• Stukjes in het wild

    Wat een dag

    Foto: Vézelay, 1991 1. Ooit besloot ik dat ik me altijd zou laten inter­vie­wen als iemand een verzoek deed, want als wij jour­na­lis­ten al geen inter­views meer willen geven, wie moet het dan wel doen? Ik had twee voor­waar­den: 1. de vragen moeten gaan over iets waarvan ik zelf vind dat ik deskundig genoeg ben 2. door een afschrik­wek­ken­de ervaring met een tele­vi­sie­pro­gram­ma in het verleden hoef ik nooit mee te werken aan per­soon­lij­ke inter­views. Over zie­len­roer­se­len doe ik alleen nog met eigen pen verslag. Dus ik gaf van de week een interview: ‘Vrou­wen­dag beste dag om géén com­pli­ment­jes uit te delen’ 2. Ik stopte in 2000 voor het eerst met roken, sindsdien rook ik af en aan wel en niet. Toch is er weinig veranderd sinds ik dertig jaar geleden begon met roken: ik ben ook als ik niet rook nog steeds verslaafd. Vandaag stop ik weer en gek genoeg heb ik er zin in. Dat lijkt me een valkuil. 3. Syn­es­the­sie was in het nieuws. Als syn­es­the­sie in het nieuws is, stroomt mijn mailbox altijd vol met media die mij willen inter­vie­wen. Omdat het vaak tv-programma’s zijn en ik wat came­ra­schuw ben, werk ik meestal alleen achter de…

  • Stukjes in het wild

    Volledig overtuigd van mijn eigen boor

    Van mijn ouders kreeg ik een paar dozen met oud school­ge­rief mee. Tien­tal­len schrif­tjes tot aan de leeftijd dat ik slordig met mijn spullen begon om te gaan. Van­zelf­spre­kend zijn de oudste schrif­tjes het leukste; die waarin ik nog nau­we­lijks abstrac­tie­ver­mo­gen heb en opdrach­ten verkeerd begrijp, waarin je ziet dat ik er met rode wangetjes mee bezig geweest moet zijn. In 1980 leerde ik lezen en schrijven op een typische Montessori‐manier, met veel visuele prikkels. In een aantal schrif­tjes moest ik woorden foutloos opschrij­ven en ernaast tekenen wat ze bete­ken­den. Al bladerend door die honderden inter­pre­ta­ties van de wer­ke­lijk­heid stuitte ik op de boor van de foto hierboven. Hoewel begin jaren tachtig de glo­rie­ja­ren waren van de workmate en mijn vader gewoon een elek­tri­sche boor­ma­chi­ne gebruikte, was dat kennelijk voor mij wat een boor was. Dat is opvallend, maar waar­schijn­lijk had ik kort daarvoor een handboor leren gebruiken. Een groot deel van mijn kin­der­ja­ren bracht ik zon­dag­och­ten­den het liefste door met drie dingen: ver­keers­par­ken van Playmobil bouwen, meezingen met J.J. de Bom voorheen de Kin­der­vriend én figuur­za­gen. Met car­bon­pa­pier trok ik Bambi, Sneeuw­wit­je of een van mijn andere idolen over, ver­vol­gens boorde ik met een handboor een gaatje op de…

  • Stukjes in het wild

    Maartjes foefjes: houten lepel tegen overkoken

    Omdat ik zelfs op de meest roman­ti­sche momenten geneigd ben praktisch te doen, leek een life­hack­ru­briek me echt iets voor mij. Maar ik vind lifehack een rotwoord, daarom: foefjes. Voor de Belgen: een foefje is een trucje, een slim­mig­heid­je. Heb je ook behoefte aan een prak­ti­sche oplossing voor iets? Leg mij je vraag voor, dan denk ik met je mee. Vandaag: een houten lepel tegen het overkoken. Soms koken voe­dings­wa­ren zoals pasta, rijst en aard­ap­pe­len over. Dat is vrijwel altijd een slechte dag voor degene die het fornuis moet schoon­ma­ken. Meestal kookt het water over omdat er schuim op komt dat veel meer ruimte inneemt dan je van tevoren had ingeschat. Dat schuim heeft te maken met bij­voor­beeld zetmeel‐ en vet­deel­tjes in aard­ap­pe­len, pasta en rijst, die de grens tussen lucht en water opzoeken en zo belletjes maken (hier vind je een zorg­vul­di­ge toe­lich­ting – pdf). Om te voorkomen dat het schuim boven de rand uitstijgt, kun je een houten lepel op de rand leggen. Doordat de belletjes tegen het hout botsen en kapot spatten, blijft de schuim­berg laag. Op de foto hierboven heb ik een deksel op de pan, maar dat is niet nodig, je kunt het effect ook…

