Huisje boompje beestje

Ten eerste:
Toen ik klein was, zei ik dat ik later nóóit zou trouwen.
En dat ik nóóit een huis zou kopen.
Niks voor mij.
November zes jaar geleden kocht ik voor het eerst een huis.
Vandaag precies vijf jaar geleden trouwde ik.
Een jaar geleden kocht ik voor de tweede keer een huis.
Vandaag kreeg ik dat huis eindelijk in bezit.
Afgelopen vrijdag zat ik bij een hypotheekverstrekker voor een derde huis.
Dat ik ga kopen met iemand met wie ik zo zou willen trouwen.

En verder:
1. De illustratie is mijn nieuwe bankpas. Via Webkim kwam ik erachter dat je die tegenwoordig zelf mag ontwerpen.
2. De pas is geldig tot 2010. Ik vind dat ik door deze pas al een beetje getrouwd ben. In elk geval tot 2010.
3. U herkent het plaatje misschien (klik).
4. Als u een uiterst bloedstollende Lola rennt vs 24 mash-up wilt lezen, raad ik u aan hier spoedig terug te keren teneinde het relaas van mijn helletocht van vandaag aan te horen.

Door de bank genomen:
– bezit ik per vandaag een huis
– ben ik door mijn bankpas vanaf vandaag voor vijf jaar getrouwd
– heb ik mijzelf verplicht morgen of overmorgen een stukje te schrijven over de werkelijk zinderende finale van mijn superaankoop

En dus:
Wordt vervolgd.

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.

De dames tussen Leuven en Amsterdam

Zezunja meets lokettiste op het station in Leuven.

Zezunja: ‘Hoe kom ik op dit moment het snelst van Leuven naar Amsterdam?’
Lokettiste: ‘Als u dat een paar minuten eerder had gevraagd, had ik u een goede route kunnen geven. Nu zult u hier een half uur moeten wachten. En dan in Mechelen nog een uur.’
Zezunja: ‘Oeh. Het was inderdaad fijn geweest als ik dit een paar minuten eerder had gevraagd.’
Lokettiste: ‘Ja, u kunt daar moeilijk over doen, maar er zijn ook mensen die dat geen probleem vinden.’
Zezunja:

Zezunja meets ouw bommake bij de geldautomaat in Mechelen

Ouw bommake: ‘Mevrouw, kunt u mij even helpen? Ik ga voor de eerste keer naar de bankautomaat en ik kan niet zo goed lezen.’
Zezunja: ‘Natuurlijk.’
Ouw bommake: ‘Wat staat er?’
Zezunja: ‘Welkom.’
Ouw bommake: ‘Moet ik dan nu mijn code geven?’
Zezunja: ‘Nee, nog niet, u moet nog even wachten.’
Ouw bommake: ‘Wat staat er nu?’
Zezunja: ‘Nog steeds welkom.’
Ouw bommake: ‘Wacht, ik zal mijn code intikken.’
Zezunja: ‘Nee, u moet écht nog even wachten.’
Ouw bommake: ‘Maar allez, ik kan dat niet lezen.’
Zezunja: ‘Nee, daarom vertel ik het u.’
Ouw bommake: ‘En nu?’
Zezunja: ‘Nog steeds welkom.’
Ouw bommake: ‘Zullen we opnieuw beginnen?’
Zezunja: ‘Nee, dat is niet nodig. U kunt het beste gewoon even wachten.’
Ouw bommake: ‘Wachten?’
Zezunja: ‘Ja, nog even… Okee, u krijgt nu de vraag of u geld wilt opnemen.’
Ouw bommake: ‘Da’s goed.’
Zezunja: ‘Wilt u twintig, vijftig, honderd of tweehonderd?’
Ouw bommake: ‘Tweehonderd.’
Zezunja: ‘Wilt u een ticketje?’
Ouw bommake: ‘Ja.’
Zezunja: ‘Dan mag u nu uw code intoetsen.’
Ouw bommake: ‘Oh. Oh nee. Die was verkeerd.’
Zezunja: ‘Wacht, ik druk voor u de correctietoets in. Dan kunt u opnieuw beginnen.’
Ouw bommake: ‘Ach, wat doe ik dom. Weer verkeerd.’
Zezunja: ‘Maar mevrouw, nu moet u toch even goed opletten, want als het net zo is als bij ons, dan wordt uw pas zo ingeslikt en dan moet u naar de bank om ‘m terug te halen.’
Ouw bommake: ‘Wel, dan zal ik eens goed opletten.’
Zezunja: ‘Okee, nu moet u even wachten.’
Ouw Bommake: ‘Maar ik zie geen geld.’
Zezunja: ‘Nee, dat is er ook nog niet. Dat komt zo.’
Ouw bommake: ‘Maar waar is dat geld dan?’
Zezunja: ‘Dat komt eraan. Nog even geduld.’
Ouw bommake: ‘Dat duurt lang hè?’
Zezunja: ‘Er staat nu dat uw saldo niet toereikend is.’
Ouw bommake: ‘Maar waar is dat geld dan?’
Zezunja: ‘Dat geld gaat dus niet komen, want u heeft niet voldoende saldo.’
Ouw bommake: ‘Maar dat geld hoort toch hieruit te komen?’
Zezunja: ‘Tenzij u niet genoeg geld op uw rekening heeft.’
Ouw bommake: ‘Zullen we het nog een keer proberen?’
Zezunja: …

