• Columns,  Over natuur

    We hebben de kikkers vermoord

    We hebben de kikkers vermoord, mijn man en ik. Tenminste, we houden het voor mogelijk dat we de kikkers hebben vermoord. Ze zijn in elk geval dood, en we mogen niet uit­slui­ten dat wij ze met al onze goede bedoe­lin­gen over de kling hebben gejaagd. We ontdekten het een paar weken geleden. Zes kikkers lagen op hun rug op de bodem van de inge­gra­ven mortelbak die dienst doet als mini­vij­ver. Roerloos, met hun witte buiken omhoog, hun pootjes strak gespannen, alsof ze net de sprong van hun leven hadden gemaakt. Als je wel eens een bord kik­ker­bil­le­tjes hebt gezien, weet je welke houding ik bedoel. Eerst twij­fel­den we nog. Waren ze wel dood? Ik had eens gelezen dat je kikkers in win­ter­slaap nooit uit de vijver moet vissen, omdat je daarmee het risico loopt dat ze sterven door het lucht­druk­ver­schil. Maar was dit niet een heel merk­waar­di­ge win­ter­slaap? Zo op hun rug? Met hun witte buik goed zichtbaar voor hongerige reigers? Omdat we nogal stadse types zijn, googelen we ons meestal door de ver­zor­ging van ons natuur­schoon. Onze zoek­ge­schie­de­nis is een aan­een­scha­ke­ling van ‘rid­der­spoor zaaien wanneer?’ en ‘egel gebroken poot, wat nu?’ Maar die zoekmachine‐ijver is waar­schijn­lijk het grote probleem.…

  • Columns

    Dis­cri­mi­na­tie is een sys­teem­fout

    Hier ten huize Luif ging de vlag uit toen ik de intro las van het opi­nie­stuk ‘Vijf jaar under­co­ver op de arbeids­markt’ (DS 21 maart) . Mystery calls mogen van onder­zoe­ker Stijn Baert uit de koelkast om zo werk­ge­vers die het niet zo nauw nemen met grond­rech­ten en ethiek een grotere pakkans te geven. Onder­zoe­kers die pleiten voor een sys­te­ma­ti­sche aanpak van dis­cri­mi­na­tie: dat zien wij hier graag! Maar al bij de tweede kolom moest ik even pauzeren om de vlag uit de houder te halen, en tegen het einde van het artikel snoot ik bedroefd mijn neus in de wimpel. Te vroeg gejuicht. Deze weten­schap­per pookte het vuurtje van de sys­teem­recht­vaar­di­ging weer eens flink op. Zo schrijft hij dat vrij­wil­li­gers­werk op het cv, net als een hoog oplei­dings­ni­veau en een flink aantal jaren werk­er­va­ring, de ‘ideale manier is om dis­cri­mi­na­tie te ontlopen’. Lees ik dat goed? Te ontlópen? Alsof dis­cri­mi­na­tie­be­strij­ding vooral een kwestie is van er een beetje omheen lopen, en ach­ter­stel­ling iets dat je kunt ontwijken door zelf maar wat beter je best te doen. Ook gaat hij volkomen voorbij aan de rol die dis­cri­mi­na­tie speelt bij het verwerven van de inhoud van dat cv. Bovendien heeft Baert…

  • Columns

    Gekke Henkie en de paar­den­ra­ce­po­li­tiek

    Voor de ver­kie­zin­gen spreken lijst­trek­kers over breek­pun­ten en ver­kie­zings­be­lof­ten, maar niet over de com­pro­mis­sen die ze nadien zullen sluiten. Maartje Luif roept op tot lef en rede. Het is vaste prik: eerst trekken Neder­land­se politici als een ware fanfare door de straten om rond te toeteren hoe ver­wer­pe­lijk de plannen van collega’s zijn, en daags na de ver­kie­zin­gen zitten ze met gevouwen handen naar elkaar te glim­la­chen, zich onderwijl het hoofd brekend over hoe ze in hemels­naam met elkaar kunnen samen­wer­ken zonder dat het woord ‘kie­zers­be­drog’ valt. De stem­ge­rech­tig­de kijkt intussen naar een beroerd toneel­stuk waarin de badguy zich ontpopt als diplomaat en denkt: ja maar, wacht even, ik ben toch gekke Henkie niet? Want als de ver­hou­din­gen tussen links en rechts in Nederland al sinds de jaren 70 ongeveer gelijk zijn – rechts iets meer dan de helft van de zetels, links iets minder – en er altijd coalities worden gevormd die grote com­pro­mis­be­reid­heid vergen, waarom spreken de lijst­trek­kers dan voor de ver­kie­zin­gen zelden over die com­pro­mis­sen? Waarom gaat het wel over breek­pun­ten en ver­kie­zings­be­lof­ten, maar niet over de knieval die nodig is om de andere kant van het spectrum te bereiken? In de jour­na­lis­tiek is er een mooie…

