• Wat ik las

    Lezens­waar­dig­he­den – dinsdag 1 mei 2018

    Kan­toor­knup­pel, het ga u goed – 925.nl Either you love him or you hate him lijkt me geen slechte manier om Jort Kelder te beschrij­ven, met daarbij de kant­te­ke­ning dat beide sensaties zich in hoog tempo kunnen afwis­se­len. Zo ervaar ik ergernis en afschuw én bewon­de­ring en gea­mu­seerd­heid als ik hem aanschouw, maar hoe het ook zij: schrijven kan hij als de beste, en deze 925‐memoires zijn lezens­waar­dig. In dit artikel draagt hij de site 925.nl (lees: nine‐to‐five) voorgoed over aan FTM.nl (Follow The Money). ‘Gemiddeld bereikt 925 zo’n 130 duizend unieke bezoekers per maand, met uit­schie­ters naar het dubbele. We zouden dat aantal vrij makkelijk kunnen verhogen, maar vinden het eigenlijk wel goed zo. Heel veel meer hoog­op­ge­lei­de kan­toor­knup­pels die in finan­ci­ë­le stukken  geïn­te­res­seerd zijn, zal dit vlakke land niet herbergen. Alleen denkt de adver­ten­tie­we­reld in andere aantallen. Om van banners te kunnen bestaan en de bloggers accep­ta­bel te kunnen honoreren, is minstens het tien­vou­di­ge bezoek nodig. En daar bedanken wij voor, ook al omdat we graag met een letterbak voor meer dan vier­hon­derd woorden blijven werken. Het adver­ten­tie­mo­del is, kortom, dood. Toen we begonnen, kon een business‐site nog tientjes per duizend bereikte bezoekers rekenen. Met dank aan massa‐platforms…

  • Columns

    De gluur­cul­tuur is een hit

    Een jaar of twintig geleden begon ik een klan­ten­kaar­ten­car­rou­sel. Met een stel vrienden ruilde ik klan­ten­kaar­ten in de hoop dat ons win­kel­pro­fiel een rommeltje zou worden en de super­markt zou denken dat de veer­tig­ja­ri­ge man in ons gezel­schap tampons en make‐up aan­schaf­te, terwijl de student budget had voor een dagelijks biefstuk. We hoopten een stok in de spaken van het systeem te steken en hoewel het goed­be­doeld was, is het een schit­te­rend voorbeeld van de half­bak­ken houding die velen van ons aan­nemen als het om per­soons­ge­ge­vens gaat. We wilden niet meewerken aan listige mar­ke­ting­trucs, maar we wilden wel korting. Het was een klein protest tegen een steeds groter wordend probleem: de handel in per­soons­ge­ge­vens die voor­spel­len wat ervoor nodig is om ons onze ziel te laten verkopen. ‘Een spin­nen­web waarvan we nau­we­lijks door­heb­ben dat we erin zitten’, zo beschreef tech­no­so­ci­o­loog Zeynep Tufekci de ver­lei­dings­tech­no­lo­gie die ons omringt vorig jaar in een TED Talk. Ze ver­ge­lijkt onze online omgeving met het snoeprek bij de kassa van de super­markt: het valt niet op dat het er staat, we nemen het niet eens serieus als ver­lei­dings­tech­niek, maar uit de omzet­cij­fers blijkt dat het werkt. Volgens Tufekci is onze online omgeving volledig opge­trok­ken uit…