Zezunja meets female railtender in de trein van Mechelen naar Amsterdam

Zezunja: ‘Een cappuccino alstublieft.’
Female railtender: ‘Wilt daar suiker en melk bij?’
Zezunja: ‘Nee, dank u.’
Female railtender: ‘Wilt u daar misschien een stroopwafel bij?’
Zezunja: ‘Nee, dank u.’
Female railtender: ‘Wilt daar een Sultana bij?’
Zezunja: ‘Nee hoor, niets van dat al, dank u.’
Female railtender: ‘Een wafel? Een gevulde koek?’
Zezunja: ‘Nee, ik hoef er écht niets bij, dank u.’
Female railtender: ‘Ook geen broodje?’
Zezunja: …

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.

Com-mu-ni-ca-tie

Dwarzand en M (bij u beter bekend als Dwarzand JP. Bach en Purple Sheep Smetana) zijn al een eeuwigheid mijn beste vriendjes. Ik heb daar een paar van, van die beste vriendjes. Dwarzand en M behoren tot de elite. Tegenwoordig heb ik een bandje met Dwarzand en M en zit ik dus met mijn beste vriendjes in een band. Daardoor worden mijn beste vriendjes ook elkaars beste vriendjes en dat is leuk. Heel leuk.

Maar eerst moeten ze nog even leren communiceren, die beste vriendjes van mij. Want dat gaat niet vanzelf. En ik spreek uit ervaring als ik zeg: je kunt alleen beste vriendjes zijn als je een beetje fatsoenlijk met elkaar kunt communiceren. Pra-ten dus. Dwarzand en M hebben nog een lange weg te gaan.

Begin 2004 had ik ook al ‘ns een paar maanden een bandje met onder meer M en Dwarzand. M was toen pianiste en Dwarzand speelde gitaar. De communicatie tussen en M en Dwarzand was toen al weergaloos.

Dwarzand: Het is achtereenvolgens G, Fis, en dan een C.
M: Een Fis? Maar je speelt daar helemaal geen Fis. Dat is een Cis.
Dwarzand: Okee, een Cis dan. Daarna komt D, G, D, G.
M: Maar je speelt dat helemaal geen D. Dat is een Gis.
Dwarzand: Okee een Gis dan. Vervolgens hebben we dat open akkoord, die Dis.
M: Maar je speelt daar helemaal geen Dis, je speelt een C daar.
Dwarzand: Is dat een C?

Voordat u denkt dat Dwarzand een onbenul is: dat is-ie niet. Dwarzand is autodidact en weet de meeste akkoorden prima te benoemen. Alleen de kleine pinkvarianten en zulks maken hem snel in de war. M heeft het conservatorium gedaan en weet alles dus juist feilloos te benoemen. M komt van Venus en Dwarzand van Mars.

In dit bandje is M onze tweede zangeres. We zijn blij met ‘r, ze zingt mooi. Als beste vriendjes staan we de sterren van de hemel te spelen. En soms moet er weer gecommuniceerd worden.

