Stukjes in het wild

Mijn stukjes in het wild verschenen sinds 2003 op zezunja.nl. Heden ten dage schrijf ik in het wild op maartjeluif.com.

Zondag

Mijn waakzaamheid rust niet. De inspanningen die ik moet leveren om mijn diverse spanningsbogen naar beneden te halen, is soms bovenmenselijk. Zie het als een regenboog: ik kamp altijd met een halve boog en moet er een mentaal keukentrapje bij halen om het einde af te buigen naar een hele, naar de pot met goud.

Mijn waakzaamheid belet me werkelijk te geloven dat een hele boog tot de mogelijkheden behoort.
Is het nature of nurture? Ben ik dom of onmachtig? Is het werkelijk mogelijk om je spanningsboog zonder haringen en scheerlijnen naar beneden te trekken? Elke dag weer? En waarom heeft niemand mij dat geleerd?

Mijn waakzaamheid is zo cynisch, dat ze naar me knipoogt als ik probeer te doen alsof ze niet bestaat. Juist op de momenten dat ik mijn mentale keukentrapje heb getrotseerd, het uiteinde heb vastgepakt en probeer de boog zonder extra mankracht of doping af te buigen, juist dán is de verleiding groot om te denken dat ik de mindgame aan het verliezen ben. Nonchalance is des duivels oorkussen en als een verslapte spanningsboog iéts niet doet, is het wel naar de hemel reiken, dus daar trap ik mooi niet in.

Mijn waakzaamheid heeft een nieuw plafond nodig. Een verlaagd plafond moet voorkomen dat ik steeds opnieuw naar de Blokker moet voor een hoger trapje. Maar een verlaagd plafond mag dan praktisch zijn, ik hou van hoge plafonds, van hoe het vroeger was, van de ruimte die het lijkt te bieden, van de schijn van the sky is the limit.

Mijn waakzaamheid is groot, al zolang ik me herinner. Zo groot dat het als Godzilla door het verlaagde plafond heen breekt en doorgroeit terwijl ik al lang in het luchtledige tast, het einde van de boog niet meer kan vinden, niet meer kan zien. Met wortels van veertig jaar oud en een kruin tot aan het zwerk, is mijn waakzaamheid van het standvastige soort, en daar verandert geen lieve zondag iets aan.

• Er wordt veertig dagen geblogd in blogland, veertig stukjes in het wild. Gisteren liet ik het afweten, dus dit is dag 17.

Gouwe ouwe: mijn lezers draaien alle kanten op

In mei 2009 (al bijna tien jaar geleden!) vroeg ik mijn lezers of ze óók buikdraaiden in bed. De antwoorden bleken verrassend gevarieerd, net als als jullie beeld van de de man-vrouw-verhouding in de Bende van Grootmoeders Kastje. Mede daarom herplaats ik het stukje met de antwoorden.

Wat een verrassing. Ik ben niet vreemd. Helemaal niet zelfs. Ik ben zo gemiddeld als wat. Maar u ook, u bent ook zo gemiddeld als wat.
De vraag of u rug- of buikdraait, is namelijk grofweg geëindigd in een gelijkstand voor alle opties.
Er waren 37 respondenten die ik elk bij een categorie heb ingedeeld: buikdraaien, rugdraaien of beide.
Hier zijn de cijfers:
Buikdraaien: 13 mensen
Rugdraaien: 13 mensen
Beide: 11 mensen

Kortom: wat u ook doet, u bent niet vreemd. Toch is dat voor velen moeilijk voor te stellen. Veel mensen schreven iets bij hun antwoord als ‘natuurlijk’ of ‘hoe anders?’. En de redenen waarom op een andere manier draaien onplezierig of zelfs levensgevaarlijk zou zijn, waren ook niet van de lucht.

Over buikdraaien
“Buikdraaien is net zoiets als verdrinken.”
“Als ik eens flink wil zuchten dan ga ik via mijn buik.”
“Via mijn buik, dat is zo’n lekker warm en veilig gevoel.”
“Wanneer ik het koud heb, neem ik de buikweg, die is warmer.”
“Buik, zelfs al wordt er dan zeer on-economisch driekwart gedraaid!”
“Als ik over mijn buik omdraai dan betekent dat, dat ik niet kan slapen.”