  • Columns

    Goed­be­doeld seksisme

    Twee dagen na Inter­na­ti­o­na­le Vrou­wen­dag is het tijd om de scherven bij elkaar te vegen. Een dag waarop de aandacht meer dan anders uitgaat naar onge­lijk­heid mag dan geen over­bo­di­ge luxe zijn, de vrien­de­lijk bedoelde parade van power­vrou­wen die woensdag aan ons voor­bij­trok, is scha­de­lijk voor de goede zaak. Een serieuze man com­pli­men­teer je niet met het woord ‘powerman’, hij zou je uitlachen, en terecht. Maar woensdag, de dag dat het om gelijk­waar­dig­heid van man en vrouw moest gaan, vlogen de sterke vrouwen je om de oren. Waarmee de indruk ontstond dat al wat vrou­we­lijk en sterk is, en ook nog eens haar kans grijpt, boven het normale uitsteekt. Stel je voor dat we het mannelijk volksdeel een dag lang oprecht zouden vieren om de wijze waarop het als sterke powerman zijn kansen durft te grijpen, het zou een pot­sier­lij­ke toestand worden. Neem het bericht op Twitter waarmee de Leuvense politie woensdag de aandacht wilde vestigen op de gelijk­heids­strijd tussen mannen en vrouwen: ‘Onze vrou­we­lij­ke collega’s weten perfect hun mannetje te staan! #respect #inter­na­ti­o­na­le­vrou­wen­dag’. In deze tweet gaat veel fout. Zowel het volkomen mis­plaatste ‘vrouwen die hun mannetje staan’ als het ‘ons’ in dit verhaal impli­ceert een onont­koom­baar mannelijk per­spec­tief.…

  • Columns

    Gebakken lucht

    Ik verkoop gebakken lucht, te weten, mijn gedachten. In een tem­pe­ra­tuur van ongeveer 37 graden smoor ik mijn her­sen­spin­sels, ver­vol­gens laat ik ze wat sudderen en als ze gaar zijn maak ik ze tastbaar door ze in 26 letters op een stukje papier te gieten. De eerste keer dat ik mijn gedachten verkocht, voelde het alsof ik iemand had opgelicht. Ik was 19 jaar en een opi­nie­tijd­schrift vroeg me een stukje te schrijven over mijn generatie, de zoge­naam­de Generatie Nix. Toen ik hoorde dat ik er 50 gulden, ongeveer 1000 frang, voor zou krijgen, viel ik van mijn stoel. 50 gulden? Voor iets wat ik leuk vond om te doen? Iets wat ik misschien ook had gedaan als niemand het had gevraagd? En dat zou dan evenveel geld opleveren als écht werk? Ik vond het onvoor­stel­baar. Het was alsof ik betaald kreeg om in bad te zitten, een krant te lezen of een uurtje met de poes te spelen; dingen die iederéén deed en waarvan het in het geheel niet logisch leek er geld aan over te houden. Een paar weken later stond mijn verhaal in het tijd­schrift en er verscheen een bedrag van 50 gulden op mijn rekening. Mijn…

  • Columns

    De pijn van de hard­wer­ken­de Vlaming

    De hard­wer­ken­de Vlaming is ziek, langdurig ziek. De favoriete mascotte van politici die de wereld indelen in hard­wer­ken­de en minder‐hardwerkende mensen heeft het moeilijk, want ze prijzen hem om zijn harde werken, terwijl hij al maanden thuiszit. Zijn lichaam achter zich aan slepend, zijn dagritme naar de vaantjes, de ver­hou­ding met huis­ge­no­ten onder spanning en last but not least, overmand door zorgen omdat hij moet rondkomen van hooguit 60 tot 80 procent van zijn normale inkomen. Het klinkt als een grap, maar de wer­ke­lijk­heid is dat één op de tien Vlamingen langdurig ziek thuiszit. Ruim een derde van hen kampt met psy­chi­sche klachten. Volgens een recente onder­vra­ging ervaart 10 procent van de Vlamingen te veel stress op het werk en hebben zo’n 280.000 mensen burn‐outsymptomen, een kwart meer dan drie jaar geleden. Slechts de helft van de Vlamingen vindt zijn job werkbaar en Belgen blijven veel vaker dan andere Euro­pe­a­nen naar hun werk gaan als ze ziek zijn. Een van de belang­rij­ke risi­co­fac­to­ren voor een burn‐out is plichts­ge­trouw­heid. Mensen die hun werk erg serieus nemen, komen sneller in de problemen dan zij die de kantjes er vanaf lopen. En kijk, daar herkennen we hem in, de hard­wer­ken­de Vlaming. De vlees­ge­wor­den…