Dwarzand: M, ben je er klaar voor? Want dan doen we de first take.
Zezunja: Ja, M zo gaat dat hier, als we opnemen, spreken we van first takes.
Dwarzand: Maar die first take is nog niet definitief hoor. Maak je geen zorgen.
Zezunja: Nee, want dan krijgen we nog de second first take, en de third first take.
Dwarzand: Ja, en dan gaan we naar de last take.
Zezunja: Maar zo ontzettend last is die niet hoor. Niks definitiefs.
Dwarzand: Nee, dat is pas de first last take.
Zezunja: Ja dan krijgen we nog een second last take…
Dwarzand: … en een third.
Zezunja: En dan komt de final take.
Dwarzand: Maar dat is nog niks om je druk over te maken.
Zezunja: Nee, er komt altijd een second final take.
Dwarzand: Ja, en als het nodig is gaan we door tot de tenth final take.
Zezunja: Maar dan moet het ook wel final zijn.
Dwarzand: Ja, dan is het klaar.
M: (…)

We hebben nog een lange weg te gaan.
Mijn beste vriendjes en ik.

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.

Interview met PP. Poppetje

PP. Poppetje was een bekende interviewer en het alter-ego van Jessica.

Sinds wanneer weblog je?
23 mei 1980
Dat logje kwam met enige vertraging op het net.

Wat was je eerste kennismaking met het verschijnsel webloggen?

Ik denk via Merel Roze. Ik heb een jaar of vier met Merel samengewerkt en ik geloof dat mijn zus en mijn nicht -die ook oud-collega’s van Merel zijn- mij vertelden dat ze een weblog had. Die begon ik toen te lezen.
Mijn eerste kennismaking met mijzelf als weblogger was een paar maanden later, november 2003. Ik had tot dan toe alleen wat weblogs gelézen, maar op een sombere novemberavond in een wat-zal-ik-nou-weer-eens-doen-stemming maakte ik plotseling een weblog aan bij punt.nl. Het verbaasde me zelf.

Waarom begon je ermee?

Door mijn stemming die avond. Ik dreigde me te gaan vervelen. Dat zou hooguit vijf minuten geduurd hebben, maar toch. Alleen al het moment van dreiging is voor mij genoeg iets dergelijks te beginnen. Op die manier belandde ik ooit op een cursus Pentjak Silat en zo begon ik met liedjes schrijven. En zo komt het ook dat ik soms tot mijn grote schrik ineens aan een prijsvraag zit mee te doen. Deze keer draaide dat dus uit op een weblog.
Daarnaast had ik zin om te freewheelen. Schrijven als beroep is net als lezen voor je examenlijst: voor je het weet is het niet leuk meer. Dat wilde ik voorkomen door er zomaar in het wilde weg wat op los te schrijven. Dat viel in het begin trouwens nog vies tegen, dat freewheelen. Vrij zijn bleek nog best moeilijk.

Met een naam als Zezunja ligt de vraag natuurlijk voor de hand: wat is een Zezunja?

Een Zezunja is een wat bang uitgevallen thrillseeker, een watje in bikkelkleren, een onverbeterlijke romantica die denkt dat ze rationeel en realistisch is en die tegelijkertijd en plein public voortdurend het tegendeel bewijst. Mocht je iets dergelijks in het wild tegenkomen: hoed je!

Hoe is die naam ontstaan? Niet iedereen kent het verhaal ;)

Dat was op eenzelfde avond als hierboven beschreven, maar dan langer geleden. Een avond waarop ik normaal gesproken een weblog begin, besluit Djembé te leren spelen of zelf mijn haren ga knippen. Op zo’n avond, ergens eind vorige eeuw, maakte ik een account aan in Utopia, een spel dat ik vervolgens járen heb gespeeld. Ik snapte de eerste dag nog de ballen van het spel, maar was gelijk al aangenaam verrast dat ik zoveel namen mocht bedenken. Één naam voor het koninkrijk, eentje voor je provincie en nog een voor jezelf. Ik was een elf-tovenaar en het spel was Amerikaans. Ik krabbelde wat op papier in een succesvolle breinbries en plots was daar Lady Zezunja The Sorceress. Daarna ben ik nooit meer van naam veranderd. Zezunja werd mijn alterego.

