Wat doen we met de Lama?

We gaan Zezunja’s Zotisch Weblog democratiseren.
Dat democratiseringsproces werd lang geleden ingezet met allerhande problemen die u voor mij oploste, vragen die u beantwoordde en onderwerpen die u aandroeg (zie gehele archief). Maar nu gaan we nog een stapje verder. Vandaag mag u beslissen of het probleem in kwestie überhaupt wel opgelost moet worden. Cooly wooly, niet? Kan het nóg democratischer?

Het probleem van dienst is de pop-up. Het zit zo. Er zijn mensen die denken dat ik u bestook met reclame voor onbeduidende bedrijven door een pop-up-schermpje op u af te vuren.
Welnu: ik zou niet dúrven!
En toch is het wel waar. Mijn pagina spuugt u tegenwoordig midden in het gezicht. Flatsj! Een pop-up! Heel ergerlijk vermoed ik.

Dat lamagedrag komt niet door mij, maar door een van mijn tellertjes. Ik ben verslaafd aan websherlocks, cijfers, percentages, getallen en big brothers die uw doen en laten op dit weblog dag en nacht in de gaten houden. Inmiddels prijken er drie van die tellers op mijn site, die allemaal weer andere dingen van u bijhouden.

Eén van die tellers heet Webstats4u. Die is oud en nieuw tegelijk. Oud als in: het was de allereerste teller die ik had (toen nog met de naam Nedstats), ik plaatste ‘m kort nadat ik begon op mijn site, hij telt het langst en ik wil ‘m dus eigenlijk niet kwijt.

Nieuw als in: de teller heet inmiddels anders, ziet er anders uit, zal wel een andere eigenaar hebben, maar vooral: heeft ineens pop-ups.
Zelf heb ik dat nog niet gemerkt omdat ik een pop-up-killer heb, maar ik hoor wel eens wat en er is ook veel over geschreven op andere weblogs.

Veel webloggers hebben de teller eraf gegooid. In één maand tijd steeg ik in de weblog-telranglijsten van plaats 100 naar plaats 44. En dat kwam echt niet alleen door de Volkskrant-boost. Dat kwam ook door de tientallen namen die uit de ranglijst verdwenen omdat ze hun teller in de ban hadden gedaan. Dood aan de pop-ups. Terecht.

Ik vind dat een goed signaal aan de uitbaters van de site. In geval van pop-ups gewoon gelijk negeren. Maar omdat ik dan een teller weggooi met een zeer groot getal bij ‘totaal aantal pageviews tot nu toe’ zou ik toch een beetje balen.

Edoch, zo gaat dat in een democratie: u mag beslissen.
Wordt u inderdaad in het gezicht gespuugd op mijn site?
En vindt u dat dat moet kunnen?

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.

Gepiepeld

‘Maar, mevrouw, ik vind dat u nog verschrikkelijk aardig reageert. Ik weet niet wat ík in uw geval precies had gedaan, maar dat ik uit mijn vel was gesprongen staat vast. ‘

Ik viel stil toen hij dat zei.
Deze snotaap aan de lijn bij Fortis vatte daar mooi wel even the story of my life in een paar zinnen samen.
Tsk.

Ik maakte me er van af met een verhaaltje over de jaren dat ik zelf op een stoel als de zijne zat. Jaren waarin ik geroutineerd kluitjes moest uitdelen, waarmee ik klanten vervolgens op accurate wijze in het riet stuurde.
Boos worden had bij mij niet echt veel zin. Alle verwoestende energie die de bozerikken in mijn oor uitstortten, belandde in mijn rapportage in één enkele zin: klant is boos. En dan maakte het echt niet uit of ik zojuist tien minuten achtereen voor stoephoer was uitgemaakt of dat iemand mij uiterst beheerst vertelde: ‘Mevrouw, ik ben wel een beetje boos.’
Klant- is – boos.

Daarom begreep ik hem en daarom had ik zo aardig gereageerd. Zei ik. En hoewel er geen woord van gelogen was, loog ik toch.
Mijn geschiedenis in de ik-ben-maar-een-telefoniste-en-ik-kan-het-
ook-niet-helpen-industrie had maar zó weinig te maken met mijn aardige reactie. Het was veeleer een kwestie van gewoonte.

