Stukjes in het wild

Mijn stukjes in het wild verschenen sinds 2003 op zezunja.nl. Heden ten dage schrijf ik in het wild op maartjeluif.com.

Naar bed naar bed

Hij, zei Wannes over ‘het kleine ding’.
‘Hij?’ zei ik.
‘Ja, hij,’ zei hij.
Nou, en toen hadden we dus een kwestie waarvan we allebei geen idee hadden dat je er verschillend over kon denken. In zijn ogen zijn alle personages in het versje Naar bed naar bed mannelijk, behalve Ringeling. Bij mij zijn ze allemaal vrouwelijk, behalve Lange Jan. Dus het kleine ding is zeker geen ‘hij’, vind ik.

Ik besloot het socialemedia-orakel te raadplegen.

Er volgden een stuk of tachtig reacties, waarvan ik er 61 kon gebruiken om een lijstje te maken met 16 verschillende combinaties. Van de mensen die hun combinatie doorgaven waren er 33 vrouw en 28 man. De Nederlanders waren met ruim drie keer zo veel: 47 Nederlanders tegenover 14 Belgen.

De resultaten waren zo divers dat het me duizelt, maar één ding is zeker: Wannes en ik behoren beiden tot een minderheid. De grootste groep vindt namelijk dat Duimelot & Co allemaal mannelijk zijn, op de voet gevolgd door de mensen die geen sekse hebben toegekend aan de bende die grootmoeders kastje wil gaan plunderen. Vervolgens zit er een groot gat en dan volgen de mensen die de man-vrouw-verhouding zoals Wannes in hun hoofd hebben: allemaal jongens, behalve Ringeling. Maar er zijn evenveel mensen die het volkomen anders zien: alleen Lange Jan en Likkepot zijn jongens, Duimelot, Ringeling en het kleine ding zijn meisjes.

Vervolgens zijn er drie heel kleine clusters met 1. de variant waarin alleen Duimelot en het kleine ding vrouwelijk zijn, 2. de combinatie waarin Duimelot en Lange Jan man zijn, maar de rest vrouw is en 3. mijn groepje: die waarin alleen Lange Jan een man is. High five Neeltje!

Goed, tot zover de analyse van de ‘winnaars’. Dan de verliezers: Lange Jan is de enige waar niemand over twijfelt, in alle combinaties is de middelste letter een M (of een X, maar die laat ik even buiten beschouwing), dus de grote ‘verliezer’ is VVVVV.

Opmerkelijkheden

Maar liefst 9 mensen hebben in hun dooie uppie een eigen combinatie verzonnen, waarvan ik MMMMV het opmerkelijkste vind. Hoezo is het kleine ding – de klikspaan – ineens een meisje? Of neem degene die ze allemaal vrouwelijk vindt, maar Lange Jan én Ringeling niet! Dus Likkepot is wel een vrouw, maar Ringeling niet? Why?

Wat ik ook opmerkelijk vond: omdat er minder Belgen antwoordden weet ik niet veel van hun variaties, maar wat wel opvalt is dat als je de hoofdcategorieën weglaat (allemaal mannelijk of allemaal geslachtloos) de Belgen in de weinige variatie die zich nu toont Duimelot áltijd een vrouw vinden. Dus dat malle idee dat Duimelot een man zou kunnen zijn terwijl Likkepot een vrouw is, komt alleen in Nederland voor.

Ook is het denk ik geen toeval dat de vrouwen die antwoord gaven vaker vrouwelijke personages in hun rijtje hadden en meer variatie aan de dag legden dan de mannen. Als jullie zin hebben om jullie analyse erop los te laten: graag.