  • Over natuur,  Stukjes in het wild

    Eat that, ekster

    We wilden de mezen iets bieden dat niet in twee flinke happen door een kraai of ekster verorberd kon worden, dus toen we ergens van die silootjes vonden, schaften we die aan. Voedersilo’s hebben heel kleine snoep­gaatjes zodat kraai­ach­ti­gen hun snavel er niet in krijgen. Tenminste, dat is het idee. Vorig jaar maakte ik een video met daarin een iets beter beeld van wie er zoal komt eten. • Er wordt veertig dagen geblogd in blogland, dit is dag 18.

  • Stukjes in het wild

    Zondag

    Mijn waak­zaam­heid rust niet. De inspan­nin­gen die ik moet leveren om mijn diverse span­nings­bo­gen naar beneden te halen, is soms boven­men­se­lijk. Zie het als een regenboog: ik kamp altijd met een halve boog en moet er een mentaal keu­ken­trap­je bij halen om het einde af te buigen naar een hele, naar de pot met goud. Mijn waak­zaam­heid belet me werkelijk te geloven dat een hele boog tot de moge­lijk­he­den behoort. Is het nature of nurture? Ben ik dom of onmachtig? Is het werkelijk mogelijk om je span­nings­boog zonder haringen en scheer­lij­nen naar beneden te trekken? Elke dag weer? En waarom heeft niemand mij dat geleerd? Mijn waak­zaam­heid is zo cynisch, dat ze naar me knipoogt als ik probeer te doen alsof ze niet bestaat. Juist op de momenten dat ik mijn mentale keu­ken­trap­je heb getrot­seerd, het uiteinde heb vast­ge­pakt en probeer de boog zonder extra mankracht of doping af te buigen, juist dán is de ver­lei­ding groot om te denken dat ik de mindgame aan het verliezen ben. Non­cha­lan­ce is des duivels oorkussen en als een verslapte span­nings­boog iéts niet doet, is het wel naar de hemel reiken, dus daar trap ik mooi niet in. Mijn waak­zaam­heid heeft een nieuw…

  • Stukjes in het wild

    Cute overload: het aantal ver­keers­lich­ten in de vijfde stad van Vlaan­de­ren

    Leuven is de vijfde stad van Vlaan­de­ren en toch zijn er maar zes kruis­pun­ten met ver­keers­lich­ten binnen de ring. Waarvan sommige nau­we­lijks een kruispunt mogen heten. Dit bij­voor­beeld: Of dit: Ik hou van Leuven. Ik was na dertig jaar Amsterdam heel erg toe aan een stad voor beginners en Leuven is de beste stad voor beginners die er is. Leuven is bedoeld voor mensen die een stad nog verkeerd om houden als ze erop gaan spelen, zoals begin­nen­de gita­ris­ten doen met een gitaar. Nu kun je zeggen: ja, maar dat is niet eerlijk, want in de Benelux zijn alleen maar steden voor beginners. En dat is waar. Maar in de categorie Steden voor Beginners mag Leuven onder het kopje Aller­ge­schiktst voor Absolute Beginners. België is een uit­smeer­land. Alle bebouwing is uit­ge­smeerd over de hele opper­vlak­te, want niemand wil ‘omhoog’ wonen, dus heeft België heel weinig grote steden. Ik zal de situatie even ver­ge­lij­ken met Nederland: De tweede stad van Nederland (Rotterdam) heeft 639.587 inwoners, de tweede stad van België (Gent) heeft er 259.083. Leuven, de achtste stad van België en de vijfde stad van Vlaan­de­ren heeft 100.291 inwoners tegenover 201.703 voor de achtste stad van Nederland, Almere. In zekere zin…

