Stukjes in het wild

Mijn 'stukjes in het wild' verschenen sinds 2003 op zezunja.nl. Tegenwoordig schrijf ik in het wild op maartjeluif.com.

  • Over journalistiek,  Stukjes in het wild

    Uit­ge­zucht en weg­ge­zucht

    Normaal is het al lang niet meer, solidair zijn. In de jaren negentig, toen het gif van de neo­li­be­ra­li­se­ring al werd geïn­jec­teerd maar de mensen zelf nog gewoon deden alsof barm­har­tig­heid en mede­men­se­lijk­heid van­zelf­spre­kend was, viel je nog niet in negatieve zin op als je uit­ge­spro­ken solidair was met min­der­he­den. Nu is dat anders, soli­da­ri­teit wordt zonder al te veel scrupules in de kaar­ten­bak onder ‘aan­stel­le­rij’ geschaard. Soli­da­ri­teit hoeft natuur­lijk niet leuk te zijn, daarvoor is het te prin­ci­pi­eel, maar toen ik in de jaren negentig als jour­na­list mijn eerste stukken schreef over struc­tu­re­le uit­slui­ting ver­oor­zaak­te dat zelden de kramp die ik nu aantref wanneer mijn stukken inleving in andere mensen vergen. Niet dat mijn lezers destijds erg enthou­si­ast rea­geer­den als ik met onderzoek bloot­leg­de hoeveel uit­slui­ting er vooral op beleids­ni­veau gaande was, maar ik werd op een enkele kwaaie brief na zelden ‘uit­ge­zucht’ op basis van mijn weinig opbeu­ren­de boodschap. Tegen­woor­dig word ik voort­du­rend uit­ge­zucht en weg­ge­zucht. Ik schreef er precies een jaar geleden een column over, dus dat aspect ga ik niet nog eens herhalen, maar neem van mij aan: de mensen zijn te moe voor openlijke soli­da­ri­teit. Ze willen nog net op een fat­soen­lij­ke partij stemmen en wat geld overmaken naar wat goede…

  • Columns,  Stukjes in het wild

    Na 96 uur debat­te­ren

    Eén ding had ik me voor­ge­no­men toen ik het Zwarte Pieten‐stuk schreef: het gaat niet om mijn gelijk, het gaat überhaupt niet om mij, het gaat om het bewust­zijn dat er uit­slui­tings­me­cha­nis­men zitten in ‘klei­nig­he­den’ als Zwarte Piet en dat een beetje omzich­tig­heid in col­lec­tie­ve uitingen dús op zijn plaats is. Dat uit­gangs­punt – het gaat niet om mijn gelijk – had tot gevolg dat ik álle gesprek­ken aan moest gaan, het ging mij er immers niet om dat de ver­schil­len­de groepen op een eilandje hun mid­del­vin­ger naar elkaar zouden opsteken, maar dat er in de samen­le­ving een vleugje bewust­zijn door­dringt van de problemen die ste­reo­tie­pe beeld­vor­ming oplevert. Dat doe je niet door te zeggen: ja doei, rot maar op met je andere mening, maar door zo open mogelijk het gesprek met elkaar aan te gaan. Er waren vier problemen bij dat open gesprek: De Neder­lan­ders Er zijn veel Neder­lan­ders onder mijn volgers die over het algemeen een veel beter, breder, langer en door­wroch­ter debat achter de rug hebben. Voor hen was mijn stuk een herhaling van zetten en ik denk zelfs dat ze de indruk kregen dat ik ter eigener eer en glorie nog eens een paar zetten terugging. Simpelweg omdat…

  • Stukjes in het wild

    Duis­ter­der

    We kregen bericht van een van de ver­ze­ke­rin­gen die mogelijk de schade van de beroving zou dekken en jawel, ‘cou­lan­ce­hal­ve’ zullen ze de helft van de geleden schade vergoeden. Ik kan hier heel lang uitweiden over hoe onlogisch het is om je maar voor de helft aan­spra­ke­lijk te voelen, of hoe jammer het is dat we dus toch nog veel schade uit eigen zak moeten betalen, maar ik kan ook vertellen hoe groot de opluch­ting is – klaar nu, dóór –  en hoe leuk het is aan Wannes’ gezicht te zien dat hij het als een cadeautje beschouwt. Want door de hard­voch­ti­ge houding van veel ver­ze­ke­raars krijg je vaak het gevoel dat je een onge­loof­lij­ke mazzelaar bent die vooral niet moet vergeten zijn handjes dicht te knijpen. Het bericht over de coulance van de ver­ze­ke­ring kwam op de dag dat Trump werd verkozen. We gingen naar de winkel om troos­te­ten in te slaan en ik maakte een pan erw­ten­soep die in niets deed vermoeden dat Wannes en ik maar met zijn tweeën zijn. Op de helft van mijn eerste kom soep hoorde ik heel hard ‘knerps’. Ergens achterin mijn mond was een stuk van mijn kunst­ge­bit afge­bro­ken. De dag kon dus tóch nog duis­ter­der. Ik belde…