Hoe zou jij webloggen eigenlijk omschrijven en waar gaat het naar toe?

Ik heb er drie. Drie omschrijvingen.
Webloggen is een rage. Webloggen is niks. Webloggen is alles.

De eerste is een goede omschrijving. Een rage, een hype, een ijzersterk concept en tegelijkertijd een buitenproportioneel, zeepbelachtig fenomeen.

De tweede omschrijving, webloggen is niks, geef ik omdat webloggen zóveel tegelijk is, dat het – net als bij het woord kunst of het woord literatuur – in het geheel niet duidelijk is wat je ermee bedoelt, tenzij je tot in detail uitlegt waar je het over hebt. Dat maakt woorden niet erg bruikbaar. Omdat een linkdump niet met een lifelog te vergelijken valt, is het woord weblog een tamelijk hol begrip.

En dan de derde omschrijving: webloggen is alles. Als je met enige regelmaat iets op een internetsite zet -maakt niet uit wat- en je noemt dat een weblog, dan ís dat een weblog. Zo werkt het nou eenmaal. Van een blote kont tot een wanstaltige dichtregel: alles valt onder de noemer weblog. In die zin lijkt een weblog maar aan twee criteria te te hoeven voldoen. 1. je moet je website met een zekere regelmaat ‘aanvullen’, maar dat hoeft niet eens écht vaak te zijn. En 2. je moet het zelf een weblog noemen.

Waar het naartoe gaat? Ik denk dat steeds meer mensen met enige regelmaat iets op internet gaan gooien. De vervuiling zal alleen maar toenemen, maar de parels worden vermoedelijk ook talrijker. En hoe meer verschijningsvormen er komen, hoe meer ik betwijfel of al die verschillende soorten sites onder één noemer blijven vallen. Het woord ‘weblog’ gaat sneuvelen, denk ik. Hoop ik.

Je hebt een journalistieke achtergrond, heeft dat je webloggen beïnvloed?

Ja. Ik geef les in het schrijven van alle mogelijke journalistiek genres. Reportages, columns, recensies, nieuwsberichten, enzovoort, et cetera. Uit al die genres gebruik ik wel wat stijlmiddelen, trucjes of principes. Tegelijkertijd probeer ik ook al die stramienen juist een beetje los te laten. Anders ben ik toch weer aan het werk. Een gedicht schrijven is soms ook wel eens lekker. Of een fijne zeurbrief.

Je zingt ook in een band, is er verschil tussen een logje en een liedje schrijven? En zo ja wat?

Ja. Hoewel ik soms dezelfde onderwerpen gebruik in liedjes als in logjes, is de taal die je hanteert heel anders. Bij liedjes moet het ritme van de woorden passen bij het ritme van de muziek. Logisch, maar dat beperkt je wél. Een logje mag veel meer zijn eigen weg vinden.
Maar in liedjes mag je dan weer eindeloos herhalen, dat is ook fijn. En je mag de grootst mogelijke onzin opschrijven, want dat is heel normaal in popmuziek.

Je flirt nog wel eens met aandachtsinkoppertjes: is alles geoorloofd binnen de weblograce om de aandacht?

Webloggen is leuk bij de gratie van aandacht, net als de journalistiek. Anders kan ik net zo goed mijn schrijfsels op mijn C-schijf opslaan.
En flirten is altíjd leuk.
Dus ja. In liefde, oorlog én webloggen is álles geoorloofd.

Sinds maart dit jaar word je log opgevrolijkt met De een en de Ander. Kun je die aan ons voorstellen?

De Een en De Ander zijn de figuurtjes die je krijgt als je een Zezunja poppetjes laat tekenen. Een gemiddelde Zezunja kan namelijk helemaal niet tekenen en probeert de schade te beperken door te bezuinigen op zaken als mond en ledematen.
De naam De Een en De Ander ontlenen ze aan een dichtbundel van Toon Tellegen. De poppetjes die ik teken komen in een concreet soort abstractie wel een beetje overeen met de figuurtjes in de (schitterende) dichtbundel van Tellegen.

