Columns

Met veel plezier schrijf en schreef ik columns voor allerlei opdrachtgevers, waaronder Radio 1, VPRO en De Standaard.

  • Columns

    Als ik minister Homans was

    Soms stel ik me voor dat ik minister Homans ben. Dat ik in de front­li­nie vecht voor een partij die de reto­ri­sche pijngrens voort­du­rend tart, terwijl ik intussen minister van Gelijke Kansen moet zijn. En hoewel ik een lenig lijf heb, is de spagaat die ik moet aannemen wanneer ik me inbeeld dat ik minister Homans ben er een waarvan mijn spreek­woor­de­lij­ke liezen scheuren. Want hoe combineer je dat? Het boegbeeld zijn van de Partij van Angst en Beven en tege­lij­ker­tijd strijden voor gelijk­heid? Wat doe je als je partij van je verwacht dat je meedraait in de cyclus van Moederdag‐ en kerst­stal­het­zes, terwijl jij juist mede­ver­ant­woor­de­lijk bent voor het wegnemen van voor­oor­de­len en de gevolgen daarvan? Als ik minister Homans was, zou ik er niet van slapen. De pijn in mijn liezen en de hypo­cri­sie zouden me wakker houden, mijn hoofd zou tollen van de tegen­strij­dig­he­den. Mijn partij koppelt migratie om de haverklap aan onwet­te­lijk­heid en een gebrek aan aan­pas­sing, wel­wil­lend­heid en respect, terwijl ik als opper­be­vel­heb­ber van het anti­dis­cri­mi­na­tie­le­gi­oen campagnes tegen voor­oor­de­len lanceer. Wat zullen de mensen wel van me denken? Zouden ze me nog geloven? Zouden de gedis­cri­mi­neer­den zich nog serieus genomen voelen? Al draaiend in bed…

  • Columns

    Even geen supe­ri­o­ri­teits­ge­voel

    Eind april beginnen over de supe­ri­o­ri­teit van ‘onze’ cultuur: in Nederland zouden ze het niet durven. Niet omdat er in Nederland geen politici wonen die kampen met een mis­plaatst supe­ri­o­ri­teits­ge­voel, inte­gen­deel, maar omdat het eind april al bijna begin mei is en meidagen in Nederland bestaan uit grote woorden. Opdat we niet vergeten. Iedereen is gelijk. Dit mag nooit meer gebeuren. Vrijheid geef je door. Op 4 mei worden de Neder­land­se oor­logs­slacht­of­fers herdacht die sinds de Tweede Wereld­oor­log zijn gevallen en vandaag, op Bevrij­dings­dag, vieren we dat de Duitse bezetter in 1945 capi­tu­leer­de. Dat klinkt als een evenement met veel geblaat en weinig wol, van kransen leggen en, hup, weer door, maar dat is niet het geval. Na de polonaise op Konings­dag schminkt iedereen zich af, de oranje pruiken gaan de kast in en de onbe­van­gen hysterie maakt plaats voor ruim een week con­tem­ple­ren over oorlog, vrijheid en de con­se­quen­ties van die twee. De media staan dagenlang bol van de inter­views, repor­ta­ges en ach­ter­gron­den over de Tweede Wereld­oor­log, de Holocaust en de dunne grens tussen goed en kwaad. En dan niet op de National Geographic‐manier – ‘Hebben we nog een filmpje van een bom­men­wer­per?’ – maar diep­gaan­der, met gesprek­ken over…