  • Stukjes in het wild

    Bye bye dread­locks

    Ze zijn eraf. Na vijftien jaar trouwe dienst heb ik er gisteren de schaar in gezet. In 2007 heb ik ze er ook al eens afgehaald, maar toen ben ik vrij snel nieuwe gaan maken. Deze keer vermoed ik dat dat niet gaat gebeuren. Wel zal ik net als toen weemoedig zijn, een rouw­pro­ces doormaken. Want het is slikken, het afscheid van mijn silhouet, mijn special feature, mijn avatar. Na meer dan een derde van mijn leven ben ik ineens onher­ken­baar. Maar ik ben ook eindelijk verlost van de hoofdpijn, van een pond haar dat 24/7 aan mijn hoofdhuid trok of op mijn fontanel balan­ceer­de, en van het groot onderhoud dat een dikke bos dread­locks nu eenmaal vergt. De opluch­ting is gigan­tisch. Ik kon eindelijk ont­span­nen toen na al die jaren het dou­che­wa­ter recht­streeks mijn hoofdhuid masseerde. Mijn adem stokte de eerste keer dat Wannes me gisteren over mijn bol aaide en ik daad­wer­ke­lijk iets vóélde. Het sliep opmer­ke­lijk vrij, zo zonder het gewicht van een flinke mango boven me op het kussen. Het is bevrij­dend om een muts op te zetten en niet het idee te hebben dat het een twééde muts is. Het blijkt ver­ras­send aangenaam om een lus van een…

  • Stukjes in het wild

    Akoestiek

    We betreden het erf van de hoeve. Als Wannes de deur van de stal opendoet, valt de akoestiek als een glasbak over me heen. Later vertelt hij dat het bij hem werkt als bij een com­pu­ter­ven­ti­la­tor: het komt op, eerst zachtjes en traag, maar dan steeds sneller en luider, tot het niet te negeren oor­ver­do­vend is. Bij mij werkt dat anders: het slaat me in mijn gezicht, al die stemmen, kopjes, borden, glazen en lachsalvo’s, het noopt me tot inademen, waarna ik niet meer in staat ben die adem kwijt te raken. Ik neem plaats op een plastic stoel en stel me voor hoe mijn billen een deel van het geluid nu smoren, en hoe ik als ik hele grote billen zou hebben al het geluid kon smoren. Het lucht me een ogenblik op, maar het lawaai breekt er onmid­del­lijk weer doorheen. Geen gedachte is onge­naak­baar, geen seconde vrij van ruis. We zijn er met anderen, dus direct weer ver­trek­ken zou raar zijn, niettemin staan mijn reflexen in de richting van de deur. Met moeite denk ik een stolpje om mij heen. Op de randjes van de plastic stoel, langs mijn armen, rond mijn schouders, met dubbel glas bij mijn…

  • Stukjes in het wild

    Ach­ter­vol­ging

    Foto: Andrew Prickett De avond viel over de par­keer­plaats toen ik met het win­kel­kar­re­tje naar de overkapte kar­re­tjes­ver­za­mel­plek liep. Er kwam een auto aan die mij in mijn flank zou raken als ik niet zou inhouden of doorlopen, dus zette ik het op een hollen. Ram­mel­de­ram­mel. Met gestrekte armen stormde ik de kar­re­tjes­ver­za­mel­tun­nel in. Omdat ik te veel films heb gezien, stelde ik me in een flits voor dat de auto achter me aan zou komen, het tunneltje in, met plankgas tussen de hekjes onder het boogdakje om mij te ver­plet­te­ren. Ik ver­kramp­te en versnelde, rechtte mijn armen nog wat meer en sloeg net niet over de kop toen mijn karretje niet rinkelend ín het achterste karretje verdween, maar er – kedeng! – tegen knalde. Het bleek de kar­re­tjes­ver­za­mel­plek van een andere winkel. Non­cha­lant fluitend draaide ik de zwenk­wiel­tjes om en glim­lach­te naar Wannes die in de auto op me wachtte. Intussen vroeg ik me af of ik ooit uitgelegd zou krijgen hoe vreselijk spannend deze paar seconden waren geweest.