Over rugdraaien
“Dat is makkelijker, en/want minder hobbelig.”
“Rugdraaien is net zoiets als over de kop gaan: het voelt raar.”
“Denk dat het is omdat ik dan niet met mijn gezicht door het kussen moet tijdens het draaiproces.”
“Wanneer ik het te warm heb, neem ik de rugweg, want dan kom ik lekker veel frisse lakens tegen.”
“Dan kan je ook beter je dekbed in bedwang houden.”

Over het afwisselen van beide
“Ik neem namelijk steeds de kortste weg.”
“Sorry hoor, maar dit hangt er maar helemaal van af aan welke kant van het bed je ligt.”
“Ligt eraan hoe lui ik ben, geloof ik.”
“Ik draai namelijk rondjes.”
“Als je ‘lepeltje lepeltje’ in slaap valt, dan kan de ene alleen via zijn/haar buik draaien en de ander via de rug.”

Hoewel veel mensen die buikdraaien ook buikslapen, lijkt er geen direct verband te zijn. Er zijn ook mensen die buikdraaien en rugslapen, en voor mij geldt: ik slaap alleen op mijn zij en ik draai altijd langs mijn buik. Sommige mensen draaien helemaal niet, dat is ook wonderlijk. En sommige mensen laten het afhangen van hun energiepeil, hun temperatuur of de geometrische verhouding tot bedrand of het lief. Razend interessant!

Bedankt voor al jullie reacties.

• Lilith gaat 40 dagen bloggen en for old times sake doe ik mee. Veertig stukjes in het wild. Dit is dag 15.

Allegaartje

Een jaar of elf geleden schreef ik mijn eerste allegaartje, in 2016 mijn laatste en vorige week schreef Lilith er een waardoor ik me weer herinnerde dat een allegaartje een heel geschikte manier was om blogjes te schrijven wanneer je weinig tijd had.

Dingen die ik niet ging doen

1. Mijn cursus vandaag. Zo jammer, want het is de koudste ochtend van het jaar en er stond een Miradal-excursie op het programma. Maar een zelfstandigenbestaan is alleen leefbaar als je goedgezind en energiek bent, dus moet je de workload soms geforceerd terugschroeven.
2. Een blogje schrijven, gisteren. Ik heb gefoefeld door mijn column van twee weken geleden over twijfelen over België – die nog op mijn site gezet moest worden – als blogje mee te rekenen. Dag dertien: check!
3. Me laten opfucken. Al weken zeilen er mensen mijn berichtenboxen binnen die om wat voor reden dan ook kwaad op mij zijn, meestal door dingen die ze van of via mij lezen. Ik vind het ontzettend moeilijk om het me niet aan te trekken als bekenden kwaad op mij zijn, maar gelukkig lukt het me steeds beter. God, wat zijn er veel giftige mensen.

Dingen die ik leerde

1. Dat meerkoeten zich over hun intolerante gedrag heen zetten om gezamenlijk het ijs open te houden.
2. Wat een paskwil betekent.
3. Dat er zoiets bestaat als het missing white woman syndrom.

Dingen die ik misschien niet had moeten doen

1. Toch weer drop kopen, terwijl ik er heel snel misselijk van word.
2. Schrijver worden. Ik ben meer de drummer van de band, die zich niet zo senang voelt vooraan op het podium.
3. Nee zeggen tegen mensen die werkgewijs iets van mij willen. Misschien vind ik dat wel het moeilijkste aan mijn werk: al dat nee zeggen en dan later het gevoel bezweren dat ik de afslag to end all afslagen heb gemist.

Dingen die ik momenteel begeleid

1. Een boek dat onderdeel is van een multidisciplinair project met beeldende kunst en muziek.
2. Een nieuwssite die schrijvenderwijs de paywall wil overwinnen.
3. Een roman over een man wiens zoon de diagnose autisme kreeg. Door die diagnose kijkt hij met een andere blik naar zijn eigen leven. Het boek komt in de loop van dit jaar uit.

Dingen die ik onlangs naar mensen schreef

1. ‘Bedankt dat je me behoedt voor weer een aantal foutjes!’
2. ‘Mail is natuurlijk voor die jongens en meisjes zoiets als dat ik een brief op de post moest doen toen ik 14 was, dat kon zonder aansporing van mijn ouders eeuwen duren.’
3. ‘Ik lees terug wat ik heb geschreven en denk: god Maartje, je hebt wel lef.’