  • Columns

    Het taboe op donker haar

    Stelt u zich voor: een licha­me­lijk ongemak dat uren van je tijd kost, dat honderden euro’s per jaar in rook doet opgaan, dat met enige regelmaat pijn, jeuk, bloed of uitslag ver­oor­zaakt en dat je soms aan huis gekluis­terd houdt. Ocharme, denkt u: het dutske heeft een ernstige ziekte. Maar neen, het is het verhaal van de meeste vrouwen met donker haar en een hoog aantal haar­zak­jes per vierkante cen­ti­me­ter, het is het verhaal van de vrouw die ophield met scheren en daarmee de krant haalde (Blogster scheert zich al een jaar niet meer, DS online 16 april) en het is mijn verhaal. Wat begon met een kleuter die door de klas riep dat ik een baardaap was, is bijna veertig jaar later uit­ge­draaid op een situatie waarin ik me koorts­ach­tig afvraag wat ik mezelf aandoe. Ik weet wel wat ik mezelf aandoe als ik géén inspan­ning lever. Dan roepen de mensen jon­gens­na­men naar me. Ze staren, fronsen, walgen en ze stoten elkaar aan. ‘Haha, heb je die gezien!’ ‘Papa, waarom heeft die mevrouw een snor?’ Als ik in de zomer even naar de winkel wil, moet ik óf mijn zomerjurk verruilen voor een broek óf eerst mijn benen scheren,…

  • Columns

    Ik wilde u vragen om geld te storten op 12–12

    Ik wilde u vragen om geld te storten op 12–12, een samen­wer­kings­ver­band van hulp­or­ga­ni­sa­ties die in Afrika noodhulp leveren aan de miljoenen mensen die daar omkomen van de honger. Maar toen dacht ik: hoe doe je zoiets? Want je hebt de mensen die toch al geld geven, die hoef je niet te over­tui­gen. Die kun je hooguit helpen her­in­ne­ren: hallo! Wakker worden! Het gaat mis! Maar die anderen, die mensen die nog niet van zins zijn te geven, hoe bereik je die? Want ze hebben een veelheid aan redenen en ze hebben niet altijd ongelijk. Hoe overtuig je bij­voor­beeld de mensen die zeggen dat het de politiek is, die iets moet doen? Of zij die niet geloven in ont­wik­ke­lings­sa­men­wer­king? Wat moet je met het argument van strijk­stok­ken, waar geld aan blijft hangen? En dat je uit­ein­de­lijk niemand nog kunt ver­trou­wen? Waar te beginnen met de mensen die menen dat we eerst iets aan het klimaat moeten doen? En zij die zeggen moedeloos te zijn? En wat met de mensen die wijzen op Mosul en Lesbos. Die niet meer weten wié ze moeten helpen. En die vinden dat we boter op ons hoofd hebben, met onze luxe levens en onze eer­ste­we­reld­pro­ble­men.…

  • Columns

    De inge­sle­ten patronen van Maartje, tante Dien en Auto­han­del Rudy

    Er kwam zojuist een sms binnen van een vreemd nummer. ‘Met Auto­han­del Rudy’ stond er. ‘Wij aankoop van auto’s vier‐maal‐viers en cami­o­net­ten’. Ik las het bericht niet uit, maar ging terug naar het begin. ‘Mét Auto­han­del Rudy’. In een sms. Ik moest glim­la­chen, maar voelde me ook wat onge­mak­ke­lijk. Want die ‘Met Auto­han­del Rudy’ ver­te­gen­woor­digt alles waar ik ook moeite mee heb bij moderne com­mu­ni­ca­tie. Als ik iemand bel en diegene neemt op met ‘Hee Maartje!’ dan zeg ik uit pure onhan­dig­heid nog eens ‘Met Maartje’. Terwijl dat helemaal niet hoeft, de meeste mensen weten immers tegen­woor­dig dat ík het ben die belt. Waarmee elk gesprek begint met een moment dat ik het liefste nog even opnieuw zou doen. Waar­schijn­lijk kun je het beste zeggen: ‘Hallo.’ Of: ‘Hoi Wim’ – mits die persoon Wim heet natuur­lijk. Maar op de een of andere manier liggen die ope­nings­zin­nen mij niet zo goed. Het zal wel iets te maken hebben met de patronen die je als kind aan­ge­leerd krijgt. Bij mij was dat: als de telefoon gaat neem je op, dan zeg je je naam, en dan wacht je tot die ander zijn naam zegt. Ver­vol­gens groet je de beller. Daarom vind ik…

