Waarom huizen kopen helemaal niet zo leuk is (2)

Lees eerst de inleiding op dit stukje.

Er was die dag wel een moment dat seconden er nog niet toe deden. Dat was het moment dat ik op mijn dooie akkertje koffie dronk en mijn zwart fluwelen jasje nomineerde voor het bezoek aan de notaris. Daarin zou ik om half twee die belangrijke handtekening zetten.
Ik rommelde wat in de badkamer, checkte mijn mail. Ik dronk thee met honing om mijn stem terug te krijgen na de zware grieprepetitie van maandag en ik voelde mij de hemel te rijk.
Ik was trots dat ik het allemaal voor elkaar had gekregen. Die dag, dinsdag 29 november, zou alles rond zijn. En dat had ik voornamelijk aan mezelf te danken. Alles had tegen gezeten, iedereen had tegengewerkt en ik had het allemaal alleen moeten doen, maar het was gelukt. Terwijl ik wat kuierde en klooide gaf ik mijzelf steeds binnensmonds een driewerf hoera. Ik las de krant, hoera, hoera, hoera, wat weblogs, hoera, hoera, hoera, de post van gisteren, hoe…

En toen begon de film Zezunja rennt vs 24.

Want in die post van gisteren stond iets over eigen geld. Vierduizend euro. Dat moest ce moment bij de notaris zijn. En, bedacht ik, dat wás het niet. Die vierduizend euro stond nog keurig op een spaarrekening van mijn vader.
Een paar weken daarvoor had ik tegen mijn vader gezegd: ‘Pap, ik heb binnenkort dat geld nodig.’ ‘Nu?’, had hij gevraagd. ‘Nee, over een paar weken’, had ik gezegd. ‘Ik geef je wel een seintje.’
En daar zit de pijn: ik had mij zo geconcentreerd op die hypotheekofferte, op de verkoper en al zijn fouten, op de splitsingsvergunning en de bezwaartermijn en op de notaris en haar wettelijke verplichtingen dat ik het allersimpelste vergeten was: zelf efkes vierduizend euro overmaken.

Goed, het was dinsdag half elf en ik had een probleem.

10: 30 uur tring-tring.
‘Met de hypotheekadviseur.’
‘Ja hoi met Zezunja, weet jij hoe dat zit met dat eigen geld?’
‘Ja, daar krijg je een rekening voor van de notaris en dan moet je dat geld overmaken.’
‘Moet dat geld er bij de overdracht per se zijn?’
‘Ja.’

10:45 uur, tring-tring
‘Met notaris 1.’
‘Ja hoi met Zezunja, mijn geld is nog niet bij jullie.’
‘Ja, ik heb het gezien, dan kan het tekenen niet doorgaan.’
‘Maar dat moet.’
‘Ja, maar het kan niet. Ik moet zelfs het hypotheekgeld, die 131 duizend euro, weer terugstorten naar de bank.’
‘Maar dat mag niet, want dan is mijn offerte weer gewoon een offerte in plaats van een geaccepteerde offerte en dat kost me handen vol geld.’
‘Dan zul je dat geld cash moeten meenemen. Of pinnen.’
‘Oef!’

11:00 uur tring-tring
‘Met het antwoordapparaat van Zezunja’s ouders.’
‘Ja, met Zezunja. Pap, jij bent met pensioen dus je hoort braaf thuis te zijn. Waar hang je uit? Ik heb je met spoed nodig.’

11:15 uur tring-tring
‘Met de moeder van Zezunja.’
‘Waaa, ik heb je gevonden. Ik heb een probleem. Ik heb vóór half twee vierduizend euro nodig.’
‘Dan moet je bij je vader zijn.’
‘Ja, maar waar ís die?’
‘Op de universiteit vermoedelijk.’

11: 30 uur tring-tring
‘Met de vader van Zezunja.’
‘Ja, hoi pap, met Zezunja. Ik heb een probleem. Ik heb die vierduizend euro binnen twee uur nodig.’
‘Oei.’
‘Ja, oei. Sorry. Beetje dom.’
‘Dan moet ik nu naar huis.’
‘Ja, sorry.’
‘En ik weet niet of ik zoveel op mijn rekening heb.’
‘Ja, shit. Sorry.’
‘En ik weet niet of ik het zo snel van mijn spaarrekening krijg.’
‘Ja, sorry.’
‘Voor wanneer moest dat, zei je?’
‘Voor half twee.’
‘Pff, dat is echt nog maar twee uur.’
‘Ja, sorry.’

