Columns

Met veel plezier schrijf en schreef ik columns voor allerlei opdrachtgevers, waaronder Radio 1, VPRO en De Standaard.

  • Columns

    Maandag 14 december 2015 – Hoe ziet jouw pijn eruit?

    Ik ruim mijn laptop op en klik op een link die ik wil weggooien. One woman feels pain in colour, lees ik. Ja duh, denk ik. Natuur­lijk. Heeft niet iedereen dat? Ik voel al de hele dag twee gebraden gehakt­bal­len in een zwarte ruimte, ik vermoed een blaas­ont­ste­king. De slijm­beurs­ont­ste­king in mijn linkerarm is een grote licht­oran­je tuinboon met een witte ach­ter­grond, mijn hart­klop­pin­gen zijn een mistig landschap op een grijs­zwar­te planeet en dat sneetje in mijn vinger is een scherp gevouwen ori­ga­mi­fi­guur­tje dat afwis­se­lend blauw en geel is. Er gaat een belletje rinkelen. Toen ik er voor het eerst ach­ter­kwam dat ik syn­es­the­sie had, dacht ik ook: ja hèhè, natuur­lijk zie ik de dagen, letters, cijfers enzovoort in kleur. Vrijdag is groen, het woord zwart is zilverwit en de jaren tachtig waren don­ker­blauw. Maar naarmate ik me er wat meer in verdiepte, ontdekte ik dat die mengeling van zin­tuig­lij­ke waar­ne­min­gen die iemand met syn­es­the­sie ervaart verre van van­zelf­spre­kend is. Sommige vormen van syn­es­the­sie komen iets vaker voor, zoals kleur­le­zen, maar de meeste vormen, zoals geurhoren (als je geluid ruikt) of smaakzien (als je iets proeft wanneer je iets ziet) zijn uiterst zeldzaam. Door de jaren heen kwam ik steeds…

  • Columns,  Over natuur

    Zondag 13 december 2015 – Pad­denk­of­fer­tjes

    Bij de koffie lees ik over het kli­maat­ak­koord dat in Parijs is gesloten en als sound­track bij dat nieuws hoor ik de meeuwen krijsen, de zwanen paren en de kraaien jagen. De natuur woont achter mijn huis. Ik begrijp uit de analyses dat het ondanks de afspraken de komende jaren 2,7 graden warmer wordt en ik hou mijn hart vast, want ik maak me nu al zorgen om de pad­den­ko­lo­nie in de tuin die door de zachte winter dreigt te ontwaken uit haar win­ter­slaap en zo het risico loopt bin­nen­kort dood te vriezen. Zullen er bij een tem­pe­ra­tuur­stij­ging van 2,7 graden nog padden in de tuin zitten? Of pakken die hun pad­denk­of­fer­tjes om in het noorden tussen de bladeren te gaan liggen? Bij een volgende koffie vraagt Wannes, mijn man: ‘Dat akkoord hè, wat moeten we daar nu van vinden?’ We somberen wat en komen tot de conclusie dat we de dynamiek van de inter­na­ti­o­na­le afspraken en groot­ver­vui­lers nau­we­lijks kunnen bevatten, laat staan beïn­vloe­den. Het enige wat ons te doen staat, is geloven dat alle kleine beetjes helpen en onze pijlen richten op onszelf en onze omgeving. Direct na de koffie, als we het motto Zondag Poetsdag ten uitvoer brengen,…

  • Columns

    Moe

    De mensen zijn moe, dat kun je merken. Moe van het dis­cus­si­ë­ren, moe van het ergens iets van vinden, moe van de infor­ma­tie, de problemen, de wereld. Ik snap dat. Door het internet is de omloop­snel­heid van maat­schap­pe­lij­ke dis­cus­sies gigan­tisch. Er is altijd wel weer iemand die ergens iets van vindt en het is zelden onbe­lang­rijk. Het klimaat, vluch­te­lin­gen, seksueel geweld, racisme: allemaal zaken waar een betrokken wereld­bur­ger waarde aan hecht. In de jaren stillekes, toen de dieren nog konden praten en ik nog zwarte vingers had nadat ik het maat­schap­pe­lij­ke debat tot mij had genomen, werd mijn positie in de meeste dis­cus­sies bepaald door colum­nis­ten van de Volks­krant, Vrij Nederland en De Groene Amster­dam­mer. Mensen die keurig op hun beurt wachtten en eens per week mijn neus een andere richting uit duwden. Dat was een traag proces, waarin de dage­lijk­se gang van de kran­ten­jon­gen de snelheid bepaalde, wat tijd gaf om te denken, te praten en af te wegen, en om in het café de krant die je die ochtend in bed las nog eens van de leestafel te pakken. Tegen­woor­dig komt het maat­schap­pe­lijk debat als een hagel­schot op ons af. Wat moet je lezen? Wat niet? Wie is…

