Of ik Koningsdag en de oranjegekte even wil uitleggen

Een Vlaming stelde mij een vraag:

tweet_koningsdag

Ik kleed MelkMuylles tweet even uit.

 Deel 1: of ik het wil uitleggen ‘als nieuwe burger hier’

Moeilijk, moeilijk, ik vind het altijd lastig om de brug te slaan tussen wat ‘Hollands’ is en wat de Belgen daarvan begrijpen. Ik begrijp Hollandse gewoonten ook niet altijd, ik ben immers in een grootstedelijk reservaat opgegroeid. Ik kan niet spreken vanuit het perspectief van mensen in kleine steden, dorpen of the middle of nowhere. Bovendien is het de vraag of ik überhaupt mag spreken namens de oranjegekken. Nimmer stond ik met een oranje pruik een schaatser op te wachten op Schiphol, en ik stond ook nog nooit langs de weg om met een oranje petje prinsen of prinsessen toe te zwaaien.

Hoe vaker mensen iets doen, hoe leuker ze het gaan vinden

Toch denk ik dat ik het beter begrijp dan de gemiddelde Belg, maar dat is het beter begrijpen dat zich afspeelt op het niveau van tradities. Om een vergelijking te maken: ik snap niet dat verkiezingen in België op zondag zijn, dat het stembureau maar een paar uur open is en dat men daar vervolgens een familievreetfestijn aan koppelt. Voor Belgen, die vrijwel allemaal niet anders gewend zijn, valt dat ook niet aan mij uit te leggen. Het is gewoon zo, en ze genieten ervan.
Dat is het eerste antwoord op de vraag: mensen zijn gewoontedieren. Dol op tradities, hoe vaker ze iets doen, hoe leuker ze het gaan vinden. Sterker: veel mensen doen elk jaar op Koninginnedag (lees: Koningsdag) hetzelfde, op hetzelfde tijdstip, met dezelfde vrienden, in dezelfde stad.

 Deel 2: hoe dat zit met die Koningsdag?

Een jaar of vier geleden was ik er voor het laatst bij, toen was het nog gewoon Koninginnedag, dus zo blijf ik het ook maar even noemen; gewoontedier dat ik daar ben.
Ik denk dat het allersterkste punt van Koninginnedag de vrijmarkt is. Ook hier spreek ik weer als hoofdstadbewoner in hart en nieren. Voor de meeste Amsterdammers is de vrijmarkt de kern van Koninginnedag. Natuurlijk stonden er de afgelopen twintig jaar overal podia van café’s, radiozenders en biermerken in de stad, maar als dat het enige kenmerk was, dan was het vermoedelijk niet zo’n breed gedragen volksfeest.

 Staan of lopen, verdienen of kopen

Als je nog nooit bij de Amsterdamse vrijmarkt bent geweest, is het moeilijk om te begrijpen wat het precies inhoudt. Een ‘rommelmarkt’ raakt in de verste verte niet de kern van het feest. Misschien kan ik het nog uitleggen door te beschrijven waar ik blij van werd al die jaren dat ik Koninginnedag vierde:

* De voorpret
In de weken voorafgaand aan (toen nog) 30 april moest je beslissen: ga ik staan of ga ik lopen. De maanden ervoor kreeg je regelmatig de vraag: ‘Ga jij dit jaar weer staan op Koninginnedag?’
Staan betekende dat je het langsschuifelende volk probeerde geld afhandig te maken met een kleedje met rommel, een muziekinstrument, een spelletje of een grabbelton. Lopen betekende dat je je tussen het langsschuifelende volk mengde, en je gewillig geld afhandig liet maken door de mensen die stonden. Veel kinderen gaan staan, maar vanaf een jaar of 13 wordt lopen steeds vaker een optie.

* Ondernemingsplannen verzinnen
Als je gaat staan moet je bedenken wat je gaat doen. Toen ik heel klein was, ging ik meestal mijn puzzels en kwartetspellen verkopen. Van het verdiende geld kocht ik dezelfde dag nog andermans afgedankte smurfen en knikkers. Toen ik iets ouder was, speelde ik mijn dwarsfluitboek dertig keer door, en toen ik nog weer iets ouder was bedacht ik met vriendinnetjes spelletjes waarmee we hoopten veel geld te verdienen, maar waarmee we vooral heel veel lol hadden.
Het grootste succes hadden we toen we in 1984 met een spiraal à la Willem Ruys op de Middenweg stonden. Nu is die spiraal een klassieker, toen was het nog superstoer om ‘bekend van tv!’ te kunnen rondtoeteren.
Ook succesvol was onze Milky Way-Kop van Jut. We bouwden een stellage van kronkelende regenpijpen en gooiden aan de bovenkant een Milky Way in de opening. De speler moest met een stok met een hamer de Milky Way opprikken als die er aan de onderkant uitkwam. Was het raak, dan won de speler de Milky Way in kwestie, anders was hij gewoon een kwartje kwijt.
Het meeste geld verdienden we met de welbekende emmer met water met een borrelglaasje onderin, waarin je moest proberen een muntje te mikken. Als je raakte, kreeg je je inzet dubbel terug. Ik meen dat het 1986 was dat we in vijf uur tijd 150 gulden ophaalden. Het enige wat we daarvoor hadden gedaan, was een emmer water naar de Linnaeusstraat slepen. Een goed voorbeeld van ‘een minimum aan inspanning en een maximum aan resultaat’. Het dartboard met het briefje van 25, waarbij je voor een gulden drie keer mocht proberen om het hoofd van Sweelinck (dat erop afgebeeld stond) te raken, was in 1987 nog vrij nieuw, en verdiende heel goed.