Interessante stukken die ik onlangs las

1. Een verhaal over de sluwe Onavo-app. Gebruik je die? Niet meer doen.
2. How Trump conquered Facebook – without Russian ads. De twitteraar via wie ik dit stuk las, beschreef het goed: ‘Facebook is a unique enabler of extremism, full stop. “If it’s outrageous, it’s contagious” is literally the bedrock, fundamental modus operandi of its engagement-optimizing algorithms.’ Mijn column van vandaag gaat daar ook over.
3. ‘Ik vind het makkelijk om te vechten voor goede journalistiek’. In de intro: ‘Vrij Nederland maakt een radicale omslag: het zet nog maar één verhaal per dag online. Hoofdredacteur Ward Wijndelts weet dat hij vecht voor het voortbestaan van het blad.’ Hier staat het artikel op Blendle (€).

Dingen die me onaangenaam verrasten

1. De populariteit van stropop-argumenten. Stropop-argumenten zijn argumenten die een andere (vaak gemakkelijker aan te vallen) stelling bestrijden dan de oorspronkelijke stelling. Een voorbeeld: ‘Ik vind dat we vluchtelingen humaan moeten opvangen.’ Stropop-argument: ‘Maar als we iedereen toelaten, wordt de sociale zekerheid onhoudbaar.’ De oorspronkelijke stelling – we moeten vluchtelingen humaan opvangen – wordt in het tegenargument omgevormd tot ‘we moeten iedereen toelaten’. Die manier van debatteren is zó oneerlijk dat ik, en vermoedelijk velen met mij, mijn debatpartners pardoes niet meer serieus neem. En dat is jammer, want een kwalitatief debat kan zo verhelderend zijn.
2. Dat de buren gaan verhuizen. Het zijn aangename buren en in Leuven is de kans dat het huis volledig gestript wordt als er nieuwe mensen gaan wonen aanzienlijk. Bear with me.
3. Dat de Vlaamse luchtkwaliteit echt áltijd slechter is dan in de meeste regio’s in West-Europa. Bekijk hier een actueel overzicht.

Dingen die niet helemaal kloppen

1. Dat ik soms mailtjes wil liken. Dus ik lees een mail en denk ‘cool’, maar meer niet. Als ik op andere platforms bij vrienden denk ‘cool’ maar meer niet, dan druk ik op een duimpje of een hartje. Mijn mailbox roept kennelijk dezelfde brainwave op.
2. Dat ik juist nu veertig dagen ga bloggen, terwijl het vroege voorjaar van oudsher een heel drukke tijd is in mijn beroepspraktijk.
3. Dat juist ík, met mijn ietwat beroerde geheugen, een natuurgidscursus volg. Ál die fucking weetjes, al die essentiële details (ik bedoel: de grote bonte specht, de middelste bonte specht, de kleine bonte specht, are you kidding me?)

Dingen waar ik naar verlang

1. Nog eens een boek in twee dagen uitlezen in plaats van eindeloos worstelen omdat mijn concentratie weer de gedaante van een Jack Russell heeft aangenomen.
2. Het rozige gevoel dat we zullen hebben als we deze zomer in onze tent op Vlieland liggen.
3. Dat het me lukt om ooit definitief te stoppen met roken en niet een jaartje hier, een half jaartje daar, nog eens wat weken zus en een maand of elf zo.

Dingen die ik ga proberen

1. Me niet meer laten opfucken. Toe maar, wees maar onvriendelijk, gooi me maar voor de bus, schend mijn vertrouwen, het zal me raken, het zal me pijn doen en het zal aan me knagen, maar ik zal rustig blijven.
2. Het verschil tussen de kleine, middelste en grote bonte specht onthouden.
3. Meer vrij schrijven. Ik vind het moeilijk, want ik denk steeds: is er niet iets zinnigers te doen? Calvinist die ik daar ben. Maar het lucht zo op.

• Lilith gaat 40 dagen bloggen en for old times sake doe ik mee. Veertig stukjes in het wild. Dit is dag 14.

10 jaar geleden: mijn eerste Youtube-video’s

Tien jaar geleden plaatste ik mijn eerste Youtube-video’s. Ik filmde ze met mijn eerste telefoon met camera en dat is te zien.

Dit was het eerste filmpje. De magische wisseltruc der parende lieveheersbeestjes. Tot het einde kijken.

In het tweede filmpje constateerde ik dat je als blinde persoon in Gent Dampoort niet alleen nauwelijks kunt ontkomen aan een aanrijding, je wordt ook door het blindenpad behoorlijk in de steek gelaten. Ook tot het einde kijken.

