Ik ook van jou

Ik geloof dat we bij hem thuis in een innige verstrengeling hingen toen hij het voor het eerst zei.
‘Ik zie u graag.’

Eerst drong het niet tot me door. Het is alweer een tijdje geleden en ik begreep het Vlaams nog dagelijks verkeerd. Om maar wat te noemen: precies en zeker worden veel vaker gebruikt in omgekeerde betekenis. Niet precies, niet zeker, het lijkt erop dat, bijna, et cetera, enzovoort. Dat wist ik toen ook nog niet.

Dus toen hij zei ‘ik zie u graag’ deed dat weinig met me. Hij had ook kunnen zeggen: ik ga de vuilbak gaan buiten zetten. Net zo Vlaams en voor mij net zo weinig betekenis.

Het bezonk. Het zinnetje.
En ik bezonk ook. In zijn nek of zo.
Tot er ineens een gloeilamp boven mijn hoofd verscheen.

Ik zie u graag!

Hij zegt dat-ie van me houdt!

Nou ben ik niet het type dat op een kalendertje bijhoudt wanneer en hoe vaak manlief ‘ik hou van jou’ zegt, maar ik ben wel dol op liefdesverklaringen. En dit was er eentje. ’n Pure, een van de helderste soort.

Sindsdien probeer ik het te onthouden. Graag zien betekent niet dat je daarna een stevige boom over The Office of The Soprano’s op moet zetten, want god wat zie ik dat graag. Nee, het betekent dat je elkaar een zinderende zoen moet geven.

En dan zeg ik dus terug: ik ook van jou.

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.

Balkenende heeft gelijk

Balkenende geeft gewoon de journalisten de schuld.
Nou, dat doe ik dus ook.
Gewoon.
Met liefde.
Bij dezen.

Dus als er zaterdag gekke dingen over mij in het Volkskrant Magazine staan, bijvoorbeeld dat ik een 31-jarige op drift geraakte vrouw zou zijn, dan heb ík het niet gedaan. Dat u dat wel even weet.
Het waren als altijd die vermaledíjde journalisten.

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.

Ik adviseer: de schoolpleinmethodiek

Ik hoefde alleen maar even mijn fiets van het Amstelstation te halen, tien minuten fietsen, inpluggen, soundchecken, en voilà: raggen.
Dus ik fietste heel vr0lijk van lalala richting Oost.
Lalala. Lalala. Lalala.

Toen ik vanaf het Afrikanerplein het Krugerplein opreed, zag ik links een politiefuik.
Goh, wat grappig, dacht ik, ze hebben links een fuik. En rechts niet.
Lalala. Lalala. Lalala.
Uiteraard reed ik rechts.

Ik lalalade totdat die agent rechts achter die boom vandaan kwam.
Oftewel: rechts natuurlijk ook een fuik.
En als rechtgeaard Amsterdammer hoor je dat ook gewoon te weten. Links een fuik: dan rechts ook een fuik. Westeinde: links een fuik, rechts een fuik. Wibautstraat: links een fuik, rechts een fuik. Ceintuurbaan: links een fuik, rechts een fuik. Kamerling Onneslaan: links een fuik, rechts een fuik. Overtoom: links een fuik, rechts een fuik. Weteringschans: links een fuik, rechts een fuik.
Het is een heel simpel principe. En daarom was het leuk naïef. Alleen links een fuik? Mooi niet.

En mijn licht was kapot.
Ze hielden me halt.
‘Ik heb geen licht’, zei ik.
De aanval is altijd de beste verdediging.
‘En geen identiteitsbewijs’ voegde ik daaraan toe, nog immer in de aanval.

‘U heeft geen licht.’
‘En u heeft geen identiteitsbewijs’, herhaalde de agent
Ik keek hem zo onschuldig mogelijk aan. Naïef zelfs.
‘Dat zijn dan twee boetes’, zei de agent.

Ik wierp een blik op de agente naast hem. Dames involved. Dat maakt het altijd lastiger, zeker zo’n type Sandra Bullock met een brilletje op. Maar ik ging het toch maar proberen.

Ik zette mijn allerschattigste gezicht op, tanden bloot, lieve oogjes, hoofd een beetje schuin en ik zei: ‘Aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa?’ (denk hierbij aan het begin van de maandagochtendsirene).

Nou ja, en toen scholden ze de duurste bon dus kwijt. Heel simpel.
Mijn moeder trapt er allang niet meer in, in die aaaa.
De politie wel.

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.

De gave van het woord op een dag als vandaag

Nina (4) zei: “Het probeert te regenen.”
Het miezerde.

Luca (5) zei: “Papa, heb je nog een skelettenboek voor mij gekocht?”
We wachtten op opa in zijn kist.

Ik zei: “Aalbessen, slagroomtaart, paling, gourmetten met een schort voor en ’s avonds laat vanille-ijs.”
Mijn stem door de microfoon trilde niet.

Mensen zeiden: “Je kunt wel horen dat het je werk is.”
Crematies zijn niet echt mijn daily job.

Luca (5) zei: “Zezunja! Niet op die lijn staan! Anders ben je dood!”
Het was echt alléén maar het puntje van mijn hak.

Nina (4) zei: “Het is aan het rrrrrrrregenen.”
Dus vanavond zet ik de kachel hoog.

De oude reacties op dit stukje kun je hier lezen. Nieuwe reacties mag je gewoon hieronder plaatsen.