  • Stukjes in het wild

    To pro­ble­ma­ti­seer or not to pro­ble­ma­ti­seer

    Een goede slaper, zo zou ik mezelf typeren. Ik tuimel in normale omstan­dig­he­den met groot gemak in de armen van Morpheus, ik lig heel zelden lang wakker en hoewel ik ver­schil­len­de slaap­stoor­nis­sen heb (slaap­wan­de­len, slaap­pra­ten, slaapeten, pavor nocturnus en nacht­mer­ries) zou ik mezelf nooit als een slechte slaper betitelen. Van die stoor­nis­sen heb ik zelf namelijk veel minder last dan mijn bed­part­ner, en de laatste keer dat iemand ernstig gewond raakte door mijn nach­te­lij­ke stra­pat­sen is alweer een jaar of acht geleden. Maar het laatste jaar is er iets veranderd. Ik ben nog steeds een goede slaper, maar mijn slaap­pa­troon heeft zich gevoegd naar een ijzeren ritme dat op zijn zachtst gezegd verbazing wekt. Ik slaap namelijk al sinds vorig jaar exact zes uur per nacht. Nooit meer, nooit minder, zes uur. Val ik om 00:00 uur in slaap dan weet ik dat om zes uur mijn oogleden zullen open­klap­pen, is het twee uur, dan zal ik om acht uur naast mijn bed staan, maar raak ik per ongeluk om tien uur al in slaap, wat wel eens gebeurt na een zware dag, dan zal ik me dus om vier uur ‘s nachts moeten zien te gedragen als was het…

  • Over natuur,  Stukjes in het wild

    Gesuis

    Wij horen hier veel suizen. Ver­schil­len­de wegen, de bomen die ruisen, de treinen in de verte, machines in huizen. Maar het mooiste suizen de vij­ver­vo­gels. Niet de duiven, die flappen van flap‐flap‐flap, en ze zweven even, en ook niet de kleine vogeltjes, die dartelen en duiken. Maar de ganzen en de meeuwen. De droge weerstand van tien­tal­len vleugels, het logge gewicht van een gans in de wind. De meeuwen die monotoon zoemen met duizenden lijfjes en een enkele schreeuw van wacht op mij. Er zijn dagen dat ik nog dieper de natuur in zou willen, maar tijdens dat gesuis, dat alle tril­lin­gen platdrukt, wil ik het liefste bij de vijvers blijven.

  • Stukjes in het wild

    Waarom Choco niet door het luikje gaat (2)

    Een jaar geleden schreef ik Waarom Choco niet door het luikje wil en sindsdien vraagt men mij regel­ma­tig: is ze er al doorheen geweest? Een antwoord in drie delen. 1. Ja Ja, ze is er al doorheen geweest. Het duurde even voor we het door­had­den, want het luikje zit in de kelder, dus we betrapten haar nooit op heterdaad en steeds als ze ergens was, was het de vraag hoe ze daar was gekomen. Dan volgde een eindeloze recon­struc­tie: heb jij haar bui­ten­ge­la­ten? Ja? Hoe laat? En heb je haar daarna nog bin­nen­ge­la­ten? Enzovoort et cetera. Toen de slot­con­clu­sie steeds vaker was: ze is binnen terwijl niemand haar heeft bin­nen­ge­la­ten, durfden we de Mexican wave aan te zwengelen: hoera! Choco is door het luikje! Na vier maanden tover­spreu­ken en gemar­chan­deer, koos de adre­na­li­ne­poes eieren voor haar geld. Het ging niet van harte. Ze sprong altijd eerst op de ven­ster­bank naast de keu­ken­deur om te kijken of er echt niemand was die ze kon raken op een zwakke plek met haar bezwe­ren­de gepiep – voor wie het gepiep van Choco niet kent: cuteness. Als wij onze rug recht hielden maar zichtbaar waren, bleef het gepiep aanhouden totdat we haar a. bin­nen­lie­ten, b. de kamer uit gingen of c. het gordijn…

  • Stukjes in het wild

    Stel nou dat dit het is?

