• Stukjes in het wild

    Gevangen in gemengde gevoelens

    ‘Wij willen hier eigenlijk allemaal weg, maar we zitten gevangen in de gemengde gevoelens.’ Deze zin schreef ik op de Facebook-post van Tjitske Jansen waarin ze aangaf met gemengde gevoelens weer terug te zijn op de duivelse net­werk­si­te. En jongens toch, wat meen ik dat. Gemengde gevoelens all over the place. Hier, op dit weblog, heb ik dat niet. Hier ben ik vrij. Mijn eigen url, mijn eigen naam, geen gemengde gevoelens, geen twijfels, geen afhan­ke­lijk­heid, maar ook niet veel airplay. Tenzij ik die airplay ga halen door mijn stukjes te pluggen op (jawel!) Twitter en Facebook. Maar tien keer raden wat dat oplevert? Juist: gemengde gevoelens. Ver­vloch­ten en ver­gif­tigd Ik doe het nog steeds, mijn ziel verkopen aan net­werk­si­tes. Ik zit op allemaal: Twitter, Facebook, Linkedin, Instagram, omdat ik mijn geld verdien met zichtbaar zijn. Meer dan de helft van mijn inkomen vergaar ik dankzij mensen die ik heb ontmoet op het internet en 100 procent van die helft is bij mij gekomen dankzij een van de evil net­werk­si­tes. Bovendien kunnen mensen mij vinden in zoek­ma­chi­nes, omdat ik geen al te slechte SEO-score heb door de aanloop via, uhuh, sociale media. Alles is ver­vloch­ten, alles is ver­gif­tigd, alles is…

  • Geen categorie,  Stukjes in het wild

    De wet van de remmende voor­sprong

    In mijn bio’s noem ik mezelf vaak onthecht. Je zou kunnen zeggen dat ik daar een beetje mee koketteer: kijk mij eens lekker autonoom en vrij zijn. Onthecht, ont­wor­teld, no strings attached, dikke prima. Maar intussen ben ik vaak eenzaam, zoekende en vervreemd van mijn omgeving. Tijdens mijn mid­del­ba­re­school­tijd deed ik aan stamcafé’s en stam­cof­fee­shops. Eerst Jan Steen, een ex-gedetineerdencafé, en daarna de Bom Shankar Chaishop, een cof­fee­shop, beide om de hoek van alles – van mijn mid­del­ba­re school en van mijn toen­ma­li­ge huizen, op de Albert Cuyp en in de Govert Flinck. Daarna werkte ik jaren in hetzelfde café, en nog weer later zat ik een paar keer per week in het school­ca­fé op mijn werk. Ik genoot van de sleur, de ver­trouwd­heid, en van de mensen op wie ik kon bouwen. Voor eeuwig Amsterdam voelde toen alsof het voor eeuwig thuis zou zijn, die stam­kroe­gen alsof ze in de grond verankerd waren, en zelfs de vrienden die ik toen had, wekten de indruk nooit meer te ver­dwij­nen. Ik vond dat een heerlijk gevoel. Regel­ma­tig vraag ik me af waar het fout is gegaan, en ik vermoed al direct bij dat gevoel. Dat ver­ra­der­lij­ke thuis zijn in alles, dat…

  • The Deuce, logo
    Stukjes in het wild

    The Deuce

    De serie is niet eens zo spannend, er gebeurt niet veel, het is niet vreselijk bijzonder, niet super­ver­nieu­wend en niet plot­ge­dre­ven, dus waarom ik er zo van hield weet ik niet, maar bot­t­om­li­ne is: ik heb de afgelopen weken drie seizoenen van een geweldige serie gezien. The Deuce. Oké oké, het derde seizoen was beduidend minder dan de eerste twee, maar toen was ik al zo verkocht dat het niet meer uitmaakte (goed, het maakte nog een beetje uit). The Deuce is een serie over het buurtje rond Times Square in de jaren zeventig en tachtig en dan vooral over pros­ti­tu­tie, de opkomende por­nosce­ne en de horeca die in handen was van de maffia. En er valt van alles aan te merken op deze serie, maar ik voelde me al na twee afle­ve­rin­gen volkomen thuis, en dat heb ik niet snel. Zorg­vul­di­ge aan­kle­ding Misschien is het omdat mijn hersens gevormd zijn in de jaren zeventig en tachtig in Amsterdam, dat in de verte een beetje deed denken aan het New York uit die tijd. Zeker de kringen waarin ik destijds verkeerde – café’s, cof­fee­shops, disco’s – hadden gro­ten­deels dezelfde sfeer als de hore­ca­ge­le­gen­he­den in deze serie. Maar misschien was het…