11: 45 uur tring-tring
‘Met notaris 1.’
‘Met Zezunja, ik krijg het vermoedelijk voor elkaar, dus stort dat geld nog maar niet terug.’
‘Nou, het ziet ernaar uit dat het sowieso in de soep loopt.’
‘O.’
‘Ja, de splitsingsakte zou gepasseerd worden bij notaris 2 en dan konden wij de overdrachtsakte tekenen. Maar de splitsingsakte kon niet getekend worden, wegens het ontbreken van een volmachtsbewijs van de onderburen.’
‘Aaarg.’
‘Ja, het spijt me. Dat had de verkoper moeten regelen, maar dat heeft-ie niet gedaan.’
‘Maar ik kan toch proberen dat volmachtsbewijs vandaag nog getekend en wel bij notaris 2 te krijgen?’
‘Ja, maar dan moet notaris 2 die akte vandaag passeren. En dat moet dan nog vóórdat wij samen gaan tekenen. Ik betwijfel ten zeerste of dat lukt.’
‘Maar het moet. Écht, het moet.’

12:00 uur tring-tring
‘Met de onderburen.’
‘Hoi met Zezunja. Ik hoor mij hier helemaal niet mee te bemoeien, maar ik doe het toch omdat het me veel geld gaat kosten als het misloopt: zouden jullie binnen nu en een uur dat volmachtsbewijs willen tekenen.’
‘We hebben de conceptsplitsingsakte pas sinds gisteren in huis. We moeten hem nog lezen.’
‘Zouden jullie dat dan snel willen doen? En zouden jullie beiden níét de deur uit willen gaan? Jullie beider handtekening moet namelijk op het volmachtsbewijs.’
‘We zullen kijken wat we kunnen doen.’

12:15 uur tring-tring
‘Met notaris 2.’
‘Ja, u spreekt met Zezunja. U kent mij niet en ik bemoei me met zaken waarmee ik eigenlijk niets te maken heb, maar ik doe het toch want het gaat me veel geld kosten als ik het niet doe. Zou u voor half twee die splitsingsakte willen passeren?’
‘Maar ik heb geen volmachtsbewijs van de bewoners van de begane grond.’
‘Dat zal ik dan voor u regelen.’
‘Maar dat hoort de verkoper te doen.’
‘Ja, maar die doet het niet en ik ben straks de lul.’
‘Ik betwijfel of het u lukt.’
‘Maar het moet. Écht, het moet.’

12:30 uur tring-tring
‘Met notaris 1.’
Ja, hoi met Zezunja. Nou, ik denk dat het gaat lukken, maar half twee is wel erg vroeg.’
‘Het moet voor vijf uur gedaan worden.’
‘Kan ik uitstel krijgen tot half vijf?’
‘Ja, maar die splitsingsakte bij notaris 2 moet er wel voor die tijd door zijn dan.’
‘Okee.’

12: 45 uur tring-tring
‘Met de vader van Zezunja.’
‘Met Zezunja. Pap, gaat het lukken?’
‘Ja, ik heb genoeg op mijn rekening en ik kan het met spoed storten op de rekening van de notaris.’
‘Je hebt tot half vijf de tijd.’
‘Als ik het voor half twee op het postkantoor overgemaakt heb, is het er zeker om half vijf, zeggen ze.’
‘Nou, hard fietsen dan.’

13:00 uur tring-tring
‘Met de onderburen.’
‘Ja, met Zezunja, denken jullie dat het gaat lukken?’
‘Uhm, we blijken helemaal geen officieel volmachtsbewijs te hebben. Alleen een conceptakte.’
‘Oei.’
‘Ja, dus wij kunnen niets doen.’

13:15 uur tring-tring
‘Met notaris 2.’
‘Ja, met Zezunja. Ik bemoei me nog immer met iets waar ik niks mee te maken heb, maar de onderburen hebben alleen een concept. Ze kunnen niks tekenen.’
‘Dan moet ik ze dat even mailen.’
‘Ja, graag. Liefst nu.’

13:30 uur
‘Met het antwoordapparaat van de ouders van Zezunja.’
‘Pap, is het gelukt? Plies, bel me terug.’

13:45 uur
‘Met de vader van Zezunja.’
‘Met Zezunja. En?’
‘Nou het is gelukt.’
‘…pfff…’
‘Ik moest wel voordringen, want om iets voor half twee waren er nog heel veel mensen voor me.’
‘Fijn dat je dat gedaan hebt.’
‘Ja, dat voordringen vond ik misschien nog wel het vervelendste.’

14:00 uur tring-tring
‘Met notaris 1.’
‘Ja, met Zezunja. Het geld is bij jullie hoor.’
‘Hoe komen wij dat te weten? De boekhoudster is er niet en we krijgen zoveel geld gestort op een dag dat we dat uit ons saldo niet kunnen opmaken.’
‘-slik-‘
‘En we moeten wel zeker weten dat het er is.’
‘Kunt u de bank dan niet bellen?.’
‘Nou, dat weet ik niet hoor.’

14:15 uur tring-tring
‘Met notaris 2.’
‘Met Zezunja. Gaat het lukken met die splitsing?’
‘Ik heb net het officiële document gemaild, dus als de onderburen tekenen, kan ik passeren.’
‘Maar dan moet het ondertekende document nog wel bij u komen, neem ik aan.’
‘Ja.’
‘En hoe gaat dat dan?’
‘Dat weet ik niet.’