    Al jaren probeer ik een beter mens te worden. Ik worstel me door de gevolgen van mijn karakter, ik ploeter door de omstan­dig­he­den en ik eindig altijd in een hopeloos soort per­fec­ti­o­nis­me dat geen enkele inspan­ning op waarde zal schatten. • Ik mag niet piekeren, maar o wee als ik dommer ben dan zou hoeven. • Ik mag niet klui­ze­na­ren, maar hoe stupide is het wel niet om over­prik­keld te raken? • Ik mag niet leven om te werken, maar djiezus, I need more money! • Ik mag niet te zwaar tillen aan details, maar als ik al die klei­nig­he­den nou verdomme eindelijk eens op orde zou hebben … • Ik mag mijzelf en mijn lichaam niet ver­waar­lo­zen, maar ik zou nu ook eindelijk wel eens door mogen hebben dat de boog niet altijd gespannen kan zijn. • Ik accepteer geen pathetiek, maar bin­nen­vet­ten is al helemaal geen optie. • Ik moet echt eens mijn kansen grijpen, maar dat mag er zeker niet toe leiden dat ik onte­vre­den ben als ik misgrijp. Want ik weet heus wel dat dat by far het domste is dat je kunt doen, onte­vre­den zijn. Ziehier een greep uit de tabbladen die de afgelopen 40 jaar 24/7…

  • Stukjes in het wild

    Niet langer door half­ge­slo­ten wimpers

    Mijn buren zijn altijd slechts een verhaal geweest. Een con­struc­tie van piepjes, klopjes, bonkjes, stemmen en geluiden. Die verhalen kwamen uit mijn hoofd. Ik plakte de piepjes, klopjes en bonkjes aan de dingen die ik van ze wist. Het tijdstip waarop ze thuis­kwa­men, opstonden, naar bed gingen, of ruzie maakten. Het klin­ge­len­de geluid van flessen in hun bood­schap­pen­tas­sen, of de flarden van gesprek­ken die ik opving door open ramen, dunne muren en nau­we­lijks geï­so­leer­de vloeren. Van hun ach­ter­naam, haar­dracht en stem­ge­luid boet­seer­de ik een personage dat door hun huis wandelde en dat ver­ant­woor­de­lijk was voor de piepjes, klopjes en bonkjes die ik hoorde. Zo borduurde ik levens­lo­pen die Wannes soms voor­zich­tig ‘onge­fun­deerd’ durft te noemen. Nog nooit had ik buren met wie ik wijn dronk, terwijl dat een hoop tram­me­lant had kunnen voorkomen. Hoe zou het met de pit­bull­bu­ren (1, 2, 3) zijn gegaan als ik in een vroeg stadium het glas met ze had geheven? En hoeveel god­ver­doem­mes zou de buurvrouw achter de muur van het koertje van ons vorige huis ons uit­ein­de­lijk toegesist hebben als we eens met haar hadden geklonken? Maar het kwam er nooit van, en tegen de tijd dat het ervan had kunnen komen, was ik meestal alweer verhuisd.…

  • Stukjes in het wild

    Smaak­groef

    Pas toen ik klaar was met knutselen rea­li­seer­de ik me dat mijn site er nu eigenlijk net zo uitziet als omstreeks 2005. Het deed me denken aan een conclusie die ik onlangs trok over mensen en mode. De meeste mensen blijven op een bepaald moment in hun leven in een modegroef hangen. Zo denk ik dat mijn beste vriend Dwarzand ergens in 1988 in het spie­gel­pa­leis van zijn eigen smaak is terecht­ge­ko­men: de kleren die hij nu draagt lijken verdacht veel op de kleren die hij toen droeg. Mijn vader, een trage, is ook ergens begin jaren tachtig in zijn modegroef gevallen, en ikzelf ben rond 1996 kleren gaan kopen die zich in weinig onder­schei­den van wat ik nu aantrek. Ik denk dat Wannes nog maar een jaar of negen geleden op zijn smaak‐kopstation terecht­kwam, net iets later dan mijn weblog. Hoe dan ook: de site is een beetje vernieuwd. Ik heb de schrijf­coach aan maartjeluif.com toe­ge­voegd, omdat het twee geschei­den werelden waren: ik als schrijver en ik als schrijf­coach. Dat leek me ineens heel onlogisch. Mochten jullie foutjes tegen­ko­men, please, trek me even aan mijn mouw in de reacties. En voor het overige: in welk jaar viel u in uw…