  • Stukjes in het wild

    Het servies van oma Prikkel

    Elke dag als ik aan tafel ga, word ik verteerd door schuld­ge­voel. Dat zit zo: ik heb het servies van oma Prikkel. Een prachtig servies, ergens in de vorige eeuw gemaakt in een Tsje­chi­sche por­se­lein­fa­briek en to-taal niet bedoeld voor de afwas­ma­chi­ne. Nu mogen jullie raden waar dit verhaal naartoe gaat. Maar laat ik bij het begin beginnen. Mijn over­groot­moe­der heette ook Maartje en ze werd geboren in 1898 in Andijk, een dorp in de kop van Noord-Holland aan het IJs­sel­meer. Ze was de moeder van de moeder van mijn moeder en hoewel ze ook Maartje heette, noemde ik haar oma Prikkel, naar de ach­ter­naam van haar echt­ge­noot. Omdat ze pas overleed toen ik al een tiener was, heb ik haar goed gekend, en ik pronkte graag met haar omdat een oma uit de negen­tien­de eeuw een goed verhaal was.Mijn band met oma Prikkel was perfect, omdat ze op steenworp afstand van mijn opa en oma woonde, waardoor ik in vakanties regel­ma­tig op de step op en neer ging om bij oma Prikkel wat lekkers te bietsen. Inmiddels is niet alleen oma Prikkel overleden, maar ook mijn groot­ou­ders zijn er niet meer, en de erf­stuk­ken uit de familie vinden langzaam…

  • Stukjes in het wild

    Schrijf­les

    Hoe ik erheen wandel, licht gespannen, ruikend onder mijn oksel, ademend in mijn hand. Een peper­munt­je. Ik merk de zon op, maar de warmte komt niet binnen. Ik dwing mezelf: ontspan, relax, voel de warmte, de zon. Ik repeteer het gesprek. In gedachten. Wat wil ik zeggen? Hoe wil ik het zeggen? Hoe zal het aankomen? Te hard? Te zacht? Zinvol? Teleur­stel­lend? Zal ik het ooit weten? En de terugweg. Stui­te­rend. De zon komt binnen. Eindelijk. Het stroomt. Opluch­ting. Vol­doe­ning. Ik zie de vogels, de gekke bosjes langs de weg, de rekwi­sie­ten op de ven­ster­bank van het huis om de hoek. Ik hoor mezelf praten, in gedachten, hoe ik het zei, de ogen van de ontvanger. Kwam het aan? Was het goed? Ik weet het niet. Maar de tijd verstreek, dat is de over­win­ning. Ik leef me in: hoe voelt ze zich? Met genade gefileerd, en toch gena­de­loos onder de loep genomen? Met respect behandeld, en toch de ene knauw na de andere? Precies wat ze wil, en toch alles wat ze vreesde? Uit­ge­kleed door mijn oordeel, getooid met mijn enthou­si­as­me? Het vergt veel. Een op een. Iemands gedachten op papier. En dat ik daar dan op schiet, want dat…

  • Stukjes in het wild

    Octaafje

    In mei stopte ik met roken en sindsdien heb ik er een octaafje bij. In de hoogte uiteraard. Het is een leuk octaafje, een dat de kop opsteekt bij enthou­si­as­me of de slappe lach, en soms als ik ver­ont­waar­digd maar niet boos ben. Kortom: een ver­rij­king van mijn leven. Vorige week was ik aan­ge­scho­ten, en toen besefte ik het, van het octaafje. Ik hoorde mijn enthou­si­as­me door de tuin galmen en dacht: hee, zo heb ik nog nooit geklonken. De volgende dag tijdens een wandeling was Wannes me aan het plagen en tijdens het kirren hoorde ik het weer. Ik vroeg hem of hij het ook gemerkt had, van dat octaafje. Ik deed voor welke tonen ik bedoelde en hij zei jaaaaa, zo leuk, en zo we belandden we opnieuw in de slappe lach. Sindsdien werkt het twee kanten op, niet alleen heb ik er een octaafje bij als ik de slappe lach heb, ik kan ook de slappe lach krijgen door alleen maar over het octaafje te beginnen. Vandaag stuurde ik hem een berichtje met de vraag of we zouden lunchen. Ik begon het berichtje met de aan­dui­ding [octaafje] en het werd prompt een dolle boel aan tafel. Wat…