14:30 uur tring-tring
‘Met notaris 1.’
‘Hoi, met Zezunja. Notaris 2 zegt dat hij niet weet hoe het ondertekende volmachtsbewijs op tijd bij hem kan zijn.’
‘Kun jij het voor vier uur naar mij brengen?’
‘Als de onderburen dan hebben getekend wel.’
‘Dan fax ik het naar notaris 2 met de belofte dat hij officiële document met spoed krijgt. En dan moet hij passeren op de kopie. Als hij ons dan belt als het gepasseerd is, kunnen wij de overdrachtsakte tekenen.’

14:45 uur
‘Met notaris 2.’
‘Hoi, met Zezunja. Als de onderburen tekenen en ik vervolgens op de fiets spring en dat document naar notaris 1 breng en zij het naar u faxt, wilt u dan voor vieren passeren?’
‘Ja.’

15:00 uur tring-tring
‘Met de onderburen.’
‘Met Zezunja. Ik ben zo benieuwd hoe ver jullie zijn?’
‘We hebben getekend. We komen het zo langsbrengen.’
‘…pfff…’

15:30 uur tring-tring
‘Met notaris 2.’
‘Met Zezunja. Ik heb zojuist het volmachtsbewijs van de onderburen naar notaris 1 gebracht.’
‘Dat is mooi. Ik had niet verwacht dat het u zou lukken.’
‘Ik ook niet.’

15:45 uur tring-tring
‘Met notaris 1.’
‘Met Zezunja. Hoe ver zijn we? Heeft het zin om te komen om half vijf?’
‘Ja, ik kreeg net een telefoontje dat de splitsingsakte gepasseerd is.’
‘Wow.’
‘En het geld staat ook op onze rekening.’
‘Yes!’

Om half vijf zette ik mijn handtekening bij notaris 1. Daarna bood ze me een baan aan, omdat niemand op hun kantoor ooit zoveel in één dag voor elkaar had gekregen.
’s Avonds belde mijn vader me op om te zeggen dat hij me wel een oen vond.

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.

Waarom huizen kopen helemaal niet zo leuk is (1)

Okee, ik heb mijzelf verplicht tot het herbeleven van de hel van een paar dagen geleden, dus hier zit ik: kopje koffie, sigaretje, alle hersencellen waarop staat ‘verdrongen trauma’s’ in het gelid en mijn vingertoppen stilletjes rustend op het toetsenbord.
Zoals beloofd, volgt later een mash-up van Lola rennt en 24, maar eerst heeft u wat voorkennis nodig. En ik zal u even voorstellen aan de hoofdrolspelers.

Vereiste voorkennis
Ik woon in een veel te duur en veel te klein huisje in de Amsterdamse Pijp (ja, ik ben én young én urban én professional). Ruim een jaar geleden woonde ik tweehonderd meter verderop in dezelfde straat in een véél groter en nóg véél duurder appartement. Ik was toen net gescheiden en verkeerde in opperste woningnood.
Omdat ik maar weinig opties en geld had, besloot ik mij niet langer uit te laten buiten en een eigen appartement te kopen. Dat werd het huisje waar ik nu zit.

Mijn appartementje is onderdeel van een pand waarin negen woningen zijn gemaakt en daar zit die verdomde aap die uit die mouw komt: het huis was toen ik het koopcontract tekende nog niet gesplitst. Met andere woorden: het bestond nog slechts uit een appartement op de begane grond en een bovendeel waar alle andere appartementen onder vielen. Gevolg: ik had het huis wel gekocht, maar de verkoper kon niet leveren totdat de splitsing van het bovendeel een feit was.

Gelukkig viel daar een mouw aan te passen (zonder aap deze keer), want ik kon een tijdelijk wooncontractje tekenen en alvast verhuizen naar mijn nieuwe huis. De overdracht van het huis zou dan later plaatsvinden, als de splitsing eenmaal rond was. Kortom: tot zover niets aan de hand. Ik verhuisde op 1 november 2004 en wachtte rustig af wat komen ging.

De appartementen naast mij en boven mij moesten nog verbouwd worden voordat de splitsingsaanvraag de deur uitkon, dat wist ik. Het verontrustte mij dan ook, dat ik in het voorjaar van 2005 nog steeds níéts had gehoord. Ik verlangde hartgrondig naar werkmannen die mij uit mijn slaap zouden houden, maar het bleef langdurig stil.
Inmiddels was ik flink zenuwachtig, want hypotheekoffertes en taxaties en zulks hebben maar een beperkte houdbaarheid. En erger: hoewel de kans bijzonder klein was, kon het hele feest ook nog steeds afgeblazen worden. Die splitsingsvergunning was namelijk beloofd, maar niet nog binnen. En ik wist: gemeentes beloven wel vaker dingen. Echt rustig slapen deed ik dus niet.