  • Stukjes in het wild

    Gouwe ouwe: mijn lezers draaien alle kanten op

    In mei 2009 (al bijna tien jaar geleden!) vroeg ik mijn lezers of ze óók buik­draai­den in bed. De ant­woor­den bleken ver­ras­send geva­ri­eerd, net als als jullie beeld van de de man‐vrouw‐verhouding in de Bende van Groot­moe­ders Kastje. Mede daarom herplaats ik het stukje met de ant­woor­den. Wat een ver­ras­sing. Ik ben niet vreemd. Helemaal niet zelfs. Ik ben zo gemiddeld als wat. Maar u ook, u bent ook zo gemiddeld als wat. De vraag of u rug‐ of buik­draait, is namelijk grofweg geëindigd in een gelijk­stand voor alle opties. Er waren 37 res­pon­den­ten die ik elk bij een categorie heb ingedeeld: buik­draai­en, rugdraai­en of beide. Hier zijn de cijfers: Buik­draai­en: 13 mensen Rugdraai­en: 13 mensen Beide: 11 mensen Kortom: wat u ook doet, u bent niet vreemd. Toch is dat voor velen moeilijk voor te stellen. Veel mensen schreven iets bij hun antwoord als ‘natuur­lijk’ of ‘hoe anders?’. En de redenen waarom op een andere manier draaien onple­zie­rig of zelfs levens­ge­vaar­lijk zou zijn, waren ook niet van de lucht. Over buik­draai­en “Buik­draai­en is net zoiets als ver­drin­ken.” “Als ik eens flink wil zuchten dan ga ik via mijn buik.” “Via mijn buik, dat is zo’n lekker warm en veilig gevoel.”…

  • Stukjes in het wild

    Alle­gaar­tje

    Een jaar of elf geleden schreef ik mijn eerste alle­gaar­tje, in 2016 mijn laatste en vorige week schreef Lilith er een waardoor ik me weer her­in­ner­de dat een alle­gaar­tje een heel geschikte manier was om blogjes te schrijven wanneer je weinig tijd had. Dingen die ik niet ging doen 1. Mijn cursus vandaag. Zo jammer, want het is de koudste ochtend van het jaar en er stond een Miradal-excursie op het programma. Maar een zelf­stan­di­gen­be­staan is alleen leefbaar als je goed­ge­zind en energiek bent, dus moet je de workload soms gefor­ceerd terug­schroe­ven. 2. Een blogje schrijven, gisteren. Ik heb gefoefeld door mijn column van twee weken geleden over twijfelen over België – die nog op mijn site gezet moest worden – als blogje mee te rekenen. Dag dertien: check! 3. Me laten opfucken. Al weken zeilen er mensen mijn berich­ten­boxen binnen die om wat voor reden dan ook kwaad op mij zijn, meestal door dingen die ze van of via mij lezen. Ik vind het ont­zet­tend moeilijk om het me niet aan te trekken als bekenden kwaad op mij zijn, maar gelukkig lukt het me steeds beter. God, wat zijn er veel giftige mensen. Dingen die ik leerde 1. Dat…

  • Columns

    Waar kan ik heen?

