Waarom Choco niet door het luikje wil

Eind juni instal­leer­den we een kat­ten­luik­je, maar nu, een maand later, is onze enige poes er nog steeds niet doorheen geweest. Belang­rijk om te weten: ze is 13 jaar en heeft al drie luikjes gekend en gebruikt. Ze is absoluut geen luik­jes­groen­tje, maar dit spe­ci­fie­ke luikje is volkomen nieuw voor haar.
Waarom wil ze er niet door? Een analyse.

1. Choco heeft een hand­lei­ding.
Ze is 13 jaar oud, heeft ver­schil­len­de gees­tes­ziek­ten, waaronder een alles­over­heer­sen­de angst­stoor­nis, en is vaker verhuisd dan goed is voor een kat met ver­schil­len­de gees­tes­ziek­ten.
Zes jaar geleden leidde dat tot een apotheose van heb ik jou daar. Ik deed daar uit­ge­breid verslag van.
http://maartjeluif.com/2009/perikel-1-choco-inleiding
http://maartjeluif.com/2009/perikel-1-choco-deel-1 http://maartjeluif.com/2009/perikel-1-choco-2
http://maartjeluif.com/2009/perikel-1-choco-3
http://maartjeluif.com/2009/perikel-1-choco-slot
Vorig jaar esca­leer­de het opnieuw. Ook dat verhaal schreef ik op.
http://maartjeluif.com/2013/poeziewoeziewoes

2. Choco heeft trauma’s van dingen die ze ooit moest
Choco moet nooit iets van ons, tenzij ze in het bakje moet om naar de die­ren­arts te gaan, of als we verhuizen. En aangezien we vaak verhuisd zijn en ze ernstig ziek is geweest, asso­ci­eert ze ‘iets moeten’ met afschu­we­lij­ke gebeur­te­nis­sen. Bij het nieuwe luikje heeft ze het gevoel dat ze iets moet, waardoor ze weet: er is stront aan de knikker, alert blijven nu. Kortom: Choco loopt met een grote boog om het luikje heen.

3. Choco is goed opgevoed.
We hebben onze katten altijd con­sis­tent opgevoed, met als gevolg dat Choco vrijwel niks doet wat wij niet willen. Ze komt niet op tafel, niet op de aanrecht, je kunt de hele keuken vol met eten zetten: ze zal er niet aankomen. Voor het luikje dat wij hebben geïn­stal­leerd moet ze zowel bij het binnen‐ als bij het bui­ten­gaan op meubels klimmen. Dat zit niet in haar systeem.

4. We hebben ons niet aan de hand­lei­ding gehouden (zie punt 1).
We weten dat we Choco extra weer­bar­stig en alert maken als we roepen, tsjirpen, smakken en ons smekende stemmetje opzetten. En toch konden we het niet laten. Als trotse luik­jes­in­stal­la­teurs klep­per­den we het eerste uur met het luikje en fleemden we met onze stem. Zo toverden we de geest uit de fles: argwaan.

Helaas.

5. Mike is dood
Choco is opge­groeid met Mike, een alfa­man­ne­tje annex durfal. Mike was de kwar­tier­ma­ker van het stel. Hij sprong als eerste over de schutting, ontdekte de omgeving en ging steevast als eerste door een nieuw luikje. Kortom: in theorie weet Choco heel goed wat een luikje is, ze heeft al ver­schil­len­de luikjes gekend en gebruikt, maar een luikje is geen luikje als Mike er niet doorheen is geweest. En Mike is dood.

6. Het luikje zit op de verkeerde plek
We kunnen er lang en kort over praten, maar het luikje zit op de verkeerde plek. Dat heeft iets te maken met dat dit een huurhuis is, onze deuren en ramen op maat gemaakt zijn, en onze huisbaas het huis liever in oor­spron­ke­lij­ke staat houdt. De enige plek waar we een luikje konden maken was in het washok dat in het sou­ter­rain zit. Niet alleen komt het luikje daardoor binnen uit ter hoogte van het plafond, ook is de route ernaartoe eindeloos. Stel: Choco ziet vanuit de keuken, waar wij meestal zitten, een duif in de tuin, dan moet ze naar de andere kant van het huis, daar via de trap naar beneden, dan onder­gronds weer terug en al klimmend op de meubels in een groezelig washok naar buiten. Choco denkt niet in omwegen en het pla­fond­per­spec­tief is haar vreemd, dus het luikje zit verkeerd. Maar het was dit, of geen luikje.
We hebben al een kattenbak in de buurt van de route naar buiten gezet. Die kattenbak vindt ze tof, maar het washok waar ze doorheen moet, vindt ze maar niks.