Naarmate de seizoenen verstreken, begon mij te dagen dat als ik die verkoper niet een loop tegen het hoofd zou zetten, ik met Sint Juttemis nog steeds in een ‘tijdelijke’ situatie zou verkeren. Met alle verlopen offertes en taxaties vandien.
Zo gezegd, zo gedaan. Ik bestookte zijn waarnemer met telefoontjes, zielige verhalen en keiharde deadlines. Ik schreef hem briefjes waarin ik hem vroeg beter te communiceren, confronteerde hem met beloftes en werd een nasty onderbuurvrouw.

Ik zal u de verdere details besparen, maar laten we het erop houden dat de verkoper en ik heel andere ideeën hebben over planning en organisatie en dat het wel héél duidelijk was dat niet zíjn hypotheekofferte op korte termijn zou verlopen. Hoe hard ik ook duwde en trok, de kar kwam nauwelijks in beweging.

Om een lang verhaal íéts minder lang te maken, jas ik de rest er in vogelvlucht doorheen. Op 30 november zou de hypotheekofferte verlopen. Als ik die niet zou accepteren zou me dat om allerlei redenen 17 duizend euro kosten, die ik er niet bij kon hypotheken. Met andere woorden: niet op tijd splitsen, betekende geen onderpand, betekende een nieuwe offerte, betekende met spoed ergens 17 duizend euro vandaan halen.
Op 29 november had de verkoper dan eindelijk alles geregeld. Dacht ik. Met andere woorden: 24 uur voor het verstrijken van de deadline kon er getekend worden. Dacht ik.
Tot zover de voorkennis. Wordt vervolgd.

Featuring
Me, myself and I – Hoewel ik mijn hand niet omdraai voor een aankoop van meer dan een ton, houd ik in het geheel niet van zakelijke beslommeringen, grote verantwoordelijkheden en niet te overziene cijferbergen. Om die reden was het masterplan om zelf alleen handtekeningen te zetten en het begrijpen van de hele kwestie aan ingehuurde anderen over te laten.

Verkoper – Een nimmer bereikbare en daardoor totaal gezichtsloze Zweed die in Londen woont en huisjes melkt in de Amsterdamse Pijp.

Waarnemer van de verkoper – Een nimmer bereikbare veertiger die op drie hoog in ons pand woont en niettemin nimmer bereikbaar is. Ontvangt veel duistere post voor zo mogelijk nog duisterder investeringsbedrijven. Houdt van werken tegen de deadline en is absoluut niet in staat diezelfde deadline op eigen kracht te halen. Moet alles doen en doet niks.

Onderburen – Vriendelijke arty farty yuppen van midden dertig met twee kindjes én een splitsingsvergunning van de begane grond (zij wél). Tot op het allerlaatste moment was niet duidelijk dat zij ook maar iets met de hele zaak te maken hadden.

Hypotheekadviseur – Een van de Martijns. Mijn cijfermatig brein. Degene die van zowel het gat in mijn hand, als mijn financiële desinteresse toch nog iets moois weet te maken. Degene die steeds opbelt om te zeggen dat het vijf voor twaalf is. Hij vertelde mij nog nooit zo’n dossier meegemaakt te hebben.

Notaris 1 – De notaris die mijn dossier voorbereidt, in de gaten houdt en grotendeels uitvoert. Een lieve doch strenge dame met wie ik de laatste maand intensiever contact onderhield dan met mijn moeder. Niet eerder heeft iemand zoveel tegen mij gezegd dat ik niet begreep. Ook zij vertelde mij nog nooit zo’n dossier meegemaakt te hebben.

Notaris 2 – De notaris van de verkoper met wie ik eigenlijk niets te maken hoor te hebben, maar die ik gewoon ben gaan bellen toen bleek dat de verkoper zijn zaakjes niet goed regelde. Deze meneer vertelde mij eveneens nog nooit zo’n dossier meegemaakt te hebben.

Ziezo, u bent geïntroduceerd. Het echte werk moet nog beginnen.
Lees hier hoe het verder gaat.

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.

Huisje boompje beestje

Ten eerste:
Toen ik klein was, zei ik dat ik later nóóit zou trouwen.
En dat ik nóóit een huis zou kopen.
Niks voor mij.
November zes jaar geleden kocht ik voor het eerst een huis.
Vandaag precies vijf jaar geleden trouwde ik.
Een jaar geleden kocht ik voor de tweede keer een huis.
Vandaag kreeg ik dat huis eindelijk in bezit.
Afgelopen vrijdag zat ik bij een hypotheekverstrekker voor een derde huis.
Dat ik ga kopen met iemand met wie ik zo zou willen trouwen.

En verder:
1. De illustratie is mijn nieuwe bankpas. Via Webkim kwam ik erachter dat je die tegenwoordig zelf mag ontwerpen.
2. De pas is geldig tot 2010. Ik vind dat ik door deze pas al een beetje getrouwd ben. In elk geval tot 2010.
3. U herkent het plaatje misschien (klik).
4. Als u een uiterst bloedstollende Lola rennt vs 24 mash-up wilt lezen, raad ik u aan hier spoedig terug te keren teneinde het relaas van mijn helletocht van vandaag aan te horen.