Een voorbeeldje uit de bundel.

Ik ben dood, zegt de een.
Hoe kóm je erbij, zegt de ander

en gaat naast de een zitten
legt hem uit wat hij wel is,
slaat zijn armen om hem heen,
streelt hem,
wiegt hem,
slingert hem in het rond.
valt met hem op de grond,
probeert zich los te wringen,
hijgt, schreeuwt – alles aan hem doet pijn –

want niets is zo ingewikkeld
als niet dood zijn.

(Uit: De een en de ander, Toon Tellegen, Querido, 2001)

Is er iets dat je niet kan maar erg graag zou kunnen?

Rijk worden.

Heb je een held op dat gebied?

De Delfzijler die de grootste individuele loterijprijs in Nederland ooit won. Hij is mijn grote voorbeeld.

Heb je iets dat je heel goed kan maar wat je liever niet had gekund?

Actiefilms naspelen in mijn slaap. Dat kan voor mijzelf en mijn lief leiden tot een ware slijtageslag.

Wat wil je worden als je later groot bent? ;)

Oud -met mijn lief. Prof-zangeres. En zó rijk dat ik een huis met acht kamers, een bootje en een cadeautje voor mijn lief kan kopen.

En als laatste: iedere gast mag altijd een wedervraag stellen:
What’s yours?

Ik pik er eentje van jou, met uw welnemen.
Hoe is je naam ontstaan? Niet iedereen kent het verhaal. ;-)

Heel fijn dat u onze gast wilde zijn, als je nog even blijft trekken we de cognac open ;)
Ah, cognac, waarom zeg je dat nu pas?

Wat doen we met de Lama?

We gaan Zezunja’s Zotisch Weblog democratiseren.
Dat democratiseringsproces werd lang geleden ingezet met allerhande problemen die u voor mij oploste, vragen die u beantwoordde en onderwerpen die u aandroeg (zie gehele archief). Maar nu gaan we nog een stapje verder. Vandaag mag u beslissen of het probleem in kwestie überhaupt wel opgelost moet worden. Cooly wooly, niet? Kan het nóg democratischer?

Het probleem van dienst is de pop-up. Het zit zo. Er zijn mensen die denken dat ik u bestook met reclame voor onbeduidende bedrijven door een pop-up-schermpje op u af te vuren.
Welnu: ik zou niet dúrven!
En toch is het wel waar. Mijn pagina spuugt u tegenwoordig midden in het gezicht. Flatsj! Een pop-up! Heel ergerlijk vermoed ik.

Dat lamagedrag komt niet door mij, maar door een van mijn tellertjes. Ik ben verslaafd aan websherlocks, cijfers, percentages, getallen en big brothers die uw doen en laten op dit weblog dag en nacht in de gaten houden. Inmiddels prijken er drie van die tellers op mijn site, die allemaal weer andere dingen van u bijhouden.

Eén van die tellers heet Webstats4u. Die is oud en nieuw tegelijk. Oud als in: het was de allereerste teller die ik had (toen nog met de naam Nedstats), ik plaatste ‘m kort nadat ik begon op mijn site, hij telt het langst en ik wil ‘m dus eigenlijk niet kwijt.

Nieuw als in: de teller heet inmiddels anders, ziet er anders uit, zal wel een andere eigenaar hebben, maar vooral: heeft ineens pop-ups.
Zelf heb ik dat nog niet gemerkt omdat ik een pop-up-killer heb, maar ik hoor wel eens wat en er is ook veel over geschreven op andere weblogs.

Veel webloggers hebben de teller eraf gegooid. In één maand tijd steeg ik in de weblog-telranglijsten van plaats 100 naar plaats 44. En dat kwam echt niet alleen door de Volkskrant-boost. Dat kwam ook door de tientallen namen die uit de ranglijst verdwenen omdat ze hun teller in de ban hadden gedaan. Dood aan de pop-ups. Terecht.

Ik vind dat een goed signaal aan de uitbaters van de site. In geval van pop-ups gewoon gelijk negeren. Maar omdat ik dan een teller weggooi met een zeer groot getal bij ‘totaal aantal pageviews tot nu toe’ zou ik toch een beetje balen.