  • Columns

    De symfonie van brom, ruis, piep en tsjilp

    We hebben een brom in huis. Al maanden. Wanneer de brom is begonnen weet ik niet en waar de brom vandaan komt ook niet, maar de brom is tegen­woor­dig bijna altijd hoorbaar. Er zit een cadans in de brom: een ratel en een schraap wisselen elkaar rustig af. Op het ritme van de brom beweeg ik door mijn dagen. Ratel‐ratel‐schraap‐schraap. Voordat de brom er was, was er al een ruis. Die ruis is periodiek. Soms is de ruis er wel, soms ook niet. De ruis blaast een hogere toon dan de brom. Samen vormen ze de basis van een symfonie. ‘s Nachts is de ruis meestal stil, terwijl de brom dan gestaag verder bromt. Er is ook nog een piep, maar die piept alleen als er auto’s vanaf de rech­ter­kant voorbij komen, dus de piep is te overzien. In mijn hoofd gebeurt al erg veel, daar heb ik geen gehoor­de­cor bij nodig. Inte­gen­deel. Het liefste zou ik een auditieve clean‐desk‐policy door­voe­ren, waarop het nulpunt ‘stil’ is. Echt stil. Volkomen stil. Maar ik herinner me ondanks dertien ver­hui­zin­gen geen enkele thuis­ba­sis waar stil ook echt stil was. Toen ik net op mezelf woonde had ik geruime tijd een tsjilp. De tsjilp…

  • Columns,  Over natuur

    De impuls­aan­koop van een nieuwe iden­ti­teit

    Gis­ter­och­tend ontving ik een mail. ‘Beste Maartje, Hartelijk dank voor je inschrij­ving voor de Dagcursus Natuur­gids die start in september 2017.’ Ik schrok even. Natuur­gids? Ik? Maar toen wist ik het weer. Dit weekend stuitte ik tijdens een rond­hang­ses­sie op Facebook op een inten­sie­ve cursus natuur­gids. Na vijf minuten in dubio maakte ik het inschrijf­geld over. Daarna was de wer­ke­lijk­heid weer tus­sen­bei­de gekomen en vergat ik mijn nieuwe toekomst. Totdat ik de mail ontving. Ik … Natuur­gids … Ik weet niet hoe het u vergaat, maar als ik in mijn leven iets doe dat me een nieuwe titel oplevert, dan duurt het enige tijd voordat de ruimte tussen mij en de nieuwe titel volledig is opgelost. Zo ging dat toen ik ‘kok’ werd, later bij de titel ‘jour­na­list’. en nog weer later toen ik me ‘schrijver’ ging noemen. Er was altijd het gevoel dat het over iemand anders ging als die termen gebruikt werden. Dat geldt ook voor de titel ‘natuur­gids’. De luis­te­raars die mijn Mid­dag­jour­naal van gisteren over de dode kikkers hebben gehoord, zullen begrijpen: er zit op zijn zachtst gezegd wat ruimte tussen mij en de titel ‘natuur­gids’. Toe­ge­ge­ven, ik heb niet alles tegen. Ik heb een grote…

