Maartje Luif http://maartjeluif.com ik schrijf en ik leer je schrijven Tue, 10 Sep 2019 15:55:08 +0000 nl hourly 1 http://maartjeluif.com/wp-content/uploads/2018/11/cropped-600X600-favicon_krulletje_site-32x32.jpg Maartje Luif http://maartjeluif.com 32 32 56157118 Schrijfles http://maartjeluif.com/2019/schrijfles http://maartjeluif.com/2019/schrijfles#respond Tue, 10 Sep 2019 15:55:01 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47831 Hoe ik erheen wandel, licht gespannen, ruikend onder mijn oksel, ademend in mijn hand. Een pepermuntje. Ik merk de zon op, maar de warmte komt niet binnen. Ik dwing mezelf: ontspan, relax, voel de warmte, de zon. Ik repeteer het gesprek. In gedachten. Wat wil ik zeggen? Hoe wil ik het zeggen? Hoe zal het aankomen? Te hard? Te zacht? Zinvol? Teleurstellend? Zal ik het ooit weten? En de terugweg. Stuiterend. De zon komt binnen. Eindelijk. Het stroomt. Opluchting. Voldoening. Ik zie de vogels, de gekke bosjes langs de weg, de rekwisieten op de vensterbank van het huis om de hoek. Ik hoor mezelf praten, in gedachten, hoe ik het zei, de ogen van de ontvanger. Kwam het aan? Was het goed? Ik weet het niet. Maar de tijd verstreek, dat is de overwinning. Ik leef me in: hoe voelt ze zich? Met genade gefileerd, en toch genadeloos onder de loep genomen? Met respect behandeld, en toch de ene knauw na de andere? Precies wat ze wil, en toch alles wat ze vreesde? Uitgekleed door mijn oordeel, getooid met mijn enthousiasme? Het vergt veel. Een op een. Iemands gedachten op papier. En dat ik daar dan op schiet, want dat is mijn werk. Maar het is mooi. Omdat we kwetsbaar zijn. Niet alleen zij, maar ook ik. Altijd.

Schrijfles verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2019/schrijfles/feed 0 47831
Octaafje http://maartjeluif.com/2019/octaafje http://maartjeluif.com/2019/octaafje#respond Wed, 04 Sep 2019 14:43:05 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47820 In mei stopte ik met roken en sindsdien heb ik er een octaafje bij. In de hoogte uiteraard. Het is een leuk octaafje, een dat de kop opsteekt bij enthousiasme of de slappe lach, en soms als ik verontwaardigd maar niet boos ben. Kortom: een verrijking van mijn leven. Vorige week was ik aangeschoten, en toen besefte ik het, van het octaafje. Ik hoorde mijn enthousiasme door de tuin galmen en dacht: hee, zo heb ik nog nooit geklonken. De volgende dag tijdens een wandeling was Wannes me aan het plagen en tijdens het kirren hoorde ik het weer. Ik vroeg hem of hij het ook gemerkt had, van dat octaafje. Ik deed voor welke tonen ik bedoelde en hij zei jaaaaa, zo leuk, en zo we belandden we opnieuw in de slappe lach. Sindsdien werkt het twee kanten op, niet alleen heb ik er een octaafje bij als ik de slappe lach heb, ik kan ook de slappe lach krijgen door alleen maar over het octaafje te beginnen. Vandaag stuurde ik hem een berichtje met de vraag of we zouden lunchen. Ik begon het berichtje met de aanduiding [octaafje] en het werd prompt een dolle boel aan tafel. Wat stoppen met roken al niet vermag. (Foto: deze foto nam Wannes vorige week tijdens een wandeling en dit is wel ongeveer het humeur waarin het octaafje van zich laat horen)

Octaafje verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2019/octaafje/feed 0 47820
Ik moet mijn auteurs af en toe flink laten schrikken http://maartjeluif.com/2019/ik-moet-mijn-auteurs-af-en-toe-flink-laten-schrikken http://maartjeluif.com/2019/ik-moet-mijn-auteurs-af-en-toe-flink-laten-schrikken#respond Tue, 03 Sep 2019 07:56:04 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47815 Dankzij het fantastische weblog Brain Pickings dat ik al jaren volg, botste ik weer eens op de schrijftips van Margaret Atwood. Het aardige aan haar schrijftips is dat ze zelf een spanningsboog in zich hebben. Ze begint met heel kleine wenken, supergedetailleerd, om je later omver te blazen met het schrijfadvies der schrijfadviezen: stop met zeuren, want je doet dit jezelf aan. Door de schattigheid van de eerste tip (neem twee potloden mee in het vliegtuig) zie je de plottwist van niemand-heeft-je-verdomme-verteld-dat-je-móest-schrijven-dus-zeik-niet helemaal niet aankomen, en mede daarom komt dat advies zo hard binnen. Waarmee die opbouw op zichzelf een schrijfadvies is: benut alle mogelijkheden van het genre! Ik geef zelf schrijfles en verzin dus dagelijks schrijfadviezen. In de tekst op deze site waarin ik mijn werkzaamheden aanprijs, noem ik mezelf schrijfcoach én schrijfjuf, en vooral als ik over die eerste rol nadenk, kan ik leren van deze aanpak van Atwood: neem je auteurs mee in jouw verhaal over schrijven en laat ze af en toe eens flink schrikken. Momenteel werk ik aan een syllabus Hoe begin ik aan een het schrijven van een boek waarin ik een stappenplan uitwerk voor de hulpvraag die ik het meeste krijg: hoe begin ik aan een boek? Het schrijven van die syllabus is een feest, want hoewel ik deze vraag al jaren beantwoord, is het heel plezierig om alle adviezen voor een werk van lange adem eens uitgebreid onder elkaar te zetten. Het heeft een louterend effect op mijn humeur om te proberen om alle moeilijkheden bij het schrijven van een boek om te vormen tot een werk van goede moed. Zodat de schrijver in kwestie niet gelijk de handdoek in de ring gooit, maar juist blijmoedig de billen schikt om het juiste zitvlees te kweken. Maar door Atwood weet ik weer dat met alleen optimisme en vriendelijkheid mijn verhaal niet af is. Ik heb een plottwist nodig, een moment waarop ik eerlijk zeg: Lieve schrijver, ZEIK NIET!

Ik moet mijn auteurs af en toe flink laten schrikken verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2019/ik-moet-mijn-auteurs-af-en-toe-flink-laten-schrikken/feed 0 47815
Slapeloos http://maartjeluif.com/2019/slapeloos http://maartjeluif.com/2019/slapeloos#comments Mon, 02 Sep 2019 16:31:46 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47808 Vandaag schreef ik op Twitter: ‘Als ik vrijwel niet heb geslapen, zoals vannacht, ben ik een sucker voor de liftmuziek die de NOS achter de kabelkrant plakt.’ Ik kreeg de vraag waarom ik zo slecht had geslapen en ik had daar wonder boven wonder een antwoord op: 1 september. In België duurt de vakantie van 1 juli tot 1 september en hoewel ik daar als zelfstandige erg weinig mee te maken heb, suis ik per ongeluk elk jaar toch een beetje mee op de hype. Want ook al ga ik doorgaans al in juni op vakantie en ben ik dus in augustus alweer lang en breed aan het werk, 1 september voelt als de deadline voor al die vage goede voornemens die ik in mijn vakantie maak. Je weet wel, dat gevoel dat je alles volkomen anders gaat doen als je weer thuis bent. Daar kan ik in juli en augustus altijd een beetje mee smokkelen, want mijn eigen vakantie mag dan wel al enige tijd voorbij zijn, het voelt toch nog een beetje als vakantie met die stilte in je mailbox en die hittegolven die elkaar verdringen. Maar op 1 september is ook die smokkeltijd voorbij en dan zet ik me automatisch een beetje schrap, maak ik een strengere planning en verwacht ik iets meer van mezelf. Deze keer zou ik vanaf 1 september weer gaan bloggen, minimaal drie keer per week een uurtje, na het ochtendwandelingetje, voor mijn werk. Om mijn schrijfspier gaande te houden nu ik weer zoveel eindredactie doe en lesgeef. En vannacht kwam dat dus ineens heel hard binnen: 1 september, ik zou alles anders gaan doen, me aan mijn planning houden en drie dagen in de week bloggen. Maar waarover? En wat zou ik dan verwachten? En mocht het ook slecht zijn? En hoe zorgde ik dat ik niet te veel van mezelf zou verwachten? En waarover moest het dan gaan? En hoe lang? Hoe veel? Hoe vaak? En wat nou als het slecht werd? Hartslag verhoogd, gedachten in overdrive, ogen open in het donker en voilà: tot vier uur wakker. Waardoor ik vandaag niet aan bloggen toekwam, verder ternauwernood aan mijn planning kon voldoen en mijn troost vond in corny dingen zoals de liftmuziek achter de kabelkrant. Mocht iemand je ooit wijs maken dat je zo lekker vrij bent als zelfstandige: geloof ze niet. (Foto: hoe Choco kijkt als ik midden in de nacht op háár bank kom liggen.)

Slapeloos verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2019/slapeloos/feed 1 47808
Niks http://maartjeluif.com/2019/niks http://maartjeluif.com/2019/niks#comments Tue, 02 Jul 2019 14:37:50 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47772 Ik weet niet meer wanneer het was dat ik stopte, ik denk in december, maar misschien was het al januari. Ik weet nog wel waarom. Wannes vroeg: ‘Maar als je nagaat waar je op dit moment écht over zou willen schrijven, wat is dat dan?’ Mijn antwoord was: ‘Niks.’ Er viel een stilte. Het voelde obstinaat. Het leek alsof ik alleen uit kregeligheid ‘niks’ antwoordde, want er was altijd ‘iets’ geweest. Deze ‘niks’ was een pose, hoopte ik, om te verbergen dat er wel ‘iets’ was. Misschien diep en onvindbaar, misschien aan de oppervlakte maar ongewenst, misschien iets waar ik bang voor was, iets waar ik geen zin in had, een boek, een artikel, gedachten, gedichten. ‘Niks’ was onbestaande. ‘Meen je dat?’ vroeg hij. Ik knikte, hoewel ik nog twijfelde. Razendsnel legde ik mijn antwoord langs de waarheid. Wilde ik nog ergens over schrijven. NEEE! Echt niet? NEEHEE. Ik schrok er zelf van. Er waren eerder fases geweest dat ik niet schreef, maar dat waren periodes waarin ik dat eigenlijk wel wilde, maar geen tijd had, de vorm niet wist te bedenken of gewoon doodsbang was voor het resultaat. Deze keer voelde het alsof ik het echt niet wilde. Helemaal niet schrijven, geen blog, geen werk, geen boek, niks. Ik wilde gewoon geen schrijver meer zijn, terwijl dat is wat ik ben. Het is mijn beroep én mijn hobby. Dat zou me een klap geven zeg, als ik daar ineens mee ophield. Pas eind vorig jaar durfde ik er conclusies uit te trekken. Ik verwaarloosde mijn blog, verwaarloosde mijn boek, zei nee tegen al het werk dat puur schrijfwerk was en wierp me op eindredactiewerk, soepavonden voor vrienden, memes maken over taaladvies, cursussen bedenken en heel fanatiek NIET SCHRIJVEN. En boy, het zat me als gegoten. Ik was een beetje in paniek, want ik ben nu eenmaal schrijver, daar verdien ik al 25 jaar mijn geld mee. Zonder het schrijven zou niemand me kennen en zouden ook de afgeleide klusjes nooit voorbij zijn gekomen. Wat nu als dat wegviel? Wat als ik godbetert een ander vak moest gaan leren? Maar nu klopt het gelukkig weer aan de deur, het schrijfgevoel. En oké, het geeft onrust, want wát zal ik schrijven? Er zijn hoofdredacties en uitgeverijen die best iets willen als ik er maar mee kom. Er zijn oude plannen die afgemaakt kunnen worden, nieuwe plannen die aandacht verdienen en er is die vraag van Wannes: ‘Als je nagaat waar je op dit moment écht over zou willen schrijven, wat is dat dan?’ En hoewel ik dat nog steeds niet precies weet, is dat grote, keiharde gevoel van NEE! en NIKS! verdwenen en dat is toch wel een opluchting. Want tot nader order heb ik nog steeds het bordje ‘schrijver’ op mijn deur. En voor zover ik weet kan ik ook echt niet heel veel anders. Dit stukje is bedoeld als aanzet. Om te zorgen dat uitstellen nergens meer op slaat en dat hier dus in de nabije toekomst zo nu en dan weer wat verschijnt. Mocht u schrijfwerk hebben: graag. Maar ook eindredactiewerk of andere klusjes die u mij zou toevertrouwen zijn van harte welkom.

Niks verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2019/niks/feed 1 47772
Zielenrust http://maartjeluif.com/2019/zielenrust http://maartjeluif.com/2019/zielenrust#comments Wed, 17 Apr 2019 06:51:42 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47753 1. Op Twitter zit ik me dagelijks druk te maken over de beeldvorming in reguliere media en op sociale media. Te weinig mensen nemen mijns inziens hun verantwoordelijkheid als het gaat om de giftige cultuur van leugens en haat die momenteel het internet en de politieke fora beheerst. Gisteren heb ik me moeten inhouden toen heel Vlaanderen ging #tweetenzoalsTheo. De memes verspreidden zich als een olievlek, ook onder mensen die best zouden kunnen weten wat het probleem is met memes maken over nieuw-extreem-rechts. Nieuw-rechts leunt op een sterke meme-cultuur. Daarom is het zo riskant om hun boodschap in ludieke beelden belachelijk te maken, je versterkt alleen maar hun propagandamethode. Vooral in Vlaanderen, dat zichzelf al jaren geleden op twee nationalistische regeringen trakteerde, lijken verstandige mensen niet door te hebben wat hun geginnegap voor effect heeft op de populariteit van het extreem-rechtste gedachtegoed. Ik zie weldenkende mensen zichzelf elke dag opnieuw grappig vinden omdat ze de nationalisten weer zo gevat te kakken hebben gezet, terwijl die nationalisten lekker achterover kunnen leunen omdat anderen hun publiciteit verzorgen. Moedeloosmakend. 2. De pimpelmezen hebben eieren. Dat weet ik niet zeker, omdat ik ze a. niet durf te storen en omdat b. het deurtje van de mezenkast aan de achterkant zit en dus niet open kan tot de eitjes zijn uitgevlogen. Niettemin durf ik te beweren dat er eitjes zijn, want er wordt geen nestmateriaal meer aangesleept, terwijl er wel veel bedrijvigheid is en het mannetje alleen maar zit te schelden op het terras. Omdat dit al twee jaar vaste prik is, broedende pimpelmezen in de nestkast in onze achtertuin, weet ik dat het nu een beetje gokken wordt: wanneer hebben ze het eerste ei gelegd? Wanneer komt het eerste ei uit? Wanneer vliegen de vogeltjes uit? Toch heb ik goede hoop dat ik het uitvliegen zal meemaken, want dat is al twee jaar gelukt en daardoor weet ik inmiddels zeker dat ik de uitvliegroep van de ouders zal herkennen. Mijn uitvliegintuïtie is bijna net zo goed als die van de ekster die twee jaar geleden op die manier een stevig maal voor zijn jongen uit de lucht plukte. Kijk hier naar het filmpje. 3. Begin vorig jaar bedacht linguïst George Lakoff de Truth Sandwich als methode om te berichten over leugens die verspreid worden. Lakoff schreef: Het is tijd voor de Truth Sandwich. Ik stel voor dat verslaggevers en redacteuren deze methode gebruiken wanneer ze over leugens berichten. Zorg ervoor dat je eerst de waarheid framet, want de eerste framing heeft een voorsprong. Als je de leugen eerst vermeldt, zal de leugen winnen. Begin dus met de waarheid. Signaleer vervolgens de leugen en het feit dat de leugenaar ervoor kiest die te verspreiden. Het is belangrijk dat mensen weten dat de leugenaar ervoor kiest om te liegen. Als je mensen daarover kunt informeren zonder de initiële woorden uit de leugen nog eens te herhalen, des te beter. Daarna keer je direct terug naar de waarheid. Zorg ervoor dat over de waarheid altijd meer wordt bericht dan over de leugen. Ik zou zo opgelucht zijn als dit een gewoonte zou worden voor journalisten, zodat ik dit soort gesprekken niet meer hoef te voeren. 4. Als ik naar huis bel zijn er mensen dood. Zo gaat dat als je niet meer in de buurt bent, dan gaan de mensen dood door de telefoon en in je hoofd, niet in het echt. Mijn connecties houden me redelijk goed op de hoogte, maar toch kan mijn verleden grotendeels sterven zonder dat ik er veel van merk en dan zijn de doden dus niet echt dood en van de levenden weet je het nooit echt zeker. Bij mijn vertrek naar België riep ik bezwerend dat het helemaal niet ver was, dat er geen enkele reden was om elkaar niet meer te zien, dat ik nog heel vaak terug zou komen. Ik heb dat ook een paar jaar volgehouden: veel op en neer, proberen alles daar nog gewoon te doen, proberen om mijn Nederlandse leven nog even belangrijk te vinden. En toen ineens was ik doodop. Vermoeid van het op twee benen hinken en iedereen in alle landen even belangrijk maken. Ik besloot me terug te plooien op waar ik woonde, op de nabijheid. Helaas kan ik niet zeggen dat dat de nodige zielenrust heeft opgeleverd, en de pijnlijke vraag is of er al erg veel nieuwe mensen zijn van wie ik het in de gaten zal hebben als ze doodgaan, maar een ding is wel gelukt: ik ben wat minder moe. 5. Voor het nieuwe jaar ben ik cursussen aan het bedenken die ik kan geven in mijn eigen woonkamer. Ik heb daar twee grote kantinetafels gezet om wat te kunnen knutselen, maar toen ik eraan ging zitten, wist ik direct weer waar ik die tafels van kende: de School voor Journalistiek. Ik voelde me pardoes weer die docent die als enige in het gezelschap zo’n maagdelijk witte tafel voor zichzelf had. En hoewel ik de tafels juist had aangeschaft om een lekker groot meubelstuk te hebben dat niet als werk voelde, vond ik het toch leuk weer eens die docent te zijn met die maagdelijk witte tafel waaraan van alles kan gebeuren. Dus besloot ik die tafels ook te gaan gebruiken voor cursussen. Mocht je willen leren schrijven aan mijn maagdelijk witte tafels (fictie, non-fictie, journalistiek) vertel me dan welke cursus je zou willen en in welke vorm. Misschien kan ik er rekening mee houden. 6. Vorig jaar zijn Wannes en ik twee keer eerder van vakantie teruggekeerd. Een keer omdat we het koud hadden en een keer omdat een naaste vermist raakte en de lol er toen wel af was. Eigenlijk vinden we vakantie momenteel te veel gedoe en we hebben na het rotjaar vorig jaar vooral behoefte aan geen gedoe, maar we weten ook dat even weggaan uit je omgeving een ander soort rust biedt. Juist als thuiswerkende zelfstandigen, die 24/7 in dezelfde context leven, kan dat soort rust hard nodig zijn. Dus we gaan weg. Een dag of acht slechts, maar toch. En elke keer als ik voorpret ervaar, vind ik het weer jammer dat het leven mij zo vaak tot gezapigheid dwingt, want voorpret voor gezapigheid is toch iets minder intens dan wat ik nu voel: de illusie dat er van alles kan gebeuren.