Edoch, zo gaat dat in een democratie: u mag beslissen.
Wordt u inderdaad in het gezicht gespuugd op mijn site?
En vindt u dat dat moet kunnen?

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.

Gepiepeld

‘Maar, mevrouw, ik vind dat u nog verschrikkelijk aardig reageert. Ik weet niet wat ík in uw geval precies had gedaan, maar dat ik uit mijn vel was gesprongen staat vast. ‘

Ik viel stil toen hij dat zei.
Deze snotaap aan de lijn bij Fortis vatte daar mooi wel even the story of my life in een paar zinnen samen.
Tsk.

Ik maakte me er van af met een verhaaltje over de jaren dat ik zelf op een stoel als de zijne zat. Jaren waarin ik geroutineerd kluitjes moest uitdelen, waarmee ik klanten vervolgens op accurate wijze in het riet stuurde.
Boos worden had bij mij niet echt veel zin. Alle verwoestende energie die de bozerikken in mijn oor uitstortten, belandde in mijn rapportage in één enkele zin: klant is boos. En dan maakte het echt niet uit of ik zojuist tien minuten achtereen voor stoephoer was uitgemaakt of dat iemand mij uiterst beheerst vertelde: ‘Mevrouw, ik ben wel een beetje boos.’
Klant- is – boos.

Daarom begreep ik hem en daarom had ik zo aardig gereageerd. Zei ik. En hoewel er geen woord van gelogen was, loog ik toch.
Mijn geschiedenis in de ik-ben-maar-een-telefoniste-en-ik-kan-het-
ook-niet-helpen-industrie had maar zó weinig te maken met mijn aardige reactie. Het was veeleer een kwestie van gewoonte.

Ik ben gewend niet moeilijk te doen. Moeilijk doen was voor mietjes en alleen ándere vrouwen deden moeilijk. Ik niet. Moeilijke mensen moest je verre van je houden. Moeilijkdoenerij was het allervieste woord in mijn woordenboek.
En als ik eerlijk ben, pluk ik nog steeds de vruchten van die rigide weg van de minste weerstand. Ik heb mezelf aangeleerd niet in de hoogste boom te zitten als dingen fout gaan. Niet moeilijk doen. Hondsmoe in een ver buitenland en geen slaapplaats kunnen vinden: helemaal aan mij besteed. Niet moeilijk doen. Huis aan stukken gezaagd als je terugkomt van vakantie: ik bleek een volleerd neurolinguïstisch programmeur: niet moeilijk doen. Geld op, finito, foetsie: mijn kin blijft fier omhoog. Enfin, een geweldige strategie.

Geweldig dus, maar ik ben er wél ziek van geworden. En het heeft twee jaar kwakkelen gekost voordat ik me realiseerde dat het ‘m daarin zit. In dat áárdig zijn. Dat probleemloos willen leven. Dat vergoelijken van alles. Niks is erg, alles is goed en iedereen kan mij naaien, want ik zeg toch geen nee. Zoiets.

Maar bewust zijn is het halve werk en die jongen van de Fortis hielp mij vanmiddag een handje. Want eigenlijk zei hij natuurlijk:’Zez! Wat heb je je weer vre-se-lijk laten piepelen.’

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.

TCTE of Zezunja die in een veel te duur hotel logeert (2)

Vervolg op TCTE of Zezunja die in een veel te duur hotel logeert (1),

‘Liefje, dit is zo kut’, schreef ik en ik stuurde hem een link naar een nieuwsbericht over de stakingen in het Belgische openbaar vervoer afgelopen vrijdag. De dag van het vervroegde verjaardagscadeau: The Corniest Trip Ever (TCTE).
‘Don’t worry’, schreef hij, monter als hij is.

‘Ik ben bang dat je er niet gaat geraken’, schreef ik een paar dagen later en ik flipte wat in mijn uppie. Zo gaat dat met verrassingen, je moet alles alleen doen.
‘My love for you is stronger than a stomme staking’, schreef hij.

Met dat laatste was ik blij, in het kader van TCTE. Want hij – ik noem mijn lief voor het gemak maar even Y, anders blijf ik aan het ‘lieven’- wist nog helemaal niks, het was tenslotte een cadeautje. Het enige dat Y wél wist, was dat hij in Den Haag uit de trein (grmbl) moest stappen en dat het tripje de welluidende naam TCTE droeg, The Corniest Trip Ever. En daar voldeed die laatste zin aan.