Door de bank genomen:
– bezit ik per vandaag een huis
– ben ik door mijn bankpas vanaf vandaag voor vijf jaar getrouwd
– heb ik mijzelf verplicht morgen of overmorgen een stukje te schrijven over de werkelijk zinderende finale van mijn superaankoop

En dus:
Wordt vervolgd.

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.

De dames tussen Leuven en Amsterdam

Zezunja meets lokettiste op het station in Leuven.

Zezunja: ‘Hoe kom ik op dit moment het snelst van Leuven naar Amsterdam?’
Lokettiste: ‘Als u dat een paar minuten eerder had gevraagd, had ik u een goede route kunnen geven. Nu zult u hier een half uur moeten wachten. En dan in Mechelen nog een uur.’
Zezunja: ‘Oeh. Het was inderdaad fijn geweest als ik dit een paar minuten eerder had gevraagd.’
Lokettiste: ‘Ja, u kunt daar moeilijk over doen, maar er zijn ook mensen die dat geen probleem vinden.’
Zezunja:

Zezunja meets ouw bommake bij de geldautomaat in Mechelen

Ouw bommake: ‘Mevrouw, kunt u mij even helpen? Ik ga voor de eerste keer naar de bankautomaat en ik kan niet zo goed lezen.’
Zezunja: ‘Natuurlijk.’
Ouw bommake: ‘Wat staat er?’
Zezunja: ‘Welkom.’
Ouw bommake: ‘Moet ik dan nu mijn code geven?’
Zezunja: ‘Nee, nog niet, u moet nog even wachten.’
Ouw bommake: ‘Wat staat er nu?’
Zezunja: ‘Nog steeds welkom.’
Ouw bommake: ‘Wacht, ik zal mijn code intikken.’
Zezunja: ‘Nee, u moet écht nog even wachten.’
Ouw bommake: ‘Maar allez, ik kan dat niet lezen.’
Zezunja: ‘Nee, daarom vertel ik het u.’
Ouw bommake: ‘En nu?’
Zezunja: ‘Nog steeds welkom.’
Ouw bommake: ‘Zullen we opnieuw beginnen?’
Zezunja: ‘Nee, dat is niet nodig. U kunt het beste gewoon even wachten.’
Ouw bommake: ‘Wachten?’
Zezunja: ‘Ja, nog even… Okee, u krijgt nu de vraag of u geld wilt opnemen.’
Ouw bommake: ‘Da’s goed.’
Zezunja: ‘Wilt u twintig, vijftig, honderd of tweehonderd?’
Ouw bommake: ‘Tweehonderd.’
Zezunja: ‘Wilt u een ticketje?’
Ouw bommake: ‘Ja.’
Zezunja: ‘Dan mag u nu uw code intoetsen.’
Ouw bommake: ‘Oh. Oh nee. Die was verkeerd.’
Zezunja: ‘Wacht, ik druk voor u de correctietoets in. Dan kunt u opnieuw beginnen.’
Ouw bommake: ‘Ach, wat doe ik dom. Weer verkeerd.’
Zezunja: ‘Maar mevrouw, nu moet u toch even goed opletten, want als het net zo is als bij ons, dan wordt uw pas zo ingeslikt en dan moet u naar de bank om ‘m terug te halen.’
Ouw bommake: ‘Wel, dan zal ik eens goed opletten.’
Zezunja: ‘Okee, nu moet u even wachten.’
Ouw Bommake: ‘Maar ik zie geen geld.’
Zezunja: ‘Nee, dat is er ook nog niet. Dat komt zo.’
Ouw bommake: ‘Maar waar is dat geld dan?’
Zezunja: ‘Dat komt eraan. Nog even geduld.’
Ouw bommake: ‘Dat duurt lang hè?’
Zezunja: ‘Er staat nu dat uw saldo niet toereikend is.’
Ouw bommake: ‘Maar waar is dat geld dan?’
Zezunja: ‘Dat geld gaat dus niet komen, want u heeft niet voldoende saldo.’
Ouw bommake: ‘Maar dat geld hoort toch hieruit te komen?’
Zezunja: ‘Tenzij u niet genoeg geld op uw rekening heeft.’
Ouw bommake: ‘Zullen we het nog een keer proberen?’
Zezunja: …

Zezunja meets female railtender in de trein van Mechelen naar Amsterdam

Zezunja: ‘Een cappuccino alstublieft.’
Female railtender: ‘Wilt daar suiker en melk bij?’
Zezunja: ‘Nee, dank u.’
Female railtender: ‘Wilt u daar misschien een stroopwafel bij?’
Zezunja: ‘Nee, dank u.’
Female railtender: ‘Wilt daar een Sultana bij?’
Zezunja: ‘Nee hoor, niets van dat al, dank u.’
Female railtender: ‘Een wafel? Een gevulde koek?’
Zezunja: ‘Nee, ik hoef er écht niets bij, dank u.’
Female railtender: ‘Ook geen broodje?’
Zezunja: …

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.