Ik ben gewend niet moeilijk te doen. Moeilijk doen was voor mietjes en alleen ándere vrouwen deden moeilijk. Ik niet. Moeilijke mensen moest je verre van je houden. Moeilijkdoenerij was het allervieste woord in mijn woordenboek.
En als ik eerlijk ben, pluk ik nog steeds de vruchten van die rigide weg van de minste weerstand. Ik heb mezelf aangeleerd niet in de hoogste boom te zitten als dingen fout gaan. Niet moeilijk doen. Hondsmoe in een ver buitenland en geen slaapplaats kunnen vinden: helemaal aan mij besteed. Niet moeilijk doen. Huis aan stukken gezaagd als je terugkomt van vakantie: ik bleek een volleerd neurolinguïstisch programmeur: niet moeilijk doen. Geld op, finito, foetsie: mijn kin blijft fier omhoog. Enfin, een geweldige strategie.

Geweldig dus, maar ik ben er wél ziek van geworden. En het heeft twee jaar kwakkelen gekost voordat ik me realiseerde dat het ‘m daarin zit. In dat áárdig zijn. Dat probleemloos willen leven. Dat vergoelijken van alles. Niks is erg, alles is goed en iedereen kan mij naaien, want ik zeg toch geen nee. Zoiets.

Maar bewust zijn is het halve werk en die jongen van de Fortis hielp mij vanmiddag een handje. Want eigenlijk zei hij natuurlijk:’Zez! Wat heb je je weer vre-se-lijk laten piepelen.’

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.

TCTE of Zezunja die in een veel te duur hotel logeert (2)

Vervolg op TCTE of Zezunja die in een veel te duur hotel logeert (1),

‘Liefje, dit is zo kut’, schreef ik en ik stuurde hem een link naar een nieuwsbericht over de stakingen in het Belgische openbaar vervoer afgelopen vrijdag. De dag van het vervroegde verjaardagscadeau: The Corniest Trip Ever (TCTE).
‘Don’t worry’, schreef hij, monter als hij is.

‘Ik ben bang dat je er niet gaat geraken’, schreef ik een paar dagen later en ik flipte wat in mijn uppie. Zo gaat dat met verrassingen, je moet alles alleen doen.
‘My love for you is stronger than a stomme staking’, schreef hij.

Met dat laatste was ik blij, in het kader van TCTE. Want hij – ik noem mijn lief voor het gemak maar even Y, anders blijf ik aan het ‘lieven’- wist nog helemaal niks, het was tenslotte een cadeautje. Het enige dat Y wél wist, was dat hij in Den Haag uit de trein (grmbl) moest stappen en dat het tripje de welluidende naam TCTE droeg, The Corniest Trip Ever. En daar voldeed die laatste zin aan.

So far so good. Y ving vrijdagmiddag boordevol goede moed The Corniest Trip Ever aan vanuit het verre Leuven, heel lief, zonder te weten met welk doel precies. En toen werd het spannend.

Om een uur of half zeven reed er een bus.
‘Ik ben onderweg hoor’, riep hij vanuit het geraas in mijn oor.
‘Goed zo’, zei ik liggend op een bed in The Corniest Hotelkamer Ever (TCHE).

Vanuit Mechelen kon hij soepeltjes door met een andere bus naar Antwerpen.
‘Als het zo doorgaat, lief, dan valt het reuze mee, die staking.’
‘Hoera!’, zei ik, terwijl ik The Corniest Cadeautjes Ever (TCCE) aan het uitstallen was.

In Antwerpen ging alles wonderwel nog immer goed. Soms lijken de goden je welgezind
‘Ik heb een bus naar Nederland, ik kom er wel, ik kom er wel’, zei hij.
Ik voelde me inmiddels een beetje raar, zo alleen, met uitzicht op zee.
Het was al donker.

Wat ik al vermoedde, bleek waar: in elke god schuilt een vuil secreet. Goed gezind of niet.
‘Liefje, de buschauffeur is ermee opgehouden’, zei hij. Hij was op de linkeroever en het was er niet pluis.
Ik weet te weinig van Antwerpen om het woord linkeroever direct met een wijk te associeren, dus ik zag waarlijk een oever voor me. Een kade met hoeren en rovers, pikkedonker, in het midden van nergens. Het was al negen uur geweest.