• Omdat ik heel weinig tijd heb deze week zullen er een paar gouwe ouwen langskomen.
• Lilith gaat 40 dagen bloggen en for old times sake doe ik mee. Veertig stukjes in het wild. Dit is dag 12.

Smeerlapperij

In mei 1974 schreef mijn opa deze brief naar de Volkskrant. Hij was toen 63 jaar oud, ik drie maanden. Ik ben een gretige Delpher-delver, dus deze brief had ik al eens opgeduikeld, maar toen ik er onlangs weer op stuitte, was ik opnieuw onaangenaam verrast. Kennelijk was het me gelukt de brief weer te verdringen, terwijl ik niet verbaasd was de eerste keer ik dat ik de brief las.

Mijn opa werd gekneveld door een ernstige dwangneurose, een niet-aflatende godsvruchtigheid, een levenslang knellend conformisme en diep verankerde militaire discipline. Hij deed daar zichzelf en anderen de duvel mee aan, en soms maakte hij zich kennelijk zo kwaad dat hij vond dat het in de krant moest.

Behalve een boel aankondigingen dat hij een vulpotlood had gewonnen door de ‘puzzle’ in te vullen, en uiteraard de nodige familieberichten, vond ik in Delpher twee brieven met zijn grieven en twee nieuwsberichten over zijn taak als reserve-majoor in Indonesië (ook al zoiets). De andere brief zal ik hieronder plaatsen.

De Reve-brief raakt me. In de eerste plaats natuurlijk omdat het geen fijn idee is dat je opa er allerlei nare ideeën op na hield, ideeën waarvoor ik me plaatsvervangend schaam. Maar in de tweede plaats omdat je aan alles ziet dat hij er heel erg lang over heeft nagedacht. Er mocht nergens een misverstand over bestaan: niet over zijn vroomheid, niet over zijn patriottisme, niet over zijn keurig burgerschap, niet over zijn bekommernis om de jeugd.

Zo heeft hij willen uitsluiten dat er ook maar iemand kon denken dat hij vrijwillig naar De Grote Gerard Reve Show keek:

Ik denk dat hij niet naar de kerk wilde met de mogelijkheid dat de mensen dachten: o kijk, daar heb je die kerel die naar vunzige tv-programma’s kijkt. Hij achtte daarvoor het woordje noodgedwongen niet afdoende, hij vond dat de omstandigheden erbij moesten: hij was op bezoek bij iemand die ernaar keek. En omdat hij het voor mogelijk hield dat er op dat punt nog iemand twijfelde, vond hij dat men ook moest weten dat hij zelfs al heel uitdrukkelijk had besloten niét naar dat programma te kijken.

De tweede alinea lijkt minder eenduidig:

Hij schrijft dat hij de “literator” niet verwijt dat hij ‘homofiel’ is, maar heeft het in dat verband wel over ‘abnormale ideeën’ waarmee ‘kleine kinderen vergiftigd worden’. Dat klinkt als een tegenstelling, maar ik denk echt dat mijn opa enerzijds dacht: je mag mensen niet kwalijk nemen dat ze ‘ziek’ zijn – hij was zelf ook opgenomen geweest – maar anderzijds vond hij dat je zo’n ziekte met alle schroom die je in je had diende te verbergen. Dat had vermoedelijk alles te maken met zijn vroomheid en het heilige geloof in het huwelijk zoals God het bedoeld had. Zijn zinnen over de ezel en het weesgegroetje mogen dan terloops zijn, ze verklaren veel van wat hij beoogde met deze brief. De angst voor een plaatsje in de hel was na zo’n brief in de krant toch weer even bezworen.

De laatste alinea laat al iets zien van de Telegraaf-lezer die mijn opa later werd:

De oranjegezindheid, het burgerlijk fatsoen, de hyperbolen van erg diep gezonken, het duidelijkste bewijs, alle perken te buiten. De aanhalingstekens om “heren”. Mijn opa was een bange, depressieve man die vrijwel alleen maar houvast vond in dingen die ik verafschuw. Een man die zijn macht ontleende aan zijn afkomst, zijn sekse, zijn voorbestemde plaats in de maatschappij. Een man die zag hoe zijn kinderen verloederden en hoe de wereld naar de gallemiezen ging.

Het is zielig en het is gevaarlijk. Dit is hoe mensen radicaliseren: een combinatie van angst en niet beter weten. Mijn opa was geen leuke opa, geen leuke man, maar hij was daar niet uniek in. En hoewel hij in een tijd leefde waarin verstikkende zuilen en fluks vervlogen aanzien veel meer mensen tot zulke uitersten dreven, is het extremisme van alle tijden. Ook nu zijn er weer veel te veel mensen die van bangigheid niet meer weten wie ze de schuld zullen geven.