    Mijn moeder zei het soms als ik zeurde om meer hagelslag op mijn boterham: ‘Als het je hier niet bevalt, ga je toch weg?’ Ze gaf me uiteraard niet echt de keuze om mijn tan­den­bor­stel en mijn teddybeer in te pakken, maar als ze geen zin had in de discussie, gebruikte ze het als machts­mid­del. Het was haar manier om duidelijk te maken dat ze de baas was. En hoewel mijn inner­lij­ke drift­kik­ker schreeuw­de ‘oké, dan ga ik wel!’, was de wer­ke­lijk­heid onver­bid­de­lijk, want waar moest ik heen? ‘Waar kan ik heen? Ik kan niet naar China,’ zong Het Goede Doel in diezelfde tijd en hoewel de vluchtnei­gin­gen van de tekst­schrij­vers wortelden in het No future-sentiment van begin jaren tachtig, was het ook een geschikte sound­track voor een negen­jarige die zat te mokken in haar kamer. ‘Is er leven op Pluto? Kun je dansen op de maan? Is er een plaats tussen de sterren waar ik heen kan gaan?’ Fast forward naar 23 jaar later. Ik twijfelde niet over België. Of misschien eventjes, omdat het niet niets is, ontslag nemen en je naasten verlaten, maar de twijfel was van korte duur. Er wachtte een liefde, er wachtte een leven, en het zou…

  • Stukjes in het wild

    10 jaar geleden: mijn eerste Youtube-video’s

    Tien jaar geleden plaatste ik mijn eerste Youtube-video’s. Ik filmde ze met mijn beroerde telefoon met zo mogelijk nog beroer­de­re camera en dat is te zien. Dit was het debuut­film­pje. De magische wis­sel­truc der parende lie­ve­heers­beest­jes. Tot het einde kijken. In het tweede filmpje con­sta­teer­de ik dat je als blinde persoon in Gent Dampoort niet alleen nau­we­lijks kunt ontkomen aan een aan­rij­ding, je wordt ook door het blin­den­pad behoor­lijk in de steek gelaten. Ook tot het einde kijken. • Omdat ik heel weinig tijd heb deze week zullen er een paar gouwe ouwen langs­ko­men. • Lilith gaat 40 dagen bloggen en for old times sake doe ik mee. Veertig stukjes in het wild. Dit is dag 12.

  • De archiefdelver,  Stukjes in het wild

    Smeer­lap­pe­rij

    In mei 1974 schreef mijn opa deze brief naar de Volks­krant. Hij was toen 63 jaar oud, ik drie maanden. Ik ben een gretige Delpher-delver, dus deze brief had ik al eens opge­dui­keld, maar toen ik er onlangs weer op stuitte, was ik opnieuw onaan­ge­naam verrast. Kennelijk was het me gelukt de brief weer te ver­drin­gen, terwijl ik niet verbaasd was de eerste keer ik dat ik de brief las. Mijn opa werd gekneveld door een ernstige dwang­neu­ro­se, een niet‐aflatende gods­vruch­tig­heid, een levens­lang knellend con­for­mis­me en diep ver­an­ker­de militaire dis­ci­pli­ne. Hij deed daar zichzelf en anderen de duvel mee aan, en soms maakte hij zich kennelijk zo kwaad dat hij vond dat het in de krant moest. Behalve een boel aan­kon­di­gin­gen dat hij een vul­pot­lood had gewonnen door de ‘puzzle’ in te vullen, en uiteraard de nodige fami­lie­be­rich­ten, vond ik in Delpher twee brieven met zijn grieven en twee nieuws­be­rich­ten over zijn taak als reserve‐majoor in Indonesië (ook al zoiets). De andere brief zal ik hieronder plaatsen. De Reve‐brief raakt me. In de eerste plaats natuur­lijk omdat het geen fijn idee is dat je opa er allerlei nare ideeën op na hield, ideeën waarvoor ik me plaats­ver­van­gend schaam. Maar in…