Zielenrust verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2019/zielenrust/feed 1 47753
Het echte leven http://maartjeluif.com/2019/het-echte-leven http://maartjeluif.com/2019/het-echte-leven#respond Sun, 14 Apr 2019 06:35:44 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47742 1. Het is mooi buiten, maar ik had zoveel werk dat ik er de afgelopen weken weinig kwam. Wannes en ik doen verplichte wandelingetjes om te voorkomen dat we de hele dag zitten te zitten, maar als ik echt veel werk, word ik monomaan en vergeet ik al die dingen die zo heilzaam voor me zijn. Het is jammer dat monomaan werken zo lekker is, zo verslavend. Suizend surfen op je alertheid tot je merkt dat het uiteindelijk nergens goed voor is. Het voelt als discipline, maar het is een gijzeling door je taakspanning, je weet wel, die boog die doet alsof hij een boog is, maar die slechts de lucht in wil; als een koepeltentje dat je in je eentje opzet. Het was een van de dingen die ik leerde de afgelopen maanden: dat monomaan werken lekker lijkt, maar dat niet is. 2. Er was ruzie gisteren op Twitter. Daar bemoeide ik me niet mee, hoewel mijn handen jeukten, want je kunt mij niet sneller uit de tent lokken dan een onzuiver debat te voeren, maar aan ruziën op internet doe ik niet meer. Dat lijkt overigens gemakkelijker dan het is. Het afgelopen jaar moest ik vooral de ruzies met schijnbaar aardige mensen zien te ontwijken en dat is toch een beetje alsof iemand met een pion rechtdoor slaat tijdens het schaken. Ik ben een vurig ambassadeur van speldiscipline, we moeten weten wat we aan elkaar hebben. Diagonaal slaan kan ik hebben, kom maar op, maar als je rechtdoor slaat, wil ik je een tik verkopen. Fuck you. 3. Men doet wel eens alsof het internet niet het echte leven is, maar dat is natuurlijk onzin. Het is het echte leven, alleen dan anders. Sensatietje hier, iets waarvoor ik me afsluit daar, oogrolgebeurtenis zus en blijmakende kwestie zo: seen it, been there, got the t‑shirt, en inmiddels weet ik dat ik niet alles eraan leuk vind, net als in het echte leven, maar veel ook wel. Op Facebook was mijn reactie op een bericht de enige van honderden reacties die een hartje kreeg. Ik juichte een beetje van binnen, terwijl dat natuurlijk belachelijk was, want eigenlijk kunnen die hartjes me niks schelen, dat heb ik wel geleerd in al die keren dat ik als enige géén hartje kreeg. Maar als het dan eens gunstig uitvalt, is mijn brein weerloos en wordt er een muntje gestort in een van de gokmachines in de grijze massa, die vervolgens bonkend en ratelend de jackpot uitbetaalt. Ik was een fractie van een seconde het baasje, daarna voelde ik me vies. Maar ook daaraan ben ik inmiddels wel gewend. Geluk is in veel gevallen een stuk minder chic dan het lijkt. 4. Buiten was het mooi, en hoewel ik er bijna niet kwam, voel ik immens veel verschil met twee jaar geleden, toen ik nog moest beginnen met de cursus Natuurgids. In de lente van 2017 kende ik 80 procent van wat ik zag, hoorde en rook niet, nu is het andersom. De lente is duizend keer zo mooi als je weet waar je op moet letten. 5. Mensen zeggen wel eens dat Twitter het riool is, maar bij Twitter is het net als bij de natuur in de vroege lente: alles is bruin en dor, zoals de winter het heeft achtergelaten, maar als je niet kijkt naar wat dood is gegaan, blijkt er ook veel te leven. En daar kun je dan weer eventjes op teren.

Het echte leven verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2019/het-echte-leven/feed 0 47742
Wil je ook zelfoogsten? http://maartjeluif.com/2019/wil-je-ook-zelfoogsten http://maartjeluif.com/2019/wil-je-ook-zelfoogsten#comments Tue, 26 Mar 2019 16:41:34 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47738 Leuvenaars (en omgevingenaars) opgelet! Mijn plan was om een ode aan de zelfoogst te schrijven, maar ik vind het eigenlijk veel plezieriger om me nog even over te geven aan mijn totale gebrek aan inspiratie. Gewoon lekker niet schrijven. Maar … de geweldige plek waar ik en Wannes groente oogsten heeft nog plaats voor nieuwe oogsters, de tijd dringt en ik gun het jullie allemaal van harte. Drie jaar geleden begonnen we ermee, en het is een van de fijnste nieuwigheden van de afgelopen jaren. Het is heel fijn om op het veld te zijn, het is fijn om te weten dat je een bedrijfsmodel steunt waar de boer van kan leven, het is fijn om bedden vol biologische groente tot je beschikking te hebben, het is fijn om zo ook aan de biodiversiteit rond Leuven bij te dragen, het is fijn om je na verloop van tijd geen stadse sukkel meer te voelen, het is fijn om heel betaalbare, bijzonder lekkere groente te eten, het is fijn om à volonté te plukken en te graven, en het is fijn dat onze boer weet wat lekker eten is. Mocht je interesse hebben in zelfoogsten in de omgeving van Leuven, dan moet je er snel bij zijn. Aanstaande zondag (31 maart) om 10.00 uur is het informatiemoment. Kijk hier voor meer informatie. Mocht je vragen hebben: ik beantwoord ze graag.

Wil je ook zelfoogsten? verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2019/wil-je-ook-zelfoogsten/feed 1 47738
Het ligt ook aan die fucking tofoe http://maartjeluif.com/2019/het-ligt-ook-aan-die-fucking-tofoe http://maartjeluif.com/2019/het-ligt-ook-aan-die-fucking-tofoe#comments Thu, 28 Feb 2019 07:09:43 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47732 Al jaren probeer ik tofoe te beheersen. Omdat ik het handig vind, zo’n brok eiwitten die je eender welk smaakje kunt geven, omdat het goedkoop is en omdat ik het niet uit zou kunnen staan als het me niet zou lukken om er iets lekkers van te maken. Doorgaans ging het niet zo voorspoedig, vermoedelijk meestal door mijn eigen toedoen, ik ben een grillige kok. Ervaren, gedreven en met duidelijke ideeën over hoe iets zou moeten smaken, maar ook ongeduldig, overmoedig en nonchalant. Die combinatie leidt 90 procent van de tijd tot succesvolle experimenten, maar tofoe zit op de een of andere manier altijd in die 10 procent smerige maaltijden die ik ons voorschotel. Mijn geschiedenis met tofoe zou je ook grillig kunnen noemen. De allereerste keer dat ik tofoe at, was op de lagere school. Ik bleef eten bij een jongetje uit de klas dat reformwinkelouders had en we kregen droge rijst, groene slierten, enorme witte blokken tofoe, en daar dan een heel bord van. De tijd die verstreek tussen mijn eerste brok tofoe en de bodem van dat bord herinner ik me nu nog. In de jaren erna kreeg ik tofoe in verschillende verschijningsvormen aangeboden en soms was dat een groot succes, zoals de keren dat ik het als tiener en twintiger at bij mijn beste vriendin die als kokkin in een vegetarisch restaurant werkte, of de Aziatische versies die je kreeg in de eettentjes op de Albert Cuyp, maar even zo vaak zat ik weer te staren naar die rubberen kubussen waar ik zo van walgde. Zelf waagde ik me een paar keer aan tofoe, maar de memorabele maaltijden waren op een halve hand te tellen. Stukje bij beetje ontwikkelde ik een soort tofoe-angst, waardoor ik er gewoon maar niet meer aan begon. Bekijk het maar met je klotetofoe. Tot ik een paar jaar geleden het boek Plenty cadeau kreeg en er de tofoe met zwarte peper uit maakte. (hier vind je het recept) Mijnheer Ottolenghi noemt het een snel recept, terwijl je je ongans snijdt aan sjalotjes en lenteuitjes, en vervolgens moet je ook nog eens de tofoe in kleine porties bakken, maar dat mag de pret niet drukken. Het is hoe dan ook heel erg lekker. Waarschijnlijk omdat je met de maizena de gummy blokjes tot fastfood verheft, maar door al die sojasauzen smaakt het toch niet snackbarachtig. Overigens is dat ook een nadeel van dit gerecht: de sojasauzen kosten een reis naar de exotische supermarkt en een rib uit je lijf. Maar goed, dan heb je ook wat. De laatste jaren maak ik dus deze tofoeschotel en het gemiddelde van aanvaardbare tofoemaaltijden is met dit recept substantieel toegenomen. Maar steeds hetzelfde gerecht bereiden, is natuurlijk ook een beetje valsspelen. Dus zette ik weer al mijn poet op Yotam en ik maakte ‘tofoe met haricots verts en craimehsaus’ uit Simpel. (het recept vind je hier) Het was veel goedkoper, kostte veel minder snijwerk en er kwamen minder omslachtige taakjes aan te pas, dus al tijdens de voorbereiding juichte ik; mijn vertrouwen in de combinatie Ottolenghi en tofoe was op het randje van onredelijk. En dat bleek. Het zag er wél geweldig uit, al zeg ik het zelf. Helemaal niet dat bord met ziekelijk uitziende brokken, meer iets zoals op de foto hierboven. Maar de smaak was ronduit teleurstellend. Het zal vast aan mij liggen. Ik hou niet zo van limoen als dragende smaak, ik ben te ongeduldig om de tofoe echt góed droog te deppen en ik heb nu eenmaal een verleden met sojabrokken dat ik niet zomaar van me afschud, maar het ligt niet alleen aan mij. Het ligt ook aan die fucking tofoe. ’s Avonds zei ik tegen Wannes: ‘Het ruikt gelukkig wel alsof we lekker gegeten hebben.’ Daar hou ik me voortaan maar aan vast.

Het ligt ook aan die fucking tofoe verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2019/het-ligt-ook-aan-die-fucking-tofoe/feed 6 47732
Gelijkspel http://maartjeluif.com/2019/gelijkspel http://maartjeluif.com/2019/gelijkspel#respond Tue, 26 Feb 2019 12:53:54 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47728 Als Nederlandse feministe sta je altijd met 1–0 achter in gesprekken met Vlamingen over emancipatie. ‘Hoe kan het toch dat Nederlandse vrouwen altijd de achternaam van hun man aannemen?’ hoor je dan. Schoorvoetend moet ik in zulke gevallen bekennen dat mijn moeder inderdaad nog de naam van haar echtgenoot aannam, terwijl de moeder van mijn Belgische man fier onder eigen vlag leeft. Dus ja: 1–0. ‘En Nederlandse vrouwen werken toch massaal deeltijds?’ is doorgaans het volgende onderwerp dat ter tafel komt. Dat zou dan 2–0 moeten zijn, maar dan begin ik toch te sputteren en ja en nee tegelijk te knikken of schudden. Want ja, Nederlandse vrouwen werken het meeste deeltijds van alle Europeanen, en ja, er zijn talloze redenen waarom die grote hoeveelheid parttimers wijst op een gebrek aan emancipatie. Maar in België werken de mannen dan weer opvallend weinig deeltijds, en wat is emanciperender: je beiden over de kop werken of allebei meer tijd hebben voor zaken die ook gedaan moeten worden? Deeltijds werken kan ik iedereen aanraden. Mij lukt het doorgaans niet omdat ik een onzakelijke zelfstandige ben, maar die fases in mijn leven dat ik voldoende kon verdienen in minder dan 40 uur wist ik direct dat het klopte. Dat er ademruimte kwam, tijd voor de zorgen en zegens die zich aandienden, voor mezelf, voor anderen, voor talenten en taakjes, en de kalmte die iedereen soms nodig heeft. De afgelopen jaren zag ik ze gelukkig steeds vaker verschijnen: opgeluchte Belgische mannenvrienden die een dag minder mochten gaan werken. Met losse schouders en een big smile kwamen ze vertellen hoe blij ze waren met hun teruggekochte tijd. Maar voorlopig heeft slechts 6 procent van de Belgische mannen de ruimte om opgelucht adem te halen, terwijl dat in Nederland bijna 19 procent is. En als je ervan uitgaat dat het feminisme streeft naar gelijkheid, dan kun je niet om de ademruimte van mannen heen. Die 1–0 wordt dus 1–1 en tot het gat is gedicht, hamer ik op het belang van losse schouders voor iedereen. Deze column verscheen in Femma van december 2018.

Gelijkspel verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2019/gelijkspel/feed 0 47728
De allerslechtste strategie is een blijvertje http://maartjeluif.com/2019/de-allerslechtste-strategie-is-een-blijvertje http://maartjeluif.com/2019/de-allerslechtste-strategie-is-een-blijvertje#comments Mon, 25 Feb 2019 16:33:08 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47722 Soms voel ik me onvolwassen als de pest. Dat gebeurt bijvoorbeeld als ik een elektriciteitsprobleem heb. Stroom afzetten, kroonsteentjes open schroeven, draadjes gescheiden houden, kleuren checken, tot zover kan ik er nog wel iets mee, maar als de basics niet toereikend zijn, voel ik me kinderlijk afhankelijk van de mensen die wel de moeite hebben genomen zich te verdiepen in elektriciteit. Écht volwassen mensen dus. Het lichtpunt in de middenkamer piept al sinds we hier woonden. We hadden allerlei deductie-oefeningetjes gedaan: andere lamp, zelfde lichtpunt, zelfde lamp, ander lichtpunt, maar het resultaat was niet zo simpel dat we gewoon een nieuwe lamp moesten kopen en dus parkeerden we het probleem in het hoekje met problemen die te moeilijk zijn om op te lossen. Het parkeren van het probleem was nog lastig, want het was donker in de middenkamer en ik werk daar. Zodra het té donker werd en ik toch maar even het licht aandeed, begon het lichtpunt te piepen. Niet heel hard, en ook niet heel aanwezig, maar wel áltijd, en net indringend genoeg om niet te kunnen onthoren. Het probleem parkeren, was dus een illusie, want het was altijd óf donker, of er was een piep. Terwijl, het hele idee van een probleem parkeren, is dat je er even geen last van hebt. Dus deed ik het licht meestal uit, of ik deed het alleen aan als ik in een ijzeren gemoedstoestand verkeerde. Of ik deed het wel aan, maar dan begon ik erover te klagen (‘Hoor je die piep? Hoe zou dat toch komen? We moeten er echt iets aan doen! Ik word gek van die piep!’) En intussen werd het probleem niet opgelost. We hanteerden echt de allerslechtste strategie die je maar kunt bedenken. Een paar weken geleden had ik behoefte aan wat licht. Het was een donkere ochtend en ik wilde prikkels aan mijn ogen, óók als dat ten koste van de stilte zou gaan. Dus deed ik de lamp aan. Maar nee hoor. Niks. Donker. De lamp was stuk. Er viel direct een opluchting over me: zelfs als ik de piep zou willen, dan zou ik hem niet meer krijgen. Prima! Maar intussen bleef het dus wel donker, terwijl mijn ogen indrukken nodig hadden, dingen die tot wakkerheid zouden leiden, lichtbronnen. De lamp is een ledlamp waarvan de onderdelen niet vervangbaar zijn, dus als de onderdelen stuk zijn, is de lamp stuk. Maar de lamp is pas een jaar of vier oud en in mijn beleving is het ding in dat geval nog niet toe aan de schroothoop. Maar daar dacht de lamp zelf kennelijk anders over. Hoe dan ook: het was donker, de lamp was stuk en ons probleem was iets nijpender geworden dan het al was. Een dag later werd er meer duidelijk. Ik was de deur uit geweest en Wannes had in mijn afwezigheid weer een logikwis volbracht: de lamp was niet stuk, want hij deed het nog wel in een ander lichtpunt, maar verder was er nog niets veranderd: er was geen licht. Een resultaat dat ons zonder enige twijfel opnieuw zou nopen tot het parkeren van het probleem in een donker hoekje. Ik sloot als tussenoplossing wat andere lampen aan en probeerde het probleem te vergeten. Het was shit, zo zonder groot licht, maar ik was gewend geraakt aan een piep, en dit zou ook wel weer wennen. Mijn ratjetoe aan invallampen konden mij net wakker genoeg krijgen om mijn werk te doen. Tot ik afgelopen week bij het ochtendgloren de verwarming opendraaide en uit automatisme ook het lichtpunt in de middenkamer nog eens aandeed: de lamp ging branden! EN ER WAS GEEN PIEP MEER! Uiteraard durfde ik het niet te geloven, want niks is wat het lijkt en het lichtpunt is behekst, dus ik trap daar heus niet in. Maar nu, een week later, heb ik nog steeds een lamp zonder piep. Licht in stilte. Wat een genot. Het gevolg is wel dat de slechtste strategie aller tijden zijn beste tijd vermoedelijk nog niet heeft gehad.