  • Over schrijven,  Stukjes in het wild

    Ik moet mijn auteurs af en toe flink laten schrikken

    Dankzij het fan­tas­ti­sche weblog Brain Pickings dat ik al jaren volg, botste ik weer eens op de schrijf­tips van Margaret Atwood. Het aardige aan haar schrijf­tips is dat ze zelf een span­nings­boog in zich hebben. Ze begint met heel kleine wenken, super­ge­de­tail­leerd, om je later omver te blazen met het schrijf­ad­vies der schrijf­ad­vie­zen: stop met zeuren, want je doet dit jezelf aan. Door de schat­tig­heid van de eerste tip (neem twee potloden mee in het vliegtuig) zie je de plottwist van niemand-heeft-je-verdomme-verteld-dat-je-móest-schrijven-dus-zeik-niet helemaal niet aankomen, en mede daarom komt dat advies zo hard binnen. Waarmee die opbouw op zichzelf een schrijf­ad­vies is: benut alle moge­lijk­he­den van het genre! Ik geef zelf schrijf­les en verzin dus dagelijks schrijf­ad­vie­zen. In de tekst op deze site waarin ik mijn werk­zaam­he­den aanprijs, noem ik mezelf schrijf­coach én schrijf­juf, en vooral als ik over die eerste rol nadenk, kan ik leren van deze aanpak van Atwood: neem je auteurs mee in jouw verhaal over schrijven en laat ze af en toe eens flink schrikken. Momenteel werk ik aan een syllabus Hoe begin ik aan een het schrijven van een boek waarin ik een stap­pen­plan uitwerk voor de hulpvraag die ik het meeste krijg: hoe begin…

  • Stukjes in het wild

    Slapeloos

    Vandaag schreef ik op Twitter: ‘Als ik vrijwel niet heb geslapen, zoals vannacht, ben ik een sucker voor de lift­mu­ziek die de NOS achter de kabel­krant plakt.’ Ik kreeg de vraag waarom ik zo slecht had geslapen en ik had daar wonder boven wonder een antwoord op: 1 september. In België duurt de vakantie van 1 juli tot 1 september en hoewel ik daar als zelf­stan­di­ge erg weinig mee te maken heb, suis ik per ongeluk elk jaar toch een beetje mee op de hype. Want ook al ga ik doorgaans al in juni op vakantie en ben ik dus in augustus alweer lang en breed aan het werk, 1 september voelt als de deadline voor al die vage goede voor­ne­mens die ik in mijn vakantie maak. Je weet wel, dat gevoel dat je alles volkomen anders gaat doen als je weer thuis bent. Daar kan ik in juli en augustus altijd een beetje mee smokkelen, want mijn eigen vakantie mag dan wel al enige tijd voorbij zijn, het voelt toch nog een beetje als vakantie met die stilte in je mailbox en die hit­te­gol­ven die elkaar ver­drin­gen. Maar op 1 september is ook die smok­kel­tijd voorbij en dan zet…

  • Stukjes in het wild

    Niks

    Ik weet niet meer wanneer het was dat ik stopte, ik denk in december, maar misschien was het al januari. Ik weet nog wel waarom. Wannes vroeg: ‘Maar als je nagaat waar je op dit moment écht over zou willen schrijven, wat is dat dan?’ Mijn antwoord was: ‘Niks.’ Er viel een stilte. Het voelde obstinaat. Het leek alsof ik alleen uit kre­ge­lig­heid ‘niks’ ant­woord­de, want er was altijd ‘iets’ geweest. Deze ‘niks’ was een pose, hoopte ik, om te verbergen dat er wel ‘iets’ was. Misschien diep en onvind­baar, misschien aan de opper­vlak­te maar ongewenst, misschien iets waar ik bang voor was, iets waar ik geen zin in had, een boek, een artikel, gedachten, gedichten. ‘Niks’ was onbe­staan­de. ‘Meen je dat?’ vroeg hij. Ik knikte, hoewel ik nog twijfelde. Razend­snel legde ik mijn antwoord langs de waarheid. Wilde ik nog ergens over schrijven. NEEE! Echt niet? NEEHEE. Ik schrok er zelf van. Er waren eerder fases geweest dat ik niet schreef, maar dat waren periodes waarin ik dat eigenlijk wel wilde, maar geen tijd had, de vorm niet wist te bedenken of gewoon doodsbang was voor het resultaat. Deze keer voelde het alsof ik het echt niet wilde. Helemaal…

