• Stukjes in het wild

    Cute overload: het aantal ver­keers­lich­ten in de vijfde stad van Vlaan­de­ren

    Leuven is de vijfde stad van Vlaan­de­ren en toch zijn er maar zes kruis­pun­ten met ver­keers­lich­ten binnen de ring. Waarvan sommige nau­we­lijks een kruispunt mogen heten. Dit bij­voor­beeld: Of dit: Ik hou van Leuven. Ik was na dertig jaar Amsterdam heel erg toe aan een stad voor beginners en Leuven is de beste stad voor beginners die er is. Leuven is bedoeld voor mensen die een stad nog verkeerd om houden als ze erop gaan spelen, zoals begin­nen­de gita­ris­ten doen met een gitaar. Nu kun je zeggen: ja, maar dat is niet eerlijk, want in de Benelux zijn alleen maar steden voor beginners. En dat is waar. Maar in de categorie Steden voor Beginners mag Leuven onder het kopje Aller­ge­schiktst voor Absolute Beginners. België is een uit­smeer­land. Alle bebouwing is uit­ge­smeerd over de hele opper­vlak­te, want niemand wil ‘omhoog’ wonen, dus heeft België heel weinig grote steden. Ik zal de situatie even ver­ge­lij­ken met Nederland: De tweede stad van Nederland (Rotterdam) heeft 639.587 inwoners, de tweede stad van België (Gent) heeft er 259.083. Leuven, de achtste stad van België en de vijfde stad van Vlaan­de­ren heeft 100.291 inwoners tegenover 201.703 voor de achtste stad van Nederland, Almere. In zekere zin…

  • Stukjes in het wild

    Gouwe ouwe: mijn lezers draaien alle kanten op

    In mei 2009 (al bijna tien jaar geleden!) vroeg ik mijn lezers of ze óók buik­draai­den in bed. De ant­woor­den bleken ver­ras­send geva­ri­eerd, net als als jullie beeld van de de man‐vrouw‐verhouding in de Bende van Groot­moe­ders Kastje. Mede daarom herplaats ik het stukje met de ant­woor­den. Wat een ver­ras­sing. Ik ben niet vreemd. Helemaal niet zelfs. Ik ben zo gemiddeld als wat. Maar u ook, u bent ook zo gemiddeld als wat. De vraag of u rug‐ of buik­draait, is namelijk grofweg geëindigd in een gelijk­stand voor alle opties. Er waren 37 res­pon­den­ten die ik elk bij een categorie heb ingedeeld: buik­draai­en, rugdraai­en of beide. Hier zijn de cijfers: Buik­draai­en: 13 mensen Rugdraai­en: 13 mensen Beide: 11 mensen Kortom: wat u ook doet, u bent niet vreemd. Toch is dat voor velen moeilijk voor te stellen. Veel mensen schreven iets bij hun antwoord als ‘natuur­lijk’ of ‘hoe anders?’. En de redenen waarom op een andere manier draaien onple­zie­rig of zelfs levens­ge­vaar­lijk zou zijn, waren ook niet van de lucht. Over buik­draai­en “Buik­draai­en is net zoiets als ver­drin­ken.” “Als ik eens flink wil zuchten dan ga ik via mijn buik.” “Via mijn buik, dat is zo’n lekker warm en veilig gevoel.”…

  • Stukjes in het wild

    Alle­gaar­tje

    Een jaar of elf geleden schreef ik mijn eerste alle­gaar­tje, in 2016 mijn laatste en vorige week schreef Lilith er een waardoor ik me weer her­in­ner­de dat een alle­gaar­tje een heel geschikte manier was om blogjes te schrijven wanneer je weinig tijd had. Dingen die ik niet ging doen 1. Mijn cursus vandaag. Zo jammer, want het is de koudste ochtend van het jaar en er stond een Miradal-excursie op het programma. Maar een zelf­stan­di­gen­be­staan is alleen leefbaar als je goed­ge­zind en energiek bent, dus moet je de workload soms gefor­ceerd terug­schroe­ven. 2. Een blogje schrijven, gisteren. Ik heb gefoefeld door mijn column van twee weken geleden over twijfelen over België – die nog op mijn site gezet moest worden – als blogje mee te rekenen. Dag dertien: check! 3. Me laten opfucken. Al weken zeilen er mensen mijn berich­ten­boxen binnen die om wat voor reden dan ook kwaad op mij zijn, meestal door dingen die ze van of via mij lezen. Ik vind het ont­zet­tend moeilijk om het me niet aan te trekken als bekenden kwaad op mij zijn, maar gelukkig lukt het me steeds beter. God, wat zijn er veel giftige mensen. Dingen die ik leerde 1. Dat…

  • Columns

    Waar kan ik heen?