 

Verbazing en wrevel

De vraag riep wat verbazing op, gefronste wenkbrauwen, en ik proefde zo hier en daar wat wrevel. Het zijn toch vingers? Moeten die een geslacht dan? Waarom zou je daar een sekse op plakken? Maar dat hoeft uiteraard niet, ik heb de X-jes keurig genoteerd. Ik was me er gewoon niet van bewust dat er zoveel antwoorden mogelijk waren en evenmin dat er mensen zijn voor wie Lange Jan geen geslacht heeft. Ik denk dat sommigen dachten dat ik op mijn feministische paard zat en dat ze ervan langs zouden krijgen als ze zouden bekennen dat alle vijf de personages in hun hoofd mannelijk zijn, en misschien vonden anderen het daadwerkelijk een vervelende vraag: wat doet het ertoe? Waarom zouden we zo binair denken? Welnu, ik had het mooi gevonden als niemand binair dacht. Als ik en Wannes de enige bleken te zijn die niet in X-jes dachten, maar zo werkt het helaas niet. De rolverdeling zegt vermoedelijk meer over ons en de tijd waarin we leven dan we beseffen. En daarnaast had ik er veel lol aan om erachter te komen dat er in jullie hoofden allemaal volkomen anders samengestelde gezinnen wonen dan in het mijne. Dat is ook een soort diversiteit.

De X-jes

De X-mensen kenden dan wel geen geslacht toe aan hun vingergroepje, ze hadden vaak wel heel specifieke beelden bij de personages. De verschillende figuren hebben een persoonlijkheid, lijken op sprookjesfiguren, op hybriden, op kabouters, of ja, gewoon op vingers, maar dan wel met karakters en elk hun eigen onhebbelijkheden. Sommigen noemden het geslachtloos, anderen tweeslachtelijk, weer anderen wilden de magie van er niet over nadenken niet verbreken en noemden het gewoon niets. Bij de 100%-mannendenkers zaten trouwens ook veel kabouterprojecteerders en zelfs iemand die dacht in jarenvijftigjongetjes met nat gekamde haren.

VVMVV

De oorzaken van onze combinaties zullen van velerlei aard zijn. Ine liet weten dat het door een kinderboek met illustraties kwam dat de leden van De Bende Van Grootmoeders Kastje voor haar allemaal mannelijk waren, het zeer onbekende tweede couplet kan er ook aan hebben bijgedragen, sommigen vermoedden een mannelijke cultuur waarin ondeugendheid en dievenmoed niks voor meisjes is en weer anderen wisten niet waarom het is zoals het is. Voor mezelf geldt denk ik dat ik me met alle personages goed kon identificeren, dus werden het meisjes, maar door Lange Jans naam boetseerde ik hem tot jongetje: VVMVV.

De cijfers

Tot slot: de cijfers op een rijtje.

Update:

Een enthousiaste Twitteraar goot ook de man-vrouw-verhouding per vinger in een grafiekje, dank Pjanter.

• Lilith gaat 40 dagen bloggen en for old times sake doe ik mee. Veertig stukjes in het wild, dit is dag 7.

Sucker for serveersuggesties

Alle foto’s © Maartje Luif

Serveersuggestie is het woord dat fabrikanten op de verpakking van een product zetten om te voorkomen dat ze ervan worden beschuldigd misleidende informatie op het etiket te vermelden (in sommige landen is het verplicht). Dus als een soepfabrikant op een blik erwtensoep zónder worst een foto plaatst van een dampend bord soep mét worst, dan staat er serveersuggestie bij, zodat jij niet denkt dat je die stukjes worst in het blik kunt vinden.

Tot zover niks om vrolijk van te worden, zulke wetgeving is logisch en nodig. Maar het woord serveersuggestie herbergt een reeks beloften die het zelden inlost. Zo is serveren voor mij iets wat je doet als je gasten hebt, en alleen bij een gerecht dat mooi is en smakelijk oogt. Voor Wannes en mij schep ik meestal gewoon op. Bovendien is serveersuggestie een woord dat klinkt alsof iemand op je arm tikt en zegt: ‘Hee, mag ik een suggestie doen? Als je eens gasten hebt, kun het ook zo serveren!’ En omdat het woord serveersuggestie daar allemaal niks mee te maken heeft, maar slechts dient om de wetgeving voor te zijn, wordt het algauw een potsierlijke aangelegenheid. I’m a sucker for serveersuggesties.