So far so good. Y ving vrijdagmiddag boordevol goede moed The Corniest Trip Ever aan vanuit het verre Leuven, heel lief, zonder te weten met welk doel precies. En toen werd het spannend.

Om een uur of half zeven reed er een bus.
‘Ik ben onderweg hoor’, riep hij vanuit het geraas in mijn oor.
‘Goed zo’, zei ik liggend op een bed in The Corniest Hotelkamer Ever (TCHE).

Vanuit Mechelen kon hij soepeltjes door met een andere bus naar Antwerpen.
‘Als het zo doorgaat, lief, dan valt het reuze mee, die staking.’
‘Hoera!’, zei ik, terwijl ik The Corniest Cadeautjes Ever (TCCE) aan het uitstallen was.

In Antwerpen ging alles wonderwel nog immer goed. Soms lijken de goden je welgezind
‘Ik heb een bus naar Nederland, ik kom er wel, ik kom er wel’, zei hij.
Ik voelde me inmiddels een beetje raar, zo alleen, met uitzicht op zee.
Het was al donker.

Wat ik al vermoedde, bleek waar: in elke god schuilt een vuil secreet. Goed gezind of niet.
‘Liefje, de buschauffeur is ermee opgehouden’, zei hij. Hij was op de linkeroever en het was er niet pluis.
Ik weet te weinig van Antwerpen om het woord linkeroever direct met een wijk te associeren, dus ik zag waarlijk een oever voor me. Een kade met hoeren en rovers, pikkedonker, in het midden van nergens. Het was al negen uur geweest.

Ik was zenuwachtig aan het zappen. Hoe corny is The Corniest Trip Ever (TCTE) als je helemaal alleen bent? Volkomen onbedoeld in mijn eentje tussen de vier muren van zíjn verjaardagscadeautje. En hij dwaalde in het donker langs de Schelde, nog zoveel kilometer te gaan. Je kunt het romantiek noemen, maar dat zou iets té corny zijn. Voorlopig was het vooral heel kut.

Om kwart voor tien belde ik.
‘Je kunt misschien nu weer naar het station in Antwerpen gaan en dan neem je daar de trein. Om tien uur zou de staking afgelopen zijn en er gaan vast nog wel een paar internationale treinen vóór middernacht.’
‘Dat doe ik’, zei hij, monter als hij is.

‘Het is hier donker’, zei hij om half elf.
Donker als de nacht.
Ik zuchtte. Zag mezelf alleen. Temidden van de bloemblaadjes.
En hem in het mooie, donkere station van Antwerpen.

‘Ik neem wel een taxi’, zei hij. ‘Haast je’, zei ik.
Hij had nog precies een uur. Daarna is Roosendaal afgesloten van de rest van de wereld. En stranden in Roosendaal op The Corniest Trip Ever (TCTE), dat kan écht niet. Dat is té erg.

Drie kwartier lang hoorde ik niks.
Mijn hart bonkte luidop in mijn keel, aangemoedigd door de hartjes om mij heen.
Toen ging de telefoon. Kwart voor twaalf.

‘Ik heb het gehaald’, hijgde hij. ‘Ik zit in de trein vanuit Roosendaal.’
Ik ademde uit. En uit. En uit.
Ik sprong in de tram naar Den Haag HS. The Corniest Hotelkamer Ever (TCHE) in opperste staat van Cornyheid achterlatend.

Op HS moest ik wachten, temidden van wat tuig, schorriemorrie en ander sissend volk.
Ik wachtte. Heel lang.
Ik belde Y. ‘Je zit in een stoptrein’, stamelde ik.
‘Ik geloof het ook’, zei hij.

Maar hij haalde het. In weerwil van alle boze buschauffeurs in België bereikte Y het doel dat hij niet kende. Het Kurhaus.

Toen we om twee uur ’s nachts de kamer binnenkwamen, struikelde hij over de talloze bloemblaadjes. En toen was alles gelukkig gewoon weer heel erg corny.

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.