Com-mu-ni-ca-tie

Dwarzand en M (bij u beter bekend als Dwarzand JP. Bach en Purple Sheep Smetana) zijn al een eeuwigheid mijn beste vriendjes. Ik heb daar een paar van, van die beste vriendjes. Dwarzand en M behoren tot de elite. Tegenwoordig heb ik een bandje met Dwarzand en M en zit ik dus met mijn beste vriendjes in een band. Daardoor worden mijn beste vriendjes ook elkaars beste vriendjes en dat is leuk. Heel leuk.

Maar eerst moeten ze nog even leren communiceren, die beste vriendjes van mij. Want dat gaat niet vanzelf. En ik spreek uit ervaring als ik zeg: je kunt alleen beste vriendjes zijn als je een beetje fatsoenlijk met elkaar kunt communiceren. Pra-ten dus. Dwarzand en M hebben nog een lange weg te gaan.

Begin 2004 had ik ook al ‘ns een paar maanden een bandje met onder meer M en Dwarzand. M was toen pianiste en Dwarzand speelde gitaar. De communicatie tussen en M en Dwarzand was toen al weergaloos.

Dwarzand: Het is achtereenvolgens G, Fis, en dan een C.
M: Een Fis? Maar je speelt daar helemaal geen Fis. Dat is een Cis.
Dwarzand: Okee, een Cis dan. Daarna komt D, G, D, G.
M: Maar je speelt dat helemaal geen D. Dat is een Gis.
Dwarzand: Okee een Gis dan. Vervolgens hebben we dat open akkoord, die Dis.
M: Maar je speelt daar helemaal geen Dis, je speelt een C daar.
Dwarzand: Is dat een C?

Voordat u denkt dat Dwarzand een onbenul is: dat is-ie niet. Dwarzand is autodidact en weet de meeste akkoorden prima te benoemen. Alleen de kleine pinkvarianten en zulks maken hem snel in de war. M heeft het conservatorium gedaan en weet alles dus juist feilloos te benoemen. M komt van Venus en Dwarzand van Mars.

In dit bandje is M onze tweede zangeres. We zijn blij met ‘r, ze zingt mooi. Als beste vriendjes staan we de sterren van de hemel te spelen. En soms moet er weer gecommuniceerd worden.

Dwarzand: M, ben je er klaar voor? Want dan doen we de first take.
Zezunja: Ja, M zo gaat dat hier, als we opnemen, spreken we van first takes.
Dwarzand: Maar die first take is nog niet definitief hoor. Maak je geen zorgen.
Zezunja: Nee, want dan krijgen we nog de second first take, en de third first take.
Dwarzand: Ja, en dan gaan we naar de last take.
Zezunja: Maar zo ontzettend last is die niet hoor. Niks definitiefs.
Dwarzand: Nee, dat is pas de first last take.
Zezunja: Ja dan krijgen we nog een second last take…
Dwarzand: … en een third.
Zezunja: En dan komt de final take.
Dwarzand: Maar dat is nog niks om je druk over te maken.
Zezunja: Nee, er komt altijd een second final take.
Dwarzand: Ja, en als het nodig is gaan we door tot de tenth final take.
Zezunja: Maar dan moet het ook wel final zijn.
Dwarzand: Ja, dan is het klaar.
M: (…)

We hebben nog een lange weg te gaan.
Mijn beste vriendjes en ik.

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.

Interview met PP. Poppetje

PP. Poppetje was een bekende interviewer en het alter-ego van Jessica.

Sinds wanneer weblog je?
23 mei 1980
Dat logje kwam met enige vertraging op het net.

Wat was je eerste kennismaking met het verschijnsel webloggen?

Ik denk via Merel Roze. Ik heb een jaar of vier met Merel samengewerkt en ik geloof dat mijn zus en mijn nicht -die ook oud-collega’s van Merel zijn- mij vertelden dat ze een weblog had. Die begon ik toen te lezen.
Mijn eerste kennismaking met mijzelf als weblogger was een paar maanden later, november 2003. Ik had tot dan toe alleen wat weblogs gelézen, maar op een sombere novemberavond in een wat-zal-ik-nou-weer-eens-doen-stemming maakte ik plotseling een weblog aan bij punt.nl. Het verbaasde me zelf.

Waarom begon je ermee?

Door mijn stemming die avond. Ik dreigde me te gaan vervelen. Dat zou hooguit vijf minuten geduurd hebben, maar toch. Alleen al het moment van dreiging is voor mij genoeg iets dergelijks te beginnen. Op die manier belandde ik ooit op een cursus Pentjak Silat en zo begon ik met liedjes schrijven. En zo komt het ook dat ik soms tot mijn grote schrik ineens aan een prijsvraag zit mee te doen. Deze keer draaide dat dus uit op een weblog.
Daarnaast had ik zin om te freewheelen. Schrijven als beroep is net als lezen voor je examenlijst: voor je het weet is het niet leuk meer. Dat wilde ik voorkomen door er zomaar in het wilde weg wat op los te schrijven. Dat viel in het begin trouwens nog vies tegen, dat freewheelen. Vrij zijn bleek nog best moeilijk.