    Mijn moeder zei het soms als ik zeurde om meer hagelslag op mijn boterham: ‘Als het je hier niet bevalt, ga je toch weg?’ Ze gaf me uiteraard niet echt de keuze om mijn tan­den­bor­stel en mijn teddybeer in te pakken, maar als ze geen zin had in de discussie, gebruikte ze het als machts­mid­del. Het was haar manier om duidelijk te maken dat ze de baas was. En hoewel mijn inner­lij­ke drift­kik­ker schreeuw­de ‘oké, dan ga ik wel!’, was de wer­ke­lijk­heid onver­bid­de­lijk, want waar moest ik heen? ‘Waar kan ik heen? Ik kan niet naar China,’ zong Het Goede Doel in diezelfde tijd en hoewel de vluchtnei­gin­gen van de tekst­schrij­vers wortelden in het No future-sentiment van begin jaren tachtig, was het ook een geschikte sound­track voor een negen­jarige die zat te mokken in haar kamer. ‘Is er leven op Pluto? Kun je dansen op de maan? Is er een plaats tussen de sterren waar ik heen kan gaan?’ Fast forward naar 23 jaar later. Ik twijfelde niet over België. Of misschien eventjes, omdat het niet niets is, ontslag nemen en je naasten verlaten, maar de twijfel was van korte duur. Er wachtte een liefde, er wachtte een leven, en het zou…

  • Stukjes in het wild

    10 jaar geleden: mijn eerste Youtube-video’s

    Tien jaar geleden plaatste ik mijn eerste Youtube-video’s. Ik filmde ze met mijn beroerde telefoon met zo mogelijk nog beroer­de­re camera en dat is te zien. Dit was het debuut­film­pje. De magische wis­sel­truc der parende lie­ve­heers­beest­jes. Tot het einde kijken. In het tweede filmpje con­sta­teer­de ik dat je als blinde persoon in Gent Dampoort niet alleen nau­we­lijks kunt ontkomen aan een aan­rij­ding, je wordt ook door het blin­den­pad behoor­lijk in de steek gelaten. Ook tot het einde kijken. • Omdat ik heel weinig tijd heb deze week zullen er een paar gouwe ouwen langs­ko­men. • Lilith gaat 40 dagen bloggen en for old times sake doe ik mee. Veertig stukjes in het wild. Dit is dag 12.

  • De archiefdelver,  Stukjes in het wild

    Smeer­lap­pe­rij

    In mei 1974 schreef mijn opa deze brief naar de Volks­krant. Hij was toen 63 jaar oud, ik drie maanden. Ik ben een gretige Delpher-delver, dus deze brief had ik al eens opge­dui­keld, maar toen ik er onlangs weer op stuitte, was ik opnieuw onaan­ge­naam verrast. Kennelijk was het me gelukt de brief weer te ver­drin­gen, terwijl ik niet verbaasd was de eerste keer ik dat ik de brief las. Mijn opa werd gekneveld door een ernstige dwang­neu­ro­se, een niet‐aflatende gods­vruch­tig­heid, een levens­lang knellend con­for­mis­me en diep ver­an­ker­de militaire dis­ci­pli­ne. Hij deed daar zichzelf en anderen de duvel mee aan, en soms maakte hij zich kennelijk zo kwaad dat hij vond dat het in de krant moest. Behalve een boel aan­kon­di­gin­gen dat hij een vul­pot­lood had gewonnen door de ‘puzzle’ in te vullen, en uiteraard de nodige fami­lie­be­rich­ten, vond ik in Delpher twee brieven met zijn grieven en twee nieuws­be­rich­ten over zijn taak als reserve‐majoor in Indonesië (ook al zoiets). De andere brief zal ik hieronder plaatsen. De Reve‐brief raakt me. In de eerste plaats natuur­lijk omdat het geen fijn idee is dat je opa er allerlei nare ideeën op na hield, ideeën waarvoor ik me plaats­ver­van­gend schaam. Maar in…

