• Stukjes in het wild

    Tegen het inner­lij­ke dreinen

    Als het slecht met mij gaat, is onont­koom­ba­re afleiding mijn enige redding. Mijn gepieker is zo diep­ge­wor­teld dat er op sommige momenten niets anders op zit dan mijn hoofd in beslag te laten nemen. Iets doen dat zoveel her­sen­ca­pa­ci­teit vreet dat er geen geheugen meer over is om te herkauwen. Lezen werkt dan niet. Boeken con­fron­te­ren me met mezelf, met hoe ik in het leven sta. Kan ik me meten met de hoofd­per­so­nen? De denktrant van de schrijver? Heb ik zuivere motieven? Visies? Relaties? Boeken leiden ook tot beroeps­de­for­ma­tie: wat gaat er goed in dit verhaal? Wat niet? Hoe zou dat beter kunnen? Bij kranten en tijd­schrif­ten is dat nog erger, lezen is huiswerk. Niet alleen haal ik elke tekst langs mijn inner­lij­ke kwa­li­teits­me­ter, ook is de er altijd de vraag: wat kan ik hiervan leren? Heb ik dit misschien later nodig bij mijn eigen stukken? Wandelen werkt al beter, maar geeft me toch nog te veel ruimte om rondjes te rennen in mijn hoofd. Het helpt dat ik het afgelopen jaar heb geleerd om alles te deter­mi­ne­ren wat ik zie. Om het inner­lij­ke dreinen tegen te gaan, loop ik rond met een denk­beel­dig aan­wijs­stok­je: zomereik, Canadese eik, uit­ge­bloei­de look‐zonder‐look,…

  • Stukjes in het wild

    Stollende

    Maandag zou de eerste dag van de rest van mijn leven zijn. Alle rommelige dagen van deze zomer lagen achter me en ik zou eindelijk ruimte en tijd hebben om mijn bijeen geschraap­te goede moed te bundelen tot een pro­duc­ti­vi­teit van heb‐ik‐jou‐daar. Maar in plaats daarvan waad ik al dagen door de warmte. Ik check gordijnen, rolluiken, ramen en kieren meermaals per dag, zonder al te veel resultaat. Elk streepje licht betekent een streepje op de ther­mo­me­ter en er zijn te veel streepjes licht. Een huurhuis laat zich moeilijk dicht­tim­me­ren. Vandaag wordt het 37 graden. Dan is het in theorie net zo warm buiten mij als in mij, maar op mijn reizen naar Zuid‐Europa maakte ik dat vaker mee en dat moment van evenwicht is me nooit opge­val­len – dat ogenblik dat vooral zou moeten bestaan uit wat je niét voelt. Jac­que­li­ne de Vree schreef op Twitter dat onze hersenen niet smelten, maar dat de eiwitten in je brein stollen. Onom­keer­baar, bij 42 graden al. Aha, dacht ik, er zit begin­nen­de Foe Yong Hai in mijn hoofd, of een kar­bo­naad­je. Nog 5 graden en het gerecht is klaar. Onom­keer­baar klaar. Dus de reden dat ik zo slecht pres­teer­de op de…

  • Stukjes in het wild

    Gespe­cu­leer

    Eer­gis­te­ren liep ik door het bos en stapte ik bijna op een pad. Sindsdien denk ik om de paar uur even aan hoe dat hád kunnen zijn. Want ik had echt een stevig tempo, zo’n de‐paden‐op‐de‐lanen‐in‐tempo, met zwaaiende armen en een vast­be­ra­den trek om mijn mond. En ik mag dan niet veel wegen, voor een pad is het algauw te veel. Het was een wonder dat ik hem zag, want hij leek nog het meeste op een afge­val­len blad. Op een paar cen­ti­me­ter van zijn freeze plantte ik mijn voet, en toen ik uitriep ‘hee, een pad!’ sprong hij weg met zo’n onbe­hol­pen pad­den­sprong. Het is een slechte gewoonte om van dingen die wel goed afliepen te bedenken hoe het zou zijn geweest als dat niet zo was. Ik voel de bobbel onder mijn schoen, ik beleef levendig het moment dat ik erop ga staan, totdat er iets moet gebeuren met die bobbel. Wat gebeurt er met een pad waarop je gaat staan? Knapt hij uit elkaar? Wordt hij uit­ge­smeerd? Of geeft hij mee? Als een Nike Air‐bounceje? Ik ben blij dat ik het niet weet, maar ook weer niet, want dat gespe­cu­leer de hele dag is ook niet alles.…