Want ja, als je gasten hebt, zou je dit kunnen doen:

Maar je zou het ook kunnen laten.

En ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik heb doorgaans al te weinig speeksel voor één beschuit.

Een stapeltje beschuiten wegwerken lijkt me iets voor Koningsdag in het Vondelpark. Dat je een tientje kunt winnen als je het door kunt slikken.

Friet kun je ook heel leuk serveren:

Er zit iets bevredigends in de zorg die is besteed aan de schaduw van de klodder.
En waarom zit er op die andere friet trouwens geen mayonaise?

Dit is wel een mooie compositie:

Maar waar is de mayo?! Moet ik mayonaise serveren zonder mayonaise? Het moet gezegd: de presentatie is uit de kunst. De eerste die een garnaal aan zijn abs kan laten werken, krijgt van mij een pluim.

Er zijn best veel serveertips in de categorie ‘Leg er iets groens bij’.

Vervolgens hou ik me dan veel te lang bezig met de vraag of deze worstjes mikado-gewijs de natuurwetten tarten. Ik ben er nog niet uit.

In de categorie ‘Nee joh, maakt niet uit, als het maar groen is.’

Maar serieus: wat is dat?

 

Sommige serveertips zijn wat onstuimig:

Dat van die koffiebonen snap ik nog wel. Het golfslagbad wordt lastiger.

Ziet er wel spannender uit dan dit trouwens:

Een enorme kom kokosmelk (veel meer dan 250 ml, for sure) met drie stukjes kokos ernaast. Eet smakelijk!

Soms is er nog wat werk aan.

Probeer maar eens van de zalmsalade in dit bakje vier sappige zalmmoten te knutselen.

Ook deze tip vergt wat arbeidsuren:

Ik ben erg fan van het glaasje dat eruitziet alsof je het op kunt drinken, maar dat je waarschijnlijk op zijn kop kunt houden. Moet je wel even de besjes eraf halen.

En nog een laatste in de categorie ‘Leg er wat groen bij.’

Bon appétit!

• Lilith gaat 40 dagen bloggen en for old times sake doe ik mee. Veertig stukjes in het wild, dit is dag 6.

Het perfecte beroep

Het is deze maand zes jaar geleden dat ik begon als online schrijfcoach nadat ik in veertien jaar ‘gewoon’ lesgeven zoveel mensen had gezien dat ik niets liever wilde dan even helemaal geen mensen meer zien. Ik verzon een nieuw beroep, tuigde een website op en stortte me op schriftelijke schrijfcursussen voor eenzaten met schrijfambities.

Het was een beetje zoeken, mijn nieuwe beroep. Want hoe moest ik dat doen, per e-mail een schrijfcursus geven? Hoe kon ik zorgen dat het niet te arbeidsintensief werd, met al dat leeswerk? Hoe moest ik voorkomen dat mijn woorden op papier mensen kwetsten, zoals soms gebeurde? Hoe kon ik vermijden dat degene aan de andere kant van de e-mail me verkeerd begreep? Of dat de schrijver in kwestie iets anders zou verwachten dan ik kon bieden? Hoe kon ik genoeg verdienen zonder dat het voor de hulpvrager een te dure hobby zou worden? Hoe kon ik administratieve rompslomp voorkomen? En welke verzoeken zou ik wel of niet aannemen? Kon ik alles begeleiden?

Na verloop van tijd vielen de dingen op zijn plaats. Zo beloofde ik een tijd lang gratis diagnoses, waarmee mensen soms zo geholpen waren dat ik ze nooit meer terugzag. Inmiddels geef ik alleen uitgebreide diagnoses aan mensen van wie ik het sterke vermoeden heb dat ze zullen blijven hangen. En in het begin durfde ik geen romanmanuscripten te begeleiden, maar op een dag besefte ik dat steeds meer fictieschrijvers mij echt graag als coach wilden. Dus begon ik ook daarmee, waardoor ik inmiddels het grootste deel van mijn schrijfcoachtijd vul met die tak van sport. Vier romans kwamen af, waarvan er al drie de weg naar een uitgever vonden.