  • Columns

    Willekeur is een neer­waart­se spiraal

    Goed nieuws: maar liefst 37 procent van de Belgen heeft voldoende finan­ci­ë­le kennis en vertoont over het algemeen ver­stan­dig finan­ci­eel gedrag. Daarmee zit België boven het Europese gemid­del­de, dat is een applaus waard. Het slechte nieuws is dat ruim ­zeven miljoen Belgen óf weinig van geldzaken begrijpen, óf onvol­doen­de finan­ci­eel bewust­zijn aan de dag leggen, óf te weinig anti­ci­pe­ren op de toekomst. Bij 5 procent van de bevolking is het een com­bi­na­tie van die factoren, dat zijn de ‘finan­ci­eel anal­fa­be­ten’ (DS 12 maart). Bij tijd en wijle hoor ik ook bij die groep anal­fa­be­ten. Want hoewel ik als hoog­op­ge­lei­de redelijk serieus met mijn geld omga, ben ik vaak radeloos als ik probeer chocola te maken van mijn reke­nin­gen, als ik de duistere regels van het zelf­stan­di­gen­be­staan wil door­gron­den of als ik nadenk over hoe ik mens‐, dier‐ en mili­eu­vrien­de­lijk kan con­su­me­ren en toch een zekere spaar­zaam­heid kan betrach­ten. Ondanks mijn harde werk is mijn inkomen slechts een krets hoger dan de armoe­de­grens, maar ik kom wel rond, op het nippertje. Het zou goed zijn als ik mijn situatie zou kunnen ver­be­te­ren, of als ik me beter zou voor­be­rei­den op slechtere tijden, maar het is twij­fel­ach­tig of me dat zal lukken. Ik maak…

  • Over journalistiek,  Stukjes in het wild

    Een krant kan het nooit goed doen

    Op Twitter stelde Maarten Jan mij een vraag. Ik ken Maarten Jan niet, maar in zijn bio staat ‘zegt weinig, vraagt veel’ en dat vind ik een mooi uit­gangs­punt. Dus hier een serieus antwoord op zijn vraag. ‘Als ik een artikel in de krant zie over een onderwerp waar ik veel vanaf weet (bij­voor­beeld gaming), is het altijd rampzalig slecht. Geldt dit ook voor andere onder­wer­pen en hoe komt dit?’ Laat ik beginnen met te zeggen dat de vraag te groot is om te beant­woor­den, want wat is slecht? Welk aspect vind je slecht? De invals­hoek? De vergaarde infor­ma­tie? De selectie? De schrijf­stijl? Hoe bepaal je of je niet te veel verwacht? Welke media heb je gecon­su­meerd voor je die mening had? In hoeverre had je andere media moeten raad­ple­gen? En als het artikel voor jou niet de juiste aanpak of inhoud had, zou het voor een ander wel de juiste aanpak of inhoud kunnen hebben? Oftewel: behoor je tot de doelgroep? Vragen, vragen, vragen die je eigenlijk allemaal eerst nauwgezet zou moeten langs­lo­pen voor je een gedegen antwoord kunt geven. Dus alles wat ik antwoord, zal geheid een nieuwe vraag oproepen en elke analyse geeft slechts een fractie weer…

  • Columns

    Digitale tolweg

    Wie het internet vandaag nog ‘de digitale snelweg noemt’, verraadt zijn leeftijd. Deze metafoor uit de tijd dat we cyber­t­ech­no­lo­gie alleen konden bevatten als we het ver­ge­le­ken met een plak asfalt, is een zachte dood gestorven. Inmiddels heeft de dimensie van enen en nullen, hoe ongrijp­baar ook, geen metafoor meer nodig om waar­ach­tig te zijn. Toch zouden we er goed aan doen de toe­gangs­weg tot mensen en infor­ma­tie­bron­nen wat vaker te ver­ge­lij­ken met een openbare weg. Want er is steeds vaker geen andere route dan de digitale om infor­ma­tie te vergaren of in contact te blijven met mensen. Zelfs overheden dwingen ons geregeld om via een digitaal middel op de hoogte te blijven van hun wel en wee. Het internet is niet alleen ver­ge­lijk­baar met een asfaltweg, het heeft in veel gevallen de weg vervangen. Tot zover is er niet veel aan de hand. In plaats van mensen te ontmoeten en infor­ma­tie te halen in een gebouw verderop, wenden we ons tot een website waarop we duiding en contacten vinden, en de meesten van ons vinden dat heel handig. Het is veel sneller, er is meer aanbod en de con­nec­ties en infor­ma­tie zijn beter toe­gan­ke­lijk voor mensen die fysiek, mentaal,…