  • Maartje in de media,  Stukjes in het wild

    De tot­stand­ko­ming van een en al projectie

    Voor­ken­nis gewenst? Lees het verhaal Wat je verliest als je geen kinderen krijgt.  Het waren die spullen. Als ik in bed lig zie ik bovenop de kle­ren­kast dozen vol verleden. Meestal staar ik gewoon wat naar die dozen, maar soms denk ik erdoor­heen. Dan probeer ik me voor te stellen wat erin zit – dagboeken, foto’s, brieven, bewijzen van mijlpalen, oude dreads, pols­band­jes van festivals en andere rekwi­sie­ten van een vervlogen leven – en dan vraag ik me af of de inhoud eigenlijk niet weg kan, en zo nee, wat ik er dan ooit nog mee zou doen, en zo ja, of ik dat zou kunnen, al mijn tastbare her­in­ne­rin­gen bij het vuil zetten, en zo nee, wat dat over mij zegt, en zo ja, wat dat over mij zegt … Dus het waren die spullen waardoor ik me begon af te vragen wat het betekende om geen kinderen te krijgen. Ooit waren die dozen een keuze voor mijn nage­slacht: snuis­ter­po­ten­tie voor de lief­heb­ber en in geval van des­in­te­res­se weg­smijt­baar. Nu ik geen kinderen zou krijgen, waren het veel meer gewoon dozen, met papieren, onlees­ba­re hand­schrif­ten, oud zeer, te weinig tijd om dat ooit allemaal nog eens te bekijken, en wat –…

  • Losse opdrachten,  Stukjes in het wild

    Wat je verliest als je geen kinderen krijgt

    Illu­stra­tie: Krista van der Niet Na een reeks onsuc­ces­vol­le ivf‐behandelingen en de beslis­sing daarmee te stoppen, neemt schrijver Maartje Luif (43) de schade op. 1. De zin van het leven? Mijn beste vriend besloot zo’n twaalf jaar geleden iemand te zoeken die zaad van hem zou willen hebben om zo de zin van zijn bestaan te ver­an­ke­ren. Na vijftig jaar was hij ervan overtuigd dat je níét voort­plan­ten het meest zinloze was dat je kon doen, en dat zat hem niet lekker. Omdat hij geen vaste relatie wilde, leek zijn zaad ter beschik­king stellen de enige logische optie. Zo gezegd, zo gedaan. Na enig speurwerk besloot hij bij te dragen aan het gezins­ge­luk van twee vrouwen die hij via via had leren kennen. Zijn dochter is nu 11. De gesprek­ken die we voerden over zijn motieven raakten me diep. Ik was destijds nog getrouwd met iemand die geste­ri­li­seerd was, dus elk argument dat hij aandroeg vóór voort­plan­ting maakte mijn leven zinlozer. Natuur­lijk pareerde ik zijn betoog door zo nu en dan iets te roepen over de over­be­vol­king of door de zin­loos­heid überhaupt van het leven aan te stippen. Maar als het uit­gangs­punt van het gesprek is dat alleen voort­plan­ting een…

  • Stukjes in het wild

    Problemen met de e‐mail

    Heb je de afgelopen paar dagen een e‐mail naar me gestuurd – recht­streeks of via deze site – en heb je geen antwoord van me gekregen? Dan is de kans groot dat je mail niet bij mij is aan­ge­ko­men. In theorie zouden alle mailtjes nu weer moet arriveren, dus je kunt je bericht het beste even opnieuw verzenden. Alvast bedankt, Maartje