* De vrolijkste reünie die er is
Als je iets ouder wordt en vaker gaat lopen, wordt de vrijmarkt meestal een kwestie van vrienden hoppen. Je bedenkt een route langs al je vrienden die ergens staan en werkt die route dan gedurende de dag af, waarbij je overal even blijft hangen, iets koopt, en vaak wat gezelschap achterlaat of juist rekruteert, waardoor je met een steeds wisselende samenstelling de volgende etappe aflegt. Er zijn Koninginnedagen geweest waarbij ik op één dag meer dan veertig kilometer liep.

* Love and happiness
In Amsterdam moet je weten waar je moet zijn, een kenner haalt het niet in zijn hoofd om zich in de buurt van het Damrak of het Rembrandtplein te begeven. Die beperkt zich tot ‘de buurten’. Het Vondelpark, Zuid, de Jordaan, Watergraafsmeer, dat waren de jaren dat ik Koninginnedag vierde de buurten waar de sfeer gemoedelijk bleef, waar niet te veel gedronken werd en waar radiozenders en biermerken hun tentakels nog niet hadden uitgestrekt. Een sfeer die nog het beste te vergelijken valt met Lowlands: mensen spreken elkaar heel gemakkelijk aan, helpen elkaar, vrolijken elkaar op. Ze dossen zich uit, soms zo origineel dat je ook daar weer vrolijk van wordt, en ze hebben er, weer of geen weer, zin in.

* Schatten zoeken
Tot slot: hoewel de vrijmarkt maar ten dele een rommelmarkt is, je mag immers met alles op straat geld verdienen, is het koopjesjachtaspect wel een fijn element. Als je weet wat je zoekt en weet waar je dat moet zoeken, kun je op Koninginnedag je hele verlanglijstje in een keer binnen hengelen.
Ook hier helpt het als je de stad een beetje kent: in de rijke buurten zijn de spullen uiteraard in de beste staat, je vindt er meer boeken en platen, meer antiek, merkkleding en hoogtezonnen, minder plastic speelgoed en verwassen hemdjes, maar de verkopers vragen ook iets meer. In de arme buurten vind je meer rommel, maar ook meer smurfen en curiositeiten, en de prijzen zijn bescheidener.
Ik sloeg mijn slag altijd ‘s avonds, als de mensenstroom plaatsmaakte voor bergen rommel van verkopers die geen zin hadden om hun assortiment weer mee naar huis te nemen. In 1994 vond ik een leren jasje dat ik tot 2006 heb gedragen, zomaar in een afvalberg op de Marnixstraat. En zo heb ik een waslijst van Koninginnedagaankopen en -vondsten die mijn leven hebben verrijkt.

Deel 3: of Koningsdag hetzelfde is als oranjegekte

Even een stukje ‘oma vertelt’: toen ik klein was, droeg vrijwel niemand oranje op Koninginnedag. Ik vermoed dat dat iets te maken had met de marketingcultuur van begin jaren tachtig. Eens in het jaar trof je een gratis stripboek of een slap 45-toerenplaatje bij het kattenvoer, en dat was het wel zo’n beetje. Unox tooide het land nog niet met mutsen, en Nationale Nederlanden had nog geen bulkcontract bij de t-shirtdrukker. Wij stonden dus gewoon in onze donkerblauwe windjacks ons dwarsfluitdeuntje tot in het oneindige te herhalen.

Vergelijk het met een verkleedfeestje, daar doet ook niet iedereen aan mee

Koningsdag uitleggen ging me nog wel redelijk af, maar oranjegekte inzichtelijk maken: ik vrees dat me dat niet gaat lukken. Toch zal ik een poging wagen.
Ik denk dat het zo is als met verkleedfeestjes. Als je een uitnodiging stuurt voor een verkleedfeestje, weet je dat er drie groepen zijn: allereerst de groep die zich vol overgave op zijn kostuum stort en kosten noch moeite spaart om in vol ornaat acte de présence te geven, de tweede groep bestaat uit lieden die al bij het woord ‘verkleedfeestje’ in de rode vlekken schieten en gelijk roepen dat ze zich onder geen beding verkleden. Die gaan dus gewoon in hun normale kloffie. En tot slot heb je groep drie die niet overenthousiast is, maar die zo nu en dan wat met de wind meewaait.