  • Stukjes in het wild

    Lijn 9

    beeld: Jan Oos­ter­huis CC BY-SA 3.0 Als kleuter kwam ik eens een meisje tegen dat nog nooit in een tram had gezeten. Ik dacht dat ze een grapje maakte, want voor mij was de tram na de fiets het tweede ver­voer­mid­del in mijn bestaan. Mijn ouders hebben nooit een auto gehad, dus lijn 9 ontsloot voor ons de wereld. Het was de enige tram die dichtbij stopte en het was doorgaans de route naar afwis­se­ling en vrije tijd. Aan lijn 9 waren nau­we­lijks ver­plich­tin­gen verbonden, die lagen voor­na­me­lijk op andere assen. Lijn 9 was de tram naar de rond­vaart­boot, naar Artis, naar het Tro­pen­mu­se­um, het was de tram naar films in Tusch­in­ski, of in de Cineac, naar de veel te grote reus in het Amster­dams His­to­risch Museum, naar de Bijenkorf, V&D en het Water­loop­lein. Het was de tram naar op vakantie met de trein, naar vrije tijd, naar anders. Het was de tram van de rust naar de drukte, van de huizen naar de winkels, van het dorp naar de wereld. Lijn 9 was de tram waarin ik leerde glippen (zwart­rij­den), maar waarin ik dat ook weer afleerde toen een con­tro­leur me eens dreigend toesiste dat een valse naam opgeven…

  • Stukjes in het wild

    De structuur van asfalt

    Het onhandige aan mijn vak is dat ik er moeilijk reclame voor kan maken, omdat ik een over­dre­ven discrete schrijf­coach ben. Als de auteurs die ik begeleid iets moois maken en successen boeken, wil ik niet roepen dat ik daar de hand in had, omdat ik mijn eigen invloed niet wil over­schat­ten, maar ook omdat ik niet wil dat ik iets van de glans afhaal door het woord schrijf­coach te laten vallen. Daarom publi­ce­ren mensen verhalen zonder dat ik er al te nadruk­ke­lijk mee aan de haal ga, daarom boeken mijn pupillen successen zonder dat iemand weet dat ik meelas, meedacht of mee­schreef. Maar als iemand me in het dankwoord uit­druk­ke­lijk noemt, dan wil ik wel een klein stukje van het gordijn opzij trekken. Voor een vriend Het begon tijdens een cursus non‐fictie schrijven. ‘Ik wil een verhaal maken over een vriend,’ zei de cursist. Die vriend was iemand wiens zoon de diagnose autis­me­s­pec­trum­stoor­nis had gekregen, waardoor de vader zelf op zoek was gegaan naar zijn eventuele diagnose. Prima idee, zei ik. En zo geschied­de. We zetten het verhaal over de vriend in de steigers, de cursist research­te, kwam terug met materiaal, en bouwde een aanzet voor een verhaal. Maar…

  • Stukjes in het wild

    Brand­ge­vaar

    Het afgelopen jaar ontdekte ik iets wat ik altijd al dacht: ik mag niks fout doen. Ik kwam erachter dat ik de theorie van mogen worstelen en ploeteren best ken, maar dat ik in de praktijk volkomen blokkeer als ik een iets‐minder‐goede versie van mezelf dreig te zijn. Dat is een slechte houding als free­lan­cer: als je blokkeert blijft de kachel niet branden, en als je blokkeert omdat je jezelf onge­loof­lijk hard aanpakt, heb je kans dat je zelf als brandhout in de haard belandt. Ik werp mezelf graag op als ruim­har­tig en rea­lis­tisch, maar als het om het netto resultaat van mijn leven gaat, ben ik een zuinige boek­hou­der die niet kan wachten tot ze de aan­stich­ter van de disbalans een afran­se­ling kan geven. Een onbarm­har­ti­ge houding waarmee ik mezelf danig demo­ti­veer, die mijn cre­a­ti­vi­teit verstikt en die gro­ten­deels zinloos is. Al sinds het ontstaan van Het Eiland Neus heb ik één keer per jaar een nervous breakdown. Daar kom ik doorgaans redelijk snel uit, maar het afgelopen jaar lukte het niet meer. Het deed me denken aan mijn hamster, Babbel, die in zijn rad soms plot­se­ling ophield met lopen en dan ach­ter­waarts over de kop ging om ver­vol­gens…