  • Columns,  Over journalistiek

    Gren­zen­zoe­ke­rij

    Van 1998 tot 2006 werkte ik op de School voor Jour­na­lis­tiek in Utrecht, als docent in de vakgroep geschre­ven pers. Aan die tijd moest ik denken toen ik gisteren las over de 19‐jarige jongen die bij de Neder­land­se krant de Volks­krant een super­sta­ge liep met deels over­ge­schre­ven stukken. De stukken werden geplaatst, ook in de Vlaamse krant De Morgen, en niemand had iets door. Tot een bui­ten­staan­der de redactie waar­schuw­de: hee, check de teksten van die stagiair even. De redactie zocht en vond, en de conclusie was: plagiaat. Ik heb ze ook aan mijn bureau gehad toen ik docent was, jongens zoals deze. Meisjes ook trouwens. Nog nat achter de oren, brandend van ambitie en dan ineens: een onvoor­stel­baar goed geschre­ven artikel van hun hand. Ik was natuur­lijk altijd nijdig als ik de over­schrij­ve­rij ontdekte. Dan zat met ik met mijn rode pen tien­tal­len inter­views te beoor­de­len en dan voelde ik nat­tig­heid: hee, dit is wel een heel goed artikel, perfect opgebouwd, nul taal­fou­ten, uiterst pro­fes­si­o­ne­le blik­van­gers. Dan borrelde er onge­rust­heid op: o, nee, flip, laat hij dit niet over­ge­schre­ven hebben. En kwaadheid: wat hij flikt hij me nu? En ook ver­moeid­heid, want dertig inter­views nakijken is één ding, maar…

  • Columns

    Slaap­lied­je

    Lieve luis­te­raar, zal ik een slaap­lied­je voor u zingen? U een beetje wiegen in mijn armen? Zal ik u wat aaien over uw haartjes, een beetje neuriën in uw oor? Want u sust uzelf in slaap. Elke dag, steeds opnieuw. U klikt gapend cookie‐waarschuwingen weg, en u ademt zwaar en monotoon wanneer u akkoord gaat met de zoveelste voor­waar­den die u niet gelezen heeft. U koopt etens­wa­ren waarvan u de ingrediëntenlijst niet zonder een woor­den­boek kunt ont­cij­fe­ren en u snurkt wat terwijl u de labeltjes uit uw kle­ding­stuk­ken knipt. U wordt geïnformeerd door het label in een t‐shirt, door het etiket op een bakje brood­be­leg, door de voor­waar­den bij een app en door de niet aflatende stroom cookie‐waarschuwingen op uw scherm. Of tenminste, u denkt dat u geïnformeerd wordt. Of nou ja, eigenlijk weet u niet of u geïnformeerd wordt, maar u denkt vooral: laat me slapen. U doet soms één oog open, bij­voor­beeld als u hoort dat de arbeids­om­stan­dig­he­den waaronder uw welvaart ver­vaar­digd wordt dodelijk blijken zijn, als er suiker in uw kipfilet blijkt te zitten, of als u erachter komt dat de notulen van uw levens­wan­del voor grof geld ver­han­deld worden op internet. Af en toe praat u…

  • Columns

    Niemand hield mij tegen

    Ik kwam als geluks­zoe­ker de Belgische grens over en niemand hield mij tegen. Ik werd ontvangen met zoenen en éclairs, en met een ver­blijfs­ver­gun­ning op een gouden schaaltje. Ik had geen werk en geen geld, maar niemand hield me tegen. Niemand vroeg of ik op toevallig op zoek was naar geluk, of een ander leven. Met visioenen van een betere toekomst in mijn hoofd, trok ik langs de douane. Ik had die nacht lekker geslapen in een huis, in een bed, en ik zou de volgende nacht weer lekker slapen, in een huis en in een bed. Ik hoefde geen dekens te bietsen, of water te vragen, en ik hoefde niet te hopen dat er plaats zou zijn op de trein. De eerste avond van mijn nieuwe leven sloot ik mijn ogen en kwam ik moeilijk in slaap door de ver­wach­tin­gen die ik koesterde. Zou het mooi worden? Groots, zoals ik altijd had gewild? Zou ik het geluk vinden? Want ik was een geluks­zoe­ker in al mijn vezels, en toch hield niemand mij tegen. Toen ze hoorden dat ik uit een veilig land kwam, werd ik niet op de trein terug gezet. Toen ze in de smiezen kregen dat ik voorgoed wilde blijven,…