  • Stukjes in het wild

    Aan­ge­bo­den: zaal­quiz­zers

    Als ik een Neder­lan­der zou moeten vertellen over de zaal­quiz­cul­tuur in Vlaan­de­ren is, dan zou ik niet weten waar ik zou moeten beginnen. Het is misschien ver­ge­lijk­baar met Konings­dag, de kenmerken zijn zó specifiek dat je bijna geen paral­lel­len kunt trekken. Met konings­dag en het oran­je­ge­voel deed ik ooit een poging, maar dat leverde direct een ellen­lan­ge tekst op. Een zaalquiz in Vlaan­de­ren is een militaire operatie waarbij dis­ci­pli­ne voorop staat: je laat je meevoeren in de drill van de avond of je bent reddeloos verloren. Je krijgt papieren, je moet goed luisteren, je mag niet te luid over­leg­gen, je moet erop letten dat je netjes schrijft en je mag het belang­rijk­ste niet vergeten: de juiste ant­woor­den geven. Als je iets wilt drinken moet je bonnetjes of muntjes halen, je moet een bestel­for­mu­lier invullen, je moet een papier omhoog houden waarop bij­voor­beeld staat: DORST! En dan staat er in een mum van tijd een vrij­wil­li­ger aan je tafel die de ver­sna­pe­rin­gen regelt. De zalen zijn vol, het tempo is hoog en het fanatisme is bij elke tafel ver­schil­lend, maar in de goed­ge­vul­de zaal zitten áltijd geduchte tegen­stan­ders. Ik heb pas twee keer aan een officiële zaalquiz meegedaan, dus ik ben…

  • Stukjes in het wild

    Tussen hier en daar

    Ik woon niet langer in het bui­ten­land, ik ben waar ik ben. Voor anderen woon ik misschien nog over de grens, maar voor mezelf is de grens tussen hier en daar er vooral een tussen nu en vroeger. Hier en daar zijn omge­draaid, ik ging daar wonen en ik woon nu hier. Na het oude normaal kwam het nieuwe normaal. Het is erbovenop komen liggen, als een Photoshop‐laag waarvan je de door­zich­tig­heid aanpast: je ziet de andere lagen er nog doorheen. Elk jaar dat ik hier woon, zie ik minder van de oude lagen. De door­zich­tig­heid neemt af, in de diepte liggen de gewoontes van vroeger, mijn Hollandse wereld­beeld, de dingen die ik daar – toen het nog hier was – zo van­zelf­spre­kend vond. Op een dag zal ik de lagen van mijn oude normaal niet meer kunnen zien, ik zal alleen weten van het hier en nu. Wanneer anderen me vertellen hoe het was of wanneer ik mijn eigen stukjes lees, zal ik aan een kari­ka­tuur denken, zoals ik doe bij andere zaken die ik vergeten ben. Neem het knikkeren. Ik weet nog hoe het voelde als ik ál mijn knikkers verloor en met een lege knik­ker­zak naar huis…

  • Stukjes in het wild

    Naar bed naar bed

    Hij, zei Wannes over ‘het kleine ding’. ‘Hij?’ zei ik. ‘Ja, hij,’ zei hij. Nou, en toen hadden we dus een kwestie waarvan we allebei geen idee hadden dat je er ver­schil­lend over kon denken. In zijn ogen zijn alle per­so­na­ges in het versje Naar bed naar bed mannelijk, behalve Ringeling. Bij mij zijn ze allemaal vrou­we­lijk, behalve Lange Jan. Dus het kleine ding is zeker geen ‘hij’, vind ik. Ik besloot het socialemedia‐orakel te raad­ple­gen. Er volgden een stuk of tachtig reacties, waarvan ik er 61 kon gebruiken om een lijstje te maken met 16 ver­schil­len­de com­bi­na­ties. Van de mensen die hun com­bi­na­tie doorgaven waren er 33 vrouw en 28 man. De Neder­lan­ders waren met ruim drie keer zo veel: 47 Neder­lan­ders tegenover 14 Belgen. De resul­ta­ten waren zo divers dat het me duizelt, maar één ding is zeker: Wannes en ik behoren beiden tot een min­der­heid. De grootste groep vindt namelijk dat Duimelot & Co allemaal mannelijk zijn, op de voet gevolgd door de mensen die geen sekse hebben toegekend aan de bende die groot­moe­ders kastje wil gaan plunderen. Ver­vol­gens zit er een groot gat en dan volgen de mensen die de man‐vrouw‐verhouding zoals Wannes in hun hoofd…