Ik hoor bij de meewaaiers

Bij die groep hoor ik: ik heb wel eens een heel WK voetbal een oranje beha gedragen. Mijn vrienden hadden er een bijgeloof aan geplakt, ‘je moet wel je beha aandoen anders verliezen we’, en ik speelde het spel vrolijk mee. Met nadruk op vrolijk: voetbalwedstrijden worden leuker als de groepsgimmicks voor het oprapen liggen. Of ik ooit een oranje accessoire heb gedragen op Koninginnedag, kan ik me niet herinneren, maar net als op Lowlands stak ik wel een extra bloem in mijn haar.

En dat is misschien wel het hele eieren eten. Alles wat je met een groep doet, wordt leuker als je terugkerende grapjes en tradities hebt. En feestjes worden echt feestelijker als je een paar slingers ophangt. Het oranje t-shirt is de slinger rond de verjaardagsstoel.

Je hebt mensen nodig die een nylon kriebelpruik willen opzetten

Kortom: ikzelf ambieer geen vormeloos t-shirt van een grootgrutter, of een oranje nylon kriebelpruik van een bank, ik hoor immers bij categorie 3 van het verkleedfeestje: de meewaaiers. Maar onder mijn beste vrienden zijn mensen die in maart al oranje schmink inslaan. Dat zijn de mensen die bij categorie 1 van het verkleedfeestje horen, die dolgraag een paar oranje strepen op je wang willen zetten, die bouwen aan een groepsgimmickrepertoire, en die als je naar bed bent je stoel versieren. Ik koester die mensen.

28 april 2014 | 8 reacties

«

»

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

8 Reacties
  1. Sok_2001 28 april 2014

    Ik vind het een mooi gelukte lichte sociaalpsychologisch beschrijving.

    Dacht: ik zou Maartje wel eens over de excessen willen lezen. Maar misschien lees ik je wel zo graag omdat je daar altijd kunstig omheenzeilt en tussendoor laveert. En het zo definieert.

  2. eva 28 april 2014

    Herkenbare beschrijving, gaat ook op voor Alkmaar. Heb zelf die vrijmarkt nooit zo goed begrepen en mijd deze al jaren, het tempo van de ‘lopers’ is nooit mijn tempo. En met koningsgezindheid heeft het feest verrassend weinig te maken. Al ken ik wel veel mensen die de dag (meestal met forse kater) starten door de tv aan te zetten en te grinniken om die arme prinsen en prinsessen die gedwongen worden tot zaklopen, ringsteken of heel geïnteresseerd een draconisch slechte uitvoering van een stads- of dorpslied moeten aanhoren.
    Elk jaar start Koningsdag (het bekt nog niet zo lekker als Koninginnedag) voor mij met de Koningsnacht, elke kroeg en elk terras tot de nok toe gevuld met mensen in oranje outfits, iedereen blij of dronken of allebei. Dan met een kater wakker worden, hopen op zon of in ieder geval droog weer, outfit weer aan en richting kroeg/terras/plein. Sommige mensen zie ik alleen nog eens per jaar op die dag, op een bepaalde plek waar ze al jaren zich verzamelen.
    En elk jaar verkneukel ik mezelf bij het idee dat er op Schiphol totaal onwetende mensen zullen landen die geen idee hebben in welke volksmanie ze beland zijn. Ik gun elk land zijn eigen Koningsdag.

  3. pr'muts 28 april 2014

    lieve zezunja, maartje, je beschrijft het geweldig.. x

  4. patchwork 30 april 2014

    Ik kan me helemaal vinden in je stukje! :-) Al merk je nu wel iets van de crisis; er blijft minder interessants liggen bij het vuilnis. Daarentegen liggen nu wel de euro´s aan duurzame statiegeldbekers voor ´t oprapen!

  5. Esther 1 mei 2014

    Dank voor dit stukje, het bracht heel wat herinneringen omhoog van Amsterdamse Koninginnedagen. Eerst zonder kind en daarna met (ook een wereld van verschil).

  6. Auteur
    maartje 2 mei 2014

    Wat een leuke reacties. Dank je wel allemaal.

  7. Novy 6 mei 2014

    Ja, zo is het.
    En snappen ze het nu?

  8. liese 23 mei 2014

    hihi, leuk uitgelegd, ik begrijp het alleszins heel goed

© 2020 Maartje Luif & KLEO, met dank aan Wannes Daemen • Leveringsvoorwaarden

Stuur een mailtje

Wil je meer informatie of heb je vragen? Mail mij!

Wordt verstuurd

Login met je gegevens

Je gegevens vergeten?