  • Columns

    Uit­put­ting is een middel

    ‘Ik vertrouw niemand nog’, zei een vriend laatst tegen me. ‘De kranten, het tele­vi­sie­jour­naal, politieke partijen waar ik ooit op stemde, niemand.’ ‘Je bent ge‐gaslight’, zei ik. ‘Ge‐wat?’ ‘Ge‐gaslight.’ Het woord gas­ligh­ting komt uit het toneel­stuk Gas Light, dat beroemd werd dankzij een film met Ingrid Bergman uit de jaren veertig. In dat stuk zorgt een man dat zijn echt­ge­no­te begint te twijfelen aan haar waar­ne­ming en haar beoor­de­lings­ver­mo­gen, doordat hij voort­du­rend kleine dingen in huis verandert – waaronder de sterkte van het gaslicht – en ver­vol­gens ontkent dat ze veranderd zijn. De psy­cho­lo­gie adop­teer­de de beeld­spraak en defi­ni­eert gas­ligh­ting als een vorm van mis­han­de­ling, meestal in relaties, waarbij de dader net zo lang mani­pu­leert en des­in­for­ma­tie ver­spreidt tot het slacht­of­fer niet meer weet wat waar is en wat niet. In politieke context duidt het woord op het gekonkel en liegen van leiders en opi­nie­ma­kers, waardoor de toe­hoor­ders alleen nog maar twijfelen aan vermeende waarheden. Maar god­zij­dank bent u niet ‘ge‐gaslight’, want u leest dit. U bent nog niet afgehaakt, moe gebeukt en murw geslagen door de constante stroom halve, hele en alter­na­tie­ve waarheden die dezer dagen de ronde doen. U bent bereid om een kran­ten­kop te lezen als ‘Homans…

  • Stukjes in het wild

    De Blije Bukster wordt vandaag 12 jaar

    Elf jaar geleden plaatste ik dit verhaal voor het eerst. Sindsdien plaats ik elke 14 februari het verhaal van De Blije Bukster: een ode aan de dag dat ik mijn stoute schoenen aantrok, waarna ik mijn stoute veters en de perfecte man strikte. Wannes heette in 2005 op internet Yuri Maanzand Vandaag twaalf jaar geleden was ik in staat van ex. En als ik ergens geen zin in had, was het wel om in staat van ex zijn. Ik wilde wilde romances, hete harts­tocht en bakken vol aandacht. Maar goed, als je nog niet zo lang in staat van ex bent, dien je wat geduld te hebben. En daarvoor moet je dus niet bij mij zijn. Geduld. Ik weet niet eens hoe je het schrijft. Ik kan bijzonder slecht afwachten. Mijn handen zijn voor het heft gemáákt. Dus terwijl ik in alle staten van ex was, brak er ineens een Valen­tijns­dag aan. Doorgaans vergeet ik Valen­tijns­dag keihard, maar nu was er werk aan de winkel. Ik heb geen Valen­tijns­dag nodig om ver­lei­de­lij­ke briefjes te schrijven, ik kan immers erg slecht afwachten, zodoende neem ik regel­ma­tig zelf het heft in handen. Maar een dag dat je zonder humbug al je poet kunt inzetten…

  • Stukjes in het wild

    Hoe ziet uw ik eruit?

    Waar­schu­wing: het abstrac­tie­ge­hal­te van dit stukje zal de pan uit swingen, maar dat moet u mij maar vergeven. Wij – u en ik – hebben het al vaker gehad over syn­es­the­sie en over de meest voor­ko­men­de kenmerken ervan (1, 2, 3, 4) en ik heb ook al eens geschre­ven over andere aspecten van syn­es­the­sie, zoals het zien van pijn (5), maar dit keer gooi ik er nog een meta‐laagje overheen. Omdat ik onlangs een dag of acht op de bank lag met een nare griep en steeds dieper wegzonk in een soort ultra­su­per­me­t­azelf­re­flec­tie, ‘zag’ ik de dingen ineens heel helder. Het was zo’n griep die je niet vloert, maar die je wel uit­scha­kelt en dat zijn de ergste. Die dagen waarop je niet coherent kunt denken, lezen en schrijven, maar waarop je je ook niet slecht genoeg voelt om gedach­ten­loos onder zeil te zijn. Op zulke dagen is alles buiten mij donker, en in mijn hoofd is het licht. Mijn ‘beleving’ begeeft zich – als ik het van buitenaf beschouw – als een licht­ge­ven­de ver­schij­ning in een her­me­tisch zwart vlak (zie foto hierboven), het licht is een soort visuele samen­bal­ling van mijn ‘zijn’. Hoe het er voor mij uitziet, is natuur­lijk de omge­keer­de versie…