De allerslechtste strategie is een blijvertje verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2019/de-allerslechtste-strategie-is-een-blijvertje/feed 3 47722
Dominante vrouw http://maartjeluif.com/2019/dominante-vrouw http://maartjeluif.com/2019/dominante-vrouw#comments Fri, 22 Feb 2019 09:55:37 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47715 ‘Zou je misschien zelf je kleren goed willen draaien? Anders ben ik eindeloos bezig alle broeken, truien en t‑shirts om te keren.’ Ik had me ingehouden. Al een tijdje. Omdat ik een dominante vrouw ben, en ik dat niet wil zijn. Voor je het weet moet Wannes alles doen zoals ik het doe, en daar wordt niemand beter van. Maar dit kostte me tijd. Veel tijd. Alle broeken goed draaien, het binnenste binnen, het buitenste buiten, zoals het hoort. Dus ik zei er toch maar wat van. Niet ongeduldig, nee, zo neutraal mogelijk, want ik wil geen zeikerd zijn. Maar ik wil ook niet eindeloos broeken terugdraaien als dat niet nodig is. ‘O,’ zei hij. ‘Moest dat niet?’ ‘Moest wat niet?’ ‘Alles binnenstebuiten keren? Ik doe dat speciaal voor jou.’ Ik wilde doorvragen, voor mij? Hoezo dat? Maar ineens wist ik het weer. Toen zijn zus ging trouwen, al meer dan tien jaar geleden, had hij eens een fluwelige jeans gekocht. Een zachte, met een speciale glans. Donkerbruin. Heel mooi. ‘Die moet je maar binnenstebuiten keren voor je ‘m in de was doet,’ had ik toen gezegd. ‘Dan heb je kans dat we die mooi houden, met dat harde Leuvense water.’ Ja, zo was het gegaan. Ik schudde mijn hoofd, wist niet goed wat te zeggen. Ik was blij dat hij naar me had geluisterd, destijds. Ik bedoel, ik wil dan wel geen dominante vrouw zijn, maar het is fijn dat hij me nog serieus neemt. Tegelijkertijd zou het wel handig zijn als hij ermee zou stoppen, met dat omdraaien van al die kleren. Ineens zag ik glashelder voor me hoeveel tijd we hadden besteed aan al dat gedraai. Hij eerst alles binnenste buiten, en ik voor het opvouwen alles weer terug. Ik moest lachen.‘Wat is er?‘Niks,’ zei ik. ‘Stop er maar mee. Met dat omdraaien. Alleen bij een heel mooi kledingstuk is het wel handig. Anders niet.‘Hij keek me aan, probeerde de nieuwe informatie te verwerken en zei: ‘Oké.‘Oké’, zei ik. En gedurende een korte wijle hield ik overdreven veel van ons.

Dominante vrouw verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2019/dominante-vrouw/feed 2 47715
De Blije Bukster wordt vandaag 14 http://maartjeluif.com/2019/de-blije-bukster-wordt-vandaag-14 http://maartjeluif.com/2019/de-blije-bukster-wordt-vandaag-14#respond Thu, 14 Feb 2019 08:04:28 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47675 Dertien jaar geleden plaatste ik dit verhaal voor het eerst. Sindsdien plaats ik elke 14 februari het verhaal van De Blije Bukster: een ode aan de dag dat ik mijn stoute schoenen aantrok, waarna ik mijn stoute veters en de perfecte man strikte. Wannes heette in 2005 op internet Yuri Maanzand Vandaag veertien jaar geleden was ik in staat van ex. En als ik ergens geen zin in had, was het wel om in staat van ex zijn. Ik wilde wilde romances, hete hartstocht en bakken vol aandacht. Maar goed, als je nog niet zo lang in staat van ex bent, dien je wat geduld te hebben. En daarvoor moet je dus niet bij mij zijn. Geduld. Ik weet niet eens hoe je het schrijft. Ik kan bijzonder slecht afwachten. Mijn handen zijn voor het heft gemáákt.Dus terwijl ik in alle staten van ex was, brak er ineens een Valentijnsdag aan. Doorgaans vergeet ik Valentijnsdag keihard, maar nu was er werk aan de winkel. Ik heb geen Valentijnsdag nodig om verleidelijke briefjes te schrijven, ik kan immers erg slecht afwachten, zodoende neem ik regelmatig zelf het heft in handen. Maar een dag dat je zonder humbug al je poet kunt inzetten op wilde romances en bakken vol aandacht laat ik in staat van ex liever niet voorbij gaan. Daar zat ik, 14 februari 2005, met werk aan de winkel. Het was al laat in de avond, de tijd drong. En aangezien ik nog nooit eerder een Valentijnsproject ten uitvoer had gebracht, begon ik ‘m toch wel te knijpen; ik had geen routine. Mijn eerste probleem was: wie o wie? Ik was in staat van ex en nog niet verliefd geworden, zelfs niet stiekem. Er was niemand die ik stilletjes minde en ik had along the way geen lekkere dingen gespot die ik op een Valentijnsgeheim wilde trakteren. Alleen leuke mensen kwamen in aanmerking. Een beetje leuke mensen, half leuke mensen en misschien leuke mensen vielen af, ik moest immers nog geïnspireerd worden. Binnen twee uur een Valentijnstruc in elkaar draaien, kan alleen als leuk ook echt leuk is. En toen belandde ik bij Yuri. Ik ben een fervent aanhanger van het toeval, dus ik zal niet bij u aankomen met ‘voorbestemd’ en ‘hoger hand’, maar ik weet toeval wel op waarde te schatten. Bij dezen: dit was mooi toeval. Ik kwam niet vaak bij Yuri, eens in de paar weken, maar áls ik er kwam was ik altijd gecharmeerd. Door zijn twisted mind, door de lay-out van zijn website – met de toen nog handgeschreven linkjes – en door zijn waanzinnig romantische inborst. Hij moest het zijn, besloot ik. Naarstig begon ik zijn laatste stukjes te lezen. Ik zocht een aanknopingspunt, een Valentijns-cue, iets waarop ik mijn kunstje kon baseren. Mijn ogen bleven hangen bij het zinnetje ‘Blij bukken maakt mensen blij. Mij in elk geval.’ En toen nam ik een merkwaardig besluit. Ik besloot als Blije Bukster actie te ondernemen. Op zich nog niet zo raar, het is immers des Valentijns om je niet uit te geven voor wie je werkelijk bent. Maar ten eerste is zijn stukje een ode aan het driehoekje van een andere vrouw; het is maar wat je een Valentijns-cue noemt. En ten tweede: als u het stukje van Yuri heeft gelezen, zult u begrijpen dat er toch minimaal een decolleté aan te pas moet komen, alvorens er gesleed kan worden. En daarover kan ik in het geheel niet meepraten. Ik stond niet vooraan toen de driehoekjes werden uitgedeeld, zullen we maar zeggen. Maar ik ben een lefgozer en dacht kennelijk niet aan de verwachtingen die ik bij mijn Valentijn zou kunnen wekken; verwachtingen die ik geenszins zou kunnen inlossen – in mijn decolleté kun je hoogstens langlaufen. En en passant negeerde ik die vrouw over wie het stukje gíng ook nog even. Kortom: in weerwil van alles zette ik mij aan het briefje van de Blije Bukster. Ik maakte een e‑mailadres aan, deblijebuksteretdjziemeeldotkom, knipte mijn hoofd van een bukfoto en stuurde de onthoofde bukfoto naar meneer Maanzand. ‘Omdat blij bukken mensen blij maakt’, schreef ik eronder. Het duurde een week en tientallen e‑mails voor Yuri erachter kwam wie de Blije Bukster was (klik). Dat had niet zozeer met beroerd detectiveschap te maken, als wel met het feit dat hij het stiekem wel leuk vond om in het ongewisse te verkeren. Toen ik hem na een paar dagen op de man af vroeg of hij eigenlijk wel wilde weten met wie hij te maken had, erkende hij dat hij daar niet echt haast mee had.Tsja, kijk, en dát was natuurlijk niet de bedoeling. Een beetje Valentijn hoort als een gek te gaan gissen, graven en vragen, want dan heb je pas eer van je werk. Deze Valentijn ging doodleuk op zijn lauweren zitten rusten, de buit was immers binnen. En wat wás die buit binnen zeg. Het e‑mailverkeer zinderde dat het een lieve lust was. Een dag of vijf na mijn ontmaskering schreef hij:kom morgenasjebliefik wacht je open we doen enkel fijne dingen En nu, veertien jaar later, weet ik niet hoe ik dit stukje moet eindigen.Omdat het niet eindigt.Omdat het gewoonechtnieteindigt. Kijk ook bij mijn favourite work of art: KLIK

De Blije Bukster wordt vandaag 14 verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2019/de-blije-bukster-wordt-vandaag-14/feed 0 47675
Maartje bij De Wereld Vandaag over een omstreden woord http://maartjeluif.com/2018/maartje-bij-de-wereld-vandaag-over-een-omstreden-woord http://maartjeluif.com/2018/maartje-bij-de-wereld-vandaag-over-een-omstreden-woord#respond Sat, 15 Dec 2018 10:07:08 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47640 Op dinsdag 11 december 2018 vroeg Ruth Joos in De Wereld Vandaag op Radio 1 of ik toelichting wide geven bij deze tweet. Hier kun je het fragment beluisteren. Wil je meer weten over de ‘zonden Israëls’ waar Ruth Joos het over heeft, lees dan het stukje dat ik schreef over de ranzige reacties op deze tweet.

Maartje bij De Wereld Vandaag over een omstreden woord verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/maartje-bij-de-wereld-vandaag-over-een-omstreden-woord/feed 0 47640
Een goede week http://maartjeluif.com/2018/een-goede-week http://maartjeluif.com/2018/een-goede-week#comments Sat, 15 Dec 2018 09:45:22 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47636 De afgelopen week had ik een goede week. Er was veel werk, na een jaar met veel te weinig werk, ongelooflijk veel klootzakkerig gedrag van mensen die belangrijk voor me zijn of waren, en veel te veel stress. Het voelde goed: eindelijk weer goed kunnen focussen op werk, nuttig zijn, zelfvertrouwen kweken, vergeten hoe waardeloos ik me voelde, hoe genaaid en hoe dom. En omdat ik de afgelopen maanden op de valreep ben ontkomen aan aan een totale instorting had ik de afgelopen week ook een gevoel van trots: TOCH NOG EEN GOEDE WEEK IN 2018! ONGELOOFLIJK! Dat is de optimistische versie van het verhaal. De pessimistische is: de afgelopen week merkte ik dat je een stressstoornis die je waarschijnlijk al je hele leven meedraagt, niet zomaar de nek omdraait. Je kunt allerlei trucjes hebben om jezelf in toom te houden: goed slapen, goed eten, naar buiten, bewegen, ontspannen, en toch kan het leven je gewoon pootje haken en dan blijk jij toch weer diegene met die stressstoornis te zijn. Gesprekshygiëne Sociale media zijn voor mij als alleenwerkende freelancer in allerlei opzichten een verrijking. Ik beschouw mijn gesprekspartners daar als surrogaatcollega’s, ik krijg er de broodnodige aanspraak, ik gebruik de platforms als reclamezuil en inspiratiebron en ik blijf zo een beetje betrokken bij het land waar ik vandaan kom. Ook de mogelijkheid om te discussiëren is een feature op sociale media die mij erg ligt. Maar dan moet er wel sprake zijn van gesprekshygiëne. Ik ben zelf van het directe soort, en ook omgekeerd kan ik een hoop hebben, maar als ik het gevoel heb dat de goede intentie er niet is, de wil om beleefd en fair te blijven, en elkaar serieus te nemen, dan haak ik af. Die gesprekshygiëne laat op sociale media nog wel eens te wensen over, maar dat kun je grotendeels vermijden door slim te volgen, zonder schroom te ontvolgen, en uit voorzorg veel te blokkeren. Vroeger blokkeerde ik niemand. Dat is waarschijnlijk een overblijfsel uit mijn blogtijd toen het een enorm statement was als iemand mijn website niet meer mocht bezoeken. Ik geloof dat ik sinds 2003 vier mensen de toegang tot mijn blog heb ontzegd, en die mensen moesten het eerst wel heel bont maken. Op Twitter hield ik die houding vrij lang aan: als je in de keuken komt moet je niet zeiken over de hitte, het is laf om alleen juichreacties te willen en ik ben heus geen doetje. Venijn Zelfs tijdens de hoos aan reacties op mijn Zwarte Pieten-verhaal twee jaar geleden heb ik maar een paar mensen overboord gegooid, ik vond dat ik naar iedereen moest luisteren, hoe giftig en kwaadaardig ze ook waren. Gek genoeg leverde dat vrij veel op: woedende mensen bleken toch rustig te kunnen worden, gesprekken waarin we niet tot elkaar kwamen bleken voor óf de deelnemers óf de toeschouwers toch waardevol, en hoewel de ongelooflijk witte blik waarmee mensen naar de wereld kijken me mistroostig maakte, had ik na afloop toch het gevoel dat ik iets teweeg had gebracht dat mogelijk zinnig was geweest. Maar het was wel het moment dat ik ten volle ervoer hoe dik adrenaline is. Hoe stroperig het door mijn borstkas druipt, hoe het blub doet als het door vernauwingen stroomt, hoe ik bloedbanen die ik normaal helemaal niet voel, ineens kon aanwijzen: ah, daar loopt een baan, en – blubblubblub – dáár … Niet lang daarna kreeg ik een column in De Standaard waarin ik veel schreef over racisme, seksisme en ongelijkheid, waarop veel woeste reacties kwamen, en ik schreef een verhaal over kinderloosheid dat tot mijn verbazing ook enorm veel venijn bij mensen opriep. Om allerlei reden werd ik dat jaar in HP/De Tijd strontkar genoemd, in Knack Gutmensch en in De Standaard mannenhaatster. Daarna wisten een paar notoire pestkoppen mijn naam en toen was er al helemaal geen houden meer aan. Dus paste ik de manier waarop ik sociale media gebruikte aan. Facebook-posts, tweets of reacties die hommeles kunnen opleveren plaats ik alleen nog als ik tijd en zin heb om de heat in de kitchen te verdragen en de blokkeerknop is niet langer taboe. Vol overtuiging jaag ik haatzaaiers en pestkoppen weg en zelfs mensen die passief-agressief de zeurtweets aan mij liken mogen vertrekken. Ik ben ze niets verplicht en het leven is veel leuker zonder types die er genoegen in scheppen mij op de kast te jagen. Ranzige haat Dat klinkt allemaal heel simpel, maar het probleem is dat je niet altijd weet welke berichten gedoe op zullen leveren en wie de eikels zijn. Het afgelopen jaar bleken ook mensen die aardig lijken soms uiterst hatelijk.  En omdat preventief blokkeren en vermijden maar deels mogelijk is, draaide het erop uit dat ik deze week, midden in mijn ‘goede’ week, ineens moest waden door de ranzige haat van Vlaams Belangers en N‑VA’ers. Ik plaats op Twitter veel berichten over mijn vak, journalistiek, omdat ik probeer alleen maar stellig te zijn over dingen waar ik iets van afweet, en een van die dingen is dus de journalistiek.Dus plaatse ik deze tweet. Voor mensen die niet weten waar dit over gaat: de N‑VA was tot afgelopen week de grootste regeringspartij (in de federale én de Vlaamse regering). Het is een partij die, zoals veel nationalistische partijen, de xenofobie graag tot grote hoogten opstuwt en die al jaren de achterban mobiliseert tegen migranten. De partij maakt – eveneens zoals veel andere nationalistische partijen – enorm veel werk van het bepalen van de toon en de taal in het debat in België. En die taal is op zijn zachtst gezegd niet inclusief. Afgelopen week creëerde deze partij een regeringscrisis, waarmee ze alle media wist te bedwelmen. Zozeer dat journalisten elke goed geplande communicatietruc voor zoete koek aannamen en meegingen in het spel alsof het helemaal geen spel was. Op mijn tweet kwamen tientallen kutreacties van dit kaliber. Ik had dit totaal niet zien aankomen. Ik twitter veel over journalistiek en ook vrij vaak over de N‑VA, en ik weet dat het een van de partijen is waar een groot trollenleger achter schuilgaat, maar doorgaans, als ik niet in grote media verschijn, vinden mensen mij helemaal niet interessant genoeg om tot op het bot te tergen. Terecht en gelukkig maar. Trots Maar dit keer bleek ik dus wel belangrijk genoeg om als kop van jut te dienen en dat verbaasde me. Ik weet dat mensen met veel volgers (10.000+) regelmatig door dit soort shit moeten waden, maar ik ben slechts een simpele twitteraarster met doorgaans maximaal 3500 volgers, en zelden meer dan 100 likes of RT’s. Ik kan vaak redelijk goed controleren welke reacties ik krijg en hoeveel, en ik voel ook behoorlijk goed aan wanneer ik mijn mond moet houden en met wie ik wel en niet in discussie moet gaan. Deze keer zat ik er dus helemaal naast. Ik ben trots op hoe ik mij gehouden heb: ik heb tientallen mensen geblokkeerd, zuigvragen grotendeels genegeerd en gesprekken met mensen met wie ik het niet eens zou worden tot een minimum beperkt. En hoewel mijn strenge beleid nauwelijks mocht baten – het stroomde maar door, ook in mijn mail en FB-dm – was ik in de loop van de week al grotendeels hersteld van de adrenaline. Er zijn nog maar een paar minuten per dag dat ik exact weet waar mijn bloedbaan loopt, dus het was met recht een goede week. Mocht je willen horen waarom ik de tweet plaatste: op Radio 1 in De Wereld Vandaag wilde Ruth Joos graag weten waarom ik vind wat ik vind en ik besloot de moeite te nemen om dat toe te lichten. Hier kun je dat fragment beluisteren. Afbeelding: eenmaal daags een lucht op maandag 10 december 2018.