  • Columns,  Over natuur

    We hebben de kikkers vermoord

    We hebben de kikkers vermoord, mijn man en ik. Tenminste, we houden het voor mogelijk dat we de kikkers hebben vermoord. Ze zijn in elk geval dood, en we mogen niet uit­slui­ten dat wij ze met al onze goede bedoe­lin­gen over de kling hebben gejaagd. We ontdekten het een paar weken geleden. Zes kikkers lagen op hun rug op de bodem van de inge­gra­ven mortelbak die dienst doet als mini­vij­ver. Roerloos, met hun witte buiken omhoog, hun pootjes strak gespannen, alsof ze net de sprong van hun leven hadden gemaakt. Als je wel eens een bord kik­ker­bil­le­tjes hebt gezien, weet je welke houding ik bedoel. Eerst twij­fel­den we nog. Waren ze wel dood? Ik had eens gelezen dat je kikkers in win­ter­slaap nooit uit de vijver moet vissen, omdat je daarmee het risico loopt dat ze sterven door het lucht­druk­ver­schil. Maar was dit niet een heel merk­waar­di­ge win­ter­slaap? Zo op hun rug? Met hun witte buik goed zichtbaar voor hongerige reigers? Omdat we nogal stadse types zijn, googelen we ons meestal door de ver­zor­ging van ons natuur­schoon. Onze zoek­ge­schie­de­nis is een aan­een­scha­ke­ling van ‘rid­der­spoor zaaien wanneer?’ en ‘egel gebroken poot, wat nu?’ Maar die zoekmachine‐ijver is waar­schijn­lijk het grote probleem.…

  • Columns

    Dis­cri­mi­na­tie is een sys­teem­fout

    Hier ten huize Luif ging de vlag uit toen ik de intro las van het opi­nie­stuk ‘Vijf jaar under­co­ver op de arbeids­markt’ (DS 21 maart) . Mystery calls mogen van onder­zoe­ker Stijn Baert uit de koelkast om zo werk­ge­vers die het niet zo nauw nemen met grond­rech­ten en ethiek een grotere pakkans te geven. Onder­zoe­kers die pleiten voor een sys­te­ma­ti­sche aanpak van dis­cri­mi­na­tie: dat zien wij hier graag! Maar al bij de tweede kolom moest ik even pauzeren om de vlag uit de houder te halen, en tegen het einde van het artikel snoot ik bedroefd mijn neus in de wimpel. Te vroeg gejuicht. Deze weten­schap­per pookte het vuurtje van de sys­teem­recht­vaar­di­ging weer eens flink op. Zo schrijft hij dat vrij­wil­li­gers­werk op het cv, net als een hoog oplei­dings­ni­veau en een flink aantal jaren werk­er­va­ring, de ‘ideale manier is om dis­cri­mi­na­tie te ontlopen’. Lees ik dat goed? Te ontlópen? Alsof dis­cri­mi­na­tie­be­strij­ding vooral een kwestie is van er een beetje omheen lopen, en ach­ter­stel­ling iets dat je kunt ontwijken door zelf maar wat beter je best te doen. Ook gaat hij volkomen voorbij aan de rol die dis­cri­mi­na­tie speelt bij het verwerven van de inhoud van dat cv. Bovendien heeft Baert…

  • Columns

    Gekke Henkie en de paar­den­ra­ce­po­li­tiek

    Voor de ver­kie­zin­gen spreken lijst­trek­kers over breek­pun­ten en ver­kie­zings­be­lof­ten, maar niet over de com­pro­mis­sen die ze nadien zullen sluiten. Maartje Luif roept op tot lef en rede. Het is vaste prik: eerst trekken Neder­land­se politici als een ware fanfare door de straten om rond te toeteren hoe ver­wer­pe­lijk de plannen van collega’s zijn, en daags na de ver­kie­zin­gen zitten ze met gevouwen handen naar elkaar te glim­la­chen, zich onderwijl het hoofd brekend over hoe ze in hemels­naam met elkaar kunnen samen­wer­ken zonder dat het woord ‘kie­zers­be­drog’ valt. De stem­ge­rech­tig­de kijkt intussen naar een beroerd toneel­stuk waarin de badguy zich ontpopt als diplomaat en denkt: ja maar, wacht even, ik ben toch gekke Henkie niet? Want als de ver­hou­din­gen tussen links en rechts in Nederland al sinds de jaren 70 ongeveer gelijk zijn – rechts iets meer dan de helft van de zetels, links iets minder – en er altijd coalities worden gevormd die grote com­pro­mis­be­reid­heid vergen, waarom spreken de lijst­trek­kers dan voor de ver­kie­zin­gen zelden over die com­pro­mis­sen? Waarom gaat het wel over breek­pun­ten en ver­kie­zings­be­lof­ten, maar niet over de knieval die nodig is om de andere kant van het spectrum te bereiken? In de jour­na­lis­tiek is er een mooie…