  • Stukjes in het wild

    De geur van buiten

    We moeten het eens hebben over de geur van buiten. Een zoetzure stoflucht die om mensen en dieren hangt die net van buiten komen. De geur van buiten is het best te ruiken als je zelf niét net van buiten komt, en de geur van buiten is om die reden ook een geur die je vooral bij anderen ruikt en minder bij jezelf. Hoewel deze meneer de ver­kla­ring zoekt in geosmine, een chemische ver­bin­ding die wordt aan­ge­maakt door bacteriën en die onder meer leidt tot de geur die je na regen kunt ruiken (genaamd ‘petrichor’) denk ik dat de geur van buiten niet dezelfde geur is als de geur na regen. Hoewel ik niet uitsluit dat de geur van buiten een voor‐ of nastadium is van die regengeur. Ik hou niet van de geur van buiten. Sterker: ik vind de geur van buiten vies. Het is me te weeïg en te robuust. Ik herinner me dat ik dat als kind een van de ver­ve­lend­ste aspecten vond van iemand gedag zoenen: die geur van buiten. Onlangs rook Wannes naar buiten en ik trok een wat vies gezicht. Hij keek me verbaasd aan en ik zei dat hij te veel naar buiten…

  • Stukjes in het wild

    Ble­ke­to­ma­ten­in­to­le­ran­tie

    Dat zachte zanderige vlees. Te koud, te nat, te wak, te smaakloos. Het velletje te taai, te veel contrast met het vrucht­vlees. Je proeft de koel­kas­ten tussen hier en Spanje, de lief­de­loos­heid van de groot­grut­ter en de snelheid waarmee de plant het water uit de grond tussen dat vel heeft gepompt. Op de School voor Jour­na­lis­tiek volgde ik het keuzevak De Tomaat, over de ver­hou­din­gen tussen Nederland en Duitsland. De naam van het vak was afgeleid van een han­dels­ak­ke­fiet­je in 1992 waarbij Neder­land­se tomaten in Duitsland door de beroerde kwaliteit tot Was­ser­bom­be werden omgedoopt. We wisten toen nog niet hoe erg het 25 jaar later zou zijn. Zo erg dat ik mijzelf bij elk broodje buiten de deur terugvind met twee vingers in mijn beleg in een poging die koude rode flubbers ertus­sen­uit te halen. In het vliegtuig, in de trein, in het café, op het station, net zolang frie­me­lend tot al die witmelige vle­zig­heid weg is. En dan te bedenken dat ik niets liever eet dan een broodje met tomaat. Zo jammer. • Ik doe mee aan 40 dagen bloggen. Dit is dag 24.

  • Maartje in de media

    Maartje bij De Wereld Vandaag over Vrou­wen­dag

    In het radio­pro­gram­ma De Wereld Vandaag op Radio 1 blikte ik afgelopen donderdag terug op Inter­na­ti­o­na­le Vrou­wen­dag. Het interview dat ik aan De Standaard gaf, kwam ook ter sprake. • Ik doe mee aan 40 dagen bloggen. Dit is dag 23.