Een goede week verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/een-goede-week/feed 4 47636
Aan de oever van het bluswater http://maartjeluif.com/2018/aan-de-oever-van-het-bluswater http://maartjeluif.com/2018/aan-de-oever-van-het-bluswater#comments Sat, 01 Dec 2018 11:00:43 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47613 Op Twitter fulmineer ik nogal tegen een aantal serieuze journalistieke media met een groot bereik. Ik kijk naar nieuwskeuzes, gekleurde formuleringen, prioriteiten en de mate waarin journalistieke principes gehanteerd worden en ik maak me grote zorgen. De angst slaat me om het hart als ik de gemakzucht zie waarmee commercie, snelheid en onversneden partijdigheid prioriteit krijgen boven journalistieke uitgangspunten. Terwijl in deze tijd van steeds meer en snellere informatie, meningen en discussies, en steeds meer grootschalige misleiding en groteske beeldvorming de rol van de journalist zo belangrijk is. Bluswater Maar jij weet niet waar je het over hebt, zeggen mijn critici vaak. Jij bent docént Journalistiek, jij staat niet met je poten in het bluswater. Ik snap die kritiek wel, als kind dacht ik dat ook. Als je echt goed was, werd je beroemd, als je slechter was, werd je eventueel de leerkracht van anderen. Maar de gedachte is dus wel kinderlijk. Zo realiseerde ik me als tiener dat Michael Jackson een dansleraar had. Er was dus iemand die nog beter dan Michael Jackson wist hoe je moest dansen. En zelfs mijn gymleraar bleek zelf een gymleraar te hebben. Dat vond ik eerst uiteraard niet verenigbaar met het idee dat als je echt goed was, je zelf op de voorgrond stond, maar ik realiseerde me later dat het verschillende kwaliteiten waren: lesgeven, de theorie zo doorgeven dat iemand die kan toepassen om daadwerkelijk beter te worden, en stralen op het podium. Op de School voor Journalistiek haalde ik mijn diploma met hoge cijfers en er stonden altijd verschillende docenten in de rij om me als assistent erbij te krijgen, maar bij mijn examen zeiden ze dat mijn journalistieke attitude van netwerken en verhalen grazen nog te wensen overliet. Dat ik prachtig werk had afgeleverd, maar dat ik wel moest werken aan die mentaliteit. En ze hadden gelijk, zowel de docenten die in de rij stonden om mij als assistent de klas in te halen, als de mensen die mij een beroerde netwerker vonden. Netwerken is zeker niet mijn grootste kwaliteit en dat is voor een journalist onhandig, mensen begeleiden naar een beter journalistiek product kan ik dan weer wel vrij goed . Frustratie Mijn schoonmoeder vroeg me laatst of ik, als ik nu had mogen kiezen wat ik ging studeren, nog steeds hetzelfde vak had gekozen. ‘Nee!’ zei ik direct. ‘Never.’ Ik schrok ervan, die heftige reflex. Ik wist dat al mijn frustratie over de journalistiek erin vervat zat. Mijn verbijstering over de taakopvatting van veel journalistieke media, over de onverschilligheid waarmee ze machthebbers en dominante meningen ruim baan geven, over de manier waarop ze omgaan met bronnen, werknemers en freelancers, en over de commercie die ze veel te vaak prioriteit geven boven journalistieke uitgangspunten, waardoor snelheid en aantrekkelijkheid meer aandacht krijgen dan zorgvuldigheid, fairness en verantwoordelijkheid. Toen ik er later over nadacht, realiseerde ik me dat mijn reflex te snel was geweest. Misschien zou ik wél hetzelfde vak kiezen. Zelfs de jaren dat ik als verslaggever en journalist werkte en nog dacht dat ik ooit een echt goede netwerker kon worden, waren waardevol. Het deed me denken aan de keren dat ik als zangeres in de coulissen stond te kotsen en wenste dat ik drummer was. Ik had die kotsjaren nodig om te weten dat ik liever de drummer was. Wel bijdragen aan het product, of beter gezegd: volkomen onmisbaar zijn voor de fundamenten van het product, maar niet degene zijn die de mensen moet verleiden om te luisteren. Bij de journalistiek heb ik dat gedaan, ik ben drummer geworden. Onvergeeflijke fouten Wat de mensen met het bluswaterverwijt vergeten, is dat journalisten die je begeleidt niet naar je toekomen als het lekker gaat. Dus als ik de metafoor doortrek, leg ik ze eerst helemaal uit hoe ze dat bluswater door moeten, welke schoenen ze het beste kunnen aantrekken, welke route door het brandweerschuim het beste is en hoe snel ze erdoorheen moeten. Vervolgens gaat het toch ergens mis: het schuim blijkt ander schuim dan vooraf verwacht, of de schoenen zijn toch niet zo waterdicht. En wie mag dat oplossen? Precies. Met andere woorden, waar een journalist voornamelijk wordt geconfronteerd met de moeilijkheden in zijn eigen werk, als afwisseling op de dingen die goed gaan, houdt een docent journalistiek zich het merendeel van de tijd bezig met zaken die vastzitten, mislukken, of volkomen uit de hand lopen. We worden niet ingeschakeld als de bronnen wel bereikbaar zijn, maar als ze niet bereikbaar zijn, we mogen achteraf de wel gelukte zinnen lezen, maar moeten doorgaans vooral meedenken als het allemaal onmogelijk te formuleren blijkt. We staan op de achtergrond trots te glimlachen als het allemaal goed uitpakt, maar zijn meestal vooral bezig met eerste hulp bij precaire onderwerpen, onmogelijk onderzoek, ernstige vergissingen en onvergeeflijke fouten. Die rol ligt me goed, ik kan goed journalistiek denken, ik heb geen moeite met Roomser dan de paus zijn en mijn uitzoomtalent is van dien aard dat ik op heel korte termijn een probleem van een ander kan terugbrengen tot overzichtelijke proporties. Handvol opdrachtgevers Tegelijkertijd speelt dat gebrek aan netwerkvaardigheden me natuurlijk wel parten. En de ironie is: als ik kritiek uit op het journalistieke werk van serieuze media schiet ik mezelf in de voet. Want niet alleen drijven de bluswaterverwijters me steevast in een oogrolboogie, ook is het niet zo goed voor je netwerk als je in een arbeidsmarkt waar maar een handvol opdrachtgevers beschikbaar zijn, zoals in de Nederlandstalige journalistiek, de boel een beetje gaat lopen bekritiseren. En toch doe ik het. Aan de oever van het bluswater sta ik te bewijzen dat ik niet zo goed ben in netwerken, maar ik geloof oprecht dat ik verdomd veel weet over hoe je de kwaliteit van de journalistiek moet bewaken. Deze drummer schiet zichzelf in de voet, maar hoopt daarmee een paar journalisten – onder wie tal van oud-studenten (!) – een geweten te schoppen. Foto: de vakgroep Geschreven Pers, bij mijn afscheid in 2006. © Louis Engelman.

Aan de oever van het bluswater verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/aan-de-oever-van-het-bluswater/feed 3 47613
Digitaliseer je cassettebandjes toch maar wel direct http://maartjeluif.com/2018/over-smurrie-en-cassettebandjes-een-waarschuwing http://maartjeluif.com/2018/over-smurrie-en-cassettebandjes-een-waarschuwing#comments Sun, 25 Nov 2018 13:27:55 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47545 Let op, ik heb een advies. Volg mijn advies en je zult je afvragen waarom ik dit advies niet eerder heb gegeven. Zoals ik me afvraag waarom ik dit advies niet eerder heb gekregen. Misschien volg je mijn advies, gaat alles van een leien dakje en vraag je je af: vanwaar die dringende toon? Was dat nou zo moeilijk? Dan ben je een mazzelaar. Ik ging namelijk mijn cassettebandjes digitaliseren. Dat had ik me al veel eerder voorgenomen, want toen ik in 2005 voor het eerst een cassettebandje digitaliseerde, dacht ik: dat moet ik eens doen met die cassettes van vroeger met kinderstemmen en vage sessies in oefenruimtes. Schietgebedje Dus hing ik ruim dertien jaar later eindelijk mijn laptop aan de stereo, deed er een bandje in en hop: record. Maar het bandje blokkeerde, het cassettedeck sloeg af en ik kon niets doen, niet luisteren, niet spoelen, niet opnemen. Alleen erin en eruit. Bandje stuk. Ik probeerde een ander bandje, en nog een, en nog een, maar het apparaat sloeg steeds af. Cassettedeck stuk. Dacht ik. Dus we kochten een tweedehands cassettedeck van een oude meneer in de buurt. Prima ding, schoon, goed merk, had altijd binnen gestaan, koopje. Ik verbond het nieuwe apparaat met de installatie, startte de opname en jawel, de opname verliep als een zonnetje. Maar na anderhalf uur realtime opnemen, begon het motortje te sputteren en uiteindelijk vrat het ding als vanouds het tapeje op. Ik in de weer met een potlood, maar het einde van het liedje was dat het cassettedeck al mijn cassettes begon op te eten, ook de bandjes die een uur eerder nog probleemloos liepen. Dus ik zocht uit wat eraan de hand kon zijn en ik las allerlei informatie over de lagen op het tapeje die los kunnen komen en als smurrie of meuk in de machine komen te zitten, waardoor het apparaat plakkerig wordt. Alcohol dan maar, en wattenstaafjes, en een schietgebedje bij elk tapeje. Troepjes Dus dat deed ik. En, hopladiejee: dat werkte! Voor een half uurtje. Toen zette de machine weer gretig zijn tanden in het tapeje en moest ik alle zeilen bijzetten om met een potlood alle knikken en vouwen netjes om de spoel te krijgen. Dus ja, meer alcohol, meer wattenstaafjes. Maar nee, dat bleek niet langer te werken. Ik vroeg me af of de smurrie misschien dieper in de machine was gekomen, op plekken waar ik niet bij kon. En hoe ik dat kon weten, als dat plekken waren waar ik niet bij kon. Dus ik liet het er maar even bij. Het cassettedeck bleef werkeloos staan en werd een verzamelplaats voor troepjes: brieven die nog gepost moesten worden, elastiekjes die ik op de grond vond, een bijsluiter van een medicijn waarvan ik de naam moest onthouden. Kortom: een variant de bovenste keukenla of de kunstige fruitmand. Dat was me een doorn in het oog. Dat ding moest weg. Maar hoe moest ik dan mijn cassettes digitaliseren? Nog een apparaat kopen? Een derde? Waarvan ik dan ook weer een half uurtje zou denken dat het inderdaad de oplossing was? Ik voorzag een stapel van negen cassettedecks om dertien bandjes te digitaliseren. Uiteindelijk wist ik het probleem zeven weken te negeren, tot ik de machine bijna niet meer zag door alle dinsigheidjes die erop terecht waren gekomen. Dus zei ik tegen Wannes: dit weekend ga ik het oplossen, op welke manier dan ook. In één ruk. Geen ‘nou dat los ik later wel op’, het moet nu klaar zijn. Dus daar ging ik. Ik begon met een van de modernere cassettes, een jamsessie uit 1995. Eerst weer alcohol en wattenstaafjes. Toen het bandje erin, een schietgebedje, play en glop. Hij sloeg af. Met schone koppen en pinnetjes en weet ik wat al niet meer, met een ‘vers’, onverdacht bandje, nieuwer dan veel andere cassettes, met al die goede moed die ik verzameld had, en tóch deed hij het niet. Ik wilde mijn hoofd in mijn handen leggen en vloeken, maar dacht aan wat ik me had voorgenomen: het moet nu klaar zijn. Dus ik nam het bandje uit het cassettedeck, ik liep naar ons eigen tapedeck, de allereerste die ik had geprobeerd en die niks deed, stopte het tapeje erin en hoorde geluid. In plaats van mij af te vragen hoe de fuck dat nu weer kon, besloot ik er dankbaar gebruik van te maken. Dus ik sleepte het apparaat naar mijn laptop, startte de opname en genoot een vol uur van een plan that comes together, tot het bandje haperde en fridipilipiwidipie: de tape werd opgegeten door een apparaat dat weliswaar nog maar heel kort betrouwbaar leek, maar dat tot op heden nog geen tapeje te grazen had genomen. Afkoelen Dus daar zat ik met twee tape-etende apparaten en het ferme voornemen me niet uit het veld te laten slaan. Ik moest doorzetten, systematisch nagaan in welke omstandigheden de apparaten het wél deden en in welke niet. Zodoende zette ik de omstandigheden op een rijtje en kwam ik tot de conclusie dat de machines het altijd aan het begin van een opneemsessie wel zonder problemen hadden gedaan. En het belangrijkste verschil tussen het begin en een uur later, is de hitte in het apparaat. Cassettedecks worden na verloop van tijd heet en het lijkt me helemaal niet onaannemelijk dat de lagen van het tapeje sneller loslaten en/of eerder smurrie worden als de temperatuur in het tapedeck hoog is. Dus ik liet hem afkoelen. Een hele nacht. En jawel, ik kan alweer geruime tijd opnemen. En omdat ik niet spoel (daar wordt hij pas echt heet van) lijkt het nog iets langer te duren voor de machine weer warm wordt. Ik durf nog geen echt juichgevoel toe te laten, want wie weet wat me nog te wachten staat, ik heb namelijk pas 3,5 bandjes gedigitaliseeerd. Maar toch, ik kan niet ontkennen dat ik een beetje opgelucht was toen ik dat driehoekje zag vanochtend, en toen ik de stemmen uit 1977 hoorde op een mp3. Om een heel lang verhaal geen greintje korter te maken: digitaliseer je geluidscassettes en videobanden nu. De tapejes zullen er niet beter op worden als je wacht, maar de cassetdecks worden wel stoffiger, ouder en mede daardoor sneller warm. En niet te vergeten: het gevoel van opluchting als je een heel oude geluidsopname hebt veiliggesteld, is vermoedelijk alle moeite waard.  