  • Over natuur,  Stukjes in het wild

    Mijn con­ser­va­tie­ve hoofd en het uit­ge­been­de bosschage

    Terwijl ik dit schrijf kleppert er een specht tegen een boomstam en toen ik van­och­tend opstond was een bosuil zijn ter­ri­to­ri­um aan het afbakenen met zijn oehoe­ge­roep, kortom: ik heb geen klagen. Toch is dat exact wat ik ga doen, want als het om natuur gaat ben ik behoudend; als er een dier in mijn tuin zit dan beschouw ik dat als een defi­ni­tie­ve factor. Wanneer ik bij­voor­beeld een eekhoorn zie, heb ik vanaf dat moment een eekhoorn in de tuin, ontdek ik een egel, dan betekent dat dat ik een tuin met egels heb, en zie ik padden, dan zitten er dus padden in de tuin. Voor mij is dat dan geenszins van tij­de­lij­ke aard, voor mij is dat voorgoed. De afgelopen week werd mijn wens om alles bij het oude te houden danig op de proef gesteld. Toe­ge­ge­ven, ik voel me gauw tekort­ge­daan als het op dieren aankomt. Ik herinner me dat ik in de zomer maan­den­lang uit mijn humeur was omdat de kleine vogeltjes uit het vroege voorjaar zich niet meer lieten zien. En Wannes en ik breken al de hele winter als het gevroren heeft het ijs in de vijver, omdat in onze ver­beel­ding de kikkers die er…

  • Stukjes in het wild

    Jarig (met liefs voor mijn moeder)

    ‘Ik dacht nog: ik weet helemaal niet meer hoe je eruitziet’, zei ze. Als je emigreert is schuld­ge­voel een tweede natuur. Je bent nergens bij, je kunt nergens mee helpen, je bent er niet op belang­rij­ke momenten en niemand weet nog hoe je eruitziet. En dat is in elk geval niet hun schuld, dus go figure. Mijn moeder zegt vaak. ‘Ik had er best bij willen zijn.’ Of: ‘Ik had je best wel willen verzorgen.’ Of: ‘Ik had je wel willen helpen.’ En hoewel de meeste zins­con­struc­ties sug­ge­re­ren dat ík iets misloop, is het schuld­ge­voel over wat zij allemaal misloopt alles­ver­zen­gend. Want als je vertrekt ontneem je mensen de kans om zich om je te bekom­me­ren, om je te koesteren en om je te verzorgen. Als je ziek bent kunnen ze je niet soigneren, als je jarig bent niet feli­ci­te­ren, en in het aller­erg­ste geval weten ze gewoon helemaal niet meer hoe je eruitziet. 43 jaar geleden kon zij niet zien aankomen dat ze zich zo onthand zou voelen op een dag als vandaag. Dus plaats ik vandaag, op mijn ver­jaar­dag, even een fotootje voor mijn moeder. Zodat ze in elk geval nog weet hoe ik eruitzie. Met heel veel…

  • Columns

    Vaste columnist bij De Standaard

    Jarenlang hoopte ik het, een vaste column in een medium dat ik hoog had zitten. Ik schreef al veel columns voor grote media, maar vaak tijdelijk, of wel vast, maar dan in niche‐media, of in media die niemand kende, of in media die net zo goed niet hadden kunnen bestaan, of of of. De mensen die mij al langer volgen, weten dat ik me maar deels geac­cep­teerd voel in België, soms voel ik me eerder ‘geto­le­reerd’ en af en toe voel ik me zelfs niet geac­cep­teerd. Een column in een Belgisch medium dat ik hoog had zitten, schreef ik in mijn hoofd dus al af: er zijn genoeg mensen minder con­tro­ver­si­eel door hun afkomst, dus waarom zouden ze mij daarvoor kiezen? Ik gooide wel eens lijntjes uit, maar ik moet toegeven: leuren is niet mijn sterkste kant en als je dan ook nog eens het vermoeden hebt dat het vechten tegen de bierkaai is, dan neemt de neiging je bakens te verzetten toe. Dus verzette ik mijn bakens. Tot ik gebeld werd. Of ik een vaste column in De Standaard wilde. Op de opiniepagina’s. Nog tijdens het tele­foon­ge­sprek vestigde zich een brok in mijn keel. Wat? Ik? Een Hollandse? Een…