Ik was zenuwachtig aan het zappen. Hoe corny is The Corniest Trip Ever (TCTE) als je helemaal alleen bent? Volkomen onbedoeld in mijn eentje tussen de vier muren van zíjn verjaardagscadeautje. En hij dwaalde in het donker langs de Schelde, nog zoveel kilometer te gaan. Je kunt het romantiek noemen, maar dat zou iets té corny zijn. Voorlopig was het vooral heel kut.

Om kwart voor tien belde ik.
‘Je kunt misschien nu weer naar het station in Antwerpen gaan en dan neem je daar de trein. Om tien uur zou de staking afgelopen zijn en er gaan vast nog wel een paar internationale treinen vóór middernacht.’
‘Dat doe ik’, zei hij, monter als hij is.

‘Het is hier donker’, zei hij om half elf.
Donker als de nacht.
Ik zuchtte. Zag mezelf alleen. Temidden van de bloemblaadjes.
En hem in het mooie, donkere station van Antwerpen.

‘Ik neem wel een taxi’, zei hij. ‘Haast je’, zei ik.
Hij had nog precies een uur. Daarna is Roosendaal afgesloten van de rest van de wereld. En stranden in Roosendaal op The Corniest Trip Ever (TCTE), dat kan écht niet. Dat is té erg.

Drie kwartier lang hoorde ik niks.
Mijn hart bonkte luidop in mijn keel, aangemoedigd door de hartjes om mij heen.
Toen ging de telefoon. Kwart voor twaalf.

‘Ik heb het gehaald’, hijgde hij. ‘Ik zit in de trein vanuit Roosendaal.’
Ik ademde uit. En uit. En uit.
Ik sprong in de tram naar Den Haag HS. The Corniest Hotelkamer Ever (TCHE) in opperste staat van Cornyheid achterlatend.

Op HS moest ik wachten, temidden van wat tuig, schorriemorrie en ander sissend volk.
Ik wachtte. Heel lang.
Ik belde Y. ‘Je zit in een stoptrein’, stamelde ik.
‘Ik geloof het ook’, zei hij.

Maar hij haalde het. In weerwil van alle boze buschauffeurs in België bereikte Y het doel dat hij niet kende. Het Kurhaus.

Toen we om twee uur ’s nachts de kamer binnenkwamen, struikelde hij over de talloze bloemblaadjes. En toen was alles gelukkig gewoon weer heel erg corny.

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.

TCTE of Zezunja die in een veel te duur hotel logeert (1)

Dat gaat dus zo.

Ik ben arm en lief is bijna jarig. Ik wil een weekendje weg voor bijna niks en ik ga speuren op internet. Ik vind huisjes met banken vol vlooien, huisjes aan de snelweg, huisjes in het huis van iemand anders en huisjes in gruwelijke oorden als Houten of Zoetermeer. Om over hotels nog maar te zwijgen.
Ik zoek verder en ik reserveer niets.

Als na uren zoeken voor niets de zon dreigt op te komen, stuit mijn oog op een bouwwerk van formaat.
Het Kurhaus.
‘Voor niets’ is anders, maar leuk is het wel. Zeker na de parade van manke, lamme en blinde huisjes die ik zojuist voorbij heb zien trekken.

Ik denk aan gaten. De gaten in mijn hand, de gaten in mijn bankrekening die nodig dicht moeten, liefst niet door weer een ander te gat te crëeren.
Al die gaten!
Ik besluit niet voor één gat te vangen te zijn, wijs een potje aan waar een gat mag ontstaan, vul het reserververingsformulier in en spring er eentje in de lucht. Zo’n gat.

(wordt vervolgd)

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.

Mislukt

Ik at een stukje kaas en ik staarde.
Ik kauwde.
Kauw.
Kauw.
Kauw.

Deze week nam ik een verstrekkende, blijmakende beslissing. Die tiert wat door en galmt wat na. Beslissingen zijn verkwikkend. En heavy.
Hapje.
Kauwen.
Staren.

En ik moest ook ineens meer werken. Ik vind het heel plezierig, maar mijn handen hebben het laatste woord bij mij thuis. Ik denk aan waar niet is en de keizer die zijn recht verliest.
Nog een hapje.
Beetje kauwen.