  • Stukjes in het wild

    Sucker for ser­veer­sug­ges­ties

    Alle foto’s © Maartje Luif Ser­veer­sug­ges­tie is het woord dat fabri­kan­ten op de ver­pak­king van een product zetten om te voorkomen dat ze ervan worden beschul­digd mis­lei­den­de infor­ma­tie op het etiket te vermelden (in sommige landen is het verplicht). Dus als een soep­fa­bri­kant op een blik erw­ten­soep zónder worst een foto plaatst van een dampend bord soep mét worst, dan staat er ser­veer­sug­ges­tie bij, zodat jij niet denkt dat je die stukjes worst in het blik kunt vinden. Tot zover niks om vrolijk van te worden, zulke wetgeving is logisch en nodig. Maar het woord ser­veer­sug­ges­tie herbergt een reeks beloften die het zelden inlost. Zo is serveren voor mij iets wat je doet als je gasten hebt, en alleen bij een gerecht dat mooi is en smakelijk oogt. Voor Wannes en mij schep ik meestal gewoon op. Bovendien is ser­veer­sug­ges­tie een woord dat klinkt alsof iemand op je arm tikt en zegt: ‘Hee, mag ik een suggestie doen? Als je eens gasten hebt, kun het ook zo serveren!’ En omdat het woord ser­veer­sug­ges­tie daar allemaal niks mee te maken heeft, maar slechts dient om de wetgeving voor te zijn, wordt het algauw een pot­sier­lij­ke aan­ge­le­gen­heid. I’m a sucker for ser­veer­sug­ges­ties. Want…

  • Stukjes in het wild

    Het perfecte beroep

    Het is deze maand zes jaar geleden dat ik begon als online schrijf­coach nadat ik in veertien jaar ‘gewoon’ lesgeven zoveel mensen had gezien dat ik niets liever wilde dan even helemaal geen mensen meer zien. Ik verzon een nieuw beroep, tuigde een website op en stortte me op schrif­te­lij­ke schrijf­cur­sus­sen voor eenzaten met schrijf­am­bi­ties. Het was een beetje zoeken, mijn nieuwe beroep. Want hoe moest ik dat doen, per e‐mail een schrijf­cur­sus geven? Hoe kon ik zorgen dat het niet te arbeids­in­ten­sief werd, met al dat leeswerk? Hoe moest ik voorkomen dat mijn woorden op papier mensen kwetsten, zoals soms gebeurde? Hoe kon ik vermijden dat degene aan de andere kant van de e‐mail me verkeerd begreep? Of dat de schrijver in kwestie iets anders zou ver­wach­ten dan ik kon bieden? Hoe kon ik genoeg verdienen zonder dat het voor de hulp­vra­ger een te dure hobby zou worden? Hoe kon ik admi­ni­stra­tie­ve rompslomp voorkomen? En welke verzoeken zou ik wel of niet aannemen? Kon ik alles bege­lei­den? Na verloop van tijd vielen de dingen op zijn plaats. Zo beloofde ik een tijd lang gratis diagnoses, waarmee mensen soms zo geholpen waren dat ik ze nooit meer terugzag. Inmiddels geef…

