen. Of om het in een paradox te zeggen: de vluchtige zoen moet wel exclusief blijven.

Het Zoentaboe- Zezoenja

Dit stukje verscheen als column op VPRO’s Café De Liefde.

Dan zat ik met mijn kleine knietjes opgevouwen in mijn nachtjapon en dan begon Bobby Ewing met Pamela te zoenen. Zo’n hapzoen – mond open, een kwart slag draaien en hop: op elkaar. Ik stel me voor dat vissen zo zoenen. Meestal was dat het moment dat ik wegkeek, schaamrood op de kaken: ze zoenen!

Het zoentaboe is complexe materie. Enerzijds is zoenen de softdrugs onder de seksuele handelingen. In een film voor alle leeftijden komt soms warempel wat gelebber voor en mijn ouders stuurden me niet naar bed als er in Dallas een kus langskwam.

Maar tegelijkertijd is het iets waarover we de lippen op elkaar houden. Mijn moeder kwam me op mijn twaalfde alles vertellen over condooms en vieze mannen, maar hoe je je moet gedragen in geval van stevig tongzoenen bleef een blinde vlek. En ook op school kwam het niet aan bod. Sterker: ik geloof dat zoenen op school niet bestond. We begonnen bij biologie gelijk aan de voortplanting.

Waar je bij seks algauw therapeutisch moet praten – aangeven wat je wilt, het gaat niet vanzelf, je partner kan niet raden wat je lekker vindt – zou dat bij zoenen potsierlijk worden. Ten eerste is het lastig om te praten tijdens het zoenen. Als iemand ergens onder de lakens tussen je benen ligt, kun je nog naar beneden roepen dat het langzamer of sneller moet, maar met een mond op je mond gaat dat een stuk moeilijker. En achteraf napraten…
‘Lief?’
‘Ja?’
‘We moeten eens praten.’
‘Ja?’
‘Ja, over onze zoenen.’
‘Uh…’
‘Ik vind dat we het vaker/minder vaak/langzamer/harder/zachter/ruwer moeten doen.’ (streep door wat niet van toepassing is)
‘Uh…’

Neuh…

De meeste mensen zullen liever aan hun ouders vertellen dat ze blowen dan dat ze heroïne spuiten, maar bij zoenen en seks is het net andersom. We praten met anderen liever over het echte werk. De dappere dodo in ons lijkt voortdurend bezig met kijk-mij-ns-een-taboe-doorbreken, maar de zoen blijft onbesproken.

En zo krijgen pubers van nu, die uit videoclips leren hoe ze moeten breezahsletten, projectjes over de liefde en seks en hoe je daarmee omgaat. Maar niemand die mijn moeder vertelde hoe het precies zat met Clark Gable die met zestig kilo Vivian Leigh in zijn armen nóg kon zoenen. En niemand die mij diets maakte dat wat Bobby en Pamela doen, voorbehouden is aan vissen en dat mond open, een kwart slag draaien en hop: op elkaar, echt een beláchelijke manier van zoenen is.

De Vrouwenzoen

Dit stukje verscheen als column op VPRO’s Café De Liefde.

Gisteren vroeg ik mijn logés wat voor een kussen ze wensten. Vier mensen, vier wensen. Eentje vroeg om een donzig kussen, twee wilden een heel dun kussen en de vierde had er het liefst een die je zelf kunt bijdeuken als een zandzak.

Je kunt een kussen vergelijken met een kus. De een houdt van zoenen waarin je wegzakt, de ander houdt van een gebalde kus met een actieve houding. Het zou me zelfs niet verbazen als de mensen die donzige kussens bestellen, dezelfde zijn als zij die zeemzoet zoenen. En dat zij die het ’s nachts zonder kussen kunnen stellen, ook degenen zijn die de actieve sportschoolzoen hanteren.

Ik ben van de lazy-laidback-zoen-posse. En jawel, bij mij zie je dat terug in het hoofdkussen. Mijn kussen is van het Cosby Show-kaliber: dik en donzig, zodat alleen je neus er nog bovenuit steekt. En dat is waarom ik van de vrouwenzoen hou.