  • Over natuur,  Stukjes in het wild

    Groentjes

    Er belde een jongen aan. Hij was van Natuur­punt en ze deden een onderzoek naar de eikelmuis die hier in de buurt was gesig­na­leerd. Of ik misschien onlangs een eikelmuis had gezien. Hij hield een a4’tje voor me met een foto van het beest. Het was een grote muis met een dikke staart. Een mooie muis. Een muis die ik graag had gezien. Er zitten muizen in onze tuin, maar die laten zich niet bestu­de­ren. Nou, zei ik, ik zag wel een grote muis laatst, die ging hop, hop, hop door het hoge gras. Ik rea­li­seer­de me dat het wat sullig klonk, maar de jongen sloeg aan. Hoe zag hij eruit? Ja, uh, dat weet ik niet hoor, zei ik, Hij ging gewoon van poing poing poing door het gras. Maar hij was groot en had wel een flinke staart. Ik was me ervan bewust dat dit een kin­der­ach­ti­ge poging was mijn verhaal relevant te maken en schaamde me, maar de jongen pakte een pen. Van poing poing poing en een dikke staart waren kennelijk genoeg om mij serieus te nemen. Hoe laat zag u de muis? Was het in de voor­mid­dag? De namiddag? ‘s Avonds? Was de muis alleen? Weet u…

  • Stukjes in het wild

    Leren stoppen

    Doorgaan zou gemak­ke­lij­ker geweest zijn. Zoals ik bij Lost deed. Er klopte al seizoenen niks meer van – the hatch, de ijsbeer, de Dharma Ini­ti­a­ti­ve, alles was zijn logische einde al lang voor­bij­ge­gle­den – maar ik keek door tot en met seizoen 6. Dat was niet alleen omdat ik te lui was om de knoop door te hakken, het was ook omdat ik het niet voor mogelijk hield dat de makers hun product zo zouden ver­kwan­se­len. Ik kende de deceptie toen alleen nog maar van 24, maar ik had dat altijd verklaard door die 24 afle­ve­rin­gen per seizoen. Dat waren er gewoon te veel. Lost werd mijn tweede deceptie. In de jaren die volgden, bewaakte ik mijn tijd. Voelde ik de deceptie komen, dan kwam de stop‐optie in beeld. Nu wil het noodlot dat ik getrouwd ben met een omnivoor met een gren­ze­lo­ze liefde voor film en beeld­ver­ha­len in álle vormen, ook de slechte. Stoppen is derhalve niet alleen grenzen stellen aan de absorptie van flauwekul door mijn brein, maar het is ook een streep door gedeeld tijd­ver­drijf. Wannes had nog best verder gewild toen het zui­de­lij­ke accent van Sookie voor mij niet langer opwoog tegen de eso­te­ri­sche onzin die we op…

  • Stukjes in het wild

    Uren zonder sjoege

    Het zwarte gat had ik natuur­lijk aan zien komen. Het stond in mijn agenda met krul­le­ri­ge accolades: vanaf 31 augustus – zwart gat. Tot zater­dag­mid­dag had ik twee kwark­taar­ten, een appel­taart, een gewone cake, en wal­no­ten­ca­ke, een appelcake, een rijst­sa­la­de met feta, een aard­ap­pel­sa­la­de met augurk, een pas­ta­sa­la­de met krui­den­kaas, een cous­cous­sa­la­de met spekjes, drie soepen, makreel­mous­se, tzatziki, hummus, en tig dip­saus­jes gemaakt. Om twee uur zette ik het mes voor de laatste keer in iets voedzaams, om drie uur begon het feest en drie dagen later tuimelde ik in het zwarte gat. Ik had uit­ge­ke­ken naar het zwarte gat. Voor het eerst deze zomer echt wezenloos zijn, geen idee wat ik buiten mijn werk om zou moeten doen. Uren zonder sjoege, dagen zonder doel. Vandaag is het 1 september, dus alle Belgische kinderen gaan weer naar school. Dat betekent dat de drukte in het Pro­vin­ci­aal Domein achter mijn huis afneemt en de drukte op de weg voor mijn huis toe. Het betekent ook dat de meeuwen, ganzen en aal­schol­vers weer komen, en dat de kikkers aan hun laatste kwaak toe zijn. De tijd is weer aan mij. Het zwarte gat mag nog wel even duren, maar ik ken mezelf.…