Mijn opa zet mij aan tot denken. Ik heb hem gekend, bijna twintig jaar lang. En hoewel we niks met elkaar hadden – want hij mag dan in de brief kleine kinderen aanhalen, het was er de man niet naar om zich met kleine kinderen bezig te houden – zag ik hem niet als een man met slechte ideeën. Ik zag een man die elke dag zijn boterham hetzelfde belegde, een man die in paniek raakte als hij de krant niet uitkreeg, een man die zelfs toen hij niet op meer op kon staan de hele dag wilde knielen, een altijd bange man.

Ik heb zijn angst geërfd en ik bezweer het door te beseffen dat er geen beginnen aan is. Dat angst van binnen zit, dat al mijn kennis verhult hoe diep de angst zit en dat het voornaamste wat ons te doen staat, is zorgen dat we geen nieuwe bange mensen maken. Want dat is verdomme de echte smeerlapperij.

Voor de liefhebbers: de tweede brief van mijn opa:

  • Een paskwil is ‘iets waarmee men iets belachelijk maakt’.

• Lilith gaat 40 dagen bloggen en for old times sake doe ik mee. Veertig stukjes in het wild. Dit is dag 11.

Aangeboden: zaalquizzers

Als ik een Nederlander zou moeten vertellen over de zaalquizcultuur in Vlaanderen is, dan zou ik niet weten waar ik zou moeten beginnen. Het is misschien vergelijkbaar met Koningsdag, de kenmerken zijn zó specifiek dat je bijna geen parallellen kunt trekken. Met koningsdag en het oranjegevoel deed ik ooit een poging, maar dat leverde direct een ellenlange tekst op.

Een zaalquiz in Vlaanderen is een militaire operatie waarbij discipline voorop staat: je laat je meevoeren in de drill van de avond of je bent reddeloos verloren. Je krijgt papieren, je moet goed luisteren, je mag niet te luid overleggen, je moet erop letten dat je netjes schrijft en je mag het belangrijkste niet vergeten: de juiste antwoorden geven. Als je iets wilt drinken moet je bonnetjes of muntjes halen, je moet een bestelformulier invullen, je moet een papier omhoog houden waarop bijvoorbeeld staat: DORST! En dan staat er in een mum van tijd een vrijwilliger aan je tafel die de versnaperingen regelt. De zalen zijn vol, het tempo is hoog en het fanatisme is bij elke tafel verschillend, maar in de goedgevulde zaal zitten áltijd geduchte tegenstanders.

Ik heb pas twee keer aan een officiële zaalquiz meegedaan, dus ik ben ongeveer de slechtste persoon om erover uit te weiden, maar ik kijk wel met grote ogen naar het fenomeen, dus dat maakt mij juist weer heel geschikt.
Dat ik pas twee keer meedeed, is eigenijk verbazend: ik ben in andere contexten doorgaans een fanatieke quizzer en de setting is er een waar ik van hou. Je bent met tientallen, soms honderden mensen bij elkaar, maar je hoeft geen kletspraatjes te voeren, aan het einde van de avond ben je niet overprikkeld, en ook met de mensen aan je tafel heb je vooral veel te doen. Druk druk druk.

Lijkt het op een pubquiz? Misschien, een beetje. Maar de schaal, de hoeveelheid quizzen, het feit dat de quiz vaak voor een goed doel georganiseerd wordt, de organisatiegraad (al die vrijwilligers!), de oubolligheid en de aanpak met die bestellingen en al dat papierwerk – een aanpak die overal hetzelfde lijkt – maken het toch een totaal ander fenomeen.
Gisteren belandde ik weer onverwacht aan een zaalquiztafel. De vorige keer eindigden we ergens in de toptien van – wat zal het geweest zijn – zo’n zestig tafels. Toen mochten we een goodiebag uitkiezen. Dit keer werden we zevende van 42 tafels, maar dat leverde niks op.

Het fijne van zo’n groot deelnemersveld is dat je het je totaal niet aantrekt als je niet bij de winnaars zit, want het is geen schande om niet slimmer te zijn dan 250 andere mensen. Maar als je hoog eindigt, geeft dat wel een boost, want verdorie, je bent zowaar slimmer dan die andere 250 mensen!