De gemiddelde vrouwenzoen is niet zomaar een mals kussen. Het is een kussen waar Cliff en Clair u tegen zouden zeggen. Een kussen dat ik op campingvakanties meezeul, omdat dat het enige is dat ik nodig heb om lekker te slapen: mijn eigen, goedgemarketeerde televisiekussen. Doe mij zo’n kussen en ik ben tevreden.

En zo stelt een vrouwenzoen mij ook zelden teleur. Wegens relationele en seksuele voorkeur voor mannen moet ik zeggen dat ik de vrouwenzoen regelmatig een paar jaar ontbeer, maar als ik er een krijg, is het alsof ik in een heel goed hotel slaap. Met een bed van twee bij drie en zes donzige kussen om in te duiken.

De vrouwenzoen is ongevaarlijk, onbehaard en subtiel als Het Zwanenmeer. Mannenzoenen mogen er ook wezen, maar als ik het in statistiekjes moet uitdrukken, is het percentage vrouwenzoenen dat qua donsgehalte de spijker op de kop slaat, hoger dan het mannenpercentage. Bij de heren overvalt mij vaker het slapen-zonder-kussen-gevoel.

Mijn hang naar de extreme zachtheid van Robijn wint het overigens niet van mijn verlangen naar een voortvarende aanpak, de geur van Nivea for Men en een tong die doet denken aan het sterke geslacht. Zo nu en dan passeert er een moment waarop ik mij mag laven aan de lippen van een vrouw, maar geen cel in mijn lijf die het wenst te stellen zonder de lieve zoenen van de man die ‘s ochtends mijn kussen opklopt.

De Ochtendzoen – Zezoenja

Dit stukje verscheen als column op VPRO’s Café De Liefde

Degene die de ochtendzoen heeft bedacht, verdient pek en veren. Minstens. De verleiding is groot om bij een ochtendzoen te denken aan lome lijven, de zon die een streep van zij tot zij trekt en slaperige lippen die willoos én gewillig zijn. Maar de werkelijkheid is weerbarstiger.

De werkelijkheid is er een van in je hand ademen en a. constateren dat er een goede smoes nodig is om die zoen niet te hoeven geven, of b. gokken dat die ander evenmin naar viooltjes ruikt en dat min maal min plus is. Tenminste als je van elkaar houdt.

Want dat is belangrijk. Van elkaar houden. Met een onenightstand die de avond ervoor werd geflatteerd door het juiste licht, wat geestverruimende middelen en een portie goede wil, is de ochtendzoen gedoemd er een te zijn van c. why the fuck blaast die gast niet even in zijn hand, en kiest hij niet voor de goede smoes uit antwoord a? Als je niet van iemand houdt, is min maal min geen optie. Dan is dat gewoon smerig.

Je kunt je afvragen waarom je de ochtendzoen zou geven. Waarom zou je niet – praktisch als je bent – eerst ontbijten, je tanden poetsen, je tong poetsen, je bovenlip epileren, en je beginnende baard aan banden leggen? Easy toch?

Welnu, dan heb je het magische moment gemist. De ochtendzoen is namelijk de relationele kickstart van de dag. Het is een belangrijke statusbevestigende daad; onzekere meisjes pruilen als ze ‘m niet krijgen, veeleisende echtgenotes verordonneren een ochtendzoen, en in een beginnende relatie is het een teken van consistentie, van ‘yup, ik vind je vandaag nog steeds lief’.

Geen van deze zoenen laat het toe dat er een uitgebreide opfrisbeurt aan voorafgaat en daarmee staat élk mens, élke dag voor een vreselijk dilemma: laat ik mijn beminde uitgebreid ondervinden hoe het diner van gisteravond na dertien uur ruikt, als teken van liefde, met het risico dat het slachtoffer in kwestie minder van kebab houdt dan ik en de benen neemt. Of weiger ik de ochtendlijke gelofte koelbloedig en kies ik voor ratio in plaats van romantiek – met alle pruilende meisjes vandien?