Digitaliseer je cassettebandjes toch maar wel direct verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/over-smurrie-en-cassettebandjes-een-waarschuwing/feed 3 47545
Fristi, de sluippoes http://maartjeluif.com/2018/fristi-de-sluippoes http://maartjeluif.com/2018/fristi-de-sluippoes#respond Wed, 21 Nov 2018 10:57:07 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47504 Laat me jullie het verhaal van Fristi vertellen. Het is een verhaal van botsende belangen en gewetensvragen op een stukje grond van vijftig bij vijftig meter. De zoveelste loyaliteitscrisis in mijn leven. Fristi is de buurpoes. Een pikzwarte kat met gele ogen, die als twee druppels water lijkt op onze poes Choco, even zwart, even groot, ware het niet dat Choco’s ogen groener zijn en haar gestalte iets dunner. Fristi heeft een huisgenoot die doof is. Hoe die kat heet, weet ik niet, maar ook dat is een zwarte kat, even groot, een iets andere oogkleur en een iets steviger lijf. Drie zwarte poezen van hetzelfde formaat op een klein stukje grond. Met als gevolg: we hebben de afgelopen jaren regelmatig de verkeerde poes gesust dan wel uitgejouwd. Waterpistooltje Het dove huisgenootje van Fristi zien we niet zo vaak, maar Fristi zien we regelmatig, want een ander belangrijk verschil tussen Choco en de buurpoes is het karakter. Fristi was niet snel bang te krijgen, er zijn keren geweest dat ik voor haar neus in mijn handen klapte en ze tóch bleef zitten, terwijl Choco al schrikt als je met je ogen knippert. Omdat Fristi geneigd was om ons terras en onze vensterbank ook als haar territorium te beschouwen en Choco al onder de indruk was als ze Fristi alleen maar in de ogen keek, hebben we onze bejaarde poes een tijdje geholpen met een waterpistooltje. Dat had na maanden volhouden gelukkig het gewenste effect: Fristi waande zich niet langer de baas op Choco’s vensterbank en terras en als ze het dan toch waagde om zich op te dringen dan wist Choco met haar hernieuwde zelfvertrouwen een meter of drie op het dakje en een meter of zeven op de grond voor zichzelf te houden. Go Choco! Verwilderd Fristi was de poes van onze buurvrouw totdat de buurvrouw ging verhuizen en ze het huis, inclusief katten, in gebruik gaf aan haar kleinzoon. Die zorgde goed voor Fristi en de situatie op ons grondgebied veranderde eigenlijk niet ingrijpend. Nog steeds had Fristi zo nu en dan annexatiedrang, nog steeds moesten wij soms een paar weken het waterpistool ter hand nemen, en nog steeds veroverde Choco de paar meter naast het huis uiteindelijk altijd weer terug op de ongenaakbare buurkat. Totdat de buurjongen ging verhuizen. Hij had Fristi en haar dove huisgenootje overgedragen aan een andere buurvrouw een eindje verderop. Zij zou voor ze zorgen, maar daar is helaas ergens iets fout gegaan. Het dove huisgenootje woont nu bij die buurvrouw, maar Fristi is aan het zwerven geslagen. Ze woont in het park, in haar oude tuin waarvan het huis nog leeg is, in onze tuin, en onder het terras van de buurman. Ik zie haar knaagdieren te grazen nemen op het gras in het domein. Dan kijkt ze verschrikt op als we langslopen, met die bekende zwerfkattenblik, een mengeling van tergende honger en door schade en schande opgelopen argwaan. Omdat wij dit jaar ons gras hebben laten groeien voor insecten en andere dieren, gebeurt het regelmatig dat we door de tuin wandelen en er ineens een verwilderde Fristi vlak voor onze voeten het hoge groen in sluipt. Toegegeven, we hebben Fristi wel eens vervloekt, als haar bravoure haar weer eens bracht tot een aanvaring met Choco, of als ze besloot de sproeicompetitie uit te vechten bij een waardevolle plant, maar dit gunnen we haar niet. Onbedoeld gefilmd Een andere buurvrouw heeft contact opgenomen met de kattenopvang, maar omdat in Leuven veel meer zwerfkatten dan opvangplaatsen zijn, opteert een deel van de opvang voor steriliseren en terugzetten, en Fristi is al gesteriliseerd, en een ander deel wil dat je de kat eerst zelf vangt. En hoewel Fristi ooit een kat was die je redelijk kon benaderen, is ze tegenwoordig sluw, snel en verwilderd. Dus zo is de situatie: we hebben een sluippoes in de tuin die, als we even niet opletten, uitrust op ons terras, die hongerig loert naar de kikkers in ons vijvertje en die gangetjes trekt door ons hoge gras. Een paar weken geleden werd ik weer eens met de sluippoes geconfronteerd. Onverwacht. Ik filmde iets anders. Nou ja, kijk zelf maar. Er is geluid bij (maar niet veel). En het duurt ongeveer vijf minuutjes. Als je meer filmpjes over mijn talloze loyaliteitscrises wilt zien: Over de meesjes in De beste wensen. Over dieren in vele soorten en maten in Het Jaaroverzicht 2016. Als je meer wilt lezen over buurbeesten: De obese teckel en mijn verantwoordelijkheidsgevoel Hoe ik langzaam waanzinnig werd, of Immuun argumenteren voor dummies. Een vervolgverhaal. Wil je je verdiepen in Choco en haar bangepoezenbestaan? Waarom Choco niet door het luikje wil. Een verhaal in 2 delen. Poeziewoeziewoes Choco en de verhuisperikelen. Een vervolgverhaal.

Fristi, de sluippoes verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/fristi-de-sluippoes/feed 0 47504
Meewerken aan ruim een halve meter kunst http://maartjeluif.com/2018/meewerken-aan-ruim-een-halve-meter-kunst http://maartjeluif.com/2018/meewerken-aan-ruim-een-halve-meter-kunst#respond Thu, 15 Nov 2018 14:35:59 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47540 Dit jaar mocht ik als schrijfcoach meewerken aan een halve meter kunst. Muzikant, beeldend kunstenaar en schrijver Peter Blom, beter bekend als PB Delic bracht onder de naam Delic een schitterend product uit, in gigantisch formaat en met een gelimiteerde oplage. Kidnap at the Noodleshop. Acht schilderijen, heel mooi afgedrukt in het boek, acht tracks op vinyl en een verhaal bestaande uit acht hoofdstukken. Ik vond het inspirerend en eervol om eraan mee te werken. • Als je het boek + vinyl wilt kopen, kijk dan op de site van Delic. • Mocht je alleen de muziek willen beluisteren dan kun je terecht op Spotify. • Wil je mij ook als schrijfcoach? Kijk dan hier voor meer informatie.

Meewerken aan ruim een halve meter kunst verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/meewerken-aan-ruim-een-halve-meter-kunst/feed 0 47540
De invloed van Peirce Coggeshall op je relatie http://maartjeluif.com/2018/de-invloed-van-peirce-coggeshall-op-je-relatie http://maartjeluif.com/2018/de-invloed-van-peirce-coggeshall-op-je-relatie#comments Thu, 04 Oct 2018 07:25:09 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47114 Ooit werd het wachtwoord van een van mijn oude mailadressen gejat. Net als een deel van jullie wachtwoorden, trouwens. Mocht je willen weten of ook het jouwe verduisterd werd, dan moet je even op deze site kijken. Maar goed, het mijne was al heel lang geleden gestolen én onklaar gemaakt. Het wachtwoord doet geen dienst meer. Niettemin was het intimiderend toen ik vanochtend het mailtje vond van de scammer met de welluidende naam: Peirce Coggeshall. Peirce had mijn oude wachtwoord – laten we zeggen dat het ‘koekjes’ was – dreigend in de subjectregel gezet met mijn naam ervoor: maartje – koekjes. De eerste zin luidde: ‘Je wachtwoord is koekjes.’ Ook al wist ik direct hoe Peirce aan dat wachtwoord kwam, toch werd ik extra alert. ‘Laten we het meteen even hebben over waarom ik deze e‑mail stuur’, schrijft Peirce. ‘Ik heb software geïnstalleerd op die-en-die pornowebsite die jij onlangs bezocht to have fun (you know what I mean)’. Hij vervolgt: ‘Toen je aan het kijken was, heb ik zowel je scherm als je webcam overgenomen en ik heb alle contacten uit FB-messenger en je adresboek verzameld.’ Peirce windt er geen doekjes om. Om een lang verhaal kort te maken: Peirce stelt voor dat ik 9000 dollar in bitcoins overmaak om te voorkomen dat mijn vrienden en collega’s een video ontvangen met beeld van mij en van wat ik kijk. Nu heb ik allerlei redenen om niet echt bang te zijn voor dit soort dingen. Ten eerste klopt het wachtwoord dus al jaren niet meer, maar veel belangrijker: ik denk dat er werkelijk niemand van zijn stoel zou vallen als ik porno zou kijken, dus ik ga ervan uit dat ik daar niet onder te lijden zou hebben. Bovendien heb ik al heel lang een webcam die zit opgesloten in mijn laptop, die dankzij de manier waarop die aan mijn scherm gekoppeld is, nooit open hoeft. Daarom kan de webcam dus ook nooit filmen. En, niet onbelangrijk, ik kijk eigenlijk al vrij lang geen porno meer. Seen it, been there, got the shirt. Maar dat neemt niet weg dat het intimiderend is. Bovendien, ik mag dan wel weten hoe de vork in de steel zit, een deel van de mensen die deze mail ontvangen, zal toch even bezig zijn met nagaan of er misschien iets waar is van het redelijk slim opgestelde bericht. En een deel van de mensen zal twijfelen. En een deel van de mensen zal uitzoeken hoe dat zit met die bitcoins. En een deel van de mensen zal bang zijn. Peirce schrijft: ‘Denk eens even na. Heb je een liefdesrelatie? Hoe zal mijn video die beïnvloeden?’ Na die zin zal een deel van de ontvangers serieus overwegen om Peirce te betalen. Mochten die mensen googelen op Peirce Coggeshall dan hoop ik dat ik ze gerust kan stellen: Peirce is een oplichter met een beter taalgevoel dan de gemiddelde bedrieger en slechts toegang tot een pakketje wachtwoorden waarmee hij hoopt je te intimideren. Laat je niet vangen, delete de mail en wees de verstandigste. Verdiep je in de werking van veilige wachtwoorden en zorg dat je op die manier voorkomt dat je ooit chantabel wordt. Goede, unieke wachtwoorden die je regelmatig verandert, zijn de beste manier om je te wapenen tegen de Peirces van deze wereld. En het allerbeste wapen: praat over seksualiteit en porno met je naasten. Want er is geen betere manier om chantage te vermijden dan het taboe doorbreken. Zorg dat het antwoord op de vraag hoe de video je liefdesrelatie zou beïnvloeden een optimistische is: prima, dank je Peirce, de niet-bestaande video heeft mijn relatie verbeterd, omdat ik erover heb gepraat en we op seksueel vlak geen geheimen meer voor elkaar hebben. En nou, hup, opsodemieteren.

De invloed van Peirce Coggeshall op je relatie verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/de-invloed-van-peirce-coggeshall-op-je-relatie/feed 2 47114
Grondvesten http://maartjeluif.com/2018/grondvesten http://maartjeluif.com/2018/grondvesten#comments Wed, 03 Oct 2018 07:41:58 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47098 Nee, ik ben niet graag nostalgisch. Mijn liefde voor zwelgen in wat was, verloor ik vanaf het moment dat de omwentelingen in mijn leven te groot waren om te verhapstukken. Als kleuter was dat anders, toen deed ik niets liever dan in oude fotoalbums kijken. Het maakte dat ik me groot voelde, serieus te nemen. Er zat tijd tussen mij en die foto’s. Ervaringen, belevenissen, kennis; ik kon inmiddels mijn veters strikken en tot 100 tellen. Ik keek zelfs een beetje neer op de peuter in die albums. Maar dat onbekommerde gevoel van vooruitgang raakte ik kwijt toen ik een jaar of 21 was en de wendingen in mijn leven niet meer allemaal zonder meer geslaagd waren. Talloze grote beslissingen op het gebied van dagbesteding, de liefde en andere wezensvragen zorgden voor een spijkerbed tussen mij en het verleden. Ik liep er niet graag meer over, bang dat ik halverwege hevig bloedend moest beslissen: doorlopen of teruggaan? In verwachting Je hebt mensen die elke dag op Facebook zien welke foto’s of berichten ze vorig jaar plaatsten, of twee jaar geleden, vijf jaar, tien. Ik heb in de diepe krochten van Facebook net zo lang gezocht tot ik het knopje vond waarmee ik dat uit kan zetten. Nee, dank je wel, ik wil niet onverhoeds geconfronteerd worden met tijden en mensen die niet meer terugkomen, met verdriet of woede uit vervlogen staten van zijn, of met onverschilligheid van mijn vroegere zelf. Ik neem graag gepaste afstand tot vroeger, wil autonoom beslissen wanneer ik mijn flaws onder ogen zie. Maar er stonden hier dozen in de weg. Dozen die mijn ouders gevuld hadden met spullen uit dozen die dan weer bij hen in de weg stonden. Ze stonden er sinds eind vorig jaar. Bijna negen maanden, wat misschien toepasselijk was: boy, wat was ik in verwachting. Ze werden part of the furniture, wat niet betekende dat ze niet in de weg stonden, maar dat ik niet meer merkte dat ze in de weg stonden. Als ik in dat ene laatje moest zijn, moest ik voorkomen dat die stapel op de doos om zou vallen, en als ik mijn handtas nodig had, moest die rode kist wat opzij. Dat was alles. Wat nou in de weg? Maar toen het op zijn slechtst ging, begon het me te benauwen, die berg verleden tijd die al negen maanden wachtte op iemand die ernaar wilde kijken. In mijn hoofd had ik het bestuderen van de inhoud heel groot gemaakt, met allerlei duveltjes in doosjes die – POING – in mijn gezicht zouden knallen, met verdrongen herinneringen die vast niet zomaar verdrongen zouden zijn en met andere dingen die ik nog niet kon voorzien, maar die me mogelijk op mijn grondvesten zouden doen wankelen. Rot en ongedierte Mijn grondvesten. Ergens bekroop mij het gevoel dat dit mijn grondvesten waren. Juist die dozen vol met schoolwerk en uitnodigingen voor feestjes waren in combinatie met de dozen die ik al langer in huis had de fundamenten van mijn herinneringen. Kratten vol flashbacks, vol met brieven waarin ik een blauwtje liep en brieven waarin ik de liefste was. Deze warboel zou je met een beetje goede wil mijn grondvesten kunnen noemen, en grondvesten moet je vast af en toe inspecteren om te zorgen dat de rot en het ongedierte het niet overnemen. Dus begon ik eraan. Op het slechtste moment denkbaar: oververmoeid, hartkloppingen, somber. Ik sleepte de dozen naar het midden van de kamer, besloot dat ik het allemaal alleen kwijt kon als ik elders in huis de indeling zou veranderen, dus sleepte ik nog meer dozen naar de woonkamer, die bij nader inzien allemaal te vol zouden worden, dus moest ik alles sorteren, het nodige weggooien, de dozen opnieuw vullen en knopen doorhakken over welke grondvesten weg konden en welke grondvesten mochten blijven. Uiteindelijk deed ik er een week over. Elf uur per dag draaide ik pirouettes tussen overleden familieleden, reddeloos verloren liefdes en levensfases die ik naarmate de week vorderde ongewild opnieuw beleefde. De uitslag van een schaaktafelvoetbaltoernooi in 1994, de stapel foto’s van Maarten van Roozendaal die ons al bijna 20 jaar geleden onze eerste cd-overhandigt, mijn boekverslagen met boeken die ik geconcentreerd las, maar ook razendsnel weer vergat (Utz!) en de notities over dooretterende ruzies met een vriendje dat niet zo goed paste. Na die week was ik kapot. Zoveel gewonnen, zoveel verloren, zoveel vergeten, zoveel weer teruggehaald. Door mijn vingers Nu is het ordelijk. ‘Als ik dement word, heb ik alles netjes op volgorde binnen handbereik’, zei ik trots tegen Wannes. Goed, ik zal wat moeten grasduinen, want de foto’s zitten per periode in mapjes, de frutsels zitten per decennium in ordners (een ordner per 10 jaar! dat ik het in me had!) en sommige dingen zitten in een doos die heet ‘vormeloze herinneringen’. Daarin zit bijvoorbeeld een zelfgeborduurd kussen, een dwarsfluit, de tegeltjes die ik kreeg toen ik mijn zwemdiploma’s haalde, en ook een doosje met pasjes waarmee ik me door de jaren heen toegang kon verschaffen tot allerlei waardevols (ik vond zelfs nog mijn crewmemberpasje van de Gay Games in 1998). Met andere woorden: ook als ik dement ben, zal ik gedoemd zijn nog wat te dwalen, maar al met al heb ik het tot een minimum beperkt. Met mijn hartkloppingen gaat het beter, dank u. Ik maakte tekeningen, poetste het huis, wandelde wat rond en probeerde mijn leven weer op orde te krijgen. Die tekeningen zullen in een map verdwijnen die ik over twintig jaar met enige vertedering zal openen. Ik zal me weer even voelen, zoals me ik me de afgelopen tijd voelde: slecht. Maar ik zal een gevoel van controle hebben. Mijn grondvesten zijn vindbaar, geordend, ze zijn allemaal door mijn vingers gegaan en ik heb besloten dat het goed is. Het is goed. NB Omdat ik weer wil schrijven, zal ik de komende weken wat stukjes wijden aan  de verschillende vondsten die ik deed.  