Om een lang verhaal kort te maken: mocht je in de buurt van Leuven ooit twee mensen nodig hebben, Wannes en ik schuiven graag aan.

Update:

• Lilith gaat 40 dagen bloggen en for old times sake doe ik mee. Veertig stukjes in het wild. Dit is dag 10.

Tussen hier en daar

Ik woon niet langer in het buitenland, ik ben waar ik ben. Voor anderen woon ik misschien nog over de grens, maar voor mezelf is de grens tussen hier en daar er vooral een tussen nu en vroeger. Hier en daar zijn omgedraaid, ik ging daar wonen en ik woon nu hier.

Na het oude normaal kwam het nieuwe normaal. Het is erbovenop komen liggen, als een Photoshop-laag waarvan je de doorzichtigheid aanpast: je ziet de andere lagen er nog doorheen. Elk jaar dat ik hier woon, zie ik minder van de oude lagen. De doorzichtigheid neemt af, in de diepte liggen de gewoontes van vroeger, mijn Hollandse wereldbeeld, de dingen die ik daar – toen het nog hier was – zo vanzelfsprekend vond. Op een dag zal ik de lagen van mijn oude normaal niet meer kunnen zien, ik zal alleen weten van het hier en nu. Wanneer anderen me vertellen hoe het was of wanneer ik mijn eigen stukjes lees, zal ik aan een karikatuur denken, zoals ik doe bij andere zaken die ik vergeten ben.

Neem het knikkeren. Ik weet nog hoe het voelde als ik ál mijn knikkers verloor en met een lege knikkerzak naar huis liep. Hoe ik rekende welke nieuwe knikkers ik moest aanschaffen om zo snel mogelijk weer boven Jan te zijn: met één zakje nieuwe yoghurtjes kon ik misschien mijn hoeveelheid verdubbelen, maar met een zak bonken – waar ik nog een paar weken voor moest sparen – zou ik mijn hoeveelheid misschien wel kunnen verviervoudigen.

Ik herinner me alleen nog dié momenten. De momenten van miserie en euforie. Alsof knikkeren niet vooral bestond uit met cheap-ass knikkertjes mijn vingervel schaven aan de tegels. Alsof ik niet voortdurend stond te wachten tot anderen hun conflicten hadden opgelost. Alsof het niet bovenal een kwestie was van zoeken naar een goede knikkerpot, omdat er een hond in de vorige had gescheten. En als we er eindelijk een hadden, dan moest iedereen naar huis om te eten.

Want zo gaat het bij de dingen die je vergeet. De contouren van wat was nemen niet alleen af, ze vervormen ook. Het leven zoals het was, is hertekend en heeft een grote neus, een driedubbele onderkin en een lange dunne nek gekregen.
Soms verkeer ik in een vacuüm tussen het oude en het nieuwe normaal. Dan kan ik het oude niet meer raken en het nieuwe niet bevatten. Dan zweef ik tussen hier en daar zonder te weten waar dat is.

Een van de momenten dat ik opgeslokt word in het grote nergens, is als ik het rolluik naar beneden doe wanneer het gordijn nog niet dicht is (zie foto). Dat beeld was nieuw in 2005, nu zie ik het vrijwel dagelijks. Maar het mag dan een alledaags uitzicht zijn, er is geen beeld waarbij ik me ‘on-thuiser’ voel dan bij de weerspiegeling van het licht tegen die horizontale witte latjes. Ik heb zelfs moeite om te beschrijven hoe het eruitziet en wat het doet, zozeer is het niet van mij.

Vroeger dacht ik dat de dingen duidelijk waren: als er geen knikkerpot was dan haalde je een mes uit de keukenla en dan sneed je een tegel uit de stoep. Met het opgroeien kwam het besef dat de dingen niet duidelijk waren. Nooit. Maar dat de dingen zó onduidelijk zouden worden, kon ik niet bevroeden.

Soms ben ik bang dat ik voor eeuwig opgesloten zal zitten tussen het oude en het nieuwe normaal. Dat ik gevangen blijf in de reflectie van de verschillende lagen, zoals er soms een mug opgesloten zit tussen het raam en het rolluik. En dat ik net als die mug niet weet of ik ooit zal snappen hoe het zit en of ik er nog uit zal komen. Zenuwachtig fladderend tot ik uitgeput raak.

• Lilith gaat 40 dagen bloggen en for old times sake doe ik mee. Veertig stukjes in het wild. Dit is dag 9.