Met een naam als Zezunja ligt de vraag natuurlijk voor de hand: wat is een Zezunja?

Een Zezunja is een wat bang uitgevallen thrillseeker, een watje in bikkelkleren, een onverbeterlijke romantica die denkt dat ze rationeel en realistisch is en die tegelijkertijd en plein public voortdurend het tegendeel bewijst. Mocht je iets dergelijks in het wild tegenkomen: hoed je!

Hoe is die naam ontstaan? Niet iedereen kent het verhaal ;)

Dat was op eenzelfde avond als hierboven beschreven, maar dan langer geleden. Een avond waarop ik normaal gesproken een weblog begin, besluit Djembé te leren spelen of zelf mijn haren ga knippen. Op zo’n avond, ergens eind vorige eeuw, maakte ik een account aan in Utopia, een spel dat ik vervolgens járen heb gespeeld. Ik snapte de eerste dag nog de ballen van het spel, maar was gelijk al aangenaam verrast dat ik zoveel namen mocht bedenken. Één naam voor het koninkrijk, eentje voor je provincie en nog een voor jezelf. Ik was een elf-tovenaar en het spel was Amerikaans. Ik krabbelde wat op papier in een succesvolle breinbries en plots was daar Lady Zezunja The Sorceress. Daarna ben ik nooit meer van naam veranderd. Zezunja werd mijn alterego.

Hoe zou jij webloggen eigenlijk omschrijven en waar gaat het naar toe?

Ik heb er drie. Drie omschrijvingen.
Webloggen is een rage. Webloggen is niks. Webloggen is alles.

De eerste is een goede omschrijving. Een rage, een hype, een ijzersterk concept en tegelijkertijd een buitenproportioneel, zeepbelachtig fenomeen.

De tweede omschrijving, webloggen is niks, geef ik omdat webloggen zóveel tegelijk is, dat het – net als bij het woord kunst of het woord literatuur – in het geheel niet duidelijk is wat je ermee bedoelt, tenzij je tot in detail uitlegt waar je het over hebt. Dat maakt woorden niet erg bruikbaar. Omdat een linkdump niet met een lifelog te vergelijken valt, is het woord weblog een tamelijk hol begrip.

En dan de derde omschrijving: webloggen is alles. Als je met enige regelmaat iets op een internetsite zet -maakt niet uit wat- en je noemt dat een weblog, dan ís dat een weblog. Zo werkt het nou eenmaal. Van een blote kont tot een wanstaltige dichtregel: alles valt onder de noemer weblog. In die zin lijkt een weblog maar aan twee criteria te te hoeven voldoen. 1. je moet je website met een zekere regelmaat ‘aanvullen’, maar dat hoeft niet eens écht vaak te zijn. En 2. je moet het zelf een weblog noemen.

Waar het naartoe gaat? Ik denk dat steeds meer mensen met enige regelmaat iets op internet gaan gooien. De vervuiling zal alleen maar toenemen, maar de parels worden vermoedelijk ook talrijker. En hoe meer verschijningsvormen er komen, hoe meer ik betwijfel of al die verschillende soorten sites onder één noemer blijven vallen. Het woord ‘weblog’ gaat sneuvelen, denk ik. Hoop ik.

Je hebt een journalistieke achtergrond, heeft dat je webloggen beïnvloed?

Ja. Ik geef les in het schrijven van alle mogelijke journalistiek genres. Reportages, columns, recensies, nieuwsberichten, enzovoort, et cetera. Uit al die genres gebruik ik wel wat stijlmiddelen, trucjes of principes. Tegelijkertijd probeer ik ook al die stramienen juist een beetje los te laten. Anders ben ik toch weer aan het werk. Een gedicht schrijven is soms ook wel eens lekker. Of een fijne zeurbrief.

Je zingt ook in een band, is er verschil tussen een logje en een liedje schrijven? En zo ja wat?

Ja. Hoewel ik soms dezelfde onderwerpen gebruik in liedjes als in logjes, is de taal die je hanteert heel anders. Bij liedjes moet het ritme van de woorden passen bij het ritme van de muziek. Logisch, maar dat beperkt je wél. Een logje mag veel meer zijn eigen weg vinden.
Maar in liedjes mag je dan weer eindeloos herhalen, dat is ook fijn. En je mag de grootst mogelijke onzin opschrijven, want dat is heel normaal in popmuziek.

Je flirt nog wel eens met aandachtsinkoppertjes: is alles geoorloofd binnen de weblograce om de aandacht?

Webloggen is leuk bij de gratie van aandacht, net als de journalistiek. Anders kan ik net zo goed mijn schrijfsels op mijn C-schijf opslaan.
En flirten is altíjd leuk.
Dus ja. In liefde, oorlog én webloggen is álles geoorloofd.