Het lijkt erop dat min maal min een dikke min blijft. Me dunkt dat het dilemma van de ochtendzoen de nodige pek en veren waard is.

Column voor APPeL

Een ode aan de verstrooide professor
(en niet aan zijn vrouw)

door Maartje Luif

U kent hem wel: de verstrooide professor. Erudiet, eloquent en gevierd, maar ook ietwat morsig, een beetje wereldvreemd en onhandig. Soms wekt hij de schijn van zelfverwaarlozing en vertoont hij minachting voor aardse zaken, maar iedereen vindt hem vriendelijk, de verstrooide professor. De stad Leuven is zo’n professor. Alles in Leuven ademt belezenheid en welbespraaktheid. De gevels, de straten, de kasseien: een boekenkast vol geschiedenis en ideeën. Maar hela! Zit daar niet een vlek op zijn mouw? En poetst hij zijn tanden wel?

Leuven is zo’n professor van wie men zich afvraagt of hij getrouwd is. Is er iemand die met een liefdevolle aai ‘s ochtends zijn revers afklopt en misprijzend de combinatie groene broek en rood overhemd aanschouwt? Is er iemand die hem behoedt voor overmatige drankconsumptie? Of iemand die de poetsvrouw opdracht geeft zijn talloze boekenkasten af te stoffen? Ja, dus. In Leuven is het Louis Tobback die de jarenlange bestiering van de echtelijke sponde bekroond zag met een koperen bruiloftsfeest. Uit de riolen van Leuven komt de minachting voor aardse zaken omhoog, bovengronds probeert Tobback te verhinderen dat iemand dat doorheeft.

Maar net als bij de verstrooide professor voel je dat het de hand van een ander is die de stad toonbaar maakt. Dat het een ander is die de stofjes van zijn mouw klopt. Leuven zou zijn stropdas vermoedelijk vergeten. Leuven is de stad bij wie de slip van zijn gestreken overhemd uit zijn broek hangt. Zijn vrouw had het zo goed bedoeld toen ze het streek, maar zelf heeft hij er geen oog voor.

En zo moet het ook zijn. Mevrouw de professor mag hem uiteraard behoeden voor al te grote uitglijders op het gebied van aardse zaken als uiterlijk voorkomen en lichaamsgeur, maar u moet er toch niet aan denken dat onze verstrooide professor ineens met een Porsche de campus op komt rijden. Nee, de verstrooide professor hoort op de fiets te komen, met een slingerend spatbord nog wel. Liefst door de regen. Met een walm van pijptabak om zich heen. En hij hoort een tic te hebben; een eigenaardige eigenschap die hij niet kan bedwingen. Het is immers een verstrooide professor.

Vrouwen die camera’s ophangen op alle pleinen van de stad om later met een ferme veeg dat ene stofje van zijn pak te kloppen, kunnen beter een CEO aan de haak slaan, of iemand uit de security. Van de verstrooide professor moeten ze afblijven, die doet het veel beter mét die vlek op zijn mouw.

Het Eiland Neus is op afroep beschikbaar voor een mooie column over een onderwerp naar keuze. Wij doen het graag en vlug, tegen elk aannemelijk bod. Voor meer informatie of een concreet verzoek kunt u terecht op onze te huur-pagina.

Wat? Een column voor APPeL, een tijdschrift voor alumni van de faculteit psychologie en pedagogie van de KU Leuven.
Wanneer? In november 2007.
Www? Jawel, hier is de column en hier zijn de andere artikelen die ik voor APPeL schreef.

Mag ik aan u voorstellen: Zezoenja!

Heren, dames, er zijn allerlei goede redenen om hier niet te komen. Zoals daar zijn: madame Zezunja schrijft steeds maar geen stukjes.

Welaan, ik schrijf ze wel, alleen ze verschijnen ergens anders. Daarom maak ik bij deze reclame voor mijn alterego op VPRO’s Cafe De Liefde: Zezoenja! Tien weken lang vindt u daar elke week een zoenstukje. Duizend kanten van zoenen in tien weken belicht. Kom daar maar eens om.