  • Columns

    Hou je plinten vrij

    Het was in een woon­pro­gram­ma op tv dat een styliste de vier magische woorden uitsprak: ‘Hou je plinten vrij.’ Daarmee bedoelde ze: je kunt overal rommel laten slingeren, maar als je je plinten vrijhoudt, valt het niemand op. Woon je in een iets te krap huis? Maakt niks uit: als je de plinten kunt zien, lijkt het toch nog een balzaal. Ik keek naar mijn plinten, of beter gezegd: ik keek of ik ergens plinten zag. Maar nee, kastjes, tafeltjes, de zetel, een rugzak, een stoel, een boe­ken­kast, schoenen, een krukje, een bezem. Alleen onder het houten kastje in de hoek zag ik nog een heel klein stukje plint. Ik haalde fluks wat losse dingen weg en warempel: mijn woonkamer zag er gelijk een stuk frisser uit. Die triomf was niet alleen het start­schot voor een manische neiging om mijn plinten vrij te houden, maar sindsdien vraag ik me ook af waar het een metafoor voor is. Ik bedoel: hou je plinten vrij. Het klinkt zo helder, zo logisch en zo simpel, en het blijkt zó goed te kloppen, dat het bijna niet anders kan dan dat er een levensles in zit. Hou je plinten vrij: wat zou het kunnen betekenen? Dat je vrij…

  • Columns

    Geen mail of moeten

    Als piekeraar tors ik soms de hele wereld op mijn schouders. Ik moet ware stra­pat­sen uithalen om een beetje uit mijn hoofd te blijven, en dus wissel ik het schrijven tegen­woor­dig af met yoga‐oefeningetjes. Dan rol ik mijn matje uit naast mijn bureau en zoek ik een Youtube‐yogalerares. Ik scroll wat door de enorme lijst met yoga­juf­fen en probeer verre te blijven van lekkere wijven die mij beloven dat ik ook een lekker wijf zal blijven als ik maar vaak genoeg in spagaat namasté uitroep. Ik hoef geen lekker wijf te blijven, ik zoek naar zachte, lieve meisjes die op het geluid van de zee de wereld uit mijn hoofd masseren. Youtube‐meisjes die mij in bochten wringen met wel­lui­den­de namen als ‘de naar beneden kijkende hond’ en ‘de verlengde pup­py­po­si­tie’. Meisjes die zorgen dat ik de wereld niet meer op mijn schouders draag. Als ik daar op handen en voeten sta, met omgekeerd zicht op mijn ellebogen, en als ik de wereld niet meer voel, dan prijs ik het meisje en ben ik dankbaar dat Youtube bestaat. Dan voel ik mijn hand­pal­men tintelen, en mijn nek kraken, ik voel mijn rib­ben­kast blokkeren of juist opengaan, en mijn pezen krampen, maar…

  • Columns

    Kim Clijsters is uiteen

    In 2005 las ik op Valen­tijns­dag de volledige blog van een Belg genaamd Yuri Maanzand. Het was een Belg van de sur­re­a­lis­ti­sche soort, de soort die Neder­land­se vrouwen het hoofd op hol brengt. Eén van de stukjes heette Kim Clijsters is uiteen. Het ging als volgt: Kim Clijsters is uiteen, zei Lyndsey Pfaff, op het hoog­te­punt van een filo­so­fi­sche discussie met haar kersverse geliefde. Dave stak onge­ïn­te­res­seerd een sigaret op wijl ik hem zag denken: Het is te hopen dat gij nooit uiteen gaat, poepke, want ik wil hier zoveel mogelijk spon­sor­geld opstrij­ken. Lyndsey sloeg hun huwe­lijk­sal­bum open en kwijlde een eind weg over de foto’s van de dans hunner tongen in de kerk van Bras­schaat. Wederom stak Dave onge­ïn­te­res­seerd een sigaret op en mompelde een zinsnede met stikkapot, koppijn en mij es gerust zeg. De pruillip van Lyndsey groeide tot epische pro­por­ties en ter ver­lich­ting van de gespannen sfeer in de woonkamer trachtte zij haar witte prins liefdevol op de mond te zoenen – daar zij in de Flair had gelezen dat een jonge vrouw aldus een hele hoop kool­hy­dra­ten in de ver­doe­me­nis brandt. Doch de lippen van Dave hadden enkel aandacht voor de zacht­brui­ne fil­ter­huls van zijn Marlboro, waardoor…