Sinds maart dit jaar word je log opgevrolijkt met De een en de Ander. Kun je die aan ons voorstellen?

De Een en De Ander zijn de figuurtjes die je krijgt als je een Zezunja poppetjes laat tekenen. Een gemiddelde Zezunja kan namelijk helemaal niet tekenen en probeert de schade te beperken door te bezuinigen op zaken als mond en ledematen.
De naam De Een en De Ander ontlenen ze aan een dichtbundel van Toon Tellegen. De poppetjes die ik teken komen in een concreet soort abstractie wel een beetje overeen met de figuurtjes in de (schitterende) dichtbundel van Tellegen.

Een voorbeeldje uit de bundel.

Ik ben dood, zegt de een.
Hoe kóm je erbij, zegt de ander

en gaat naast de een zitten
legt hem uit wat hij wel is,
slaat zijn armen om hem heen,
streelt hem,
wiegt hem,
slingert hem in het rond.
valt met hem op de grond,
probeert zich los te wringen,
hijgt, schreeuwt – alles aan hem doet pijn –

want niets is zo ingewikkeld
als niet dood zijn.

(Uit: De een en de ander, Toon Tellegen, Querido, 2001)

Is er iets dat je niet kan maar erg graag zou kunnen?

Rijk worden.

Heb je een held op dat gebied?

De Delfzijler die de grootste individuele loterijprijs in Nederland ooit won. Hij is mijn grote voorbeeld.

Heb je iets dat je heel goed kan maar wat je liever niet had gekund?

Actiefilms naspelen in mijn slaap. Dat kan voor mijzelf en mijn lief leiden tot een ware slijtageslag.

Wat wil je worden als je later groot bent? ;)

Oud -met mijn lief. Prof-zangeres. En zó rijk dat ik een huis met acht kamers, een bootje en een cadeautje voor mijn lief kan kopen.

En als laatste: iedere gast mag altijd een wedervraag stellen:
What’s yours?

Ik pik er eentje van jou, met uw welnemen.
Hoe is je naam ontstaan? Niet iedereen kent het verhaal. ;-)

Heel fijn dat u onze gast wilde zijn, als je nog even blijft trekken we de cognac open ;)
Ah, cognac, waarom zeg je dat nu pas?

Wat doen we met de Lama?

We gaan Zezunja’s Zotisch Weblog democratiseren.
Dat democratiseringsproces werd lang geleden ingezet met allerhande problemen die u voor mij oploste, vragen die u beantwoordde en onderwerpen die u aandroeg (zie gehele archief). Maar nu gaan we nog een stapje verder. Vandaag mag u beslissen of het probleem in kwestie überhaupt wel opgelost moet worden. Cooly wooly, niet? Kan het nóg democratischer?

Het probleem van dienst is de pop-up. Het zit zo. Er zijn mensen die denken dat ik u bestook met reclame voor onbeduidende bedrijven door een pop-up-schermpje op u af te vuren.
Welnu: ik zou niet dúrven!
En toch is het wel waar. Mijn pagina spuugt u tegenwoordig midden in het gezicht. Flatsj! Een pop-up! Heel ergerlijk vermoed ik.

Dat lamagedrag komt niet door mij, maar door een van mijn tellertjes. Ik ben verslaafd aan websherlocks, cijfers, percentages, getallen en big brothers die uw doen en laten op dit weblog dag en nacht in de gaten houden. Inmiddels prijken er drie van die tellers op mijn site, die allemaal weer andere dingen van u bijhouden.

Eén van die tellers heet Webstats4u. Die is oud en nieuw tegelijk. Oud als in: het was de allereerste teller die ik had (toen nog met de naam Nedstats), ik plaatste ‘m kort nadat ik begon op mijn site, hij telt het langst en ik wil ‘m dus eigenlijk niet kwijt.

Nieuw als in: de teller heet inmiddels anders, ziet er anders uit, zal wel een andere eigenaar hebben, maar vooral: heeft ineens pop-ups.
Zelf heb ik dat nog niet gemerkt omdat ik een pop-up-killer heb, maar ik hoor wel eens wat en er is ook veel over geschreven op andere weblogs.

Veel webloggers hebben de teller eraf gegooid. In één maand tijd steeg ik in de weblog-telranglijsten van plaats 100 naar plaats 44. En dat kwam echt niet alleen door de Volkskrant-boost. Dat kwam ook door de tientallen namen die uit de ranglijst verdwenen omdat ze hun teller in de ban hadden gedaan. Dood aan de pop-ups. Terecht.

Ik vind dat een goed signaal aan de uitbaters van de site. In geval van pop-ups gewoon gelijk negeren. Maar omdat ik dan een teller weggooi met een zeer groot getal bij ‘totaal aantal pageviews tot nu toe’ zou ik toch een beetje balen.

Edoch, zo gaat dat in een democratie: u mag beslissen.
Wordt u inderdaad in het gezicht gespuugd op mijn site?
En vindt u dat dat moet kunnen?

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.