Deze week hoorde ik voor het eerst opnamen van de band. Mijn band. Wij allevier. Dat was confronterend. Ik moet meer en harder. Zij moeten minder en strakker. Maar o wat zijn we goed.
Staar.
Kauw.
Herkauw.

Die brief aan die dichter heb ik écht opgestuurd. Ben benieuwd wat er gaat gebeuren. Ik hoef die halve wereld niet, maar brutaal zijn wil ik wel.
Kaas is lekker, trouwens.
Hap.
Kauw.
Staar.

Hermi kwam langs en Dagmar belde en de drummer kwam langs en ik kreeg stikveel brieven en kaartjes deze week. Mijn ex belde om te zeggen dat ik ondanks alles wel een lief meisje was en mijn ouders gunnen me het beste. En deze week articuleer ik nog beter als ik ‘vriendje’ zeg. Het telraam van mijn zegeningen is topzwaar aan het worden.
Smak.
Kauw.
Smak.

Dit weekend wordt heel bijzonder. Dat u dat even weet.
Slik.
Slik.
Slik.

Toen de kaas op was probeerde ik een stukje te schrijven, maar dat lukte voor geen meter.

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.

Woorden in een brief die ik vandaag schreef

In order of appearance:

veel
lang
springvrolijk
godsallemachtig
verknocht

overdreven
herhaal
in de war
niet
stoppen
gratis
extra
langdurige
treinrit
Phantasialand
hard
zacht
denk
duizel
suis
thuis
brief
schrok
ver
ins
outs
huilbui
zakdoek
treintje
Phantasialand
blij
bukken
bellen
huilbui
ultieme
gelukkigheid
natuurlijk
recht
potje
dolle
boel
toeval
héél
grappig
best
hopla
grote
dingen
draaien
hand
waaghalzen
wel
niet
wel
niet
gebeurt
hoeveel
veel

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.

Smurfin’ smurfin’ windsmurfin’

* Ik haat Queen Elizabeth. Want zij heeft mijn wasdroger persoonlijk goedgekeurd, gezien het stickertje met daarop by appointment to her Majesty Queen Elizabeth II. Maar het verrekte ding hield er vorige week mooi wél mee op. En daarom haat ik Queen Elizabeth.
* Ik haat poortwachters. Omdat ze door onze wetgever aan weerszijden van de WAO-ingang zijn gezet om zowel mij als mijn werkgever zenuwachtig te maken. En daarom haat ik poortwachters.
* Ik haat de klopgeest in de hak van mijn laarsje. Omdat mijn hak aan alle kanten dicht is, kan ik het spook niet in de kraag vatten. Intussen tikt, klopt, rolt en rammelt hij vrolijk door. Klopgeesten zijn gemeen, sneaky, irritant en meedogenloos. En daarom haat ik de klopgeest in de hak van mijn laarsje.
* Ik haat de verkoper van mijn huis. Omdat hij de gemeentelijke bureaucratie niet heeft meegenomen in zijn planning – hoe wereldvreemd!-, waardoor mijn hypotheekofferte morgen afloopt en ik mogelijk een nieuwe offerte moet accepteren met een hogere rente. En daarom haat ik de verkoper van mijn huis.
* Ik haat Essent. Omdat ze me al twéé zwarte Senseo-apparaten zouden hebben gestuurd, terwijl ik er nog niet één heb ontvangen. Drie vinden ze wat veel. En daarom haat ik Essent.
* Ik haat een van mijn hulptroepen. Omdat ze zegt dat ik niet enthousiast genoeg reageer als ze me vertelt hoe blij mijn werkgever met me is. Maar ik weet zeker dat we het daar helemaal niet over gehad hebben. En daarom haat ik een van mijn hulptroepen.
* Ik haat mijn zoekvenster. Omdat mijn zoekvenster zodanig op zoek is naar zichzelf dat het al doende de hele omgeving saboteert. Herstart, herstart, herstart, herstart. En daarom haat ik mijn zoekvenster.
* Ik haat moppersmurf. Ik kon geen énkele goede pasfoto van hem vinden, wat betekent dat moppersmurf lijdt aan een een typisch geval van slechte pr. En daarom haat ik moppersmurf.

Maar omdat go with the flow het beste levensmotto is, hou ik wel van windsmurfen.

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.