  • Columns,  Over natuur

    Bullies met buikpijn

    De buurman van een paar tuinen verder voert twee keer per dag de vogels. Elke middag om 12 uur en elke avond om half 6 sloft hij naar de stronk van een afge­zaag­de boom, schraapt zijn bordjes en pannetjes leeg en sloft weer terug. Vanaf dat moment scheren de kraaien en eksters over de tuinen met aard­ap­pels in hun snavel, witte boter­ham­men, en bloemkool met een papje. Nu wil het toeval dat ik een vogel­lief­heb­ber ben. Sterker nog: sinds kort heb ik de ambitie om vogelaar te worden. Eentje zonder baard en sper­zie­boon­laar­zen, maar mét ver­bluf­fen­de kennis. Dat ik zo heel non­cha­lant kan zeggen: hee, hoor je dat? ‘n Appelvink. Maar die appelvink komt dus niet meer. Door die buurman, en die bloemkool, en dat papje.
 Tenminste als ik de vogel­be­scher­mer mag geloven die vorige week in Nieuwe Feiten vertelde dat de dingen die wij aan vogels voeren vooral de kloot­zak­ken aan­trek­ken. En dat zijn de eksters en kraaien, de bullies van de natuur. Dus als je je kliekjes op een boom­stronk uitstalt, geef je ruim baan aan de assholes. Ik vind eksters en kraaien prachtig, en ik weet best dat de die­ren­we­reld niet bestaat uit lie­verd­jes. Maar zelfs hier,…

  • Columns

    Radio­ge­hei­men

    Mijn opname voor het eerste mid­dag­jour­naal van deze week klonk erg hol, mailde een redacteur van Nieuwe Feiten. Of ik het even over kon doen, onder een donsdeken of zo. Maar ik had nog maar een uurtje, en dan moest ik fluks een degelijk akoes­tisch hol bouwen, bovendien had ik het woord emoetje gebruikt in mijn column, en moe­der­kloek­ge­voel, pas­ge­bo­ren gor­del­die­ren, gedes­o­ri­ën­teer­de duiven en Austra­li­sche Animal Cop‐series, kortom: een resem aan tongt­wis­ters waarvan ik vreesde dat ik ze er niet op een drafje nog eens uit zou krijgen. ‘Willen jullie wat knutselen?’ mailde ik terug en ik tekende er een minzaam lachende smiley bij. Gelukkig bleken ze bij Nieuwe Feiten de kwaadsten niet. Ze draaiden net zo lang aan allerlei knopjes tot het niet meer klonk alsof ik op de wc zat. Gisteren bouwde ik een tent. Ik zette een statief en een wankele stoel op het bed, drapeerde er een deken over, stutte de wanden met kussens, kroop erin en las een Mid­dag­jour­naal voor. De laatste keer dat ik zo’n mooie tent bouwde, was ik tien, maar ik was het nog geenszins verleerd, al zeg ik het zelf. Vol trots nam ik een foto en plaatste die op Facebook, Twitter…

  • Columns

    Rad voor ogen

    Gisteren kreeg ik een fiets cadeau. Een degelijke fiets, zelf uit­ge­ko­zen, precies wat ik wilde. Ik regelde een dik slot, ik arran­geer­de de juiste inbus­sleu­tels om zadel en stuur te ver­stel­len en zorgde voor een mooi uit­pro­beer­rou­te­tje. Ver­vol­gens ging ik fietsen, en met mijn blik op het flui­te­kruid dacht ik aan wat ik vroeger deed met een nieuwe fiets. Ik reed altijd een blokje om, om te wennen aan het zadel, de trap­kracht, het stuur, en dan nog een keer hetzelfde blokje, om ter hardst. Daarna koos ik een rustig straatje om een van de belang­rijk­ste aspecten van mijn nieuwe fiets te testen, namelijk: stond het voorwiel recht, zodat je zonder handen kon fietsen? Ik liet het stuur voor­zich­tig los en navi­geer­de door mijn knieën wijder en minder wijd te houden. Als het lukte, pakte ik het stuur weer vast, zakte achter mijn zadel en zeeg neer op de baga­ge­dra­ger, waarna ik de fiets met lange armen, als een ware easy rider, door de buurt stuurde. Ik belde een paar keer flink en trok dan net zo hard aan mijn stuur tot ik weer op het zadel zat. Voor ik naar huis ging, probeerde ik nog met een wheely de stoep…