  • Columns

    Seksisme is meer dan vuil­bek­ke­rij

    De Neder­land­se stichting CPNB die namens de boe­ken­sec­tor het Neder­land­se boek promoot, ligt onder vuur nadat ze vorige week het thema en de auteur van het boe­ken­week­es­say van 2019 had onthuld (DS 19 juni): een man zal schrijven over het thema De moeder de vrouw. Twee­hon­derd boe­ken­vak­kers trokken na dit bericht hun wenk­brau­wen op en besloten een open brief te schrijven waarin ze vragen waarom er anno 2018 gekozen is voor een thema waarbij de vrouw ver­een­zel­vigd wordt met de moeder én waarom voor beide boe­ken­week­uit­ga­ven een man de gelukkige is. Want niet alleen het boe­ken­week­es­say wordt door een man geschre­ven, eerder dit jaar werd bekend dat ook het boe­ken­week­ge­schenk aan een man is toe­be­deeld. De CPNB beant­woord­de de brief in de vorm van een stapeltje drog­re­de­nen. Het excuus dat de stichting aanbiedt, is van het kaliber dat doorgaans komt van mensen die eigenlijk vinden dat ze niets verkeerd hebben gedaan. Geen ‘sorry dat ik dit heb gedaan’, maar ‘sorry dat je me verkeerd begreep’. De CPNB schrijft: ‘Dat over het thema zo’n groot mis­ver­stand is ontstaan spijt ons zeer.’ Het pers­be­richt vervolgt direct: ‘Het idee van de moeder de vrouw aan het aanrecht is nooit het beeld geweest dat…

  • Columns

    Wie wil er nu geen vaginale eigen­waar­de?

    Als kleuter vond ik het fan­tas­tisch hoe mijn benen, als ik op de wc‐bril ging zitten, twee keer zo breed werden. Met duim en wijs­vin­ger mat ik ze: ja hoor, twee keer zo breed. En als ik ze plat drukte, zelfs drie keer. Won­der­lijk! Die ver­won­de­ring duurde een paar zalige jaren, tot ik doorkreeg dat vrou­wen­be­nen helemaal niet breed hoorden te zijn. Ik was een jaar of tien toen het moment aanbrak dat ik me in de een­zaam­heid van het kleine kamertje zat te schamen voor mijn brede benen, zozeer dat ik soms al plassend mijn spieren aanspande om mijn slanke benen ook zittend te behouden. ‘Er is een mil­jar­den­bu­si­ness gebouwd op de onze­ker­heid van jonge meisjes’, zei Bieke Purnelle van Rosa, het ken­nis­cen­trum voor gender en feminisme, gisteren in deze krant (DS 5 juni). Ze reageerde op het bericht dat in 2016 de helft meer ‘schaam­lip­cor­rec­ties’ werden uit­ge­voerd dan in het jaar daarvoor (DS 4 juni). Haar duiding is een belang­rij­ke aan­vul­ling op de ver­kla­ring die de onder­zoe­kers mee­s­tuur­den voor de explo­sie­ve toename van zulke operaties: de por­no­fi­ca­tie van de samen­le­ving. De ‘por­no­fi­ca­tie van de samen­le­ving’ is een fijne schuldige om aan te wijzen, want zo heeft niemand het gedaan.…