  • Columns

    Goed­be­doeld seksisme

    Twee dagen na Inter­na­ti­o­na­le Vrou­wen­dag is het tijd om de scherven bij elkaar te vegen. Een dag waarop de aandacht meer dan anders uitgaat naar onge­lijk­heid mag dan geen over­bo­di­ge luxe zijn, de vrien­de­lijk bedoelde parade van power­vrou­wen die woensdag aan ons voor­bij­trok, is scha­de­lijk voor de goede zaak. Een serieuze man com­pli­men­teer je niet met het woord ‘powerman’, hij zou je uitlachen, en terecht. Maar woensdag, de dag dat het om gelijk­waar­dig­heid van man en vrouw moest gaan, vlogen de sterke vrouwen je om de oren. Waarmee de indruk ontstond dat al wat vrou­we­lijk en sterk is, en ook nog eens haar kans grijpt, boven het normale uitsteekt. Stel je voor dat we het mannelijk volksdeel een dag lang oprecht zouden vieren om de wijze waarop het als sterke powerman zijn kansen durft te grijpen, het zou een pot­sier­lij­ke toestand worden. Neem het bericht op Twitter waarmee de Leuvense politie woensdag de aandacht wilde vestigen op de gelijk­heids­strijd tussen mannen en vrouwen: ‘Onze vrou­we­lij­ke collega’s weten perfect hun mannetje te staan! #respect #inter­na­ti­o­na­le­vrou­wen­dag’. In deze tweet gaat veel fout. Zowel het volkomen mis­plaatste ‘vrouwen die hun mannetje staan’ als het ‘ons’ in dit verhaal impli­ceert een onont­koom­baar mannelijk per­spec­tief.…

  • Columns

    Gebakken lucht

    Ik verkoop gebakken lucht, te weten, mijn gedachten. In een tem­pe­ra­tuur van ongeveer 37 graden smoor ik mijn her­sen­spin­sels, ver­vol­gens laat ik ze wat sudderen en als ze gaar zijn maak ik ze tastbaar door ze in 26 letters op een stukje papier te gieten. De eerste keer dat ik mijn gedachten verkocht, voelde het alsof ik iemand had opgelicht. Ik was 19 jaar en een opi­nie­tijd­schrift vroeg me een stukje te schrijven over mijn generatie, de zoge­naam­de Generatie Nix. Toen ik hoorde dat ik er 50 gulden, ongeveer 1000 frang, voor zou krijgen, viel ik van mijn stoel. 50 gulden? Voor iets wat ik leuk vond om te doen? Iets wat ik misschien ook had gedaan als niemand het had gevraagd? En dat zou dan evenveel geld opleveren als écht werk? Ik vond het onvoor­stel­baar. Het was alsof ik betaald kreeg om in bad te zitten, een krant te lezen of een uurtje met de poes te spelen; dingen die iederéén deed en waarvan het in het geheel niet logisch leek er geld aan over te houden. Een paar weken later stond mijn verhaal in het tijd­schrift en er verscheen een bedrag van 50 gulden op mijn rekening. Mijn…