  • Columns

    Het venijn zit in het brein

    ‘Heb je al gereset?’ ‘Ja, natuur­lijk. Waarom doe je alsof ik dat zelf niet kan bedenken?’ ‘Ik doe niet alsof je het zelf niet kan bedenken, ik vraag het gewoon.’ Deze con­ver­sa­tie voeren mijn man en ik met enige regelmaat wanneer ik met een technisch probleem kamp en hij checkt of ik de meest voor de hand liggende oplos­sin­gen al heb gepro­beerd. Zelf maak ik me ook schuldig aan ongegrond wan­trou­wen. ‘Denk je er wel aan eerst het bed af te halen en dan pas te stof­zui­gen? En heb je de juiste maat vuil­nis­zak­ken bij je? Je kunt voor een pompoen trouwens beter de dun­schil­ler gebruiken.’ Dit soort dingen zeg ik vaker dan me lief is en ik kan mezelf niet uitstaan als ik me op die manier met hem bemoei. Want ik weet dat hij een ijverige poetser is en hij weet dat ik technisch mijn mannetje sta en toch zetten we elkaar weg als sukkels. Niet omdat we een relatie hebben waarin we elkaar met argwaan bejegenen, inte­gen­deel, we zijn nogal liefdevol in de omgang, maar omdat we opgroei­den in een tijd waarin vrouwen op keu­ken­trap­jes de ramen lapten en mannen slechts bij­droe­gen door het betref­fen­de keu­ken­trap­je uit…

  • Stukjes in het wild

    Wat een dag

    Foto: Vézelay, 1991 1. Ooit besloot ik dat ik me altijd zou laten inter­vie­wen als iemand een verzoek deed, want als wij jour­na­lis­ten al geen inter­views meer willen geven, wie moet het dan wel doen? Ik had twee voor­waar­den: 1. de vragen moeten gaan over iets waarvan ik zelf vind dat ik deskundig genoeg ben 2. door een afschrik­wek­ken­de ervaring met een tele­vi­sie­pro­gram­ma in het verleden hoef ik nooit mee te werken aan per­soon­lij­ke inter­views. Over zie­len­roer­se­len doe ik alleen nog met eigen pen verslag. Dus ik gaf van de week een interview: ‘Vrou­wen­dag beste dag om géén com­pli­ment­jes uit te delen’ 2. Ik stopte in 2000 voor het eerst met roken, sindsdien rook ik af en aan wel en niet. Toch is er weinig veranderd sinds ik dertig jaar geleden begon met roken: ik ben ook als ik niet rook nog steeds verslaafd. Vandaag stop ik weer en gek genoeg heb ik er zin in. Dat lijkt me een valkuil. 3. Syn­es­the­sie was in het nieuws. Als syn­es­the­sie in het nieuws is, stroomt mijn mailbox altijd vol met media die mij willen inter­vie­wen. Omdat het vaak tv-programma’s zijn en ik wat came­ra­schuw ben, werk ik meestal alleen achter de…

  • Stukjes in het wild

    Volledig overtuigd van mijn eigen boor

    Van mijn ouders kreeg ik een paar dozen met oud school­ge­rief mee. Tien­tal­len schrif­tjes tot aan de leeftijd dat ik slordig met mijn spullen begon om te gaan. Van­zelf­spre­kend zijn de oudste schrif­tjes het leukste; die waarin ik nog nau­we­lijks abstrac­tie­ver­mo­gen heb en opdrach­ten verkeerd begrijp, waarin je ziet dat ik er met rode wangetjes mee bezig geweest moet zijn. In 1980 leerde ik lezen en schrijven op een typische Montessori‐manier, met veel visuele prikkels. In een aantal schrif­tjes moest ik woorden foutloos opschrij­ven en ernaast tekenen wat ze bete­ken­den. Al bladerend door die honderden inter­pre­ta­ties van de wer­ke­lijk­heid stuitte ik op de boor van de foto hierboven. Hoewel begin jaren tachtig de glo­rie­ja­ren waren van de workmate en mijn vader gewoon een elek­tri­sche boor­ma­chi­ne gebruikte, was dat kennelijk voor mij wat een boor was. Dat is opvallend, maar waar­schijn­lijk had ik kort daarvoor een handboor leren gebruiken. Een groot deel van mijn kin­der­ja­ren bracht ik zon­dag­och­ten­den het liefste door met drie dingen: ver­keers­par­ken van Playmobil bouwen, meezingen met J.J. de Bom voorheen de Kin­der­vriend én figuur­za­gen. Met car­bon­pa­pier trok ik Bambi, Sneeuw­wit­je of een van mijn andere idolen over, ver­vol­gens boorde ik met een handboor een gaatje op de…