Sommige mensen hebben een hekel aan het woord coach, ik eigenlijk ook. En toch noem ik mezelf schrijfcoach, omdat dat is wat ik doe. Ik coach veel meer dan dat ik lesgeef. Ik ben een Montessori-kind, gemarineerd in een badje van ‘Leer mij het zelf te doen’. Ik leer mensen omgaan met zichzelf als gevaarlijkste antagonist. Ik help ze om tijd vrij te maken, ik help ze om zelfvertrouwen te krijgen of discipline op te brengen. Ik help ze om te bedenken wat ze willen schrijven en voor wie, en ik help ze om universele schrijfregels zodanig onder de knie te krijgen dat ze die vervolgens naar believen overboord kunnen gooien. Sommige mensen zijn al zes jaar bij me, sommigen komen steeds weer terug. Anderen help ik drie weken kort maar krachtig, om vervolgens nooit meer iets van ze te horen.

Een van de fijnste kanten aan het beroep is dat ik het maar deeltijds doe, de rest van de tijd gebruik ik om zelf te schrijven, wat voor mij minstens zo belangrijk is. En toch heb ik het gevoel dat ik al die romans van mijn ‘pupillen’, al die columns, al die verhalen voor kranten, tijdschriften, en al die blogs en kortverhalen zelf heb geschreven, terwijl ik niet uren en uren heb hoeven pielen om het goed te krijgen. Ik dacht intensief mee over producten voor allerlei grote media en voor evenzoveel kleine niches, ik peinsde over detectives, over romantische verhalen, handboeken, en nog veel meer genres die vaak geweldig zijn om in de steigers te zetten, maar die in mijn eigen schrijfcarrière vermoedelijk niet snel prioriteit zullen krijgen. Het gevoel een soort co-auteur te zijn hoort erbij als schrijfdocent, maar omdat de contacten als persoonlijke coach zoveel intiemer zijn dan wanneer je in groep lesgeeft, is mijn betrokkenheid de laatste jaren veel groter.

Ik plaats geen linkjes en ik noem geen namen, want ik mag dan wel soms een grote bijdrage hebben geleverd en ik ben ook plaatsvervangend trots, maar het voelt als het afpakken van de shine van anderen en ik kan me voorstellen dat sommige auteurs niet gezien willen worden als iemand die een schrijfcoach nodig heeft.

Ook vandaag staat er weer een schrijfcoachingdag op de planning. De vorige keer schreef ik aan de auteur: ‘Vergeet niet dat het moeilijk is om een al te laconieke hoofdpersoon stress te laten beleven’ en ‘ik kan me voorstellen dat je ertegen op zou zien om het nog eens op zoiets technisch als tijd of perspectief te herschrijven, maar ik kan me ook voorstellen dat je er meer lol in krijgt door zelf dichter op je verhaal te zitten.’ Vandaag ga ik kijken wat mijn woorden hebben gedaan, of wat ze hebben nagelaten. Ik ga hardop denken met de belofte dat het vrijwel altijd helpt, dat het al zes jaar lang ergens toe leidt en dat het iets is dat ik – zolang ik ogen en handen heb – kan blijven doen. En dat laatste vind ik zo geruststellend dat ik vaststel dat ik het perfecte beroep voor mezelf heb gecreëerd.

(NB Ik had al eens geen bruikbare ogen en geen bruikbare handen. Dus die geruststellendheid is betrekkelijk, maar een kniesoor die daarop let.)

• Lilith gaat 40 dagen bloggen en for old times sake doe ik mee. Veertig stukjes in het wild, dit is dag 5.

Maartjes foefjes: cirkelvormig bakpapier

Omdat ik zelfs op de meest romantische momenten geneigd ben praktisch te doen, leek een lifehackrubriek me echt iets voor mij. Maar ik vind lifehack een rotwoord, daarom: foefjes. Voor de Belgen: een foefje is een trucje, een slimmigheidje. Heb je ook behoefte aan een praktische oplossing voor iets? Leg mij je vraag voor, dan denk ik met je mee. Vandaag: cirkelvormig bakpapier.