Het onderwerp vandaag is: de zoenevolutie, hoe een sollicitatiezoen kan omslaan in een lange-relatiezoen.

“De heer des huizes zoent mij als hij opstaat, als hij weggaat en als hij onverwacht van mij houdt. Hij zoent me bij het binnenkomen, bij het oppeppen en hij zoent de tranen van mijn wang. Hij zoent mij. Vaak. Genoeg. Maar je hebt zoenen en zoenen. De zoenen van de heer des huizes zijn in de loop der jaren veranderd. (…) “

Lees de spannende ontknoping van de zoenevolutie op de website van VPRO’s Cafe De Liefde. Het stukje is geschikt voor zowel Darwinisten als Creationisten. Klik op de site in de rechterzijbalk op het plaatje van Zezoenja en doe mee aan de zoenestafette.

Smak!

Zezoenja – De Zoenevolutie

Dit stukje verscheen als column op VPRO’s Café De Liefde.

De heer des huizes zoent mij als hij opstaat, als hij weggaat en als hij onverwacht van mij houdt. Hij zoent me bij het binnenkomen, bij het oppeppen en hij zoent de tranen van mijn wang. Hij zoent mij. Vaak. Genoeg.

Maar je hebt zoenen en zoenen. De zoenen van de heer des huizes zijn in de loop der jaren veranderd. Ik herinner me onze eerste, bange kus. Een kus die in niets lijkt op de kussen van rust die we nu uitdelen. Bange mensen, bange zoenen. Zoiets.

Een degelijke graadmeter in de zoenevolutie is de tong. Bij de sollicitatiezoen lijkt de tong van levensbelang. Een eerste kus zonder tong krijgt zelden het predikaat eerste kus. Bange zoeners tongen vaker.

Terwijl de lange-relatiezoen vaak juist een zoen zonder tong is. Ik bedoel: je hebt ze wel hoor, mensen die bij het thuiskomen hun vrouw eens stevig bekken – en ook nog voor het slapengaan, na het opstaan, en voordat ze de auto instappen om naar hun werk te vertrekken. Maar over het algemeen is de lange-relatiezoen veel te functioneel om eindeloze rondedansjes van de tong te behelzen.

Waar de eerste zoen vaak bedoeld is om de ander mateloos te boeien en te laten smachten naar meer, hangend tegen een barkruk of wriemelend op de bank, is de lange-relatiezoen veel meer een middel om gerust te stellen, om een degelijk soort liefde te betuigen. Bij tijd en wijle zal ook deze zoen een uitnodiging zijn tot méér, maar negen van de tien keer is hij bedoeld als daad van attentie voordat we kattenbrokken gaan kopen.

De hedendaagse lange-relatiezoen ten huize Zezoenja is een gezellige zoen. Ik zou ‘m niet willen missen. In alle beginnende relaties mis ik die zoen. Hoe opwindend de sollicitatiezoen uit het veroveringstijdperk ook is, ik snak altijd naar geruststelling. Doe mij een zoen die me kalmeert! Alsjeblieft!

Het probleem van de sollicitatiezoen en de lange-relatiezoen is: ze kunnen moeilijk naast elkaar bestaan. Een geruststellende zoen is bijna per definitie geen wilde tongzoen en een sexy zoen mag niet al te geruststellend zijn om nog sexy te zijn.

De enige oplossing is doen alsof. Dus als de heer des huizes kattenbrokken gaat kopen, negeer ik alle geruststelling in zijn lippen. Ik kijk naar ‘m alsof ik ‘m voor het eerst zie. Ik stel me voor, hallo, ik ben Zezoenja, en ik geef een bange kus terug. Op die manier hebben we soms, heel soms, een moment dat de zoenevolutie niet bestaat. Dan staat zijn gezellige lange-relatiezoen bol van belofte. En dan ben ik plots een creationist.