  • Stukjes in het wild

    Maartjes foefjes: houten lepel tegen overkoken

    Omdat ik zelfs op de meest roman­ti­sche momenten geneigd ben praktisch te doen, leek een life­hack­ru­briek me echt iets voor mij. Maar ik vind lifehack een rotwoord, daarom: foefjes. Voor de Belgen: een foefje is een trucje, een slim­mig­heid­je. Heb je ook behoefte aan een prak­ti­sche oplossing voor iets? Leg mij je vraag voor, dan denk ik met je mee. Vandaag: een houten lepel tegen het overkoken. Soms koken voe­dings­wa­ren zoals pasta, rijst en aard­ap­pe­len over. Dat is vrijwel altijd een slechte dag voor degene die het fornuis moet schoon­ma­ken. Meestal kookt het water over omdat er schuim op komt dat veel meer ruimte inneemt dan je van tevoren had ingeschat. Dat schuim heeft te maken met bij­voor­beeld zetmeel‐ en vet­deel­tjes in aard­ap­pe­len, pasta en rijst, die de grens tussen lucht en water opzoeken en zo belletjes maken (hier vind je een zorg­vul­di­ge toe­lich­ting – pdf). Om te voorkomen dat het schuim boven de rand uitstijgt, kun je een houten lepel op de rand leggen. Doordat de belletjes tegen het hout botsen en kapot spatten, blijft de schuim­berg laag. Op de foto hierboven heb ik een deksel op de pan, maar dat is niet nodig, je kunt het effect ook…

  • Over natuur,  Stukjes in het wild

    Eat that, ekster

    We wilden de mezen iets bieden dat niet in twee flinke happen door een kraai of ekster verorberd kon worden, dus toen we ergens van die silootjes vonden, schaften we die aan. Voedersilo’s hebben heel kleine snoep­gaatjes zodat kraai­ach­ti­gen hun snavel er niet in krijgen. Tenminste, dat is het idee. Vorig jaar maakte ik een video met daarin een iets beter beeld van wie er zoal komt eten. • Er wordt veertig dagen geblogd in blogland, dit is dag 18.

  • Stukjes in het wild

    Zondag

    Mijn waak­zaam­heid rust niet. De inspan­nin­gen die ik moet leveren om mijn diverse span­nings­bo­gen naar beneden te halen, is soms boven­men­se­lijk. Zie het als een regenboog: ik kamp altijd met een halve boog en moet er een mentaal keu­ken­trap­je bij halen om het einde af te buigen naar een hele, naar de pot met goud. Mijn waak­zaam­heid belet me werkelijk te geloven dat een hele boog tot de moge­lijk­he­den behoort. Is het nature of nurture? Ben ik dom of onmachtig? Is het werkelijk mogelijk om je span­nings­boog zonder haringen en scheer­lij­nen naar beneden te trekken? Elke dag weer? En waarom heeft niemand mij dat geleerd? Mijn waak­zaam­heid is zo cynisch, dat ze naar me knipoogt als ik probeer te doen alsof ze niet bestaat. Juist op de momenten dat ik mijn mentale keu­ken­trap­je heb getrot­seerd, het uiteinde heb vast­ge­pakt en probeer de boog zonder extra mankracht of doping af te buigen, juist dán is de ver­lei­ding groot om te denken dat ik de mindgame aan het verliezen ben. Non­cha­lan­ce is des duivels oorkussen en als een verslapte span­nings­boog iéts niet doet, is het wel naar de hemel reiken, dus daar trap ik mooi niet in. Mijn waak­zaam­heid heeft een nieuw…