  • Columns

    Het toppunt van bescha­ving

    Ik ver­te­gen­woor­dig alles wat er mis is met deze wereld. Komt er een klein emoetje langs op tv, dan val ik in katzwijm en vraag ik aan mijn man: zullen we ook een emoe nemen? Is het een tuimelend pan­da­beer­tje? Dan wil ik een tuimelend pan­da­beer­tje. Komen er baby­gor­del­die­ren voorbij? Dan ben ik bereid mijn volledige tuin te offeren aan een kudde pas­ge­bo­ren gor­del­die­ren. Bij mensen heb ik dat zelden. Tuurlijk kan ik vertederd raken van een koddig men­sen­kind, maar ik krijg er nooit zo’n moe­der­kloek­ge­voel bij als bij een jonge hond, en ik denk zelden: kom jíj maar bij me wonen. En daarmee ver­te­gen­woor­dig ik alles wat er mis is met deze wereld. Bescha­ving toont zich in hoe mensen met dieren omgaan, werd mij ooit verteld. Want als volkeren van die­ren­wel­zijn pri­o­ri­teit maken, betekent dat doorgaans dat andere zaken zo goed geregeld zijn dat er nog tijd en geld is voor het toppunt van bescha­ving. Ik heb dat lang geloofd. Dan dacht ik aan hanen­ge­vech­ten in Turkije en aan de stropers in Afrika en dan zag ik mijn indruk bevestigd. De minst vrije landen hadden de bela­che­lijk­ste omgang met dieren, terwijl wij in Amsterdam met de die­ren­am­bu­lan­ce gedesoriënteerde duiven van…

  • Columns

    Autonome Wijs­vin­ger

    Goe­den­avond, mag ik u welkom heten in De Wereld van de Autonome Wijs­vin­ger? Dat is een wereld waarin ‘de media’ en ‘de sociale media’ niet iets zijn dat u overkomt, maar iets dat u zelf voor het uitkiezen heeft. Het is een fijne wereld, een ple­zie­ri­ge bubbel van wel­den­ken­de mensen waar je iets aan hebt. Ik lees wel eens over uw wereld, waarin wijs­vin­gers vanzelf klikken op de volgknop van roep­toe­ters op Twitter, een wereld waarin je op onver­klaar­ba­re wijze een racist toevoegt aan je vrien­den­lijst op Facebook en waarin je zonder eigen inbreng zomaar belandt op de website van De Telegraaf, Het Laatste Nieuws of Geen Stijl. Ik heb begrepen dat buiten de grenzen van De Wereld van de Autonome Wijs­vin­ger ‘de media’ een soort onont­war­ba­re kluwen is, waar je als geheel iets van moet vinden en waarin die ver­ma­le­dij­de ‘sociale media’ ook nog eens een vals deuntje meeblazen. Lijkt me vreselijk, zo’n wereld. In De Wereld van de Autonome Wijs­vin­ger kun je besluiten iets wel of niet te bekijken, iemand wel of niet te volgen en wel of niet iemands vriend te zijn. Zo besloot ik gisteren naar de live‐stream van TV Limburg te kijken. Toen mijn wijs­vin­ger…

  • Columns

    Drugshond

    Ik ben een blower. Altijd al geweest. Een beschaaf­de blower. Zo eentje waar je geen last van hebt, met diploma’s en een spaar­re­ke­ning. Een die keurig belasting betaalt, niet de weg op gaat als dat verboden is en geen min­der­ja­ri­gen meesleept in haar lief­heb­be­rij. In De Standaard van 2 april 2015 las ik dat op verzoek van het KTA in Halle de politie gisteren met drugs­hon­den tachtig leer­lin­gen heeft gecon­tro­leerd op drugs. Vijf meer­der­ja­ri­ge leer­lin­gen liepen tegen de lamp. Volgens direc­tri­ce Maggy Van­keer­berg­hen is het de bedoeling de jongeren ‘van de drugs af te helpen’. Ze vindt de controle voor herhaling vatbaar. ‘De gecon­tro­leer­de leer­lin­gen waren onder de indruk en dat is precies het effect dat we beoogden.’ Mijn eerste jointje rookte ik toen ik vijftien was. Te jong, vind ik nu, mijn hersens werden nog gevormd. Maar noem mij één wetgever die een puber van zijn expe­ri­men­teer­drift afhelpt. Sinds die eerste joint, ben ik regel­ma­tig uit voer­tui­gen geplukt, door drugs­hon­den besnuf­feld en door douaniers tot tussen mijn billen betast. Op mijn zestiende haalde een dou­a­ne­be­amb­te me op de grens van Nederland en België uit een auto. Ik had niks bij me, maar werd toch twee uur vast­ge­hou­den op een grenspost.…