  • Columns

    Imaginary friends Meghan en Harry

    Een van mijn vrienden gelooft in bui­ten­aard­se wezens. Er is er ook een die gelooft in Messi, eentje gelooft in Allah, nog een ander in Pascale Naessens. Ik heb ook een vriend die zweert bij home­o­pa­thie, eentje die gelooft dat er ‘iets’ is, en dit weekend kwam ik erachter dat onver­wacht veel mensen in mijn omgeving geloven in een bruids­jurk ter waarde van een gezins­wo­ning. Dat mijn vrienden kri­tiek­loos sprookjes bin­nen­le­pe­len, kan ik aan­vaar­den. Ik zal hun logica bestrij­den, mochten ze erover willen praten, ik zal hun toe­wij­ding een betere zaak waardig achten, en ik zal betwij­fe­len of hun over­tui­ging de wereld veel goeds zal brengen. Maar ik zal ook hun verlangen naar een gerust­stel­lend verhaal accep­te­ren zoals ik het weer aanvaard: soms regent het nu eenmaal. Sommige mensen voelen zich geborgen bij schijn­ver­to­nin­gen van divers allooi en een deel van die mensen hing zaterdag betoverd voor de buis. Van mij mag het allemaal, geloof in sprookjes zoveel je wilt, als je er een ander maar niet mee schaadt. En dat is waar de schoen wringt. Want de over­dre­ven hoe­veel­heid tijd, geld en middelen die dit weekend wereld­wijd in het huwelijk van de Britse prins Harry en zijn verloofde Meghan…

  • Over natuur

    Hier gaat het om: insecten

    Wat je hoort Je hoort eksters en kikkers, die soms krek hetzelfde geluid maken, het zondagse gezoem van een paar vliegende insecten en het wegen­net­werk in het noord­oos­ten van Leuven. Wat je ziet Hier gaat het om. Zie je al die vliegsels? Al die bewegende flie­ber­tjes in beeld. Dat is wat er gebeurt als je je gazon veel minder maait. Beestjes. En die beestjes zijn belang­rijk. Voor ons allemaal. Ze eten en worden gegeten en houden zo al onze eco­sys­te­men draaiende. Als die beestjes ver­dwij­nen, verdwijnt uit­ein­de­lijk alles. Stop dus maar met maaien.   • Meer infor­ma­tie over minder maaien.

  • Wat ik las

    Lezens­waar­dig­he­den – 25 mei 2018

    De waarde van een Mening – met Sheila Sitalsing In de categorie beluis­te­rens­waar­dig: de Pegel­pod­cast. De beschrij­ving van de podcast is: ‘Hoe houd je het hoofd boven water als freelance jour­na­list? En hoe maak je ruimte voor projecten die je écht belang­rijk vindt? Zzp’ers Erwin van ’t Hof en Sjoerd Arends gaan bij freelance jour­na­lis­ten langs op zoek naar ant­woor­den.’ Ik vermoed dat elke ‘media­wer­ker’ deze uit­zen­din­gen, net als ik, met grote belang­stel­ling zal beluis­te­ren. Uit de afle­ve­ring met Sheila Sitalsing: De concerns zijn veel afhan­ke­lij­ker van free­lan­cers, maar de ver­ant­woor­de­lijk­heid die daarbij hoort zie ik op Persgroep‐niveau nog niet. Ik kan een grote mond hebben, maar ik zie veel free­lan­cers om me heen die dat niet durven. Hoe krijg je een waardevol gazon? Deze materie gaat me zeer aan het hart. Wannes en ik gaan dit jaar veel minder maaien dan anders, en ik hoop dat steeds meer mensen beseffen dat hun nette tuintjes niet onschul­dig zijn. Te vaak maaien is niet goed. Bloemen krijgen zo geen kans om te bloeien en insecten hebben geen schuil­plaats en geen voedsel. Bovendien zal een kort gemaaid gazon in de zomer te snel uitdrogen, waardoor de ont­wik­ke­ling van pad­den­stoe­len geen kans krijgt.…

  • Over natuur,  Stukjes in het wild

    Vijf dingen die ik leerde in mijn cursus Natuur­gids

    1. Iedereen die iets zeker weet, moet je wan­trou­wen De natuur is als voetbal: iedereen heeft er een mening over, maar bijna niemand weet waarover hij het heeft. Als ik naar mezelf kijk: ik wist mijn hele leven hoe een merel klonk, tot ik te maken kreeg met mensen die écht weten hoe een merel klinkt. Toen besefte ik dat ik jarenlang allerlei zwart­kop­pen, tuin­flui­ters en soms zelfs rood­borst­jes op een merel­hoop­je had gegooid. De natuur­gids­cur­sus leidde voort­du­rend tot nede­rig­heid: wat de ene lesgever ons leerde, stelde de volgende weer in vraag en wat wij zeker dachten te weten, lag negen van de tien keer toch een beetje anders. 2. Spoor­zoe­ken en vinden Je kunt als natuur­gids niet alles weten en je kunt in een natuur­gids­cur­sus niet alles leren. Dat is frus­tre­rend, maar een fact of life waar je aan kunt wennen. Wat ik wel heb geleerd is om de omgeving te obser­ve­ren: wat zie je, hoor en ruik je? En wat mag je dan in deze tijd van het jaar ver­wach­ten aan planten en dieren? Een omgeving door­gron­den, is als spoor­zoe­ken: open plekken, jonge scheutjes, bloeiend kruid, bast‐ en blad­scha­de, druppels, pluisjes, zaadjes, eitjes, knaag­tand­jes en voet­af­druk­ken, alles telt…