  • Stukjes in het wild

    Maartjes foefjes: cir­kel­vor­mig bakpapier

    Omdat ik zelfs op de meest roman­ti­sche momenten geneigd ben praktisch te doen, leek een life­hack­ru­briek me echt iets voor mij. Maar ik vind lifehack een rotwoord, daarom: foefjes. Voor de Belgen: een foefje is een trucje, een slim­mig­heid­je. Heb je ook behoefte aan een prak­ti­sche oplossing voor iets? Leg mij je vraag voor, dan denk ik met je mee. Vandaag: cir­kel­vor­mig bakpapier. Rond bakpapier Sommige foefjes heb ik niet zelf bedacht. Zo is dit foefje onder de meeste beroeps­koks wel bekend, maar als er één plaats is waar bakplaten vaak helemaal niet rond zijn, dan is het wel in pro­fes­si­o­ne­le keukens. Het is dus belang­rijk dat juist par­ti­cu­lie­ren het licht zien. Geen dank! Ik heb een oven waarin de de stan­daard­bak­plaat rond is. Dat betekent dat ik regel­ma­tig ronde vellen bakpapier nodig heb. Toen ik dit foefje nog niet kende, prevelde ik een schiet­ge­bed­je, waarna ik het papier toe­ta­kel­de tot iets waarmee je het examen voor de perfecte cirkel never­nooit­niet zou halen. Als het teleur­stel­len­de resultaat groter was dan de bakplaat of taartvorm, maakte het niet uit. Voedsel wordt god­zij­dank niet lekkerder als het gebakken is op een perfecte cirkel. Maar als het velletje kleiner was dankzij het mis­knip­pen…

  • Stukjes in het wild

    Mijn kapoen

    Tradities, ik heb er weinig mee. Als ik vroeger twee keer achter elkaar dezelfde weg naar school fietste, was ik al verveeld. Ik hield van feestjes om het feestje, niet omdat het een traditie was. Het besef dat je kerst slechts met kerst zou kunnen vieren en de weten­schap dat we alleen in de trein een rolletje Topdrop kregen, vond ik eerder beknel­lend dan gerust­stel­lend. Vandaag krijg ik een Nieuws­jaars­brief van mijn metekind. Tot twaalf jaar geleden wist ik niet wat een Nieuws­jaars­brief was en tot drie jaar geleden wist ik niet hoe het voelde om er zelf een te krijgen. Nieuws­jaars­brie­ven zijn een traditie in Vlaan­de­ren. Doorgaans worden ze op 1 januari of in de dagen daarna voor­ge­le­zen door kinderen aan hun peters en meters. Tra­di­ti­o­neel eindigen ze met Uw kapoen. Vaak kauwen scholen de brieven voor, maar leuke kinderen en leuke ouders maken er iets eigens van. Het is het eerste jaar dat mijn metekind ver­staan­baar kan praten, in volzinnen die ik helemaal begrijp, dus ik kijk ernaar uit. Want ik heb dan wel weinig met tradities, maar ik heb wel veel met kinderen die hun plan­ken­koorts in de ogen kijken, ik heb veel met het geaarzel vooraf,…

  • Over natuur,  Stukjes in het wild

    Mos­sel­e­las­ti­ci­teit

    Foto: mossel op het pad. Ze hebben de grote vijver leeg­ge­pompt. Voor het eerst in decennia kwam het slijk aan de opper­vlak­te en deze winter lieten de tien­tal­len aal­schol­vers het pro­vin­ci­aal domein links liggen, want als er niets te duiken valt, duiken ze wel ergens anders.  Alles ver­an­der­de. De meer­koe­ten ver­trok­ken naar de kleine visvijver, de eenden zochten ruzie in de watertjes achter het zwembad, en in de grote vijver – bij ons thuis ook wel het meer genoemd – zagen we ineens dagenlang vijf witte zil­ver­rei­gers balan­ce­ren op één been, want die houden wél van enkeldiep water. Ook de kraaien ver­an­der­den. In plaats van kleine vogeltjes op te jutten en hun fors­bol­len te tonen aan volwassen eksters zagen we ineens een heel andere dag­be­ste­ding: mosselen eten. En dat is nog geen sinecure als kraai, want de flinke snavel waarmee ze eikeltjes in de grond ver­stop­pen of jonge meesjes uit hun nest plukken, blijkt niet handig genoeg voor het open bikken van een vast­hou­den­de mossel. Minu­ten­lang hebben we de afgelopen maand mogen aan­schou­wen hoe ze de verharde paden gebruik­ten als breek­ij­zer. Hoe ze eerst de mosselen uit de modder opdiepten, of er een afpakten van een zwakke meeuw, hoe ze…