Rond bakpapier

Sommige foefjes heb ik niet zelf bedacht. Zo is dit foefje onder de meeste beroepskoks wel bekend, maar als er één plaats is waar bakplaten vaak helemaal niet rond zijn, dan is het wel in professionele keukens. Het is dus belangrijk dat juist particulieren het licht zien. Geen dank!

Ik heb een oven waarin de de standaardbakplaat rond is. Dat betekent dat ik regelmatig ronde vellen bakpapier nodig heb. Toen ik dit foefje nog niet kende, prevelde ik een schietgebedje, waarna ik het papier toetakelde tot iets waarmee je het examen voor de perfecte cirkel nevernooitniet zou halen. Als het teleurstellende resultaat groter was dan de bakplaat of taartvorm, maakte het niet uit. Voedsel wordt godzijdank niet lekkerder als het gebakken is op een perfecte cirkel. Maar als het velletje kleiner was dankzij het misknippen dan moest ik óf het bakpapier weggooien, óf bakken op een kleiner oppervlakte, óf aanvaarden dat op sommige randen misbaksels ontstonden doordat de ondergrond plakte. Met dit foefje is dat allemaal niet meer aan de orde.

  1. Neem een vierkant of rechthoekig stuk bakpapier. Controleer of het aan de vier kanten groter is dan (of even groot als) de ronde taartvorm of bakplaat. Vergeet niet om de opstaande randen mee te tellen, als dat nodig is.
  2. Vouw het vel bakpapier dubbel.
  3. Plooi het dubbelgevouwen bakpapier nog eens dubbel, zoals je met een A4 via een A5 naar een A6 zou gaan. Als je met een rechthoekig in plaats van vierkant papier bent begonnen, zullen niet alle zijden gelijk lopen bij deze vouw. Dat is geen enkel probleem.
  4. Bij de derde vouw, klap je het vel niet meer gewoon dubbel, maar plooi je de bovenste hoek schuin naar beneden, naar de diagonaal tegenoverliggende hoek. Deze vouw kun je herhalen zo vaak als het nodig is.
  5. Nu heb je een soort platte frietzak, zoals op plaatje 5, die je met de punt op het midden van de bakplaat legt. Als je dit foefje vaker toepast, is dat neerleggen niet meer nodig, dan heb je de radius wel in in je vingers.
  6. Knip langs de rand mee met de ronding.
  7. Voilà

• Lilith gaat 40 dagen bloggen en for old times sake doe ik mee. Veertig stukjes in het wild, dit is dag 4.

Mijn kapoen

Tradities, ik heb er weinig mee. Als ik vroeger twee keer achter elkaar dezelfde weg naar school fietste, was ik al verveeld. Ik hield van feestjes om het feestje, niet omdat het een traditie was. Het besef dat je kerst slechts met kerst zou kunnen vieren en de wetenschap dat we alleen in de trein een rolletje Topdrop kregen, vond ik eerder beknellend dan geruststellend.

Vandaag krijg ik een Nieuwsjaarsbrief van mijn metekind. Tot twaalf jaar geleden wist ik niet wat een Nieuwsjaarsbrief was en tot drie jaar geleden wist ik niet hoe het voelde om er zelf een te krijgen.

Nieuwsjaarsbrieven zijn een traditie in Vlaanderen. Doorgaans worden ze op 1 januari of in de dagen daarna voorgelezen door kinderen aan hun peters en meters. Traditioneel eindigen ze met Uw kapoen. Vaak kauwen scholen de brieven voor, maar leuke kinderen en leuke ouders maken er iets eigens van.