  • Stukjes in het wild

    Aan­ge­bo­den: zaal­quiz­zers

    Als ik een Neder­lan­der zou moeten vertellen over de zaal­quiz­cul­tuur in Vlaan­de­ren is, dan zou ik niet weten waar ik zou moeten beginnen. Het is misschien ver­ge­lijk­baar met Konings­dag, de kenmerken zijn zó specifiek dat je bijna geen paral­lel­len kunt trekken. Met konings­dag en het oran­je­ge­voel deed ik ooit een poging, maar dat leverde direct een ellen­lan­ge tekst op. Een zaalquiz in Vlaan­de­ren is een militaire operatie waarbij dis­ci­pli­ne voorop staat: je laat je meevoeren in de drill van de avond of je bent reddeloos verloren. Je krijgt papieren, je moet goed luisteren, je mag niet te luid over­leg­gen, je moet erop letten dat je netjes schrijft en je mag het belang­rijk­ste niet vergeten: de juiste ant­woor­den geven. Als je iets wilt drinken moet je bonnetjes of muntjes halen, je moet een bestel­for­mu­lier invullen, je moet een papier omhoog houden waarop bij­voor­beeld staat: DORST! En dan staat er in een mum van tijd een vrij­wil­li­ger aan je tafel die de ver­sna­pe­rin­gen regelt. De zalen zijn vol, het tempo is hoog en het fanatisme is bij elke tafel ver­schil­lend, maar in de goed­ge­vul­de zaal zitten áltijd geduchte tegen­stan­ders. Ik heb pas twee keer aan een officiële zaalquiz meegedaan, dus ik ben…

  • Stukjes in het wild

    Tussen hier en daar

    Ik woon niet langer in het bui­ten­land, ik ben waar ik ben. Voor anderen woon ik misschien nog over de grens, maar voor mezelf is de grens tussen hier en daar er vooral een tussen nu en vroeger. Hier en daar zijn omge­draaid, ik ging daar wonen en ik woon nu hier. Na het oude normaal kwam het nieuwe normaal. Het is erbovenop komen liggen, als een Photoshop‐laag waarvan je de door­zich­tig­heid aanpast: je ziet de andere lagen er nog doorheen. Elk jaar dat ik hier woon, zie ik minder van de oude lagen. De door­zich­tig­heid neemt af, in de diepte liggen de gewoontes van vroeger, mijn Hollandse wereld­beeld, de dingen die ik daar – toen het nog hier was – zo van­zelf­spre­kend vond. Op een dag zal ik de lagen van mijn oude normaal niet meer kunnen zien, ik zal alleen weten van het hier en nu. Wanneer anderen me vertellen hoe het was of wanneer ik mijn eigen stukjes lees, zal ik aan een kari­ka­tuur denken, zoals ik doe bij andere zaken die ik vergeten ben. Neem het knikkeren. Ik weet nog hoe het voelde als ik ál mijn knikkers verloor en met een lege knik­ker­zak naar huis…

  • Stukjes in het wild

    Foto­da­g­boek

    Een plog is een samen­trek­king van photo en blog. In januari 2014 plogde ik al eens een weekje en Lilith inspi­reer­de me om dat gedurende deze 40 dagen nog eens te doen. Bij dezen. Het is heel erg lang, dus als je haast hebt: niet aan beginnen.

  • Stukjes in het wild

    Naar bed naar bed

    Hij, zei Wannes over ‘het kleine ding’. ‘Hij?’ zei ik. ‘Ja, hij,’ zei hij. Nou, en toen hadden we dus een kwestie waarvan we allebei geen idee hadden dat je er ver­schil­lend over kon denken. In zijn ogen zijn alle per­so­na­ges in het versje Naar bed naar bed mannelijk, behalve Ringeling. Bij mij zijn ze allemaal vrou­we­lijk, behalve Lange Jan. Dus het kleine ding is zeker geen ‘hij’, vind ik. Ik besloot het socialemedia‐orakel te raad­ple­gen. Er volgden een stuk of tachtig reacties, waarvan ik er 61 kon gebruiken om een lijstje te maken met 16 ver­schil­len­de com­bi­na­ties. Van de mensen die hun com­bi­na­tie doorgaven waren er 33 vrouw en 28 man. De Neder­lan­ders waren met ruim drie keer zo veel: 47 Neder­lan­ders tegenover 14 Belgen. De resul­ta­ten waren zo divers dat het me duizelt, maar één ding is zeker: Wannes en ik behoren beiden tot een min­der­heid. De grootste groep vindt namelijk dat Duimelot & Co allemaal mannelijk zijn, op de voet gevolgd door de mensen die geen sekse hebben toegekend aan de bende die groot­moe­ders kastje wil gaan plunderen. Ver­vol­gens zit er een groot gat en dan volgen de mensen die de man‐vrouw‐verhouding zoals Wannes in hun hoofd…