  • Stukjes in het wild

    Zie­len­rust

    1. Op Twitter zit ik me dagelijks druk te maken over de beeld­vor­ming in reguliere media en op sociale media. Te weinig mensen nemen mijns inziens hun ver­ant­woor­de­lijk­heid als het gaat om de giftige cultuur van leugens en haat die momenteel het internet en de politieke fora beheerst. Gisteren heb ik me moeten inhouden toen heel Vlaan­de­ren ging #twee­ten­zo­als­Theo. De memes ver­spreid­den zich als een olievlek, ook onder mensen die best zouden kunnen weten wat het probleem is met memes maken over nieuw-extreem-rechts. Nieuw-rechts leunt op een sterke meme-cultuur. Daarom is het zo riskant om hun boodschap in ludieke beelden bela­che­lijk te maken, je versterkt alleen maar hun pro­pa­gan­da­metho­de. Vooral in Vlaan­de­ren, dat zichzelf al jaren geleden op twee nati­o­na­lis­ti­sche rege­rin­gen trak­teer­de, lijken ver­stan­di­ge mensen niet door te hebben wat hun gegin­ne­gap voor effect heeft op de popu­la­ri­teit van het extreem-rechtste gedach­te­goed. Ik zie wel­den­ken­de mensen zichzelf elke dag opnieuw grappig vinden omdat ze de nati­o­na­lis­ten weer zo gevat te kakken hebben gezet, terwijl die nati­o­na­lis­ten lekker ach­ter­over kunnen leunen omdat anderen hun publi­ci­teit verzorgen. Moe­de­loos­ma­kend. 2. De pim­pel­me­zen hebben eieren. Dat weet ik niet zeker, omdat ik ze a. niet durf te storen en omdat b. het deurtje van…

  • Stukjes in het wild

    Het echte leven

    1. Het is mooi buiten, maar ik had zoveel werk dat ik er de afgelopen weken weinig kwam. Wannes en ik doen ver­plich­te wan­de­lin­ge­tjes om te voorkomen dat we de hele dag zitten te zitten, maar als ik echt veel werk, word ik monomaan en vergeet ik al die dingen die zo heilzaam voor me zijn. Het is jammer dat monomaan werken zo lekker is, zo ver­sla­vend. Suizend surfen op je alertheid tot je merkt dat het uit­ein­de­lijk nergens goed voor is. Het voelt als dis­ci­pli­ne, maar het is een gijzeling door je taak­span­ning, je weet wel, die boog die doet alsof hij een boog is, maar die slechts de lucht in wil; als een koe­pel­ten­tje dat je in je eentje opzet. Het was een van de dingen die ik leerde de afgelopen maanden: dat monomaan werken lekker lijkt, maar dat niet is. 2. Er was ruzie gisteren op Twitter. Daar bemoeide ik me niet mee, hoewel mijn handen jeukten, want je kunt mij niet sneller uit de tent lokken dan een onzuiver debat te voeren, maar aan ruziën op internet doe ik niet meer. Dat lijkt overigens gemak­ke­lij­ker dan het is. Het afgelopen jaar moest ik vooral de ruzies…

  • Stukjes in het wild

    Wil je ook zelf­oog­sten?

    Leu­ve­naars (en omge­vin­ge­naars) opgelet! Mijn plan was om een ode aan de zelfoogst te schrijven, maar ik vind het eigenlijk veel ple­zie­ri­ger om me nog even over te geven aan mijn totale gebrek aan inspi­ra­tie. Gewoon lekker niet schrijven. Maar … de geweldige plek waar ik en Wannes groente oogsten heeft nog plaats voor nieuwe oogsters, de tijd dringt en ik gun het jullie allemaal van harte. Drie jaar geleden begonnen we ermee, en het is een van de fijnste nieu­wig­he­den van de afgelopen jaren. Het is heel fijn om op het veld te zijn, het is fijn om te weten dat je een bedrijfs­mo­del steunt waar de boer van kan leven, het is fijn om bedden vol bio­lo­gi­sche groente tot je beschik­king te hebben, het is fijn om zo ook aan de bio­di­ver­si­teit rond Leuven bij te dragen, het is fijn om je na verloop van tijd geen stadse sukkel meer te voelen, het is fijn om heel betaal­ba­re, bijzonder lekkere groente te eten, het is fijn om à volonté te plukken en te graven, en het is fijn dat onze boer weet wat lekker eten is. Mocht je interesse hebben in zelf­oog­sten in de omgeving van Leuven, dan…