Het is het eerste jaar dat mijn metekind verstaanbaar kan praten, in volzinnen die ik helemaal begrijp, dus ik kijk ernaar uit. Want ik heb dan wel weinig met tradities, maar ik heb wel veel met kinderen die hun plankenkoorts in de ogen kijken, ik heb veel met het geaarzel vooraf, ik heb veel met de rode wangetjes, ik heb veel met de deemoed van kleuters die het ongemak leren kennen en ik heb veel met de trots achteraf. Het zijn de eerste tekenen van de goede moed die hij later o zo hard nodig zal hebben.

Lees hier het stukje over hoe ik meter werd: Mijn kippenvel strekte zich uit tot ver over de cultuurkloof.
Lilith gaat 40 dagen bloggen en for old times sake doe ik mee. Veertig stukjes in het wild, dit is dag 3.

Mosselelasticiteit

Foto: mossel op het pad.

Ze hebben de grote vijver leeggepompt. Voor het eerst in decennia kwam het slijk aan de oppervlakte en deze winter lieten de tientallen aalscholvers het provinciaal domein links liggen, want als er niets te duiken valt, duiken ze wel ergens anders. 

Alles veranderde. De meerkoeten vertrokken naar de kleine visvijver, de eenden zochten ruzie in de watertjes achter het zwembad, en in de grote vijver – bij ons thuis ook wel het meer genoemd – zagen we ineens dagenlang vijf witte zilverreigers balanceren op één been, want die houden wél van enkeldiep water.

Ook de kraaien veranderden. In plaats van kleine vogeltjes op te jutten en hun forsbollen te tonen aan volwassen eksters zagen we ineens een heel andere dagbesteding: mosselen eten. En dat is nog geen sinecure als kraai, want de flinke snavel waarmee ze eikeltjes in de grond verstoppen of jonge meesjes uit hun nest plukken, blijkt niet handig genoeg voor het open bikken van een vasthoudende mossel.

Minutenlang hebben we de afgelopen maand mogen aanschouwen hoe ze de verharde paden gebruikten als breekijzer. Hoe ze eerst de mosselen uit de modder opdiepten, of er een afpakten van een zwakke meeuw, hoe ze er vervolgens mee naar een verhard pad vlogen, hoe ze de schelp krachtig neerkwakten, hoe ze erbij landden en checkten of de mossel zich al gewonnen had gegeven en hoe ze als dat niet zo was de mossel weer in hun snavel namen, een stukje omhoog vlogen en de schelp weer zo hard mogelijk tegen de grond ketsten.

Als de mossel na een keer of tien eindelijk scheurtjes vertoonde, begon het leukste gedeelte: het getrek aan het elastiekerige vlees. Pootje erop, mosselvlees tussen de snavel en dan – poing – poing – poing – steeds opnieuw de nek zo ver mogelijk naar achteren. De kleine mosselen gaven zich over, dan zag je het vlees – pok – in het oog van de kraai schieten, maar de elasticiteit van een wat grotere mossel is immens en de nek van een kraai niet zo heel lang en draaibaar, dus de grote mosselen bleken tergend.

Dat getrek zorgde voor onrust in de pikorde. Soms had een kraai al eindeloos veel werk in de mossel gestoken en dan kwam er een belangrijkere kraai voorbij die zijn pootje nonchalant op de schelp zette en dan was het voor niets geweest. En soms profiteerden de eksters van de onrust onder de mosselminnende kraaien.

Wekenlang lagen de paden bezaaid met schelpengruis, wekenlang stonden we dagelijks roerloos te kijken naar de verovering van de standvastige zoetwatermosselen, maar inmiddels loopt de vijver weer vol en zijn de schelpen bijna op. De eekhoorns zullen binnenkort weer op pad gaan, de mezen zullen nestelen en de kraaien zullen vergeten hoe een mossel smaakte. Vanochtend trof ik een easy mossel op het pad, eentje die keurig open was geschoten, mogelijk al bij de eerste poging. Misschien was het de laatste, want ik zag alweer een aalscholver.

Foto: de grote vijver vanochtend.

Lilith gaat 40 dagen bloggen en for old times sake doe ik mee. Veertig dagen stukjes in het wild, dit is dag 2.