7. Choco vergeet niet snel
We hebben ons niet aan de hand­lei­ding gehouden (zie punt 4). Toen het luikje er net was hebben we haar nieuws­gie­rig­heid willen wekken door wat te klepperen en te roepen, daarna hebben onszelf together gepulld en afge­spro­ken om niet meer hys­te­risch te doen over het luikje, omdat het haar alleen maar zou afschrik­ken. We hebben onze tactiek van zo‐min‐mogelijk‐samenzweerderig‐overkomen toegepast en zijn met ons avondeten in het groe­ze­li­ge washok gaan zitten, rustig babbelend over koetjes en kalfjes. Het werkte heel even, ze stak haar hoofd door het luikje dat we open hadden gezet, maar het chip‐slotje klikte boven haar hoofd (een slotje waardoor alleen zij erdoor kan en de brutale buurtpoes niet) en ver­vol­gens maakte haar brein kort­slui­ting: zie je wel, er was iets met dit luikje! En weg was ze.
We hebben de dagen erna nog nog menig boterham in het groe­ze­li­ge washok gegeten, maar het mocht niet baten. Ons gefleem en die gekke klik hadden haar vermoeden bevestigd: dit luikje is evil. We hebben haar buiten opge­slo­ten in de hoop dat ze dacht: nu moet ik wel. Maar dat dacht ze niet, ze vond het hooguit heel ver­ont­rus­tend. Zelfs toen ze na mid­der­nacht door een buurtkat op ons terras in een hoek gedreven werd, bleef ze uit de buurt van het luikje. Uit­ein­de­lijk hebben we het hulpeloze beest toch maar bin­nen­ge­la­ten, aangezien ze geen plek had om te schuilen voor de opdrin­ge­ri­ge buurtkat. Inmiddels is het dus zover dat ze niet alleen het luikje wantrouwt, maar ook ons, want wij deden die deur steeds moed­wil­lig voor haar neus dicht. Nu drie weken later kijkt ze nog steeds elke tien seconden naar de deur: is die nog wel open? Tot zover de tactiek van zo‐min‐mogelijk‐samenzweerderig‐overkomen: Choco vergeet niks.

Hardleers

8. Choco heeft een eet­pro­bleem.
Veel katten kun je con­di­ti­o­ne­ren met eten, maar Choco heeft een eet­pro­bleem: ze vindt eten vooral inte­res­sant, maar ze lust bijna niks, ze heeft een diagnose hepatitis en ze gaat regel­ma­tig – ingegeven door psy­chi­sche nood – in hon­ger­sta­king. Het laatste dat we willen, is haar eten demo­ni­se­ren. Natuur­lijk hebben we wel even gepro­beerd om haar erdoor­heen te lokken met wat vis (ah, zo hardleers!) maar het gevolg was dat ze die dagen nau­we­lijks at. Schuld­ge­voel!

9. Zelfs intense verveling is geen motief.
We waren vorige week een week weg. Er kwam iemand eten geven, maar ze kon acht dagen lang niet door een deur naar buiten. Het luikje zat er, het zou opengaan als ze erdoor zou willen, maar uit alles blijkt dat ze niet naar buiten is geweest. We troffen bij thuis­komst een dood­on­ge­luk­ki­ge kat aan.

10. Wij doen nogal veel verkeerd.
Zie punt 1 tot en met 9.

Mocht je na het lezen van dit stuk goede adviezen hebben: graag. Maar lees wel eerst even de Cho­co­pe­ri­ke­len en Poe­zie­woe­zie­woes, dan hebben we het tenminste over hetzelfde: met Choco valt niet te sollen.

4 reacties

  1. Ik heb geen poezen. Wel twee kinderen. En de her­ken­baar­heid van je verhalen over Choco is zeer groot. Elke incon­se­quen­tie van de opvoeder wordt gena­de­loos afge­straft en daar kun je je onme­te­lijk schuldig over voelen. Ik troost mezelf dan met het besef dat ik mezelf wellicht vele malen ellen­di­ger voel dan het in mijn ogen zeer te beklagen kind. Geldt dit misschien ook voor poezenmama’s zoals jij?

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.