• Stukjes in het wild

    Voor zo lang het duurt

    Kro­mo­wid­jo­jo noem ik ze, de afge­zan­ten van Wannes die gisteren zeven eitjes tikten. Zeven. Zoveel hadden we er nog niet gehad. Puur the­o­re­tisch hebben Wannes en ik al elf kindjes in elkaar gedraaid. Zonder armpjes, zonder beentjes, en zonder al het andere dat kinderen zo foto­ge­niek maakt, maar toch: elf kleine Maartjes en Wannesen, van wie tot op heden vier de geest gaven, in mij of in het koude rea­geer­buis­glas, en van wie zeven zich nog mogen bewijzen. Donderdag, half drie stipt. En misschien later nog, vanuit de vriezer. Tot nu toe was mijn PR hierover van het rommelige soort. Ik stelde jullie op mijn ver­jaar­dag op de hoogte van het cadeau: vier begin­nen­de kindjes in een glazen schaaltje. Maar daarna was het stil. Eerst was daar het nie­mands­land van wachten, een periode waarin ik jullie nauwgezet op de hoogte had kunnen houden van de regelmaat waarmee ik in mijn borsten kneep, maar dat niet deed. Daarna was er de inst­agram­fo­to van twee Duvels, een voor mij en een voor Wannes. Ik vond dat ik het daarmee wel gezegd had en velen van jullie vonden dat met mij (bedankt daarvoor). Maar een deel van jullie liet weten nog vol spanning…

  • Stukjes in het wild

    Hoe lees je een boek?

    De overgave waarmee ik vroeger las, ben ik al jaren kwijt. Wanneer de onrust in mijn hoofd kwam, weet ik niet, maar ik geloof dat het was toen ik mijn eerste kus kreeg op de bushalte op de Kruislaan. We stapten uit bus 8, natte haren van het De Miran­da­bad. Dennis had me geplaagd in het zwembad en ik was de douches in gevlucht. Als van­zelf­spre­kend volgde er een kus op de bushalte. Zijn tong raakte heel vluchtig de mijne, waarna hij  doei zei. ‘Tot morgen.’ We kregen geen verkering, maar het was ver­moe­de­lijk wel het moment dat ik niet langer met mijn vingers tussen de blad­zij­den over straat ging. Ik beeldde me in dat het slotje van mijn dagboek goed sloot en zette de jaren erna jongens op papier. Ik bleef wel lezen, maar gedoseerd. Waar ik tot mijn elfde twee­ën­hal­ve bibli­o­theek had uit­ge­le­zen, las ik vanaf dat moment dertien boeken in een vakantie en daarna maanden niets. Met het slinken van mijn leeslust, slonk ook mijn han­dig­heid. Want hoe lees je een boek? Op je buik, met je ellebogen links en rechts van je kin en het volle gewicht van je hoofd in de greep van de zwaar­te­kracht?…

  • Stukjes in het wild

    De kiesloze, sero­po­si­tie­ve poes is dood

    Ik droomde dat ik Mike in stukjes knipte, voor in de soep. Ik knipte stukjes van zijn rug en van zijn flanken. Zijn staart was al helemaal verdwenen. Toen ik zag dat hij nog maar een kwart poot overhad, belde ik Wannes. Ik heb Mike in stukjes geknipt, zei ik en ik werd wakker. Het was half zeven. Ik ging naar beneden. Mike stond niet voor de deur, zoals elke ochtend. Hij zat ook niet op deurmat, waar hij gisteren de hele dag had gezeten. Hij was kwijt. Ik vond hem terug in het koffertje dat mee was geweest naar Sy Ferrières dit weekend. Naast hem in het koffertje lag het boek Dieren eten van Jonathan Safran Foer. Hij keek bang en hol, in het geheel niet des Mikes. Een jaar geleden hoorden we dat Mike leukose had, een soort kat­te­naids die hem ver­moe­de­lijk van binnen kapot zou maken, maar al die tijd was Mike zichzelf gebleven: de perfecte schootkat, boordevol intense tevre­den­heid. Mike was een kat die je iedereen toewenst: qua toe­wij­ding een soort hond, maar dan een hond met een gezonde dosis eigendunk en de zelf­stan­dig­heid die juist katten tot ideale huis­die­ren maakt. Elk moment bereid bij je…