  • Wat ik las

    Lezens­waar­dig­he­den – 19 mei 2018

    Dra­ma­ti­sche afname van insecten We ver­nie­ti­gen de fun­da­men­ten van de kringloop: de insecten. Ook in Nederland is nu een schrik­ba­ren­de afname gecon­sta­teerd.  Insecten zorgen voor een gezonde bodem, zodat planten kunnen groeien, ze bestuiven bloemen, bomen en gewassen en ze zijn onmisbaar als voedsel voor vogels en andere dieren. Twee lang­lo­pen­de studies van in totaal acht insec­ten­groe­pen in natuur­ge­bie­den bij Wijster (Drenthe) en in natuur­ge­bied Kaaistoep (Noord‐Brabant) zijn uitvoerig gea­na­ly­seerd. De weten­schap­pers con­clu­de­ren dat in 27 jaar tijd twee derde van onder­zoch­te groepen verdwenen is. Enige lucht­punt­je: de wantsen zijn stabiel gebleven. Seksisme in de letteren Revisited Gaea zet het nog eens glas­hel­der op een rijtje: over de man­ne­lij­ke toon­zet­ting in de letteren en de gevolgen daarvan voor vrouwen. De oorzaken van het feit dat vrou­we­lij­ke auteurs een lager soor­te­lijk gewicht hebben, zijn complex. Sowieso wordt er in beoor­de­lin­gen van lite­ra­tuur (of dat nu in sub­si­die­com­mis­sies, jury’s, recensies of bij het samen­stel­len van bloem­le­zin­gen is) met een man­ne­lij­ke lat gemeten, want onze poëtica is nu eenmaal mannelijk, net als de literaire canon waar we mee opgroeien. What are the most common American political insults? Op de blog van Oxford Dic­ti­o­na­ries verscheen in 2014 een stukje over hoe links en rechts…

  • Columns

    De Titanic en het Noord­sta­ti­on

    Eerst hoopte ik nog dat ik Wim De Vilder verkeerd had verstaan in de ­bericht­ge­ving rond de toestand aan het Brusselse Noord­sta­ti­on, waar minstens honderd mensen al enkele weken onder erbar­me­lij­ke omstan­dig­he­den hun dagen door­bren­gen. ‘CD&V wil overleg met de Brusselse regering en wijst erop dat er ook vrouwen, kinderen en zieke migranten aan het Noord­sta­ti­on ver­blij­ven’, zei de nieuws­le­zer in Het journaal van vrijdag 4 mei. Vrouwen, kinderen en zieke migranten? Nee, dat had ik vast verkeerd begrepen. Maar nadat ik het item nog eens had bekeken, moest ik vast­stel­len dat het er inderdaad op leek dat CD&V het oude adagium ‘vrouwen en kinderen eerst’ had opge­poetst om in een regering die het probleem aan het Noord­sta­ti­on ‘een hygi­ë­ne­pro­bleem’ noemt, toch nog enige barm­har­tig­heid te veinzen. ‘Ik heb begrepen dat het gaat over daklozen, zieke mensen en moeders met kinderen,’ vertelde Kris Peeters. ‘Dat is een wat andere groep dan alleen de trans­mi­grant.’ Goed, dus er voltrekt zich een ramp en iemand begint te roepen: ‘Vrouwen en kinderen eerst!’ Waar kennen we dat van? O ja, uit verhalen over scheeps­ram­pen. Titanic, Leonardo DiCaprio en Kate Winslet. Verhalen die veelal over­ge­ro­man­ti­seerd zijn, een uit­zon­de­ring zelfs als we de onder­zoe­kers mogen…