  • Stukjes in het wild

    Het ligt ook aan die fucking tofoe

    Al jaren probeer ik tofoe te beheersen. Omdat ik het handig vind, zo’n brok eiwitten die je eender welk smaakje kunt geven, omdat het goedkoop is en omdat ik het niet uit zou kunnen staan als het me niet zou lukken om er iets lekkers van te maken. Doorgaans ging het niet zo voor­spoe­dig, ver­moe­de­lijk meestal door mijn eigen toedoen, ik ben een grillige kok. Ervaren, gedreven en met dui­de­lij­ke ideeën over hoe iets zou moeten smaken, maar ook onge­dul­dig, over­moe­dig en non­cha­lant. Die com­bi­na­tie leidt 90 procent van de tijd tot suc­ces­vol­le expe­ri­men­ten, maar tofoe zit op de een of andere manier altijd in die 10 procent smerige maal­tij­den die ik ons voor­scho­tel. Mijn geschie­de­nis met tofoe zou je ook grillig kunnen noemen. De aller­eer­ste keer dat ik tofoe at, was op de lagere school. Ik bleef eten bij een jongetje uit de klas dat reform­win­ke­lou­ders had en we kregen droge rijst, groene slierten, enorme witte blokken tofoe, en daar dan een heel bord van. De tijd die verstreek tussen mijn eerste brok tofoe en de bodem van dat bord herinner ik me nu nog. In de jaren erna kreeg ik tofoe in ver­schil­len­de ver­schij­nings­vor­men aan­ge­bo­den en soms was…

  • Columns

    Gelijk­spel

    Als Neder­land­se feministe sta je altijd met 1–0 achter in gesprek­ken met Vlamingen over eman­ci­pa­tie. ‘Hoe kan het toch dat Neder­land­se vrouwen altijd de ach­ter­naam van hun man aannemen?’ hoor je dan. Schoor­voe­tend moet ik in zulke gevallen bekennen dat mijn moeder inderdaad nog de naam van haar echt­ge­noot aannam, terwijl de moeder van mijn Belgische man fier onder eigen vlag leeft. Dus ja: 1–0. ‘En Neder­land­se vrouwen werken toch massaal deeltijds?’ is doorgaans het volgende onderwerp dat ter tafel komt. Dat zou dan 2–0 moeten zijn, maar dan begin ik toch te sputteren en ja en nee tegelijk te knikken of schudden. Want ja, Neder­land­se vrouwen werken het meeste deeltijds van alle Euro­pe­a­nen, en ja, er zijn talloze redenen waarom die grote hoe­veel­heid part­ti­mers wijst op een gebrek aan eman­ci­pa­tie. Maar in België werken de mannen dan weer opvallend weinig deeltijds, en wat is eman­ci­pe­ren­der: je beiden over de kop werken of allebei meer tijd hebben voor zaken die ook gedaan moeten worden? Deeltijds werken kan ik iedereen aanraden. Mij lukt het doorgaans niet omdat ik een onza­ke­lij­ke zelf­stan­di­ge ben, maar die fases in mijn leven dat ik voldoende kon verdienen in minder dan 40 uur wist ik direct…

  • Stukjes in het wild

    De aller­slecht­ste strategie is een blij­ver­tje

    Soms voel ik me onvol­was­sen als de pest. Dat gebeurt bij­voor­beeld als ik een elek­tri­ci­teits­pro­bleem heb. Stroom afzetten, kroon­steen­tjes open schroeven, draadjes geschei­den houden, kleuren checken, tot zover kan ik er nog wel iets mee, maar als de basics niet toe­rei­kend zijn, voel ik me kin­der­lijk afhan­ke­lijk van de mensen die wel de moeite hebben genomen zich te verdiepen in elek­tri­ci­teit. Écht volwassen mensen dus. Het lichtpunt in de mid­den­ka­mer piept al sinds we hier woonden. We hadden allerlei deductie-oefeningetjes gedaan: andere lamp, zelfde lichtpunt, zelfde lamp, ander lichtpunt, maar het resultaat was niet zo simpel dat we gewoon een nieuwe lamp moesten kopen en dus par­keer­den we het probleem in het hoekje met problemen die te moeilijk zijn om op te lossen. Het parkeren van het probleem was nog lastig, want het was donker in de mid­den­ka­mer en ik werk daar. Zodra het té donker werd en ik toch maar even het licht aandeed, begon het lichtpunt te piepen. Niet heel hard, en ook niet heel aanwezig, maar wel áltijd, en net indrin­gend genoeg om niet te kunnen onthoren. Het probleem parkeren, was dus een illusie, want het was altijd óf donker, of er was een piep. Terwijl, het…