Grondvesten verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/grondvesten/feed 4 47098
Toch nog wat te verliezen http://maartjeluif.com/2018/toch-nog-wat-te-verliezen http://maartjeluif.com/2018/toch-nog-wat-te-verliezen#comments Thu, 23 Aug 2018 11:22:01 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47049 Al in de zandbak zeiden we dat we nooit zouden trouwen. Onze moeders waren van de generatie haren op je benen, en de mantra ‘zorg dat je nooit afhankelijk wordt van een man’ was alom tegenwoordig in de maatschappij. Op de lagere school en middelbare school idem dito: ik, mijn vrienden, we waren ervan overtuigd dat we nooit zouden huwen. We zouden ons niet overleveren aan het juk van het systeem, we riepen dat echte liefde zich niet liet vangen in wetgeving of een aanspreektitel. En wat voegt het toe? Die enorme smak geld die je neerlegt om die ene keer een feestje te geven? Je moest hartstochtelijkheid toch altijd vieren? Nee, wij zouden er niet aan beginnen. Toch trouwde ik twee keer en veel generatiegenoten met mij. Omdat echte liefde dan wel niet in wetgeving te vangen was, maar erfrechten en andere deelrechten wel, omdat ik geen principiële bezwaren had tegen langdurige verbintenissen, integendeel, en omdat het buikgevoel uit mijn zandbaktijd misschien niet de beste basis was voor beslissingen op latere leeftijd. Vandaag vijf jaar geleden trouwde ik met degene voor wie ik zeven jaar eerder al meer offerde dan mijn zandbakactivisme. Ik had mijn job opgezegd, mijn huis verkocht, mijn bandje opgeblazen en mijn vrienden tot-veel-minder-ziens gekust. Ik had besloten het grootste deel van mijn schepen achter mij te verbranden om bij hem te zijn. In zijn land. In zijn leven. De zandbakactivist in mij zag mijzelf als een onafhankelijke globetrotter die dat gewoon even deed, huizen kopen en verkopen, goed werk hebben en dat weer opzeggen, trouwen, scheiden, kiezen en verliezen. Maar in werkelijkheid kostte het me erg veel energie om wortel te schieten in de nieuwe aarde en ongewild leverde ik me over aan een zekere mate van afhankelijkheid van de enige in ons huishouden die wel geworteld was: mijn echtgenoot. Gelukkig heb ik een fantastische echtgenoot, en we hebben een grotendeels ongevaarlijke relatie: wij praten heel erg veel met elkaar, ook over hoe verschillend we zijn. Zóveel dat we eigenlijk zelden conflicten hebben. We weten exact waar we aan toe zijn, dus de kans dat we onverwacht geen trek meer in elkaar hebben is zeer gering. Maar dat neemt niet weg dat ik afhankelijk ben. En hij van mij. We hebben samen een bedrijf, samen een huis, samen een inkomen, samen een zielsverwantschap en samen een dagelijks leven. Bovendien kan hij onder een auto komen, en ik ook. Het afgelopen half jaar heb ik die noodgedwongen afhankelijkheid op de proef gesteld. Het ging slecht met mij, om allerlei zeer verklaarbare redenen, intussen werd mijn familie ondergedompeld in rampzalig onheil, waarover ik niet kan uitweiden, want not my story to tell. Maar als je familie eraan onderdoor gaat, dan gaat je dat – ook op afstand, of misschien juist – niet in de koude kleren zitten. Intussen liep een aantal langdurige projecten op hun einde, een aantal opdrachten draaiden uit op cliffhangers en mijn creativiteit leed verschrikkelijk onder de totale oververmoeidheid die zich steeds verder opbouwde. Gisteren hoorde ik dat ik niet langer columnist zal zijn van De Standaard (voor meer daarover hier of hier). Onverwacht weer een hap uit mijn inkomen, en uit de overtuiging dat het allemaal wel goed zal komen, maar ook een stap richting nog minder onafhankelijkheid. Het is al regelmatig andersom geweest, dus er is heus evenwicht, maar ik denk vaak aan mijn zandbaktijd, toen ik zweerde dat ik nimmer mijn autonomie te grabbel zou gooien. Kijk waar ik nu zit: in een situatie die ik in mijn eentje niet zou kunnen betalen, niet zou wensen, en waarin ik alleen maar overeind blijf omdat er iemand is die me stut. Het geweldige aan Wannes is dat hij hier hetzelfde over denkt als ik. We willen allebei niet afhankelijk zijn van elkaar, maar miepen niet als dat wel zo is en werken dubbel zo hard als dat nodig is om de ander in de luwte te houden. Het grote verschil tussen Wannes en mij is dat hij niet al zijn schepen achter zich heeft verbrand en ik de meeste wel. Mijn hulpeloosheid is groter en voelt ook groter. Maar juist op dat punt, rock-bottom, weet je hoe belangrijk hulp is, hoe onzinnig het is om onafhankelijkheid te wensen als je een zetje nodig hebt, en hoe heilzaam het is als iemand je onvoorwaardelijk steunt. Vandaag ben ik vijf jaar getrouwd met degene die, wanneer ik denk: verrek, ik heb echt niéts meer te verliezen, het allemaal de moeite waard maakt.

Toch nog wat te verliezen verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/toch-nog-wat-te-verliezen/feed 5 47049
Het viel niet mee http://maartjeluif.com/2018/het-viel-niet-mee http://maartjeluif.com/2018/het-viel-niet-mee#respond Mon, 20 Aug 2018 09:27:19 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47042 De vorige keer had ik het over een grote pad, zo’n dikke, knobbelige. Die overleefde het. Eergisteren ging het om een kleintje. Tenminste dat dacht ik toen ik in het donker op het trapje naar de kelder stond. Er zat iets onder mijn slipper, iets dat de grootte had van die schattige padjes die hier altijd over het terras hopsen. Het was te donker om te kijken, dus ik schudde van schrik met mijn voet, slingerde mijn slipper het verre donker in en zag me genoodzaakt op één blote voet mijn slipper uit de duisternis te redden. In mijn hoofd was het terras inmiddels bezaaid met babypadjes die zich gewillig door mijn ontblote voet zouden laten pletten, waardoor ik me na vier stappen over bobbelige rommeltjes (WAT WAS DAT?!) afvroeg of dat natte dat ik voelde paddenbloed was. Onder mijn teruggevonden slipper kleefde geen babypadje, maar ik was er allerminst van overtuigd dat dat mijn onschuld bewees. Als mijn haastig ingezette horlepiep mijn slipper meters verder had doen neerkomen, dan was dat vermeende babypadje onder mijn voetzool vermoedelijk ook gelanceerd. Gisterochtend daalde ik het trapje naar de kelder af. Er lag een blaadje. In de vorm van een kikker. Of een pad. Verdroogd. Plat. Dood. Doen alsof het allemaal wel meeviel, zit er niet meer in.  

Het viel niet mee verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/het-viel-niet-mee/feed 0 47042
De koningin is dood http://maartjeluif.com/2018/de-koningin-is-dood http://maartjeluif.com/2018/de-koningin-is-dood#comments Thu, 16 Aug 2018 14:53:05 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47029 Aretha is dood. De Queen of Soul wordt ze genoemd, en zo ervaar ik haar ook: als mijn koningin. Ze is mijn koningin veel meer dan Juliana, Beatrix, Maxíma, Paola en Mathilde ooit zullen zijn. Toen Prince en David Bowie stierven, mijn andere jeugdhelden, was ik geraakt, vol van herinneringen, supermelancholisch en ronduit verdrietig. Bij Aretha voel ik dankbaarheid, superveel dankbaarheid. Dat gevoel is afstandelijker dan bij Bowie en Prince, maar zo gaat dat bij royalties. Het zit zo: in den beginne had je de Dolly Dots en Doe Maar, die met posters mijn muren bekleedden, die mij leerden meezingen en fan leerden zijn. Maar daarna werd mijn focus algauw een rommeltje. Van mijn negende tot mijn twaalfde cirkelde ik van Bob Marley naar Michael Jackson, en van Wham! naar Sting en The Police. Ik hield van alles door elkaar, was verschrikkelijk nieuwsgierig naar steeds weer nieuwe muziek en bleef rond mijn dertiende haken bij soul en R&B. Van de vriend van mijn zus, die in een soulband speelde, kreeg ik cassettebandjes met platen van Aretha Franklin, Wilson Pickett en King Curtis, en mijn moeder had een langspeelplaat van Aretha en een driedubbele soulverzamelelpee waarop Natural Woman stond. Daar werd de kiem gelegd voor wat ik op die leeftijd allang geen fandom meer noemde, maar waar ontegenzeggelijk minstens zoveel overgave in zat: ik begon kwaliteit te herkennen. Ik voelde plotseling wat timing was, eigenheid, wat groove betekende en dat je goed had (Whitney Houston bijvoorbeeld) en héél goed (Aretha Franklin). De jaren die volgden werden vaak door Aretha voorzien van een soundtrack. Ik herinner me hoe we de Blues Brothers tientallen keren keken en hoe we de scéne met Aretha nadansten en ‑zongen, en dat we op mijn vijftiende in de bergen van Tenerife onze rode multighettoblaster aanzetten, zoals dat ding heette, om in de zinderende hitte naar Chain of Fools te luisteren. In café De Toog, waar ik een paar jaar als kok werkte, stond Aretha op de cassettes die het diner van sfeer moesten voorzien, en vrijwel elke beginnende of eindigende liefde die sindsdien passeerde, werd aangekleed met mijn uitdijende collectie Aretha Franklin-cassettebandjes. Omdat ze op zoveel momenten in mijn leven belangrijk was, heeft ze ook meerdere functies gehad: de opzweper op momenten dat ik tegen iets opzag, de inspirator toen ik zelf zangeres wilde worden, de verzachter als het leven pijnlijk was en ja, de koningin dus. Vooral op momenten dat ik haar live zag, op tv, of op Youtube en dacht: fucking hell! Zoals dit fragment. Zonder geacteerde vrouwenglimlach, gewoon zingen, pianospelen, weergaloos timen en Aretha Franklin zijn. Wow. Of dit. Queen of Soul én Gospel for sure, featuring Ray Charles. In al mijn enthousiasme gaf ik mijn moeder ergens rond 1988 nog een plaat van Aretha die toen net uitkwam, Who’s zoomin who. Omdat ik wegens een parallellopende Eurythmics-liefhebberij erg geloofde in dit nummer: Maar bij nadere beluistering bleek die elpee een ongelooflijke kutplaat. Sindsdien greep ik alleen nog terug op ouder werk van Aretha, en dat is er gelukkig genoeg. Mijn top 3 Ik kon ook een top 100 maken, want ze heeft zeker 100 goede liedjes, maar een volgorde bedenken is lastig. Vandaar en daarom slechts 3. 3. Border song (Holy Moses) Ik had hier ook Son of a Preacher Man of Aretha’s versie van The Weight kunnen plaatsen. Aretha en gospel is gewoon een niet te versmaden combinatie. Het is de timing, de gevoeligheid voor hard en zacht, de onversneden muzikaliteit. 2. Blue Holiday Hier had ook Don’t play that song kunnen staan, maar omdat ik die hierboven al in een live-versie voorschotelde, mag deze invallen. De ballads van Aretha zijn vaak geslaagd, maar ook grijsgedraaid en niet zelden iets te zoetsappig gearrangeerd. Maar met deze ballad kan ze me krijgen. Er zijn weinig nummers die melancholie zo mooi nabootsen als dit. Ik geloof oprecht dat die holiday ongelooflijk blue was. 1. Won’t be long. Een van de eerste nummers die ik leerde kennen, was Won’t be long, omdat de elpee van mijn moeder ermee begon. Toevallig is het ook een van de eerste nummers waarmee Aretha in 1961 de hitparade beklom. Het is verreweg mijn favoriet, nu al 31 jaar lang. Door het tempo, het zingen, de totale overgave tot de allerlaatste noot. Er bestaan heel goede live-versies van dit nummer, maar de versie op de plaat Queen of Soul vind ik de beste, dus die heb ik opgezocht. Beeld: Wikimedia Commons

De koningin is dood verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/de-koningin-is-dood/feed 2 47029
Schaduwjagen http://maartjeluif.com/2018/schaduwjagen http://maartjeluif.com/2018/schaduwjagen#respond Sun, 12 Aug 2018 05:54:47 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47026 Sinds vorig jaar ziet onze kat schaduwen. Vroeger sloeg ze er geen acht op, zoals alle katten die ik ooit had. Schaduwen waren soms heel even interessant, maar alleen als we er een spel van maakten, een jachtactiviteit, en slechts als er sprake was van een uiterst zwarte afgetekende schaduw die vinnig over de muur of de vloer bewoog. Tegenwoordig heeft Choco álle schaduwen ontdekt, ook de schaduw van mijn hoofd voor de iPad, ook de flikkeringen op tv en ook de zwakke grijze wazen die jij en ik over het hoofd zouden zien. Het is vermoeiend. Onze stuifpoes stuift al erg veel door het simpele bewegen van tastbare dingen, zoals mensen, meubels of deuren, en nu ze bijna vijftien is, begint ze dus ook de stuiven van lichtval, of het gebrek daaraan. Het heeft iets grappigs: je zit haar op te vrijen, achter haar oor, onder haar kin, ze is blij, tevreden, vol overgave en dan hop! Dan is ze weg. Want er bewoog iets achter jou. Haar fascinatie voor schaduwen is groter dan haar behoefte aan affectie en dat vind ik opmerkelijk. Nimmer had ik een poes die liever achter vage schimmen aanging dan stevig geliefkoosd te worden. Dus vroeg ik mij af: ziet jullie poes schaduwen? En dan bedoel ik niet de donkere equivalenten van het laserlampje, maar bijvoorbeeld de flauwe schaduw van je hand als je voor het raam staat.

Schaduwjagen verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/schaduwjagen/feed 0 47026
Tegen het innerlijke dreinen http://maartjeluif.com/2018/tegen-het-innerlijke-dreinen http://maartjeluif.com/2018/tegen-het-innerlijke-dreinen#comments Sat, 11 Aug 2018 07:27:26 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47019 Als het slecht met mij gaat, is onontkoombare afleiding mijn enige redding. Mijn gepieker is zo diepgeworteld dat er op sommige momenten niets anders op zit dan mijn hoofd in beslag te laten nemen. Iets doen dat zoveel hersencapaciteit vreet dat er geen geheugen meer over is om te herkauwen. Lezen werkt dan niet. Boeken confronteren me met mezelf, met hoe ik in het leven sta. Kan ik me meten met de hoofdpersonen? De denktrant van de schrijver? Heb ik zuivere motieven? Visies? Relaties? Boeken leiden ook tot beroepsdeformatie: wat gaat er goed in dit verhaal? Wat niet? Hoe zou dat beter kunnen? Bij kranten en tijdschriften is dat nog erger, lezen is huiswerk. Niet alleen haal ik elke tekst langs mijn innerlijke kwaliteitsmeter, ook is de er altijd de vraag: wat kan ik hiervan leren? Heb ik dit misschien later nodig bij mijn eigen stukken? Wandelen werkt al beter, maar geeft me toch nog te veel ruimte om rondjes te rennen in mijn hoofd. Het helpt dat ik het afgelopen jaar heb geleerd om alles te determineren wat ik zie. Om het innerlijke dreinen tegen te gaan, loop ik rond met een denkbeeldig aanwijsstokje: zomereik, Canadese eik, uitgebloeide look-zonder-look, eenstijlige meidoorn, tweestijlige meidoorn, lijsterbes. Maar als ik even verslap, ben ik weer in die echokamer van mijn gedachten, waar ik als een tafelhockeyschijf heen en weer gekaatst word en geen schijn van kans heb grip te krijgen. Bezig blijven is het devies, maar als ik de planten water geef of een keukenkastje boen, zijn er te veel openingen voor gepeins. Hetzelfde geldt voor de was ophangen, mijn benen scheren of de ramen zemen. Opruimen, ordenen, uitmesten of weggooien idem dito, allemaal taakjes die de knoopdenker tot wanhoop drijven. Het enige dat echt lijkt te werken, is spelletjes doen. Games zouden ook kunnen, maar momenteel ben ik meer op de bordspellentoer. Het grote voordeel van een spel is dat het mijn denkkracht volledig in beslag kan nemen. Ik ben fanatiek en welwillend genoeg om het con amore te spelen en als ik het juiste bordspel kies, leidt dat tot een inspanning die mijn denkkracht zodanig afbuigt dat het toch weer ontspannend wordt. De afgelopen periode zetten Wannes en ik ’s avonds mijn gedachten op stand-by door een paar potjes Terra Mystica te spelen. Terra Mystica is het beste spel dat ik in jaren heb gespeeld (en ik speel behoorlijk veel bordspellen). Ik ben nogal kritisch, vaak vind ik de speeltijd te lang in verhouding tot de spanningsboog, de geluksfactor is doorgaans te groot, de regels zijn te onduidelijk of de herhaling is te saai. Terra Mystica heeft me aangenaam verrast. Het is een tijdrovend spel, maar het is geen moment slepend, er komt veel geluk bij kijken, maar dat is volkomen in verhouding tot de factor ‘strategie’, en er zit zoveel variatie in het spel, dat je het overdreven vaak moet spelen voordat het saai wordt. Korte samenvatting: het is een spel waarbij je een rol aanneemt (cultisten, auren, dwergen, ingenieurs, moeraswezens, enzovoort et cetera) die je voordelen en nadelen zal bieden. De speler moet die voordelen benutten en proberen zo min mogelijk last te ondervinden van de nadelen. Omdat alle spelers altijd een andere rol (kunnen) hebben, zijn de verhoudingen tussen de deelnemers elke keer verschillend. Het is geen eenvoudig spel om te leren, want je moet handelingen verrichten die wat overzicht vergen, maar als je eenmaal thuis bent in de spelregels, blijkt steeds weer hoe ongelooflijk vernuftig en evenwichtig het spel in elkaar zit. Alsof het een miljoen keer is proefgespeeld en bijgeschaafd voordat het op de markt werd gebracht. Kortom, mocht je weldadige afleiding zoeken, overweeg Terra Mystica.