  • Columns

    De pijn van de hard­wer­ken­de Vlaming

    De hard­wer­ken­de Vlaming is ziek, langdurig ziek. De favoriete mascotte van politici die de wereld indelen in hard­wer­ken­de en minder‐hardwerkende mensen heeft het moeilijk, want ze prijzen hem om zijn harde werken, terwijl hij al maanden thuiszit. Zijn lichaam achter zich aan slepend, zijn dagritme naar de vaantjes, de ver­hou­ding met huis­ge­no­ten onder spanning en last but not least, overmand door zorgen omdat hij moet rondkomen van hooguit 60 tot 80 procent van zijn normale inkomen. Het klinkt als een grap, maar de wer­ke­lijk­heid is dat één op de tien Vlamingen langdurig ziek thuiszit. Ruim een derde van hen kampt met psy­chi­sche klachten. Volgens een recente onder­vra­ging ervaart 10 procent van de Vlamingen te veel stress op het werk en hebben zo’n 280.000 mensen burn‐outsymptomen, een kwart meer dan drie jaar geleden. Slechts de helft van de Vlamingen vindt zijn job werkbaar en Belgen blijven veel vaker dan andere Euro­pe­a­nen naar hun werk gaan als ze ziek zijn. Een van de belang­rij­ke risi­co­fac­to­ren voor een burn‐out is plichts­ge­trouw­heid. Mensen die hun werk erg serieus nemen, komen sneller in de problemen dan zij die de kantjes er vanaf lopen. En kijk, daar herkennen we hem in, de hard­wer­ken­de Vlaming. De vlees­ge­wor­den…

  • Columns

    Uit­put­ting is een middel

    ‘Ik vertrouw niemand nog’, zei een vriend laatst tegen me. ‘De kranten, het tele­vi­sie­jour­naal, politieke partijen waar ik ooit op stemde, niemand.’ ‘Je bent ge‐gaslight’, zei ik. ‘Ge‐wat?’ ‘Ge‐gaslight.’ Het woord gas­ligh­ting komt uit het toneel­stuk Gas Light, dat beroemd werd dankzij een film met Ingrid Bergman uit de jaren veertig. In dat stuk zorgt een man dat zijn echt­ge­no­te begint te twijfelen aan haar waar­ne­ming en haar beoor­de­lings­ver­mo­gen, doordat hij voort­du­rend kleine dingen in huis verandert – waaronder de sterkte van het gaslicht – en ver­vol­gens ontkent dat ze veranderd zijn. De psy­cho­lo­gie adop­teer­de de beeld­spraak en defi­ni­eert gas­ligh­ting als een vorm van mis­han­de­ling, meestal in relaties, waarbij de dader net zo lang mani­pu­leert en des­in­for­ma­tie ver­spreidt tot het slacht­of­fer niet meer weet wat waar is en wat niet. In politieke context duidt het woord op het gekonkel en liegen van leiders en opi­nie­ma­kers, waardoor de toe­hoor­ders alleen nog maar twijfelen aan vermeende waarheden. Maar god­zij­dank bent u niet ‘ge‐gaslight’, want u leest dit. U bent nog niet afgehaakt, moe gebeukt en murw geslagen door de constante stroom halve, hele en alter­na­tie­ve waarheden die dezer dagen de ronde doen. U bent bereid om een kran­ten­kop te lezen als ‘Homans…

  • Columns

    Vaste columnist bij De Standaard

    Jarenlang hoopte ik het, een vaste column in een medium dat ik hoog had zitten. Ik schreef al veel columns voor grote media, maar vaak tijdelijk, of wel vast, maar dan in niche‐media, of in media die niemand kende, of in media die net zo goed niet hadden kunnen bestaan, of of of. De mensen die mij al langer volgen, weten dat ik me maar deels geac­cep­teerd voel in België, soms voel ik me eerder ‘geto­le­reerd’ en af en toe voel ik me zelfs niet geac­cep­teerd. Een column in een Belgisch medium dat ik hoog had zitten, schreef ik in mijn hoofd dus al af: er zijn genoeg mensen minder con­tro­ver­si­eel door hun afkomst, dus waarom zouden ze mij daarvoor kiezen? Ik gooide wel eens lijntjes uit, maar ik moet toegeven: leuren is niet mijn sterkste kant en als je dan ook nog eens het vermoeden hebt dat het vechten tegen de bierkaai is, dan neemt de neiging je bakens te verzetten toe. Dus verzette ik mijn bakens. Tot ik gebeld werd. Of ik een vaste column in De Standaard wilde. Op de opiniepagina’s. Nog tijdens het tele­foon­ge­sprek vestigde zich een brok in mijn keel. Wat? Ik? Een Hollandse? Een…