Tegen het innerlijke dreinen verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/tegen-het-innerlijke-dreinen/feed 2 47019
Stollende http://maartjeluif.com/2018/stollende http://maartjeluif.com/2018/stollende#comments Thu, 26 Jul 2018 07:46:22 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47013 Maandag zou de eerste dag van de rest van mijn leven zijn. Alle rommelige dagen van deze zomer lagen achter me en ik zou eindelijk ruimte en tijd hebben om mijn bijeen geschraapte goede moed te bundelen tot een productiviteit van heb-ik-jou-daar. Maar in plaats daarvan waad ik al dagen door de warmte. Ik check gordijnen, rolluiken, ramen en kieren meermaals per dag, zonder al te veel resultaat. Elk streepje licht betekent een streepje op de thermometer en er zijn te veel streepjes licht. Een huurhuis laat zich moeilijk dichttimmeren. Vandaag wordt het 37 graden. Dan is het in theorie net zo warm buiten mij als in mij, maar op mijn reizen naar Zuid-Europa maakte ik dat vaker mee en dat moment van evenwicht is me nooit opgevallen – dat ogenblik dat vooral zou moeten bestaan uit wat je niét voelt. Jacqueline de Vree schreef op Twitter dat onze hersenen niet smelten, maar dat de eiwitten in je brein stollen. Onomkeerbaar, bij 42 graden al. Aha, dacht ik, er zit beginnende Foe Yong Hai in mijn hoofd, of een karbonaadje. Nog 5 graden en het gerecht is klaar. Onomkeerbaar klaar. Dus de reden dat ik zo slecht presteerde op de eerste dag van de rest van mijn leven was een culinaire. Ik was stollende. Op de een of andere manier ervaar ik dat als geruststellend.

Stollende verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/stollende/feed 2 47013
Gespeculeer http://maartjeluif.com/2018/gespeculeer http://maartjeluif.com/2018/gespeculeer#respond Fri, 13 Jul 2018 08:26:31 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47007 Eergisteren liep ik door het bos en stapte ik bijna op een pad. Sindsdien denk ik om de paar uur even aan hoe dat hád kunnen zijn. Want ik had echt een stevig tempo, zo’n de-paden-op-de-lanen-in-tempo, met zwaaiende armen en een vastberaden trek om mijn mond. En ik mag dan niet veel wegen, voor een pad is het algauw te veel. Het was een wonder dat ik hem zag, want hij leek nog het meeste op een afgevallen blad. Op een paar centimeter van zijn freeze plantte ik mijn voet, en toen ik uitriep ‘hee, een pad!’ sprong hij weg met zo’n onbeholpen paddensprong. Het is een slechte gewoonte om van dingen die wel goed afliepen te bedenken hoe het zou zijn geweest als dat niet zo was. Ik voel de bobbel onder mijn schoen, ik beleef levendig het moment dat ik erop ga staan, totdat er iets moet gebeuren met die bobbel. Wat gebeurt er met een pad waarop je gaat staan? Knapt hij uit elkaar? Wordt hij uitgesmeerd? Of geeft hij mee? Als een Nike Air-bounceje? Ik ben blij dat ik het niet weet, maar ook weer niet, want dat gespeculeer de hele dag is ook niet alles. Beeld: pad uit Der naturen bloeme van Jacob van Maerlant (ca. 1235-ca. 1300)

Gespeculeer verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/gespeculeer/feed 0 47007
Lijn 9 http://maartjeluif.com/2018/lijn-9 http://maartjeluif.com/2018/lijn-9#comments Thu, 12 Jul 2018 13:58:35 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47003 beeld: Jan Oosterhuis CC BY-SA 3.0 Als kleuter kwam ik eens een meisje tegen dat nog nooit in een tram had gezeten. Ik dacht dat ze een grapje maakte, want voor mij was de tram na de fiets het tweede vervoermiddel in mijn bestaan. Mijn ouders hebben nooit een auto gehad, dus lijn 9 ontsloot voor ons de wereld. Het was de enige tram die dichtbij stopte en het was doorgaans de route naar afwisseling en vrije tijd. Aan lijn 9 waren nauwelijks verplichtingen verbonden, die lagen voornamelijk op andere assen. Lijn 9 was de tram naar de rondvaartboot, naar Artis, naar het Tropenmuseum, het was de tram naar films in Tuschinski, of in de Cineac, naar de veel te grote reus in het Amsterdams Historisch Museum, naar de Bijenkorf, V&D en het Waterlooplein. Het was de tram naar op vakantie met de trein, naar vrije tijd, naar anders. Het was de tram van de rust naar de drukte, van de huizen naar de winkels, van het dorp naar de wereld. Lijn 9 was de tram waarin ik leerde glippen (zwartrijden), maar waarin ik dat ook weer afleerde toen een controleur me eens dreigend toesiste dat een valse naam opgeven strafbaar was. Het was de tram die ik nam naar leuke jongens, memorabele gebeurtenissen en onverstandige beslissingen, een plaats waar ik huilde, lachte en bang was voor wat zou komen. De tram bracht me naar mijn eerst gekochte huis en haalde me daar weer weg toen ik voorgoed vertrok. De bestemmingen waren eindeloos. Maar lijn 9 was vooral het belletje dat ik hoorde als ik in bed lag. Het belletje dat de bestuurder liet rinkelen bij het oversteken van het kruispunt met de Kamerlingh Onneslaan en de Hogeweg. Als ik het belletje nog hoorde voor ik in slaap viel dan wist ik dat het nog geen half een ’s nachts was, en als het rinkelde bij het ontwaken, dan was het in elk geval na half zes. Als we knikkerden en we hoorden heel hard gloenk! dan wisten we: een noodstop, en dan holden we naar de hoek om te kijken bij het ongeluk. Lijn 9 was het belletje dat ik nog hoorde toen ik al geëmigreerd was. Dan zat ik meer dan tweehonderd kilometer verderop tv te kijken en dan hoorde ik het gerinkel op de Plantage Middenlaan, omdat Pauw en Witteman en Buitenhof werden opgenomen langs de route. Het stelde me gerust, te weten dat het er allemaal nog was. Dat ik weg kon gaan, maar dat mijn herinneringen op de een of andere manier op zijn plaats bleven. Op tv was het belletje van lijn 9 al enige tijd niet meer te horen, maar ik wist dat het er nog was. Vanaf volgende week verdwijnt Lijn 9 na 115 jaar helemaal. Aanstaande zaterdag neem ik de tram voor de laatste keer. Als ik daarna wegrijd naar België, zal achter me het spoor van mijn herinneringen langzaam uitgewist worden.

Lijn 9 verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/lijn-9/feed 7 47003
De structuur van asfalt http://maartjeluif.com/2018/de-structuur-van-asfalt http://maartjeluif.com/2018/de-structuur-van-asfalt#comments Mon, 09 Jul 2018 07:55:04 +0000 http://maartjeluif.com/?p=46992 Het onhandige aan mijn vak is dat ik er moeilijk reclame voor kan maken, omdat ik een overdreven discrete schrijfcoach ben. Als de auteurs die ik begeleid iets moois maken en successen boeken, wil ik niet roepen dat ik daar de hand in had, omdat ik mijn eigen invloed niet wil overschatten, maar ook omdat ik niet wil dat ik iets van de glans afhaal door het woord schrijfcoach te laten vallen. Daarom publiceren mensen verhalen zonder dat ik er al te nadrukkelijk mee aan de haal ga, daarom boeken mijn pupillen successen zonder dat iemand weet dat ik meelas, meedacht of meeschreef. Maar als iemand me in het dankwoord uitdrukkelijk noemt, dan wil ik wel een klein stukje van het gordijn opzij trekken. Voor een vriend Het begon tijdens een cursus non-fictie schrijven. ‘Ik wil een verhaal maken over een vriend,’ zei de cursist. Die vriend was iemand wiens zoon de diagnose autismespectrumstoornis had gekregen, waardoor de vader zelf op zoek was gegaan naar zijn eventuele diagnose. Prima idee, zei ik. En zo geschiedde. We zetten het verhaal over de vriend in de steigers, de cursist researchte, kwam terug met materiaal, en bouwde een aanzet voor een verhaal. Maar het verhaal kwam niet af. Na de cursus vroeg hij of ik ook aan persoonlijke begeleiding deed. Het toeval wilde dat ik net het concept voor de Schrijfcoach had bedacht en na de zomer zou beginnen. Zo werd hij mijn eerste auteur. Hoewel ‘ik vraag het voor een vriend’ al sinds mensenheugenis de manier is om te doen alsof iets niet over jezelf gaat, had ik geen argwaan gehad. Ten onrechte, want de eerste keer dat hij aan mijn keukentafel zat, bleek dat het perspectief was veranderd. De ‘hij’ was voortaan een ‘ik’ en het non-fictieverhaal over een ander werd een autobiografie. Mooi zicht op het harnas Het was een soepele samenwerking. Hij kon mooi schrijven, maar had nauwelijks overzicht en niet veel zelfvertrouwen. Daar kon ik bij helpen. Maandelijks namen we de vorderingen door: is het mooi genoeg, of kan het mooier? Is het te volgen? Gaat het nog steeds ergens naartoe? Hij geloofde niet dat hij het af zou krijgen en ik hield vol dat er geen enkele reden was waarom dat niet zou lukken. We puzzelden, brainstormden, corrigeerden, gooiden pagina’s weg en pluisden uit waar het vastliep of te ingewikkeld werd. Als je iemand jaren begeleidt met het meest persoonlijke verhaal van zijn leven, dan wordt dat verhaal een beetje van jou, zoals degene die de lijnen van het voetbalveld trekt vast ook het gevoel heeft dat hij een deel van de wedstrijd is. Naarmate het boek ronder werd en het in zich kreeg om af te raken, begon ik ook te geloven dat het publicabel was. Niet alleen was dit een belangrijk verhaal, leerzaam voor velen, herkenbaar voor anderen, ook was het een bijzondere vorm: een boek over de impact van ASS-diagnose op een gezin, maar geen zelfhulpboek, meer een roman. En het was gewoon goed geschreven, met prachtige beklemmende scènes, die scherp zicht geven op het harnas dat de hoofdpersoon om zich heen voelt, de momenten van hoop en vrees die bij een diagnose horen en de ingrijpende beslissingen die het gezinsleven van de hoofdpersoon ontwrichten of juist helen. Toen het manuscript af was, heb ik hem geholpen bij het benaderen van uitgevers en ik heb hem gesteund bij de teleurstelling van de afwijzingen. Het duurde een tijdje. Uitgevers lieten weten dat er al te veel autismeboeken waren, dat het niet in hun fonds paste of dat het erg mooi was, maar niet mooi genoeg. We waren al aan het mailen over eventueel uitgeven in eigen beheer toen er toch een uitgeverij toehapte. De Brouwerij/Brainbooks, een uitgeverij die gespecialiseerd is in verhalen over sociaal-medische en maatschappelijke relevante onderwerpen, wilde het wel uitgeven. Trots en blij Vanaf dat moment namen zij de begeleiding over, dus over de verdere totstandkoming van het boek weet ik niet zoveel. Wel weet ik dat ik trots en blij ben. Omdat het hopelijk voor veel mensen een hulp is, maar belangrijker: omdat Hans mooi kan schrijven en het terecht is dat zijn boek een kans krijgt om gelezen te worden. Dit is de aankondiging van de uitgeverij: De structuur van asfalt Hans Leduc De structuur van asfalt is een aangrijpend autobiografisch verhaal over Hans, een introverte man die zich elke dag na zijn werk als succesvol projectmanager van een bank terugtrekt in de veiligheid en de schijnbare idylle van zijn gezinsleven met zijn vrouw Sarah en zijn zoon Jasper. Wanneer Jasper ernstige leer- en contactmoeilijkheden krijgt, trekt er een schaduw over het leven van Hans en Sarah. De zoektocht naar hulp voor hun zoon brengt Hans ernstig uit evenwicht. Hij zondert zich af en verliest zich in zijn werk, en in fantasieën, angsten en waanbeelden. Zijn autoritten naar de hoofdstad en de vele wandelingen door de natuur bieden enerzijds rust en troost, maar ze slepen hem ook mee in een steeds dieper wordende afgrond. Als bij Jasper een autismespectrumstoornis wordt vastgesteld en er vragen rijzen over de erfelijkheid van de stoornis, komt Hans terecht in een innerlijke rollercoaster. Is het verhaal van Jasper ook zijn eigen verhaal? En als dat zo is: hoe zou zijn leven er hebben uitgezien als zijn problemen eerder herkend en erkend waren? Als hij hulp had gekregen, zoals Jasper? En wat zijn de gevolgen van een autismespectrumdiagnose? Zullen mensen je nog wel normaal behandelen? De structuur van asfalt is een zoektocht naar oorzaak en gevolg, naar vraag en antwoord. Het is de zoektocht van ouders die het beste willen voor hun zoon, van een man naar de betekenis van het verleden voor het heden, en van een gezin naar rust en veiligheid. Het boek is geschikt voor de grote groep die graag een mooi geschreven psychologische roman leest, maar het kan ook een belangrijk verhaal zijn voor lotgenoten en andere mensen met meer dan gemiddelde interesse in de zoektocht die een dergelijke diagnose met zich meebrengt. De structuur van asfalt verdiept en verbreedt het beeld dat veel mensen hebben van autismespectrumstoornis. ‘Een authentiek verhaal waarbij de complexiteit van autisme op een genuanceerde manier wordt belicht, met oog voor het lijden, maar ook voor de bijzonderheid en het talent van deze al te menselijke verscheidenheid. Een herkenbaar pleidooi voor liefdevol blijven zoeken naar verbinding en hoop.’ Prof. Dr. Dirk De Wachter, psychiater ‘Bij Hans Leduc begint autisme eerder op een gave te lijken dan op een stoornis, zo goed is het geschreven. Geweldig boek!’ Roelof Broekman, auteur Partycrash ‘De intense en hechte band tussen de kleine Jasper en zijn vader maakt veel emoties bij de lezer los. Een autismespectrumstoornis diagnose bij je kind kan als een boemerang weerkeren maar ook verhelderend werken bij een van de ouders, die op hun beurt een pijnlijke zielenstrijd aangaan met hun eigen ervaringen. Soms halen ze het niet, maar wie wel de moed heeft om diep in zijn binnenste te durven kijken, kan herboren worden met een nieuw aanvaarde ‘ik’. Dit boek is een aanrader voor iedereen die meer over het verwerken van een autismespectrumstoornis diagnose wil weten, en is recht uit het hart van een vader geschreven.’ Chris Lauwers, tijdschrift Autisme Centraal En hier een paar fragmentjes:

De structuur van asfalt verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/de-structuur-van-asfalt/feed 3 46992
Brandgevaar http://maartjeluif.com/2018/brandgevaar http://maartjeluif.com/2018/brandgevaar#comments Sun, 08 Jul 2018 14:43:57 +0000 http://maartjeluif.com/?p=46986 Het afgelopen jaar ontdekte ik iets wat ik altijd al dacht: ik mag niks fout doen. Ik kwam erachter dat ik de theorie van mogen worstelen en ploeteren best ken, maar dat ik in de praktijk volkomen blokkeer als ik een iets-minder-goede versie van mezelf dreig te zijn. Dat is een slechte houding als freelancer: als je blokkeert blijft de kachel niet branden, en als je blokkeert omdat je jezelf ongelooflijk hard aanpakt, heb je kans dat je zelf als brandhout in de haard belandt. Ik werp mezelf graag op als ruimhartig en realistisch, maar als het om het netto resultaat van mijn leven gaat, ben ik een zuinige boekhouder die niet kan wachten tot ze de aanstichter van de disbalans een afranseling kan geven. Een onbarmhartige houding waarmee ik mezelf danig demotiveer, die mijn creativiteit verstikt en die grotendeels zinloos is. Al sinds het ontstaan van Het Eiland Neus heb ik één keer per jaar een nervous breakdown. Daar kom ik doorgaans redelijk snel uit, maar het afgelopen jaar lukte het niet meer. Het deed me denken aan mijn hamster, Babbel, die in zijn rad soms plotseling ophield met lopen en dan achterwaarts over de kop ging om vervolgens met een plof uit het molentje te vallen. Nee, denk ik dan, dat mag niet gebeuren. Ik mag niet ophouden met lopen, want ik wil niet uit het molentje geslingerd worden. Maar intussen kán ik niet meer. Mensen geven me adviezen: man up, je kunt het best, ga in therapie, doe een cursus zelfverzekerdheid, of mindfulness, of ga desnoods in loondienst, doe iets. Maar die adviezen lijken op duizend manieren averechts te werken, want als ik iets ga veranderen dan moet dat, jawel, direct goed zijn, terwijl, er móét al zoveel in een keer goed gaan. Mocht je hier een vicieuze cirkel in zien, welcome to my life. Toch wil ik door mijn verstikking heen iets doen, ik ben de bodem beu, ik wil omhoog. Dus ga ik hier schrijven, in weerwil van alles. Met een innerlijke criticus die te veel ruimte inneemt, met een ballotagecommissie die gekneveld in een gangetje moet wachten tot het over is en met een bang hart, want het brandgevaar is nog niet geweken. Maar ook met het voornemen door te gaan. The only way is up.

Brandgevaar verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/brandgevaar/feed 12 46986
Seksisme is meer dan vuilbekkerij http://maartjeluif.com/2018/seksisme-is-meer-dan-vuilbekkerij http://maartjeluif.com/2018/seksisme-is-meer-dan-vuilbekkerij#respond Wed, 27 Jun 2018 13:24:16 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47453 De Nederlandse stichting CPNB die namens de boekensector het Nederlandse boek promoot, ligt onder vuur nadat ze vorige week het thema en de auteur van het boekenweekessay van 2019 had onthuld (DS 19 juni): een man zal schrijven over het thema De moeder de vrouw. Tweehonderd boekenvakkers trokken na dit bericht hun wenkbrauwen op en besloten een open brief te schrijven waarin ze vragen waarom er anno 2018 gekozen is voor een thema waarbij de vrouw vereenzelvigd wordt met de moeder én waarom voor beide boekenweekuitgaven een man de gelukkige is. Want niet alleen het boekenweekessay wordt door een man geschreven, eerder dit jaar werd bekend dat ook het boekenweekgeschenk aan een man is toebedeeld. De CPNB beantwoordde de brief in de vorm van een stapeltje drogredenen. Het excuus dat de stichting aanbiedt, is van het kaliber dat doorgaans komt van mensen die eigenlijk vinden dat ze niets verkeerd hebben gedaan. Geen ‘sorry dat ik dit heb gedaan’, maar ‘sorry dat je me verkeerd begreep’. De CPNB schrijft: ‘Dat over het thema zo’n groot misverstand is ontstaan spijt ons zeer.’ Het persbericht vervolgt direct: ‘Het idee van de moeder de vrouw aan het aanrecht is nooit het beeld geweest dat wij wilden belichten. Wie goed en met goede wil leest, ziet ook dat dat er simpelweg niet staat; er staat de moeder de vrouw.’ Het argument is kort gezegd: wij hebben het niet over ‘het aanrecht’ gehad, dus hoezo seksisme? Dat is een zogenaamd ‘stropop-argument’, verwijzend naar vogelverschrikkers van stro die geen echte mensen blijken te zijn. De brievenschrijvers reppen namelijk nergens van een ‘aanrecht’. Ze winden zich op over de beeldvorming rond vrouwen, die tegen wil en dank al eeuwenlang ­belicht worden om hun moederschap. Toch wordt de klagers verweten dat zij niet goed én niet met goede wil hebben gelezen. Het is jammer dat in dit soort discussies vaak wordt geprobeerd om de zaken zo te versimpelen dat alleen overduidelijke beledigingen nog vallen onder seksisme, terwijl goedbedoeld seksisme in onze maatschappij veel structureler en ingrijpender is dan de vuilbekkerij en clichés waarmee velen het begrip asso­ciëren. Iets verderop maakt de stichting in dat opzicht vlek op vlek door te schrijven: ‘Zoals gezegd, het ging ons juist om sterke, moedige, autonome personages.’ Maar ook dat is goedbedoeld seksisme, want waarom zou je alleen de sterke personages hun emancipatie gunnen? Hebben de slappe personages het dan wél verdiend om achter te blijven bij hun mannelijke evenknieën? Over het feit dat beide boekweek­uitgaven worden geschreven door een man schrijft de stichting: ‘Het getuigt volgens ons juist van emancipatie dat een essay met het thema moeder niet per se door een moeder of een vrouw geschreven hoeft te worden.’ Ja, dat zou je kunnen zeggen, maar niet als je in twintig jaar nog geen kwart van je uitgaven door vrouwelijke auteurs laat schrijven, zoals de CPNB. Dan is het potsierlijk om aan te voeren dat het emancipatoir is om voor dit onderwerp een man te kiezen. Literatuurwetenschapper Corina Koolen concludeerde naar aanleiding van haar onlangs verschenen doctoraatsonderzoek dat er sprake is van een vicieuze cirkel: uitgevers beschouwen het werk van vrouwen als minder literair, daarom verkopen vrouwen minder boeken, met als gevolg dat minder media over die boeken berichten, en ten slotte is de algehele perceptie zo beroerd dat vrouwen maar een kwart van de literaire prijzen in de wacht slepen. Voor geen van die verschillen is volgens Koolen een kwalitatieve reden. Kortom: het seksisme is structureel en onbedoeld. Deze situatie heeft niets te maken met een wereldwijd mannencomplot, maar met een eeuwenlang ingesleten mannelijke blik, waarmee we allemaal kampen, ook de vrouwen. Die beeldvorming en culturele structuur verdwijnen niet vanzelf, integendeel: het aandeel gelauwerde vrouwen is gedaald ten opzichte van dertig jaar geleden. De oplossing is dus ook niet eenvoudig. Er werken steeds meer vrouwen in het boekenvak, maar dat wil niet zeggen dat zij bestand zijn tegen die mannelijke blik. De CPNB eindigt haar betoog met: ‘Tegelijkertijd overwegen wij uiteraard hoe wij aan deze kwestie een positieve wending kunnen geven, die ook recht doet aan de discussie.’ Voorstel: begin met je in te lezen over goedbedoeld seksisme en stop met ongemeende excuses en nepargumenten aan te voeren. Deze column verscheen op 20 juni 2018 in De Standaard.

Seksisme is meer dan vuilbekkerij verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/seksisme-is-meer-dan-vuilbekkerij/feed 0 47453
Wie wil er nu geen vaginale eigenwaarde? http://maartjeluif.com/2018/wie-wil-er-nu-geen-vaginale-eigenwaarde http://maartjeluif.com/2018/wie-wil-er-nu-geen-vaginale-eigenwaarde#comments Wed, 13 Jun 2018 10:04:32 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47110 Als kleuter vond ik het fantastisch hoe mijn benen, als ik op de wc-bril ging zitten, twee keer zo breed werden. Met duim en wijsvinger mat ik ze: ja hoor, twee keer zo breed. En als ik ze plat drukte, zelfs drie keer. Wonderlijk! Die verwondering duurde een paar zalige jaren, tot ik doorkreeg dat vrouwenbenen helemaal niet breed hoorden te zijn. Ik was een jaar of tien toen het moment aanbrak dat ik me in de eenzaamheid van het kleine kamertje zat te schamen voor mijn brede benen, zozeer dat ik soms al plassend mijn spieren aanspande om mijn slanke benen ook zittend te behouden. ‘Er is een miljardenbusiness gebouwd op de onzekerheid van jonge meisjes’, zei Bieke Purnelle van Rosa, het kenniscentrum voor gender en feminisme, gisteren in deze krant (DS 5 juni). Ze reageerde op het bericht dat in 2016 de helft meer ‘schaamlipcorrecties’ werden uitgevoerd dan in het jaar daarvoor (DS 4 juni). Haar duiding is een belangrijke aanvulling op de verklaring die de onderzoekers meestuurden voor de explosieve toename van zulke operaties: de pornoficatie van de samenleving. De ‘pornoficatie van de samenleving’ is een fijne schuldige om aan te wijzen, want zo heeft niemand het gedaan. Het is een beproefd recept: roepen dat alleen de allerbruinsten écht discrimineren, dat #MeToo slechts bedoeld is voor ‘echte’ verkrachters en dat seksisme hooguit een probleem is van de mensen die de samenleving tot een pornografisch paradijs willen maken. Terwijl dit soort kwesties doorgaans zo structureel is dat we allemáál onderdeel van het probleem zijn. Neem de pornoficatie-uitleg. Die suggereert dat vrouwen die aankloppen voor een verkleining van hun schaamlippen, last hebben van de algehele seksualisering van de maatschappij. Terwijl de schaamte van veel vrouwen voor ongeveer alles dat los- en vastzit aan hun lijf bezit van ze neemt, ver voordat ze hun eerste commercieel geëxploiteerde kutje zien. Mijn eerste oogpotlood kocht ik op de lagere school, evenals mijn eerste scheermesjes, en ik wenste contactlenzen op een leeftijd dat ik nog het risico liep ze in de zandbak kwijt te raken. In mijn badpak mocht geen zweem van een spleetje zichtbaar zijn, en als dat wel zo was, zat ik constant aan mijn kruis te trekken. Ik was het perfecte slachtoffer van het idee dat een vrouwenlichaam voortdurend bijstelling vereist. Het is al langer bekend dat diversiteit pas een rechtmatige plaats in de maatschappij krijgt als ze iets opbrengt. Zo waren grote bedrijven early adopters toen ze zwarte vrouwen in reclames castten, omdat ze plotseling beseften dat zwarte vrouwen ook geld hadden. Dat lijkt heel emancipatoir, maar daar staat tegenover dat diezelfde bedrijven net zo goed de duivelse ge­nieën waren die verzonnen dat er blauwe producten voor mannen moesten komen en roze voor vrouwen. Want als je van elke driewieler er twee kunt verkopen, omdat een jongetje toch godbetert niet op het roze fietsje van zijn oudere zusje kan rijden, dan is dat pure winst. Tot zover het emancipatoire motief van grootverdieners. We willen hyperdiversiteit pas omarmen als er iets te halen valt. Zo ontving de man die deze maand een bungelende Parijse peuter van een wisse dood redde een verblijfsvergunning, terwijl mensen die dat niet hadden gedaan, maar verder in dezelfde omstandigheden verkeren, er geen kregen. Of denk aan dikke mensen, dialectsprekers of mensen met een beperking, die pas op tv mogen als ze bewezen publiekstrekkers zijn, terwijl dunne mensen, zonder beperking, die AN spreken, daar niet aan hoeven te voldoen. Diversiteit is van geen belang, tot men denkt er voordeel bij te hebben. Aan vrouwen die hun lijf prima vinden, valt weinig te verdienen, dus hebben neringdoenden er belang bij ze ervan te overtuigen dat hun lichaam niet deugt. Vrouwen die zich goed in hun vel voelen, kopen namelijk geen wimperserum, antirimpelcrème of zonnebankabonnement, die kopen geen vrouwenbladen die make-overs promoten of tips geven over hoe je je vagina ‘zomerklaar’ kunt maken, zoals de Amerikaanse Teen Vogue de afgelopen week deed. Op een website die vaginacorrecties aanprees, vond ik de volgende zin: ‘Hoewel de procedure meestal esthetisch is, om de vaginale eigenwaarde te verbeteren, kan de ingreep ook aangewezen zijn bij pijn tijdens geslachtsgemeenschap, fietsen of sport.’ Vaginale eigenwaarde! Wie wil dat nu niet? Maar uiteindelijk is ook dat woord slechts bedoeld om ons minstens duizend euro te laten betalen om doodnormale lichamelijke kenmerken te problematiseren. Want vrouwen die begrijpen dat het superbeperkte schoonheidsideaal ons een rad voor ogen draait, zijn de nachtmerrie van elke marketeer. Deze column verscheen op woensdag 6 juni in De Standaard.

Wie wil er nu geen vaginale eigenwaarde? verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/wie-wil-er-nu-geen-vaginale-eigenwaarde/feed 1 47110
Imaginary friends Meghan en Harry http://maartjeluif.com/2018/imaginary-friends-meghan-en-harry http://maartjeluif.com/2018/imaginary-friends-meghan-en-harry#comments Wed, 30 May 2018 09:57:47 +0000 http://maartjeluif.com/?p=47106 Een van mijn vrienden gelooft in buitenaardse wezens. Er is er ook een die gelooft in Messi, eentje gelooft in Allah, nog een ander in Pascale Naessens. Ik heb ook een vriend die zweert bij homeopathie, eentje die gelooft dat er ‘iets’ is, en dit weekend kwam ik erachter dat onverwacht veel mensen in mijn omgeving geloven in een bruidsjurk ter waarde van een gezinswoning. Dat mijn vrienden kritiekloos sprookjes binnenlepelen, kan ik aanvaarden. Ik zal hun logica bestrijden, mochten ze erover willen praten, ik zal hun toewijding een betere zaak waardig achten, en ik zal betwijfelen of hun overtuiging de wereld veel goeds zal brengen. Maar ik zal ook hun verlangen naar een geruststellend verhaal accepteren zoals ik het weer aanvaard: soms regent het nu eenmaal. Sommige mensen voelen zich geborgen bij schijnvertoningen van divers allooi en een deel van die mensen hing zaterdag betoverd voor de buis. Van mij mag het allemaal, geloof in sprookjes zoveel je wilt, als je er een ander maar niet mee schaadt. En dat is waar de schoen wringt. Want de overdreven hoeveelheid tijd, geld en middelen die dit weekend wereldwijd in het huwelijk van de Britse prins Harry en zijn verloofde Meghan Markle werden geïnvesteerd, gaan af van de tijd, geld en middelen voor andere zaken. De miljoenen die aan dit toneelstuk werden besteed, kunnen niet meer ten goede komen aan iets anders. De honderden journalisten die stukjes schreven zijn die tijd voor eeuwig kwijt. En het verwrongen beeld van echte liefde gegoten in een malletje van macht en geld zal langer op ons netvlies nazinderen dan ons lief is. Ooit kende ik een meisje met een imaginary friend. De schijnvriendin wandelde en fietste mee, hield de wacht in de nacht, zat aan het ontbijt en was een perfecte soulmate. Familie en vrienden accepteerden de geestesverschijning, ze gunden het meisje haar fantasie en liepen met een respectvol boogje om het verzonnen obstakel heen. Maar die gastvrijheid veranderde toen er boterhammen voor de ingebeelde vriendin moesten worden gesmeerd, toen ze de wc bezet hield en toen ze ook nog eens plaatsnam op de laatste lege plek in de auto. Daar trok de familie de grens: prima hoor, zo’n logé, maar er moet nu echt iemand naar de wc. Het probleem met de legitimatie van sprookjes en ingebeelde vrienden is dat de verhouding zoek raakt. Een vierjarige die doet alsof ze twee hondjes is die samen kunnen spelen, dat is best schattig, maar als we bomma thuis moeten laten omdat de imaginary friend op de passagiersstoel is gaan zitten, kun je je afvragen of er nog iemand is die de dingen in perspectief ziet. Zo ook met het sprookjeshuwelijk: als er publieke middelen voor worden aangewend, als er sprake is van groteske beeldvorming en als er nauwelijks vraagtekens worden gezet bij het onhaalbare en het onbetaalbare, dan is het moment aangebroken om het geruststellende verhaal te ontmaskeren. Want de schijnbewegingen van de biologische taart, de diversere gastenlijst en de ‘moderne’ invulling van eeuwenoude tradities kunnen niet verhullen dat we te maken hebben met decadent powerplay van de allerrijksten, met het patriarchaat in vol ornaat, met de pr-machine van de protocollenfabriek en met de giftige vertekening van het hoogst haalbare: de liefde. Duizenden zichzelf serieus nemende mensen hebben het verhaal van de moderne monarchie voorbereid en planeetbreed verspreid. Miljoenen mensen slikten het voor zoete koek en bijna niemand vroeg zich af of er geen uitstervende natuur, noodlijdende nutsvoorziening of zieltogende regio gebaat zou zijn geweest met al dat geld en al die inzet. De afgelopen weken was de herberg Brood en Spelen gereserveerd voor Harry, Meghan en de aan hun gewijde massahysterie. De komende weken verwacht ik bezoek van beroemde voetballers voor wie we al onze principes en een flinke zak met geld opzijzetten. Ik maak me daar zorgen over. Want de waanzin mag dan waanzin zijn, de waanzin kost écht tijd, écht geld, écht energie. We normaliseren overdreven oppervlakkigheid en machtige systemen die hun beste tijd hebben gehad in de hoofden van miljoenen échte mensen. Deze column verscheen op woensdag 23 mei 2018 in De Standaard.

Imaginary friends Meghan en Harry verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/imaginary-friends-meghan-en-harry/feed 1 47106
Hier gaat het om: insecten http://maartjeluif.com/2018/hier-gaat-het-om-insecten http://maartjeluif.com/2018/hier-gaat-het-om-insecten#respond Sun, 27 May 2018 07:55:30 +0000 http://maartjeluif.com/?p=46963 Wat je hoort Je hoort eksters en kikkers, die soms krek hetzelfde geluid maken, het zondagse gezoem van een paar vliegende insecten en het wegennetwerk in het noordoosten van Leuven. Wat je ziet Hier gaat het om. Zie je al die vliegsels? Al die bewegende fliebertjes in beeld. Dat is wat er gebeurt als je je gazon veel minder maait. Beestjes. En die beestjes zijn belangrijk. Voor ons allemaal. Ze eten en worden gegeten en houden zo al onze ecosystemen draaiende. Als die beestjes verdwijnen, verdwijnt uiteindelijk alles. Stop dus maar met maaien.   • Meer informatie over minder maaien.

Hier gaat het om: insecten verscheen op Maartje Luif. © Maartje Luif.

]]>
http://maartjeluif.com/2018/hier-gaat-het-om-insecten/feed 0 46963